Een HEER-lijke dag!
'Als het dan avond was, op denzelven eersten dag der week, en als de deuren gesloten waren, waar de discipelen vergaderd waren om de vreze der Joden, kwam Jezus en stond in het midden, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!' IJoh. 20 : 19]
De dag des Heeren
Wat een HEER-lijke dag is die eerste dag van de week geweest, waarop Jezus Christus opgestaan is uit de doden. 's Morgens vroeg zijn de vrouwen al naar het graf gegaan om het lichaam te verzorgen. Zij ontdekten echter dat de steen weggerold was. En zij vonden het lichaam van Jezus niet. De deur van het graf was geopend. Wat niemand kon, had Hij gedaan. Hij steeg uit 't graf door 's Vaders kracht, want Hij is God, bekleed met macht. Een engel heeft de paasboodschap gebracht. Aan de vrouwen is Hij verschenen en in de loop van de dag aan Simon Petrus en even later ook nog aan de Emmaüsgangers. Wat een dag! En nu ontmoeten we door middel van onze tekst Jezus 's avonds laat. Jezus heeft gezegd: 'Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook' (Joh. 5 : 17). Dat komt ook hier weer naar voren. Hij is op deze dag, waarop het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht is, van de morgen tot de avond bezig. Hij beperkt Zich niet tot de zondagmorgen. Het was echt dé dag van de Héére. Geen wonder dat die eerste dag van de week voor de christelijke kerk ook de dag des Heeren gebleven is. Een HEER-lijke dag! Een paasdag is het geweest en gebleven! Deze HEER-lijke dag was steeds het uitgangspunt voor alle arbeid van de christelijke kerk in het Koninkrijk van God. Wij mogen óók elke week met deze dag beginnen. En de Heere belooft ook daar te willen komen waar we in Zijn Naam bijeen zijn. Hij leeft! En juist vandaaruit kunnen we altijd overvloedig zijn in het werk des Heeren. Je weet dan dat het niet ijdel is. Hij onttrekt het aan de vergankelijkheid.
Een angstig hoopje discipelen
Ook al is het dan een HEER-lijke dag, we ontmoeten in een bepaalde ruimte in Jeruzalem een vreesachtige kudde van deze Herder der schapen, die uit de doden is wedergebracht. De discipelen zijn weliswaar weer bij elkaar. Nog wel niet helemaal in het oude verband. Judas is er niet meer bij. Thomas is er nog niet bij. Tien discipelen zijn in ieder geval bijeen. We mogen daarin het werk van de grote Herder ontdekken. Hij vergadert Zijn Kerk door Zijn Woord en Geest tot op de dag van vandaag.
Hij had het voorzegd dat de Herder geslagen zou worden en de schapen verstrooid. Ze zouden Hem allemaal alleen laten. En in de hof heeft hij het nog aan de bende gevraagd: 'Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.' De Zijnen mochten heengaan. Hij alleen werd meegenomen en Hij is uiteindelijk overgeleverd om gekruisigd te worden. Slechts Petrus is ook nog het binnenhof, waar Jezus verhoord werd, binnen weten te komen. Hij wilde zijn eigen woord waarmaken. Er is echter niets van terechtgekomen. Hij heeft zijn Meester daar verloochend. En ook Petrus mocht - bitterlijk wenend weliswaar - vrijuit naar buiten gaan. Ondertussen waren de discipelen verspreid over verschillende adressen in de stad. De opgestane Levensvorst is echter op deze eerste dag van de week bezig geweest om Zijn schapen weer bijeen te vergaderen. Wat een liefde, trouw en zorg van Hem! De vrouwen hebben de paasboodschap moeten doorgeven aan Zijn broeders. En die boodschap heeft hen toch weer in deze ruimte samengebracht. In wezen Christus' werk! Zij verblijven achter gesloten deuren, omdat zij bang zijn voor de joodse overheid. Ze hebben voorzorgsmaatregelen genomen. We ontmoeten dus wel een angstig hoopje discipelen. De schapen gedragen zich nogal schichtig zonder Herder. Laten we echter de discipelen deze vrees maar niet euvel duiden. Wij zijn echt niet anders. En als we Hem uit het oog verliezen, blijven we nergens. Zij hebben er ook wel reden voor om te vrezen. Petrus had o.a., staande samen met de soldaten bij het kolenvuur, de hogepriester aan Jezus horen vragen over Zijn discipelen en Zijn leer (Joh. 18 : 19). Het zal deze leerlingen van Jezus óók wel bekend geworden zijn dat er laster verspreid werd onder de joden. Zij zouden 's nachts het lichaam van Jezus gestolen hebben. En wat kun je doen tegen lasterpraatjes. Je staat er altijd machteloos tegenover. Na Pinksteren lezen we dat de joodse overheid ontstemd is over het feit dat Petrus en Johannes het volk leren en verkondigen in Jezus de opstanding uit de doden. Zij worden daarom ook opgepakt en in verzekerde bewaring gezet. Die vrees is dus heel begrijpelijk. Zij zijn niet op de door Jezus bedoelde plaats samengekomen. De Heere had na de aankondiging van het lijden gezegd op te zullen staan en hen voor te zullen gaan naar Galilea. Ook de vrouwen hadden dat aan de discipelen en Petrus moeten doorgeven. Daar zouden zij Hem zien. Zij hebben echter daaraan nog steeds niet gehoorzaamd. Terecht zou de Heere dat als onoplettendheid kunnen aanwijzen. Hij doet het echter niet. En Hij komt tot hen! Wat een liefde!
