De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Oene in de ban van mond- en klauwzeer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Oene in de ban van mond- en klauwzeer

14 minuten leestijd

Zaterdag 24 maart belde dr. ir. J. van der Graaf mij op om een schriftelijke impressie te geven van de ontstane situatie in Oene vanwege het mond- en klauwzeer. Aan dit verzoek voldoe ik graag. Hierbij mijn verhaal.

Angst

Het zat al in de lucht. Het verschrikkelijke mond- en klauwzeer bedreigde al geruime tijd ons land. In Engeland waren er reeds tal van uitbraken, honderden dieren waren er al opgeofferd, afgeslacht om de epidemie te keren. Maar de ziekte zette door, nog veel meer offers eisend. Er verrezen in het Verenigd Koninkrijk brandstapels om de kadavers te verbranden, want de destructiecapaciteit schoot enorm te kort. We hoorden het allemaal aan, we lazen het in de kranten, maar het bleef betrekkelijk ver van ons bed.
Tot het virus begin januari ook in Frankrijk opdook. Frankrijk was dichterbij: het virus was het Kanaal al over. Zou Nederland gespaard blijven? In de kerkenraad spraken we er regelmatig met elkaar over, de boeren zaten er al behoorlijk over in. Als er een geval in Oene bekend werd, zou binnen een straal van een kilometer alles geruimd worden, werd mij te verstaan gegeven. Een ramp, want Oene is een boerendorp.
Afgelopen biddag - 14 maart - hebben wij het uitvoerig over de dreiging van MKZ gehad. Zouden wij als Nederland beter zijn dan Israël dat bij de overtreding van Gods geboden gestraft werd (Deuteronomium 28)? Is de menselijke overmoed en zonde ook in Nederland niet heel groot geworden? Vrij algemeen is het besef dat we het wel zonder de Heere kunnen: we hebben Zijn zegen immers niet nodig? Met onze menselijke techniek komen we ook een héél eind. Althans, zo denken (dachten? ) we...

Werkelijkheid
Over deze dingen hebben we gesproken, daarbij het MKZ-gevaar met name noemend. We wisten toen al dat het immers héél besmettelijk en vrijwel onstuitbaar was als het eenmaal was uitgebroken. Maar toen spraken we nog over een dreiging, enige dagen later was het werkelijkheid.
Zaterdag 17 maart om halfvijf stond er opeens een verschrikte koster bij mij aan de deur. 'Dominee, heeft u het al gehoord? Bij Gerrit van der Weerd aan de Veluwsedijk is er MKZ uitgebroken. Alle tekenen wijzen erop!' Ik schrok geweldig: zou dan toch ons dorp getroffen worden; zouden dan toch honderden koeien worden afgemaakt? Een sombere gemoedsstemming maakte zich van mij meester. Direct zie je allerlei gezichten voor je van mensen die getroffen worden; denkbeeldig trek je de cirkel met de straal van een kilometer (zo gold het toen nog) rond de getroffen boerderij, hopend dat zo min mogelijk schapen van je kudde geraakt worden.
De lucht klaarde echter op. Het leek allemaal nogal mee te vallen; de eerste testen waren negatief: geen duidelijke vaststelling van de ziekte. Maandag ging ik opgewekt weer op bezoek bij mensen die daar in de buurt woonden. Weliswaar waren de boerderijen afgesloten en waren sommige boeren uit voorzorg 's zondags uit de kerk gebleven, maar de stemming was niet gedrukt: de berichten waren immers gunstig.
't Was valse hoop die spoedig de bodem werd ingeslagen. Ik was op bezoek bij een oude boerin op een prachtige oude hofstede. We waren aan de praat en het werd voor mij tijd om weg te gaan. Een nicht kwam binnen die vertelde dat bij Van der Weerd tóch de ziekte was uitgebroken! Het gezicht van de oude vrouw verstarde. Ze voelde dat er grote zwarte wolken dreigend boven haar bedrijf hingen!
Toen ik naar huis reed om catechisatie te geven, voelde ik dat de stemming in het dorp veranderd was. Er was angst en spanning. Ook de catechisanten - voor zover aanwezig - waren anders dan gewoon: iedereen was vol van de AID-busjes die door het dorp reden, en de afzettingen die nu een feit werden. Twee jongens (12 en 13 jaar) van een boerderij binnen de straal van een kilometer, vroegen me te bidden of hun boerderij er toch buiten mocht vallen...

