Globaal bekeken
Dezer dagen verscheen een boek van ds. P. Vermaat onder de titel 'Wandelen aan Zee... in gedachten en gedichten' (uitgave Boekencentrum Zoetermeer). Hier volgt een stuk, getiteld Vogels van de kust:
'De zeevissers moesten vroeger gebruikmaken van heel eenvoudige hulpmiddelen. Zij hadden nog geen routeplanner. Ze moesten "een zonnetje schieten" of een dieplood uitwerpen om hun positie te bepalen. Als er weinig zicht was, wisten ze niet hoe dicht ze al bij de kust waren. Een vuurtoren gaf vaak uitkomst, maar dat ook weer niet als het zicht slecht was. Maar een geoefend zeeman had ook zijn eigen "waarneming". Hij zag het aan de vogels. Als meeuwen je schip omringen, dan komt ook de kust dichterbij. Zo eindigt deze psalm. Gods pad in de zee was onbekend. Hij geeft ons ook geen routeplanner waarmee we de koers al ver vooruit kunnen zien. Maar Hij biedt ons wel zijn hand. Vaak gebruikt Hij heel gewone mensen als "vogels van de kust", wanneer de levensweg voor ons onduidelijk is.
De vader van een meelevend Schevenings gemeentelid, Willem Kruikemeier (1894-1948), heeft in zijn bewogen leven, dat getekend is door de oorlogsjaren, daarvan getuigd. Van zijn gedichten en verhalen is veel onuitgegeven gebleven, maar niet zijn berijming van Psalm 77, waarvan ik zijn eerste en laatste strofe ter afsluiting doorgeef.'
Ik roep tot God met al mijn kracht
en schrei naar Hem, op Wie ik wacht.
Hij neigt het oor tot mijn gebed,
als een, die zich tot luisteren zet.
Toen mijn benauwdheid overmocht
heb ik des daags mijn God gezocht,
en overnacht in eenzaamheid
mijn handen naar Hem uitgebreid
Daar, waar de draaikolk schuimt en spat,
in diepe zeeën was uw pad.
Hoe zijn Uw wegen vreemd en zwaar,
Uw gangen onberekenbaar!
Gij hebt Uw volk geweid, gehoed,
gelijk een trouwe herder doet.
En bracht hen veilig in hun land,
Door Mozes' en Aaron's hand
* * *
Nog iets over Scheveningen. Dezer dagen verscheen een boek van Cees Fasseur, getiteld Wilhelmina- krijgshaftig in een vormeloze jas (uitgave Balans). Daaruit de volgende passage:
'Pikant waren haar bezoeken aan zuidelijke provincies, Noord-Brabant en Limburg, vanwege de meestal grote opkomst van rooms-katholieke geestelijken. Wilhelmina wilde alles vermijden wat in haar woord of gedrag hun wellicht aanstoot kon geven en was daardoor juist extra gespannen. Toen bij een bezoek aan Limburg van 20 tot 22 oktober 1925 maar Juliana stak hier de eerste spade in de grond voor het Julianakanaal - de clerus het liet afweten, was zij merkbaar opgelucht.
'Zulke bizondere tusschenpersonen tusschen de menschen en mij, omdat deze niet zo gemakkelijk te begrijpen zijn, maakten de mensen ook onbegrijpelijk voor mij, kunstmatig en nu werd ik gemakkelijke eigen met hen. Dat is een leelijke maar ware opmerking.'
Hoeveel vertrouwder was haar dan de bevolking in uitgesproken protestantse streken. Op 26 september 1922 woonde zij in rouwkostuum de onthulling bij van het monument voor de in de Eerste Wereldoorlog omgekomen vissers op Scheveningen, een indrukwekkende plechtigheid die haar even héél dicht bij haar volk bracht.
'Die arme vrouwtjes en kindere waren nog zoo bedroefd en het comité, vooral de visschers die er deel van uitmaakten, diep onder den indruk. Het was bijna een rouwdienst en de spanning voor de nagelaten betrekkingen was heel groot; eerst het gezang, dan de toespraken en daarna weer gezang! Ik ging nog even met hen praten en toen kwam de ontspanning. Ee vrouwtje voerde zoo'n beetje namens de anderen het woord en zij vroegen ook of zij mochten zingen "dat 's Heeren zegen op U daal", wat zij dan ook deden. Dit spontane was wel het meest indrukwekkende van het geheel.'
* * *
Mevr. Hijltje Vink te Stolwijk zond ons het onderstaande poëtische proza van haar hand, gericht op het afleggen van belijdenis des geloofs door mensen met een verstandelijke handicap.
'Ze heet Jaqueline
en morgen doet ze belijdenis.
De buurvrouw en weet het al...
en de meester van school...
en de man van de Super...
en oma, niette vergeten...
en zelfs de zwerver uit het park.
