Boekbespreking
Meister Eckhart,
Over God wil ik zwijgen
Uitgave Historische Uitgeverij, Groningen, 324 pag.
Voor ons ligt een bundel preken die niet alledaags zijn. Ze zijn van de hand van Eekhard van Hochheim, omstreeks 1260 in Thüringen geboren en vanwege zijn titel 'magister theologiae' Meister genoemd. Hij studeerde in Parijs en Keulen. In Straatsburg was hij van 1313 tot 1320 belast met de zielzorg in de dominicanessenkloosters. In die tijd kwamen zijn meeste preken tot stand. In 1326 begon een inquisitieproces tegen uitspraken van Eckhard in zijn preken. Op 27 maart 1329 veroordeelde paus Johannes XXII in de bul In agrio domino zeventien van de achtentwintig stellingen die aan Eckharts preken waren ontleend en afweken van de kerkelijke leer. Eckhart was toen al overleden. Eckhart hield zijn preken niet in het Latijn maar in de volkstaal, het Middelhoogduits van de 13e eeuw. De vertaler van de preken, C. O. Jellema, schrijft in een nawoord van oordeel te zijn dat niet alleen zijn denken maar ook zijn taal voor tijdgenoten en toehoorders 'verrassend-innoverend' (vernieuwend) moet zijn geweest. Daaraan voegen we toe dat zijn gehoor dan toch ook wel een hoog verstaansniveau moet hebben gekend. De gedachtewereld van Eckhart wortelt in de scholastiek van Aristoteles en in het neoplatonisme. Vele citaten van heidense leermeesters als Plato, Aristoteles, Seneca en anderen sieren de preken op. En wat de theologen betreft valt hij terug op Augustinus en Thomas van Aquino.
Jellema vertaalde 31 van de ongeveer 150 aan Eckhart toegeschreven preken, die in preekverzamelingen bewaard zijn gebleven. Ieder die een school voor voortgezet onderwijs volgde, is wel in aanraking gekomen met deze mystieke middeleeuwer. In deze preken leert men (uiteraard) de mysticus kennen. Het gaat hem telkens weer om 'de geboorte van God in onze ziel en het teruggeboren worden van onze ziel in God'. In de eerste preek over Matth. 5 : 3 ('Zalig zijn de armen van geest') komt dat al direct heel sterk tot uitdrukking. Een arm mens wil niets, heeft niets en weet niets. Dat komt in de buurt van de 'nieten' van Schortinghuis. Als zodanig is het te begrijpen dat er theologen zijn, die lijnen trekken van (mystieke) bevindelijkheid van de Nadere Reformatie naar mystiek van de Middeleeuwen. Een citaat: 'We zeggen dus dat de mens zo arm moet zijn dat hij noch een plaats is, noch er een heeft waar God zou kunnen werken. Waar een mens nog iets van plaats bewaart, daar bewaart hij onderscheid. Daarom bid ik God dat Hij me leeg maakt van God...' Intussen is de mystiek van Eckhart, zoals ook in deze preken blijkt, doordrenkt van filosofie. Wie deze preken ter hand neemt zal menige treffende gedachte tegenkomen, zal ook momenten ontdekken die 'bevindelijk' van aard zijn, maar treft intussen toch een totale gedachtegang, die niet congruent is aan de boodschap van de Reformatie, waarin de rechtvaardiging van de goddeloze centraal staat. Wordt God geboren in de ziel, of is God in de geboorte van een kind-mens geworden om in onze plaats te boeten? Baart God de Zoon in of openbaart Hij Hem aan ons?
Wie van de middeleeuwse mystiek, bij één van de prominente vertegenwoordigers wil proeven, leze dit boek. Maar de reformatoren preken helderder, Woord-gebonden.
v. d. G.
Fred van Lieburg,
De Engelenwacht.
Uitgave Kok, Kampen, 208 pag.
Dr. Fred A. van Lieburg, historicus aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, geeft in dit boek een aantal 'wonderverhalen', die te vergelijken zijn met de Engelenwacht rondom de bekende ds. Smytegelt in Middelburg, toen hij belaagd werd door 'ruwe kerels', die het op zijn leven hadden gemunt. In Middelburg bestond tot 1959 het Smytegeltbruggetje. Het boek begint met dit verhaal, waarna een hoofdstuk is gewijd aan de persoon van Smytegelt. De auteur koppelt in dit boek in totaal 19 andere vergelijkbare verhalen aan het verhaal van Smytegelt, zowel uit protestantse als rooms-katholieke kring. Het Smytegelt-verhaal kent verschillende variaties. En eigenlijk onthoudt de auteur zich van een historisch waardeoordeel. Wel merkt hij op dat er in zijn tijd onrust was in de gereformeerde kerk 'over de leer aangaande geestelijke wezens', waarbij in Zeeland de discussie over de engelen leefde. Smytegelt zelf ging in zijn preken vaak in 'op de intieme relatie tussen de ware gelovigen en hun hemelse beschermers'. En in bekeringsgeschiedenissen vond het 'spectaculair getuigenis' aftrek. Zo zijn er door de auteur verhalen, met hun herkomst, bijeengebracht uit b.v. het Frysk Segeboek en andere 'sagenboeken'; een spookverhaal over drie theologiestudenten in Groningen; over de afgescheiden ds. Lucas Lindeboom in Zaandam (1833), over de Waalse dominee Louis Böhler, die de oorzaak was van de oprichting van de Gereformeerde Bond, over een rooms-katholieke bisschop in Lincoln (1829-1910), over de Noord-Hollandse bakker Cornelis Breet en verschillende anderen, allen met 'wonderverhalen'. De verhalen zijn om vijf thema's gegroepeerd: 'Er was eens een dominee', 'Een wolk van getuigen', 'Reddende engelen', 'Hemelse helpers? ' en 'Wel waar maar niet echt gebeurd'. Bij elk verhaal is aan het eind van het boek een keur van literatuurverwijzingen gevoegd, met verwijzing naar periodieken en auteurs uit de Gereformeerde Gezindte. Bij elk van de verhalen ook een foto. Engelenverschijningen worden ook de laatste jaren gemeld. Ze zijn niet van vandaag of gister. Echt gebeurd? De schrijver laat het (veel) in het midden maar gaf intussen een zeer lezenswaardig boek.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's