Pers
's Avonds laat - toen de catechisaties waren afgelopen - drongen er steeds meer berichten door. En meteen begon ook de 'terreur' van de pers. Ze waren trouwens bijna direct na de eerste berichten al met velen aanwezig in Oene. Op TV-Gelderland waren al opnamen van Oene en de betrokken boerderij te zien geweest. Ook de dominee moest z'n mening geven. Liefst voor de camera. In overleg met de scriba besloten we ons zo terughoudend mogelijk op te stellen. De volgende dag bestookte de pers ons opnieuw. Of ik een paar vragen wilde beantwoorden voor het Radio-éénjournaal. 't Is nooit uitgezonden (bij mijn weten) want de zaken namen ineens een dramatische wending. Dat was één van de ervaringen met de pers. Vele zouden volgen. Ik moet zeggen, meest niet tot mijn genoegen. Verslaggevers willen je altijd dingen laten zeggen, die je liever niet of anders gezegd zou willen hebben. Ze interpreteren verkeerd, ook al ben je nog zo voorzichtig en terughoudend, of juist omdat je dat bent. Ze zijn brutaal, nieuwsgierig en verzot op boude uitspraken. Vele keren ben ik door theologische onbenullen gevraagd te reageren op de uitspraak van ds. De Jong uit Staphorst 'MKZ is een straf van God'. Ik heb er ten slotte maar een kerkbodestukje over geschreven en dat met de vragenstellers meegegeven, maar zelfs dan verdraaien ze soms je woorden.

Alles verandert
Terug naar de gang der feiten. De definitieve (? ) uitslag van het onderzoek was binnen: MKZ had ook in Nederland toegeslagen. En ook in andere plaatsen waren verdachte bedrijven.
We besloten als moderamen 's morgens samen te komen: crisisberaad. Wat stond ons te doen, hoe zouden we de betrokkenen kunnen bereiken; wat waren de spelregels? Besloten werd dat er pastoraat via de telefoon zou plaatsvinden, om geen onnodige risico's te nemen. De mensen in het afgesloten gebied zouden opgebeld worden. Op het moment dat zo'n ziekte uitbreekt, veranderen bijna alle dingen. Want alle verenigingswerk werd pardoes stilgelegd; geen enkele samenkomst mocht meer doorgaan. (Nauwelijks beseffen we als we D.V. voor de data zetten, dat wel eens alles niet door kan gaan.) Weldra sloot ook de school; de kinderen waren vrij, maar het was geen feest: geen kind vertoonde zich op straat. Oene is niet zo'n rumoerig dorp, maar nu was het beangstigend stil: de weinigen die nog op straat liepen, keken strak en somber voor zich uit. Slechts een enkele reporter liep het dorp door, gretig op zoek naar nieuwe informatie, want de kijker of lezer moet kunnen consumeren... In de pastorie werd het een hectische toestand: bijna continu rinkelde de telefoon. De hele dag deed ik vrijwel niets anders dan mensen vertellen wat hier allemaal gebeurde. Om bereikbaar te blijven voor spoedtelefoontjes heb ik maar een mobieltje erbij aangeschaft, dan had ik twee lijnen...

