De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Ds. D. van Heyst
Hoewel ds. L. J. Geluk een In memoriam voor hem schreef, leek het me een goede keus onze lezers niet te onthouden wat ds. B. H. Weegink (Katwijk aan Zee) schreef in Confessioneel  van 15 maart 2001 in zijn rubriek 'Kruimels' onder het opschrift 'Van Heyst'. De bezoekers van de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond kenden allen deze uiterst vriendelijke en hartelijke broeder die altijd voor ieder een woord had.

'"Ben je op het paard gekomen?" was de vraag aan een van de predikantsvrouwen bij de ontvangst in de Ommer pastorie. De persoon in kwestie - gehuld in vrijetijdsbroek - zag er in de ogen van de gastvrouw niet gepast uit. Een kleine hint om te leven naar het gewaad, gelaat en gepraat van de stand die bij het ambt hoort. Dominee en mevrouw Van Heyst - Dick en Anna zouden we hen bij de voornaam noemen, maar zo gemakkelijk doe je dat aan zulke hooggerespecteerden niet - hadden de ringbroeders en hunne gades uitgenodigd ter gelegenheid van een huwelijksjubileum dat herdacht (van "gevierd" sprak je immers niet) mocht worden. Prima ontvangst, kwaliteit op de schotels en in de glazen, en bovenal een goed woord. "Kohlbrugge zei bij soortgelijke gelegenheid..." en dan volgde er secuur een citaat uit het geheugen van de heer des huizes. Anna van Heyst stierf drie jaar geleden, een strijd die bij haar temperament paste. En nu, op de eerste maart, volgde Dick in de weg van alle vlees. Dominee Dirk van Heyst, Vlaardinger slagerszoon met trek naar de visserij en de zee en toch totaal verweven met zijn standplaats Ommen, is rustig ontslapen. Hij verlangde zijn Verlosser te ontmoeten. Hij zag op Gods beloften die hem ja en amen waren. Toen collega Ter Steege, met hem in de redactie van de "Stemmen uit Jeruzalem", het bericht doorbelde, ontroerde het ons. Er zijn mensen die je van God hebt gekregen. Ze staan als bakens in je levenszee. Je leert en rijpt aan hen. Zo'n vaderlijke vriend voor mij en vele anderen was ds. D. van Heyst. Bij mijn handoplegging was hij. Nog hoor ik zijn vriendelijke stem: "Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode...". En eerder, samen wandelend op de laan van Hydepark in colloqiumtijd toen hij er al van uitging dat ik in de Ommer dreven zou komen, me bekendmakend met de geschriften van Kohlbrugge die ik misschien wel om Van Heyst leerde waarderen.
O vele herinneringen die nu als verborgen kleinood worden bewaard. Maar dit wil ik wel kwijt: bij de geboorte van de kinderen kwamen de Van Heysts aan het kraambed in de Beerzerveldse pastorie. "Is er met jullie al gedankt?" De dominee ging voor, bracht in diepgevonden woorden de kleine en ons bij de Here en las de 103e Psalm. Over en weer volgden regelmatig bezoeken; we hoorden immers tot de Vriendenkring. Toen het jonge spul er eens een rommeltje van maakte en wij ons geen raad wisten hoe de situatie te redden, verklaarden zij ons er juist van genieten. Hun eigen Jaapje moest al zo vroeg in het graf. De God, die hen aan verdriet wilde louteren, had hun de vreugde over het kinderbedrijƒ zo innig gemaakt. "Je hebt ze nog." Ieder jaar aan de vooravond van mijn verjaardag kwam een uitgebreid telefoongesprek met hartelijke wens en zegenbede. En wat was het me een eer om bij de presentatie van mijn Jonkerboek, anderhalfjaar geleden in Heerde, ook aan hem een exemplaar uit te reiken en zijn laudatio te ontvangen. Had hij me niet mee op deze "perfester" gewezen? Helder en scherp van geest bleef hij tot het laatst. Wat er tussen ethischen en (excuseer de uitdrukking) kohlbruggianen zat, illustreerde hij aan de ontmoeting die hij met nazaten van beiden bij het jubileum van de Niederlandisch Reformierte Gemeinde in Elberfeld had. Feilloos gaf hij me de gegevens.
Een hemelse glans omstraalde zijn broze aardse bestaan toen mijn vrouw en ik hem nog bezochten, vooraf aan een dienst in het Overijsselse land. We voorvoelden dat het de laatste keer zou zijn. Het was zo rijk! Nu er vandaag zo'n kwaad gerucht is van predikanten die de heilige dienst verlaten, zullen we op hen letten die hun ambt hebben gedragen, waardig der roeping waarmee zij geroepen zijn en trouw tot hun laatste ademtocht. Dat zijn de voorgangers die we naar Hebreeën 13 : 7 in gedachtenis zullen houden, om op het einde van hun wandel te letten en hun geloof na te volgen.
Zo'n verbi divini minister was Dirk van Heyst, een standvastig en ruimhartig medewerker aan de blijdschap van Gods kinderen.
In de Ommer kerk, waarheen hij 55 jaar geleden zijn eerste schreden richtte, hebben we hem uitgeleide gedaan. Tal van predikanten en gemeenteleden volgden onder sonoor klokgelui de sobere baar. En we dachten aan Kohlbrugges levenslied:
"Wanneer ik eens gestorven ben,
 - maar ik zal nimmer sterven -
en iemand vindt mijn schedel dan
die alle licht moet derven
dan predike die schedel nog:
ik zie Hem zonder ogen,
ik mis verstand, tóch grijp ik Hem,
zal eeuwig Hem verhogen".
De gedachtenis van dominee Van Heyst zij tot zegen.'

