De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

25 jaar Stichting Hulp Oost-Europa

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

25 jaar Stichting Hulp Oost-Europa

1976-2001

10 minuten leestijd

Op zaterdag 7 april II. zou de Stichting Hulp Oost-Europa in de Oude Kerk te Barneveld haar 25-jarig bestaan gedenken. Vanwege de mond- en klauwzeercrisis, waardoor met name ook de Veluwe in die dagen werd 'afgesloten', heeft het bestuur enkele dagen ervoor de bijeenkomst afgelast. Een begrijpelijke en te respecteren beslissing.

Ondergetekende zou, als oud-voorzittervan de stichting, een herdenkingswoord hebben uitgesproken. Nu de bijeenkomst niet is gehouden wordt de tekst van de beoogde toespraak hiernaast afgedrukt, om op deze wijze toch ook aan dit 25-jarig bestaan breder aandacht te geven. Wellicht wordt in oktober nog nader aandacht aan dit jubileum gegeven.


Het eerste bezoek, dat ik aan het eind van de zeventiger jaren aan Oost-Europa bracht, zal ik niet licht meer vergeten. Natuurlijk maakte het nieuwe, het ook unheimische indruk. Op een zaterdag, laat in de avond, kwamen we aan in een plaats ergens in de binnenlanden van Hongarije. Aardedonker was het op de wegen, aardedonker was het in die plaats. Symbolisch voor de diepe duisternis, die over de landen in Oost-Europa lag. Maar dat was het toch niet, waarom ik dat eerste bezoek hier noem. Bij de predikant ter plekke kwam nog laat iemand binnen, met een brood. Het was het avondmaalsbrood voor de dienst op de zondagmorgen. Dat is me vooral bijgebleven, dat avondmaalsbrood en vervolgens die eerste avondmaalsviering. Er zouden er meerdere volgen. In Dunajvaros bijvoorbeeld, wat Donau-Nieuwstad betekent. Wat de communisten nieuw - een nieuwe stad - noemden was getekend door grauwe, troosteloze, uniforme huizenblokken. Symbool voor de troosteloosheid van het systeem; zonder leven, zonder creativiteit, zonder eigen verantwoordelijkheid van de mensen. Maar midden in die plaats was er die ene kleine gemeente van Christus. Ook daar werd samen avondmaal gevierd, staande om de kleine vierkanten avondmaalstafel.

Het brood dat wij breken is de gemeenschap aan het lichaam van Christus. Zoals uit vele graankorrels één meel gemalen wordt, zegt ons avondmaalsformulier, zo zijn wij allen samen één lichaam.

Delen

Dat we samen één lichaam zijn, bewijzen we elkaar niet alleen met woorden maar ook met daden, zegt het avondmaalsformulier. Hier ligt het diepste motief van wat we eigenlijk ten onrechte hulpverlening noemen. Het gaat meer om dienstverlening dan om hulpverlening. Het ging om het dienen van elkaar in de gemeenschap der heiligen. Binnen de gemeente als het Lichaam van Christus bedeelt de gever niet en bédelt de ontvanger niet maar worden de gaven samen gedeeld. Zo mag het ook gezegd worden bij 25 jaar Stichting Hulp Oost-Europa. Er was wederkerigheid, in de liefde van Christus. Stoffelijke gaven werden zo geestelijke gaven. Zo mochten we omgekeerd hier delen in de eigen geestelijke gaven van broeders en zusters, die moesten ervaren hoe bitter het was te leven onder een godloos regime. De gemeente van Christus hier maakte het mogelijk de gemeenten daar te dienen.

Wij leerden echter wat het betekent te leven onder een zwaar kruis en tegelijk te mogen leven onder het Kruis, onder de hoede van de Hoop. Leven onder hèt Kruis van Christus schept eigensoortige gaven. Dat hebben we mogen ervaren. Dat maakte vaak beschaamd. Ook van eigen armoede werd nog gedeeld. Maar vooral: de Hoop werd gedeeld. Ooit ontmoette ik in de Oekraïne een predikant, die zei, dat zeven jaren gevangenschap in Siberië, met lange voettochten in bittere koude en onder zware lasten de beste jaren van zijn leven waren geweest.