Emotie
Als ik via de telefoon mensen pastoraal benaderde, waren de gesprekken vaak heel emotioneel. Ik heb het gevoel in deze weken de boerenstand te hebben leren kennen. Boeren houden van hun beesten, vooral melkveehouders. Ze gaan er dagelijks mee om. Afscheid nemen van beesten heeft soms iets van een rouwproces. Dat klinkt vreemd, maar 't is de werkelijkheid. Bijna niet een boer die ik sprak, kon zijn beesten zonder droge ogen afstaan. Beesten die de volgende dag afgemaakt zouden worden, kregen soms 's nachts nog extra brokken en een aai over de neus... 'Je bent niet alleen boer voor de centen', zei iemand mij, 'het is een manier van leven!' Het is voor boeren zeer moeilijk om hun levenswerk kapot te zien gaan. Alle veebedrijven hadden stamboekvee. Ik als leek dacht voorheen dat je iedere willekeurige koe naast een andere kunt zetten, totdat de stal vol is; maar dat bleek een grote misvatting. Boeren zijn haarfijn op de hoogte van 'bloedlijnen'. Ze fokken de beesten zelf, soms generaties lang. Als alles weg is, is dat werk voorgoed stuk! Daarnaast zijn er natuurlijk ook de financiële zorgen.
De telefoongesprekken waren aangrijpend, soms emotioneel. Hoe moeilijk echter pastoraat voor de telefoon ook is - eigenlijk was het niet meer dan heel goed luisteren - het is niet onbevredigend: je mocht toch heel dicht bij de mensen komen. Verslaggevers vragen je soms: 'U zult het wel druk hebben, want de mensen zoeken natuurlijk bij u geestelijke bijstand.' Dat was juist niet het geval. Ik zocht de mensen op, en de geestelijke bijstand die ik kon geven, hadden ze soms zelf al in het Woord gevonden! Ook dat moet worden gezegd. Naast heel verdrietige dingen, zijn er ook ontroerend mooie momenten geweest. Mensen bij wie alles wordt afgenomen en er geestelijk rijker uitkomen. Die kennelijk de troost en de nabijheid van de Heere mogen ervaren. Die ervaren dat de Heere toch goed is. Of die ervaren dat ze - ook al vreesden ze de Heere - toch wel erg op het stoffelijke alleen betrokken waren. Mensen die nooit een vrij gebed deden, legden de noden nu met hun gezin aan de Heere voor. Natuurlijk, dat geldt niet allen, en daarmee zijn alle problemen voor de toekomst niet weg, maar het gebeurt toch... En je wordt er stil en ontroerd van. Boven de A50 ter hoogte van Oene een spandoek: 'Oene wordt niet meer als vroeger'. Dat zal waar zijn, er gebeurt erg veel; mensen wordt erg veel afgenomen; ook dingen die niet financieel te compenseren zijn. Maar als Oene nu eens echt veranderde, wat zou dat groot zijn. Als de slagen ons nu eens tot de HEERE uitdreven en een geestelijke opwekking veroorzaakten... 't Zou winst zijn! Eeuwige winst zelfs.

Leed en hulp
Het afmaken van dieren is een zeer ingrijpend gebeuren. Als grote vrachtauto's langs het raam van je studeerkamer rijden, met daarin beesten die nog even geleden springlevend waren. Als je kranen voorbij ziet gaan met grote grijpers, die prachtige beesten afvoeren ter destructie, dan vraag je je af: waar zijn we met z'n allen mee bezig? Zijn het niet alle offers voor de moloch van de economie? Je hoort het zuchten van de schepping, dat er door de zondeval en de voortgaande goddeloosheid is (Romeinen 8). Onderwijl was er in Oene een crisisteam gestart. Een organisatie van (kerkelijke) vrijwilligers om getroffen boeren moreel en terzake kundig bij te staan als men tot ruiming moest overgaan. Hiermee zijn zeer goede ervaringen opgedaan: betrokken boeren zijn soms zo emotioneel dat ze lang niet aan alles denken. Een extra man erbij kan voor veel (financieel) onheil behoeden. Een checklist van de GLTO, aangevuld door opmerkingen van onszelf, diende als leidraad voor de hulptroepen.
Het team vrijwilligers kwam zaterdagmorgen bijeen in ons verenigingsgebouw 'de Ark'. Voor de deuren lagen ontsmettingsmatten. Het was een bijzonder samenzijn: met elkaar - zo'n 30 man - probeer je een ramp het hoofd te bieden. Allerlei mensen werken op dat moment samen. Gezamenlijk leed leidde tot ineengeslagen handen, en ook gevouwen handen om de zegen van God bij al het hulpwerk dat we deden af te smeken. Zo'n samenzijn geeft een heel bijzondere band. Ontzaglijk veel werk is door dit vrijwillige hulpteam verricht. Onnoemelijk veel telefoontjes naar instanties om dingen voor anderen te regelen. Ik noem een voorbeeld. Een bijna terminale kankerpatiënt kon eigenlijk niet meer thuis verpleegd worden. Eigen kinderen durfden nauwelijks het boerderijtje nog te betreden uit angst om het virus - want de boerderij van de buren was besmet - mee te dragen naar hun woonplaatsen. Gelukkig was door de snelle actie van ons comité een versnelde ruiming van de beesten mogelijk. Na enige aandrang vanuit het crisisteam bleek men van overheidswege daartoe bereid. Ik vergeet niet gauw hoe van de man die samen met z'n vrouw had zitten huilen van doffe ellende - omdat hij desnoods maar verhuizen moest - de last als een pak afviel toen voor hen deze versnelde ruiming geregeld kon worden.