Zij weten het allang en tellen met haar de dagen af.
Ze heet Jaqueline
en morgen doet ze belijdenis.
Met haar negentien jaren
weet ze amper nog,
wat de Heere God op de vijfde dag schiep
Laat staan, wie de eerste koning van Israël was.
Maar maakt dat wat uit?
Het is ook wel errug lang geleden. Toch?
Ze heet Jaqueline
en morgen doet ze belijdenis.
Want de Heere Jezus kent ze wel. Nou en of
"Weet je wat Hij gedaan heeft?"
Ze laat het zien met twee kaartjes.
Een met haar eigen naam erop en een zij "Jezus".
"Kijk," zegt ze. "Als ik iets fout doe
mag ik Zijn naam over mijn naam heenleggen.
En dan komt alles goed."
Ze heet Jaqueline en doet morgen belijdenis.
Waarom?
Daaróm!'
* * *
De Stichting Hulp Oost-Europa gaf in verband met het 25-jarig bestaan, dat dezer dagen wordt herdacht, een jubileumnummer uit van 'Helpende Handen'. Daarin komen ook mensen aan het woord, die in de loop der jaren in Oost-Europa contactpersonen waren. Hier volgen enkele fragmenten uit stukken van twee predikanten die vanaf het begin in Hongarije contact hadden met de stichting.
• Ds. Harkai Ferenc:
'Ik was senior van de studenten aan Theologische Academie van Budapest en ook docent Hebreeuws en Grieks en exegese van het Oude en Nieuwe Testament. Het was de bedoeling dat ik verder zou studeren. Ik kon een studiebeurs krijgen om naar Bazel te gaan. Ik was 23 jaar, niet bang maar wel een beetje naïef en maakte er geen geheim van dat ik geen communistisch mens was.
In 1973 moest ik bij de afdelingsleider van de synode komen. "Als je meewerkt kun naar Bazel", zei hij, "als je dat niet doet is je carrière voorbij."
"Ik werk niet mee", zei ik. Wekenlang ben ze geprobeerd om me van gedachte te laten veranderen. Dat is niet gelukt. Toen werd ik als predikant naar Tázlár gestuurd. Stel je dat eens voor: je hebt je hele leven in Budapest geleefd en ineens zit je 200 kilometer verderop op de Poesta in een gemeente met honderd leden. In die situatie kwamen de mensen van Hulp Oost-Europa.
Hoe onze situatie toen was? Slechter kon het niet. We hadden niet eens te eten, soms dagenlang niet. Je kunt je dat nu niet voorstellen. Tázlar ligt in een gebied waar de grond zo slecht is dat de staat er niet eens een kolchoze wilde maken. We waren er nog maar kort en contact met gemeente was er nog niet. Een paar maanden later waren die contacten er wel en werden we volledig geaccepteerd. Toen zorgden ze ook voor eten.
Misschien lijkt dat nu vreemd, maar ik vertrouwde de mensen van HOE niet Daarom was ik ook zeker niet vriendelijk. Toch had ds. Van Rootselaar wel sympathie kon voor me, geloof ik. Toen hij een keer met een hartinfarct in het ziekenhuis in Baja lag, heb ik hem meerdere keren bezocht en hebben we goede gesprekken gevoerd. Hij is voor ons een van de belangrijkste mensen in ons leven geworden.'
• Ds. Oliver Czöveck:
'In Hongarije is er wel eens eens een zekere angst geweest dat Nederlanders hun kerkelijke verdeeldheid op de Hongaarse kerk zouden overbrengen. Dat is niet gebeurd. Hun hulp was voor Oost-Europa ongelofelijk belangrijk. Wat Nederlanders voor de Hongaren hebben gedaan, kunnen wij niet genoeg waarderen. Wat ik me wel eens afvraag is of de hulp in geestelijke zin voor beiden vruchtbaar was. Zijn wij er samen ook geestelijk door gegroeid en versterkt? (...)
Niet alles kwam op de plaats van bestemming terecht, maar wat er wel kwam maakte ons leven draaglijker. Deze hulp was een geweldige bemoediging voor ons. We ervoeren er de gemeenschap der heiligen door. We kenden de namen van de organisaties vaak niet eens. Maar we wisten dat er mensen achter stonden die ons daadwerkelijk wilden helpen. In die tijd hadden we hulp heel hard nodig. Dat is eigenlijk nog steeds zo.
Tegenwoordig is het belangrijk met de mensen te overleggen wélke hulp nodig is. Wat is de beste methode? Wat is het beste materiaal? Bij lectuur is het niet alleen belangrijk, dat we Nederlandse werken krijgen. Natuurlijk, we hebben er onvoorstelbaar veel aan gehad. Maar ook in ons eigen land wordt nu veel geschreven. Die werken kunnen we soms beter gebruiken, omdat ze onze volksaard meer aanspreken.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's