Enige opmerkingen bij en over Zacharia I4 [3]
4. De vlucht
Wanneer we de bespreking van bijzondere woorden en beelden vervolgen, dan wordt voorzegd hoe na de splijting van de Olijfberg in twee delen door de kloof er velen zullen wegvluchten uit de stad. De andere helft van de bevolking wordt gedeporteerd. De paniek die uitbreekt en zonder orde doet wegrennen herinnert aan de verschrikkelijke tonelen die zich bij de zware aardbeving tijdens de regering van koning Uzzia hebben afgespeeld. Maar God laat de stad niet ondergaan en de bevolking niet omkomen! Onwillekeurig denken we aan Openbaring 12, waar aangekondigd wordt hoe de vrouw een schuilplaats vindt in de woestijn voor de draak. En lijkt de stad verloren, dan grijpt Hij persoonlijk in door Zijn komst, vergezeld van Zijn heiligen, de engelen!
5. Een enige dag
In de verzen 6-9 voorzegt Zacharia de komst van een enige dag die God alleen bekend is. De tekening doet denken aan wat de profeten Jesaja, Joël, Amos en Zefanja hebben gezegd over 'de Dag des HEEREN'. Maar tegen alle vrees en sombere verwachting in wordt het op de tijd van de avond licht! Wanneer men bang denkt 'nu is alles verloren' blijkt alles gewonnen, bij en door de Heere. De verrukkelijke weelde wordt uitgebeeld door de schildering van levende wateren uit de heilige stad. Lezen we in Ezechiel 47 iets dergelijks, hier vloeit het water zowel naar het oosten als ook naar het westen! En het jaargetijde doet er niet toe. In de zomer en in de winter is er overvloed aan water. Het heilige land heeft een geheel ander aanzien nu dan in de eindtijd. Maar dat is de buitenkant. Veel wezenlijker is het dat Israël dan een echte theocratie zal zijn. In de geschiedenis van dit volk ging het er om dat de monarchie ingebed zou zijn in de theocratie. Helaas, dat werd geen werkelijkheid. Soms vertoonden zich slechts sporen en trekken daarvan. Maar als de Messias zou regeren als de zichtbare openbaring van God, dan, ja dan zou er een nieuw volk onder een nieuw bewind in een nieuwe samenleving zijn.
6. God en Jeruzalem
Op typisch oudtestamentische wijze schildert Zacharia in de verzen 10 en 11 de heerlijke realiteit van Gods koningschap en de volledige, universele erkenning daarvan. Te midden van een bekoorlijk landschap troont Jeruzalem verheven en volkomen veilig, want er dreigt geen oordeel meer. Na zware strijd en grote nood wacht de stad Gods en de inwoners een onvoorstelbaar heerlijke toekomst.
7. De donkere keerzijde
Elke medaille heeft twee zijden. Daar is ook een keerzijde zoals de verzen 12-15 weergeven. Op huiveringwekkende wijze voltrekt God na de bevrijding van Jeruzalem het gericht aan de volken die uit waren op de ondergang van de heilige stad en van die daarin woonden, Zijn volk. Er breekt grote paniek uit, men grijpt elkaars hand tot steun maar keert zich ook tegen elkaar. Heel beeldend wordt dit oordeel van goddelijke vergelding beschreven en waarom zou dat niet letterlijk mogen worden verstaan? Het valt op hoe pijnlijk nauwkeurig Zacharia dit weergeeft. Eerst krijgen de mensen een beurt en dan de dieren. Beide teren gewoon weg dus de voltrekking van de straf zal afzichtelijk zijn.
8. De rest
Heel vaak hebben de profeten in Israël, wanneer zij het gericht van God aankondigden, ook gesproken over een rest die het zou overleven en het heil van Hem zou ontvangen. Uit die rest zou het heil zichtbaar worden in en met de komst van de lang Beloofde. Ook Zacharia weet ervan, zie de verzen 16-19.
Wat een feest zou het zijn als deze gelouterde rest de volken ziet opgaan naar de heilige stad en dan niet met kwade bedoelingen, integendeel! Ze zullen het loofhuttenfeest (mee) vieren. Voor de profeet zelf is dat ook een heerlijk toekomstbeeld. Hij stamde immers uit een priesterlijk geslacht. Wat was hij betrokken op de eredienst in de herstelde tempel! En het loofhuttenfeest is wel het meest vreugdevolle van de grote feesten. Maar wee degenen die zich daaraan zouden onttrekken. Ondersteld wordt dus dat ook dan niet allen de God van Israël zouden erkennen. Een zware straf zou hun deel zijn: gemis aan regen dat hongersnood zou veroorzaken! Wanneer men uit Egypte weigert God toe te behoren komt er een andere straf, want de Nijl bevloeit daar de akkers en zorgt voor vruchtbaarheid. Tekent de profeet hier beeldend en oudtestamentisch wat Johannes later op Patmos zag en vernam 'maar de vreesachtigen en ongelovigen... Is hun deel in de poel die brandt van vuur en sulfer...', Openbaring 21: 8?
9. Glorie aan God
Ten slotte wordt in de slotverzen 20 en 21 geschetst hoe groot de verandering wezen zal die zich in de eindtijd voltrekt. Zelfs de paarden, uitbeeldend de wereldmacht, zijn God toegewijd en dragen hetzelfde opschrift als de hogepriester draagt op zijn tulband. Ook alle vaatwerk is heilig. Een heilig volk dient volmaakt de heilige God! Geen ontwijding zal er meer zijn door de komst van een heiden uit Kanaan. Dit slot mag bij velen een wonderlijke indruk maken maar de priesterlijke profeet is vol van de glorie aan God.
W. CHR. Hovius, APELDOORN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's