Troost
Ik noem nog maar enkele voorvalletjes: de preek van zondagmorgen. De tekst ervoor was mij door een ander aangedragen. Iets wat me nog nooit gebeurd was, maar wat iets moois heeft. Want als dominee zoek je ook naar woorden in zo'n situatie. En door de bijna continu rinkelende telefoon heb je nauwelijks gelegenheid voor bezinning, laat staan voor studie. Wat een rijkdom als je verslagen mensen - want dat waren het die in de Oener kerk voor mij zaten - mag wijzen op het houvast dat de Heere geeft in Zijn Woord. Voor de dienst zongen we - het was aan de beurt - psalm 42 : 5: 'Maar de Heere zal uitkomst geven, Hij die 's daags Zijn hulp gebiedt - 'k Zal Zijn lof zelfs in de nacht, zingen daar ik Hem verwacht.' Het was een preek vóór de preek. God is goed voor wie Hem verwacht! Daarom kon Habakuk zelfs zingen toen er geen rund meer in de stal was.
De preek ging over Jesaja 30: 18 - En daarom zal de Heere wachten, opdat Hij u genadig zij, en daarom zal Hij verhoogd worden, opdat Hij Zich over ulieden ontferme, want de Heere is een God des gerichts; welgelukzalig zijn die allen, die Hem wachten. De HEERE slaat niet uit lust tot plagen. Hij laat ons de ijdelheid van het vertrouwen op eigen wijsheid en kunde zien, opdat wij in de weg van bekering Hem verwachten. Hij zal niet beschaamd doen uitkomen die hun hoop op Hem stellen.

Saamhorigheid
In een situatie van nood ben je op elkaar aangewezen, Als moderamen van de kerkenraad komen we iedere dag bijeen, 't Schept een band: je gaat met elkaar door een diep dal, maar 't is soms ook heel verrijkend. Vaak is dominee-zijn een eenzaam ambt; dat heb ik in deze tijd niet gemerkt. Je staat er niet alleen voor; gelukkig is er een kerkenraad en zijn er vrijwilligers. En is het niet Isrels God die krachten geeft? Er zijn ook talloze telefoontjes van vrienden, collega's en mensen uit de hogere organen die aan je denken en je moed inspreken. Bemoedigend. Ik denk dat ik - als ik het beleven mag - nog wel eens met heimwee terug zal denken aan deze periode van gezamenlijke nood, maar ook gezamenlijk werken, strijden en bidden. HP/De Tijd sprak op de cover van haar blad van 30 maart 2001 over 'de vloek van Oene', maar wij hebben ook veel zegen ervaren. En niet alleen wij! Het is pas een vloek als God weg is, ook al zou je je rijkdom mogen houden!

Afgezonderd
Hoe is Oene nu? Regelmatig schieten mij historische vergelijkingen te binnen. Je leest vaak van belegerde steden. Nu, zo erg is het bij ons nog niet, maar als je hier niets te zoeken hebt, kom je het dorp niet in. En als je het wel doet, riskeer je een bekeuring die tot ƒ 500, - kan oplopen. Je moet voor je het dorp uit- en ingaat, je schoenzolen ontsmetten in een emmer water met citroenzuur en met de wielen van je auto over een mat rijden. Het virus moet binnen Oene blijven. Helaas merken we echter ook dat het virus zich niet tot Oene beperkt heeft. De angst die zich van Oene meester maakte, zal ook andere plaatsen in ons land in z'n greep krijgen als God het niet verhoedt. 
Aangrijpend is het moment dat je hoort, dat vrijwel heel Oene geruimd zal worden: geen enkele koe, varken of geit zal meer in Oene overblijven. Ongeveer 50 boerderijen staan straks zonder beesten. De stilte van de dood waart rond. Dat doet veel pijn. Maar er is ook een andere kant. Pas stond de regenboog boven ons dorp. Was het een teken van de Heere? We weten het niet, maar Hij is de Getrouwe. Hij laat niet varen de werken van Zijn handen. Als we Zijn sprake maar ter harte nemen en ons bekeren tot Hem. Want alleen in de wederkeer tot Hem ligt de ware vrede en de welvaart naar ziel én lichaam!

Oene,
A. J. VAN DEN HERIK

P.S Vanuit de diaconieën van de getroffen gemeenten ondersteunen we van harte de landelijke actie om de boeren te helpen. Laat uw meeleven niet alleen moreel zijn. Steun fonds MKZ Giro 1404/Bank 140041400.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Oene in de ban van mond- en klauwzeer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's