Van sommige gemeenten in Oost-Europa gold, dat ze onder de kwade regimes klein en als tot niet waren gekomen in de ogen der mensen. Het ging erom het overige te versterken, dat sterven zou, zoals van de gemeente van Sardis staat geschreven (Openb. 5). Bij het herdenken mag in verwondering worden omgezien. Omdat het werk werd gezegend. Omdat mensen zich bereid toonden te dienen, in liefde tot Christus en Zijn verdrukte gemeente.

Verschillende broeders, die zich hebben ingezet in deze dienst, zijn niet meer in leven. We denken met dankbaarheid aan hen terug: dominee Van Rootselaar, de pionier, de broeders Klok en Koppert, en de zo jong door een ongeval overleden Jan van Ginkel, van wie we nog zoveel hadden verwacht. De schrijver van de Hebreënbrief zegt, dat God niet onrechtvaardig is, dat Hij zou vergeten de arbeid der liefde, aan Zijn Naam bewezen, in het dienen van de heiligen (Hebr. 6 : 10). Al wat gedaan werd uit liefde tot Jezus, dat houdt zijn waarde en 't zal blijven bestaan. God vergadert de tranen van de zijnen in een fles. Dat deed hij bij de lijdende kerk in Oost-Europa onder het communisme. Maar ook liefdewerk vergeet Hij niet.

Het boek van het verleden is afgesloten. Maar we vergeten niet. Ook in Hongarije vergeet men niet. Vorig jaar deed de rector van het gymnasium in Papa, waar de oude theologische faculteit weer nieuw leven is ingeblazen, mij het verzoek om verslagen van bezoeken in al die jaren af te staan voor de bibliotheek. Samen met alle reisverslagen van bezoekers - een indrukwekkend dossier - zullen ze binnenkort, verzegeld voor een periode van 25 jaar, daar worden aangeboden en ondergebracht.

Vooruit

Vandaag kijken we niet alleen terug, we kijken ook vooruit. Over het verleden zouden boeken te schrijven zijn. Het boek van de toekomst ligt nog open. Wel weten we de opdracht voor het heden. De kerk in Oost-Europa bleef bewaard. Ze verrees hier en daar ook weer als een fenix uit de as. In de hulpverlening moesten, liever mochten andere wegen worden gekozen. Het gaat er nu vooral om standby te verlenen aan de kerken, opdat deze zelf hun taak en roeping kunnen vervullen als vrije kerk in een vrij land, al ligt die vrijheid in de verschillende landen wel verschillend. Werden vroeger boeken van hier in het Hongaars vertaald en in de Hongaars sprekende gebieden ingevoerd, vandaag wordt er in de landen zelf volop gepubliceerd door een aantredende nieuwe generatie. Ds. Oliver Czöveck - een broeder van het eerste uur - wijst er in het jubileumnummer van Helpende Handen terecht op, dat het er nu op aankomt boeken uit te geven in het land zelf, die aansluiten bij het Hongaarse gedachtegoed. Datzelfde principe geldt voor de ondersteuning van het onderwijs, het diaconale en sociale werk dat op gang komt, de doordenking en realisering van de zendings- en evangelisatiearbeid. Hier liggen voor de Stichting Hulp Oost-Europa nieuwe taken en mogelijkheden, die ook in doordenking zijn.