Vrede in plaats van vrees
Zij verwachten op deze HEER-lijke dag eerder hun vijanden dan hun Vriend Jezus. En ondertussen hebben deze tien ook de deur gesloten voor Thomas. Wat gelukkig dat hun Heere en Meester machtig is deuren te openen: deuren van het graf. Deuren van de dood. Deuren voor de verkondiging van het Evangelie. Deuren van onze harten om acht te slaan op wat Hij beloofd heeft. Heerlijk dat mee te maken onder de bediening van het Woord. Wij hebben tegenwoordig deuren in winkels, kantoorgebouwen, scholen en tehuizen die opengaan, als we in een bepaalde straling komen. Maar deze deuren komen in de straling van de opgestane Levensvorst en ze gaan open. Dat is ook nodig, want Hij is waarlijk (lichamelijk) opgestaan. Tevens blijkt opnieuw: Hij is God, bekleed met macht.
Jezus komt binnen en staat in het midden. Als Hij komt, staat Hij altijd in het middelpunt! Hij heeft gezegd in het midden van de Zijnen te zijn, als één die dient. Jezus werd op Golgotha gekruisigd en met Hem twee anderen, aan elke zijde één en Jezus in het midden. Johannes ontmoette Hem als de verheerlijkte Zoon des Mensen, wandelend in het midden van de zeven gouden kandelaren (Openb. 1:13 en 2 : 1). Hij zag Hem ook in het midden van de troon en in het midden van de ouderlingen als een Lam, staande als geslacht (Openb. 5:6). Daarom behoort Hij ook centraal te staan in ons leven en in het leven van de christelijke gemeente. Wat hebben we nodig aan Zijn voeten te zitten om de woorden van het eeuwige leven te horen. Waar Hij komt, verandert alles. Dan komt er in plaats van dood léven. In plaats van vrees vréde.
De Levensvorst opent Zijn mond: 'Vrede zij ulieden'. 'Sjalom' was in Israël een gewone groet en betekende zoveel als: het ga je goed. Nu komen deze woorden echter uit de mond van Hem Wiens Naam men noemt: Vredevorst! En dan is het niet louter een wens. Wij kunnen elkaar wel het goede toewensen, maar niet geven. Hij kan dat wel. O Vredevorst, Gij kunt gebieden de vrede op aarde en in mijn ziel! Hij verwijt Zijn discipelen hier niet. Hij pint ze niet vast op het verleden. Maar Hij gebiedt vrede! Het is dus geen oorlogsverklaring, maar den vredeverklaring.
Reeds bij Zijn geboorte hebben de engelen gezongen over 'vrede op aarde in de mensen een welbehagen'. In Hem heeft God geopenbaard dat Hij gedachten des vredes heeft en niet des kwaads. Zelf heeft Hij het tegen de Zijnen gezegd: 'Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u' (Joh. 14 : 27a). Hij heeft vrede gemaakt door het bloed van het kruis. Vrede met God! De straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem! Paulus schrijft gedreven door de Heilige Geest: 'Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus' (Rom. 5 : 1). Hij geeft een vrede die alle verstand te boven gaat. Hij Die hier in het midden staat zal verandering geven. De Allerhoogste maakt het goed, na het zure geeft Hij het zoet! Iets ervan laat Hij hier al zien: Hij geeft Zijn vrede in plaats van vrees. Hij heeft de duivel overwonnen. De duivel zet alles op z'n kop. En door de zonde is er een breuk ontstaan met God. Van onszelf uit hebben we geen vrede. Hij Die hier komt tot dat angstig hoopje discipelen en in het middelpunt de vredegroet brengt, heeft de duivel en de zonde overwonnen. Hij zet alles weer op z'n plaats. Hij maakt het goed en dan komt het ook echt goed! Zijn sjalom wordt werkelijkheid! We ontvangen op de avond van de eerste dag van de week in de zaal waar de discipelen bijeen zijn even een doorkijkje. Wat een HEER-lijke dag!
H. ROSEBOOM, BRUCHEM EN KERKWIJK-DELWIJNEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's