Crisis en oordeel
Na het uitbreken van de mond- en klauwzeercrisis is van verschillende zijden gesproken over een oordeel Gods of een gesel Gods. Dit werd in de pers, juist ook in de seculiere pers breed uitgemeten, met alle negatieve commentaar van dien. Gemakkelijk kon de gedachte postvatten, dat er één beroepssector, de agrarische, nu door het oordeel wordt getroffen. Immers de boeren zijn het, die de lasten van de crisis dragen. Hoezeer er ook in de samenleving met hen wordt meegeleefd en de pijn van de crisis soms innerlijk wordt mee-beleefd, de rest van de samenleving voelt tot heden weinig of niets van de crisis. Ieder consumeert, geniet en economiseert verder, terwijl de agrariërs de nood gevoelen in directe zin.
Wanneer dan ook het woord oordeel valt, moet direct worden herinnerd aan de boetepreek van Jezus, toen hij vroeg of de achttien, die door de vallende toren van Siloam werden gedood, meer schuldig waren dan alle inwoners van Jeruzalem. Nee, zei Jezus, maar als gij u niet bekeert, zal het u ook zo vergaan (Lucas 13 : 4, 5). Alleen profeten vermogen bovendien het oordeel concreet te duiden. Maar zelfs dan is profeteren wel een waagstuk, met vreze en beven.
Oordelen
De Schrift zelf spreekt onderscheiden over 'het oordeel Gods'. Vaak wordt in de meervoudsvorm gesproken: de oordelen.
De dichter van Psalm 119 spreekt over de spot, die hij van de goddelozen ondervindt en komt dan tot de uitspraak, dat hij gedacht heeft aan Gods 'oordelen van ouds'. Daaruit put hij overigens troost. Die troost ligt niet - ontoelaatbare gedachte! - in het feit dat één groep onder het volk getroffen wordt. Die troost ligt hierin, dat God van oude tijden aan, hoe onzichtbaar en ondoorgrondelijk ook, ten gerichte trekt onder de volkeren en daarin recht oefent. Hij oordeelt het goddeloze handelen, dat jegens verdrukten en godvrezenden geschiedt, en zal de goddelozen, die Zijn inzettingen verlaten, in het gericht brengen. Dat mag ook vandaag tot troost zijn voor allen, die Hem vrezen en die het onrecht zien voortwoekeren. Het wereldbestuur ligt in Zijn handen. Hij richt onder de volkeren. Zijn oordelen zijn rechtvaardig. Waar mensen de lijnen van het leven niet recht houden naar God toe en naar elkaar, zal Hij nochtans alles tot Zijn doel, want tot Zijn bestemming voeren. Hij toont Zich niet een God van willekeur maar van recht en nochtans ook van barmhartigheid te zijn.
Het is dan ook niet om het even welk beeld de kerk van de levende God oproept in onze god-loze samenleving.
Begin
'Het oordeel' begint zelfs bij het Huis van God. Voordat we aan de wereld toe zijn, komt de akker van Gods kerk, van Zijn gemeente in het blikveld. In de indrukwekkende profetie tegen de ontrouwe herders van Gods volk (Ez. 34) staan die herders onder zware kritiek, die zichzelf dienen en niet de schapen weiden. De goede herder zoekt in navolging van de Goede Herder het verlorene, het verschovene en het gebrokene. De ontrouwe herder wordt verdelgd. Hier gebruikt Ezechiël het veelzeggende woord, dat God de ontrouwe herders, die zichzelf te goed doen, 'weidt met oordeel' (vs. 16).
De wereld kent geen besef van schuld. Wie God vreest eigent zich de schuld van het volk toe, sluit zich erbij in. Het mag daarom opmerkelijk heten, dat in Psalm 119 de dichter, direct nadat hij gezegd heeft dat hij troost put uit Gods oordelen, uitspreekt dat hem 'grote beroering' bevangt vanwege de goddelozen, die Gods wet verlaten. Daarover is hij bewogen. Hij spreekt niet koud vanachter een schrijftafel over 'het oordeel'. Hij weet zich in de oordelen getroost omdat ze in goede, rechtvaardige handen zijn en heeft intussen een brandend hart voor degenen, die Gods inzettingen niet kennen of die inzettingen verlaten. Spurgeon zegt bij deze tekst, dat de dichter niet gekweld was toen hij door goddelozen werd bespot maar dat hij diep ontroerd was als hij hun 'val' voorzag. De lering, die hieruit te trekken valt is, dat altijd bewogenheid zal doorklinken wanneer over de oordelen wordt gesproken. Niets in deze wereld onttrekt zich aan Gods weten en handelen. En de tekenen der tijden zullen we onderkennen. In alles wat zich voordoet. Maar voordat we in het algemeen, zoals bij elke (natuur)ramp of crisis vaak in algemene bewoordingen geschiedt, het oordeel duiden, moeten we ons afvragen of we de troost ervan ervaren en we intussen bewogenheid hebben over een wereld, die aan Gods heilzame inzettingen voorbij leeft.
Vragen
Er zijn in dit verband heel wat onbeantwoorde vragen wanneer we de huidige crisis in de landbouw houden tegen het bijbelse licht van Gods oordelen. Beter dan ze concreet te duiden is het om Zijn oordelen, die 'vanouds' over de wereld gaan, ook waar wij ze, niet direct zien, te aanbidden. Er is echter een Ark des Behouds wanneer de oordelen Gods over de wereld gaan. Omdat hét oordeel is gedragen door Christus voor allen, die bij Hem leren schuilen. Zou die boodschap niet vooral moeten doorklinken in een wereld, die een weg gaat los van God?
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's