Ds. Van Heyst had een fabelachtig geheugen als het ging om familiebetrekkingen, nazaten en vrienden van Kohlbrugge. Hij wist bijna feilloos citaten van en over Kohlbrugge te noemen en in veel gevallen ook nog hoofdstuk én pagina uit het boek waar de betreffende passage in te vinden was.


Dr. ir. J. Blaauwendraad
Wie geen vreemde is in reformatorisch Nederland zal zeker gelezen hebben over het verschijnen van twee boeken van prof. Blaauwendraad waarin hij de prediking in zijn gemeenten (Gereformeerde Gemeenten) tegen het licht van Schrift en belijdenis heeft gehouden. In 1997 verscheen Het is ingewikkeld geworden waarin hij zijn zorg tot uitdrukking bracht over de leer en de leiding die aan gemeenten wordt gegeven. En in 2000 liet hij een vervolg verschijnen onder de titel De leer tegen het licht met als ondertitel 'Belofte en verbond in Woord en Reformatie'. Dit laatste boek is in ons blad diepgaand besproken door prof. dr. A. de Reuver.
In Woord en Dienst van 3 maart 2001 staat een gesprek van Herman Ligtenberg te lezen met prof. Blaauwendraad onder het opschrift '"Oude waarheden" blijken vaak minder oud'. Gesproken heeft Ligtenberg hem eigenlijk niet omdat prof. Blaauwendraad voor een aantal maanden elders in de wereld is. Er werden hem daarom per e-mail vier stellingen voorgelegd. De eerste heeft te maken met het gegeven dat Blaauwendraad in zijn publicaties aan de orde stelt hoe tussen de klassiek reformatorische prediking én de huidige prediking 'gemeentetraditie' of 'gemeentetheologie' geschoven is.

Ouderen voeden niet alleen de kinderen op, maar kinderen op hun beurt ook de ouderen. De receptie van de 'oude waarheden' door het opgroeiende geslacht, vormt de grote testcase van hun waardevastheid.
'Een gereformeerde Gemeente is vaak heel groot (meer dan duizend zielen) en heeft groeikracht door een groot aantal jinge mensen, Vanaf de leeftijd van twintig jaar doet vrijwel iedereen belijdenis, maar relatief weinig leden nemen deel aan het Heilig Avondmaal. Het klimaat is lang bepaald door een ongewoon - zeg maar ongereformeerd - grote achting voor wat in de kring heet Gods volk. Wat door hen wordt gezegd, kreeg het gezag van "ex cathedra" spreken.
Zo is het lang geweest. Maar dat wordt minder, nu óók het jonge geslacht uit déze kring voortgezet onderwijs volgt en de universiteit bezoekt. Het leert vragen naar het waarom van de dingen en doorvragen naar de wortels van het belijden. Het raadpleegt reformatorische bronnen die in de eigen kring wel worden geprezen, maar niet veel gelezen. Dat leidt tot onrust naar twee kanten. De jonge generatie moet ermee in het reine komen, dat in de opvoeding meegegeven zekerheden hun ontvallen. En de oudere garde ziet met zorg, dat de vertrouwde leer niet vanzelfsprekend "beslag meer legt" op jonge mensen. Die ontdekken dat de "oude waarheden" in menig geval minder oud blijken dan gesuggereerd en Ieren die zien, als residuen van conventikels en afscheidingisolement. Ja, dan staat inderdaad de waardevastheid van veel zaken ter discussie.'

In een tweede stelling worden Kuyper en Kersten naast elkaar gezet als krachtige organisaties van eigen kerkelijk leven. Beiden wilden niet weten van 'richtingen' in hun kerkverbanden. Kuyper heeft de slag allang verloren in (zijn) Gereformeerde Kerken synodaal.

