Boekbespreking
Johan Goud (red.),
Een vermoede God. Vijf mystieke denkers.
Uitgave Meinema, Zoetermeer 2000, 78 blz., ƒ 22,50.
Dit is de eerste publicatie in een geplande reeks, die verzorgd wordt door het 'Uytenbogaertcentrum' in Den Haag. Het centrum is genoemd naar de man die in 1619 de Remonstrantse Broederschap stichtte, en daarmee aan de wieg stond van 'een kleine traditie die het christelijk geloof vertolkte in een humanistische geest van vrijheid en verdraagzaamheid'. Het centrum stelt zich ten doel vraagstukken op de grens van religie en cultuur aan de orde te stellen. In het najaar van 1999 werden in dat kader (op zondagen? ) vijf 'mystieke tijdredes' gehouden, die in dit boekje gebundeld zijn. De bundel opent met een fijnzinnig opstel van H. J. Adriaanse, dat in alle beknoptheid een heldere inleiding biedt in het verschijnsel mystiek én in de problemen die de moderne mens daarmee heeft. De verwijzing naar God beschouwt Adriaanse intussen als hét antwoord op de zinvraag. Hij laat zijn essay uitmonden in de bespreking van een dik boek van de Franse diplomaat en schrijver Jean d'Ormesson (1925), bij wie moderne twijfel en mystieke ervaring samen blijken te kunnen gaan.
Redacteur Johan Goud (hoogleraar vrijzinnige theologie in Utrecht) schrijft vervolgens over E. Levinas als mystiek denker.
M.i. rekt hij daarbij het begrip 'mystiek' echter behoorlijk op. Zoals hij zelf namelijk al aangeeft, kan Levinas' ethische denken niet beschouwd worden als mystiek in de zin van een zoektocht naar de vereniging met God. Met meer recht zou men Levinas m.i. kunnen beschouwen als een 'negatief theoloog' die de grootste terughoudendheid bepleit in het doen van stellende uitspraken over God. Maar mystiek en negatieve theologie liggen in deze bundel dicht tegen elkaar.
Dat blijkt ook wel in het derde opstel, waarin Anton Houtepen het denken van Jean-Luc Marion aan de orde stelt. Marion stelt zich ten doel, God los te denken van het 'zijn'. Vraagt men, hoe men zich dat moet voorstellen, dan luidt het antwoord: God is zoiets als de liefde. De liefde zelf 'is' niet, maar ze heeft wel vele uitingen die ernaar verwijzen. Zo zijn onze Godsbeelden 'iconen' die telkens weer naar God doorverwijzen. Overigens haalt Houtepen in de laatste bladzijden van zijn opstel wel erg veel westerse filosofiegeschiedenis tegelijk overhoop.
Frits de Lange leverde de vierde 'mystieke tijdrede', over Simone Weil (1909-1943).
Hier hebben we inderdaad met een mystica pur sang te maken, zij het opnieuw, zoals De Lange laat zien, met een moderne. Weil bleef 'op religieuze gronden buiten-kerkelijk' (56). Haar mystiek is ook modern in die zin, dat er van wereldmijding geen sprake is. Eerder is er juist sprake van een toewending naar het aardse leven. Mystiek in de klassieke zin is bij haar echter weer het intense 'wachten op God', wiens afwezigheid schrijnend ervaren wordt.
Bruno Vreeburg ten slotte bespreekt het werk van de Franse R.K. theoloog, wijsgeer en historicus Michel de Certeau (1925-1986). Van alle in deze bundel besproken denkers staat De Certeau als ik het goed zie nog het meest in de christelijke traditie. Ook zijn mystiek, voorzover men daarvan spreken kan, draagt intussen sterk ethische trekken. De bundel als geheel biedt een aardig overzicht, niet zozeer van hedendaagse mystiek, maar wel van de wijze waarop een aantal 20e-eeuwse denkers die sterk door de moderniteit gestempeld zijn het zoeken naar God op een bepaalde manier toch niet willen opgeven.
G. v. d. BRINK, BILTHOVEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's