De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Een predikant-lezer miste 'onze' predikanten op de laatst gehouden Belmontconferentie met het thema 'Aan de andere kant van de kloof', waar een forumgesprek met vier 'nieuw-gelovigen' plaatsvond. Hij zond de stellingen, die aan het eind van de bijeenkomst werden aanvaard.

1. Het gaat erom dat we leren open, gewoon, transparant, authentiek, ontspannen ons christen-zijn te beleven te midden van andersdenkenden.

2. Kerken moeten prioriteit geven aan toerusting van hun leden met betrekking tot het onder woorden brengen van hun geloof.

3. De kerk moet er werk van maken om de bijbelse boodschap eigentijds, eenvoudig en relevant te vertalen.

4. Al ons werk heeft alleen maar zin als we geloven dat God Zelf in mensen werkt en dat Hij het is die Het geloof schenkt.

5. Alleen in een omgeving van warme, liefdevolle relaties heeft de verkondiging zin.

6. Als christenen niet bereid zijn om langdurige, persoonlijke contacten met niet-christenen te onderhouden, is er weinig vrucht verwachten.

7. Er zijn veel meer mensen op zoek dan wij denken, we moeten leren daar beter op in te haken.

8. We moeten ons eerst verootmoedigen en God om vergeving vragen voor het feit dat we als kerk zo vaak tussen Hem en mensen in staan.

9. Het getuige-zijn in woord en daad moet worden ondersteund door aanhoudend gebed.

10. Christenen zijn veel te bang om open over hun geloof te spreken.

 

In het Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis schreef John Exalto een lezenswaardig artikel over 'De winterslaap van de gereformeerde piëtisten' ('Een lokale voetnoet bij de (voor)geschiedenis van Afscheiding en Doleantie'). Daarin gaat het voor een belangrijk deel over Lunteren. Hier volgt een stuk over 'De winterslaap van Lunteren':

'De Lunterse schaapherder Roelofsen betekende zoveel als een dominee voor vele Nederwoudse agrariërs - hij verrichtte ook ziekenbezoek en leidde begrafenissen. Onder leiding van dominee Kalshoven van Ede bekwaamde hij zich tot godsdienstonderwijzer. In 1884 deed hij met goed gevolg examen voor de classis Arnhem. Over contacten met de hervormde kerk van Lunteren vernemen we helemaal niets meer. Liet zij Roelofsen begaan? Het is niet bekend of zij bezwaar aangetekend heeft tegen de examinering van de schaapherder tot godsdienstonderwijzer. Op 11 mei 1884 werd Roelofsen in de hervormde evangelisatie uan Ederveen aangesteld in zijn nieuwe functie. Die functie omvatte in feite hetzelfde werk als dat van de predikant, behoudens de sacramentsbediening. Roelofsen was elf jaar in Ederveen werkzaam en bleef regelmatig voorgaan in het Nederwoud en andere gezelschappen op de West-Veluwe. In 1895 werd hij in Opheusden bevestigd tot predikant van de Gereformeerde Gemeenten onder het kruis. Hij diende voorts de gemeenten Goes, Bruinisse en Zeist, waar hij in 1930 overleed. Door een kerkelijke vereniging in 1907 ging Roelofsen behoren tot de Gereformeerde Gemeenten in Nederland.

In 1821, toen de orthodox-bevindelijke predikant R. Moorrees er stond, vond in Nijkerk een tweede geestelijke opwekking plaats, vele malen gematigder dan die van 1749. Ze effectueerde vooral in een sterk groeiend gezelschap leven in Nijkerk, Barneveld, Ede, Lunteren, Voorthuizen, Scherpenzeel en Woudenberg. Dit gezelschapsleven was wellicht één van de redenen dat het in Lunteren en eigenlijk in heel de Gelderse Vallei niet tot afscheiding op grote schaal kwam, toen die in 1834 en volgende jaren over Nederland golfde. (...)

De eerste uiting van gereformeerd piëtisme in Lunteren werd aangetroffen in de jaren 1790. Wouter Robbert Coster had ook het reglement op de oefeningen van de Staten van Gelderland ondertekend, in 1753 of mogelijk later. Na de approbatie-onder-voorbehoud van zijn manuscript trok hij zich waarschijnlijk terug in zijn conventikel, waar zijn boodschap alleen nog via de orale traditie doorgegeven kon worden. Of dat daadwerkelijk gebeurd is, valt onmogelijk na te gaan. In 1804 werden er wel twee nieuwe oefenaars aangesteld, maar zijn stonden onder direct toezicht van de kerk. Het lijkt erop dat zij geen kerkelijke "tegencultuur" representeerden. De Afscheiding van 1834 kreeg in Lunteren niet veel aanhang. Toenmalig predikant J. G. van den Steen was een anti-piëtist, een "liberaal" man van deugd en goede zeden, een "vijand van de zuivere waarheid" kortom. Zo zag Hendrikus Roelofsen hem tenminste. Hij was één de vele conventikelgangers in negentiendeeuws Lunteren. Verspreid over het dorp en de vijf buurschappen waren vele groepjes vromen aan te treffen, die zich niet bij de afgescheiden kerk aansloten, maar gewoon hervormd bleven. Sommigen liepen 's zondags naar Ede, waar wel een goede dominee stond. Door het strakkere optreden van de Lunterse dominee in de jaren negentig van de negentiende eeuw, werden een aantal leden van de hervormde kerk niet gedwongen partij te kiezen: zij mochten van geen twee kerken lid zijn. En dus kozen een aantal voor de dolerende of kruisgezinden in Barneveld of de afgescheidenen in Lunteren. Dat strakkere optreden van dominee Klompe lijkt de Doleantie van 1886, die in Lunteren overigens maar weinig aanhang kreeg, tot aanleiding te hebben gehad: die ontevredenen en conventikelvromen konden nu eindelijk eens kerkordelijk terecht gewezen worden. Aan het einde van de negentiende eeuw lijkt hervormd Lunteren niet bepaald "liberaal" of "vrijzinnig". Er werd gecollecteerd voor de VU en een vergadering van "rechtzinnige" kerkenraden en predikanten bezocht. (...)

Wat valt er nu op basis van het voorgaande te zeggen over de winterslaap van de gereformeerde piëtisten? Het verband tussen Wouter Robbert Coster en Hendrikus Roelofsen is inderdaad niet zo maar aan te tonen. Ideologisch waren zij uiteraard met elkaar verwant, maar van een continue sociale beweging was geen sprake. In traditioneel-kerkhistorische termen zouden we zeggen dat de piëtistische volkscultuur in Lunteren met Wouter Robbert Coster onderdook om pas bij Hendrikus Roelofsen weer boven te komen rond de tijd van Kievit zou zij dan de hervormde kerk veroverd hebben.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's