'Daartegenover blijven de Gereformeerde Gemeenten dicht bij de theologische leest, zoals Kersten die als erfenis naliet en ze lijken die erfenis eerder aan te scherpen dan te relativeren. U spreekt in uw stelling over afkeer van "richtingen".
Ik geloof niet dat je bij de Gereformeerde Gemeenten kunt spreken van afkeer. Die richtingen zijn inmiddels een feit. Ik zou liever willen spreken in termen van onwil, om het bestaan toe te geven. Er zijn beslist wel vleugels, maar die hebben niet alle op dezelfde wijze toegang tot het kerkelijke blad en komen niet alle op gelijke wijze in aanmerking voor het vervullen van posities in het kerkelijk leven. Officieel is er sprake van ambtelijke leiding van de kerk, zoals de vaderen in Dordt die hebben bedoeld met een kerkelijk-democratiche inbreng van alle geledingen. Mat de facto lijkt er nu een regime van "weinigen" te zijn, die de toon zetten en het beeld bepalen.

De derde stelling gaat in op de kwestie van de schorsing van ds. R. Kok in f 1950 en op Blaauwendraads pleidooi voor eerherstel. Hoe verder de tijd voortgaat, hoe moeilijker zo'n eerherstel lijkt te worden. Maar, aldus Blaauwendraad, er zit ook een inhoudelijke kant aan deze kwestie.

'Maar er is nog een andere invalshoek: dat je meer let op het onderwerp dat Kok opbracht, dan op het rehabiliteren van die predikant. En dan is de zaak opnieuw buitengewoon relevant. Het was indertijd de verdienste van Kok, om helder te maken dat de Reformatie en Nadere Reformatie een ruim evangelie uitdroegen. Het is ook vandaag weer erg nodig dat te doen. Er is opnieuw veel geremde evangelieprediking. De vleugel in de Gereformeerde Gemeenten die daar oog voor heeft, lijdt daaraan vaak elke zondag. De kerkelijke schuld van eertijds moge niet meer zo beleefd worden, maar de kerkelijke pijn van toen doet opnieuw zeer.'

In de Gereformeerde Gemeenten strijden het ontzag voor het werk van de Geest in mensenharten en de angst voor afglijden om voorrang.
'Het is een van de mooie kanten van de prediking en geloofsbeleving van de Gereformeerde Gemeenten, dat een grote plaats wordt ingeruimd voor het werk van de Geest in mensenharten. Het is God zelf die ons met het geloof begiftigt. Daar voeg ik direct aan toe, dat we van het werk van de Geest geen verkeerd begrip moeten hebben. Als dat werk op een eigen(aardige) formule wordt gebracht en iedere gelovige aan die formule wordt getoetst, ontstaat makkelijk een klimaat van verdenking en handelen we niet "naar de zin en mening van de Geest". In mijn publicaties houd ik de Gereformeerde Gemeenten voor, dat hiervan sprake is op de kansel en in het pastoraat. Overigens is het euvel niet beperkt tot dit kerkverband. Ik ben bekoord door de wijze, waarop mannen als Luther en Kohlbrugge spreken over de bediening van de Heilige Geest in de prediking van het Woord. We hebben afgeleerd om veel te verwachten van de prediking, onder inroeping van de Geest. Dan gebeurt er wat! Daarom kan ik veel gereformeerde prediking binnen de Nederlandse Hervormde Kerk waarderen. Daar leeft die notie nog, iets waarop de SoW-kerken wel heel zuinig mogen zijn.
Ik deel dus ten diepste niet de mening, dat het ontzag voor het werk van de Geest en de angst voor afglijden binnen de Gereformeerde Gemeenten om de voorrang zouden strijden. Als het zo eenvoudig was, waren mijn publicaties niet verschenen. Naar mijn mening is er sprake van een verwrongen, althans uiterst eenzijdige, opvatting over dat Geesteswerk. Daardoor is er geen oog voor veel oprecht werk van de Geest en wordt juist dat geduid als afglijden. Het moge duidelijk zijn, dat het moeilijk is over dit onderwerp in wederzijds vertrouwen tot een goed gesprek te komen.'

De problematiek door Blaauwendraad aan de orde gesteld lijkt slechts van belang binnen zijn eigen kring. Maar, aldus Ligtenberg ter inleiding op de vragen aan Blaawendraad gesteld, 'zijn pleidooi voor een hernieuwd laten spreken van de reformatorische geloofsleer heeft een breder belang. De problematiek van de verhouding tussen Schrift en traditie doet zich in verschillende gedaanten voor'. Daar hebben ook wij als hervormd gereformeerden steeds weer mee te maken. Daarom is het hier vermelden van de discussie binnen de Gereformeerde Gemeenten bedoeld als een met elkaar meeleven en meedenken. Het gaat uiteindelijk om de klare en zuivere Evangelieprediking binnen de hele breedte van de kerken.

J. MAASLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2001

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2001

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's