Ongedeeld

De kerk in de traditie van de Reformatie in Oost-Europa kende niet een splitsings- en scheuringsproces, dat voor de kerk van de Reformatie in Nederland kenmerkend is. De kerk aldaar, hoezeer ook gekenmerkt door interne verschillen in geestelijk en theologisch opzicht, is, in de tijd dat er geen richter in het Oosteuropese Israël was, bewaard gebleven voor scheuringen. Onze eigen verdeeldheid kwam en komt helaas maar al te zeer en pijnlijk in het werk voor Oost-Europa aan het licht. Maar het heeft geen effect gehad op het kerkelijke leven in Oost-Europa. Vandaag staat de kerk daar voor de roeping om als gemeenten samen kerk te zijn. Er moet orde op zaken worden gesteld; letterlijk bijvoorbeeld als het gaat om kerkorde. Hoe zal er ook daar een verantwoord evenwicht zijn tussen kerkleiding en wat het grondvlak heet? De kerk leeft in de gemeente(n) maar kan ook niet zonder leiding voor gemeenten samen, in de bredere ambtelijke vergaderingen. Jarenlang hebben de gemeenten in Oost-Europa gezucht onder kerkleidingen, die zich de richtlijnen van de overheid lieten welgevallen. Vandaag zijn de partisanen, de verzetsmensen van toen kerkleiders van u. Dat vraagt een proces van oefening en lering om weer kerk te zijn vanuit de ambten. Hier kunnen we, desgevraagd maar op afstand, wellicht een bijdrage in de bezinning leveren. Maar wel met respect voor het eigene van hun traditie.

Na de Wende is niet in alle Oosteuropese landen de overheid de kerken welgezind. Het mag een zegen heten, dat vandaag Hongarije een ministerpresident heeft: - Victor Orban - die de kerk zeer wel gezind is, en juist van de kerk een bijdrage verwacht inzake herstel van normen en waarden, die onder het communisme zozeer zijn vertreden. Het is dan maar de vraag welke normen en waarden wij vanuit het ontkerstenende en steeds meer seculariserende Westen indragen.

Bibliotheken

Nederland en Hongarije hebben de eeuwen door iets met elkaar gehad, vanwege een gemeenschappelijke of gelijksoortige gang op de weg van de Reformatie. Wie in Honagarije komt wordt altijd weer herinnerd aan de bevrijding van predikanten van de galeien door Michiel Andriaansz. de Ruyter. Maar er is juist op geestelijk en theologisch vlak veel uitwisseling geweest. Bibliotheken leggen daarvan getuigenis af. De universiteit van Franeker (1585-1843) telde in de twee en halve eeuw van haar bestaan ongeveer 1600 Hongaarse studenten. De Hongaarse Kerk schonk ooit aan de Utrechtse Academie (1936) een bronzen relief, uitbeeldend de Peregrinus Hungarus, een Hongaarse student, wandelend van de grote kerk in Debrecen naar de Utrechtse Dom (zie de Waarheidsvriend d.d. 5 april). Die studenten waren verplicht tien theologische boeken mee te brengen naar Hongarije. Daarom treffen we in de bibliotheken zoveel oudvaders uit Nederland aan. Veel vraagt echter om systematisering. Er ligt nog veel goud op stoffige zolders. Ik denk aan de grote boekenverzameling, boven in de toren van de kerk in Komarno, op de grens van Slowakije en Hongarije. Ze zijn daar bewaard onder het communisme, maar de verzameling is nauwelijks bruikbaar.

De geschiedenis mag niet vergeten worden. De Hongaarse Hervormde Kerk, zowel in Hongarije als in de omringende landen, probeert ook hier stapje voor stapje orde op zaken te stellen. Een taak ook voor ons?

Engelen

In Sarospatak, dicht bij de grens van de Oekraïne, bestaat ook al lang een theologische faculteit. Deze bezit een fraaie, historische bibliotheek, met ook veel theologie uit Nederland. Die is in de communistische tijd ongerept bewaard gebleven, een lust voor het oog van de boekenliefhebber. Bij de ingang van het instituut was een engelenbeeld aangebracht. Toen de communisten kwamen week één van de studenten uit naar Engeland, met de engel in zijn rugzak. Na de Wende - veertig jaar later dus - kwam hij in Sarospatak het beeld terugbrengen. Het engelenbeeld is weggeweest, maar engelen - die toch in de Schrift gedienstige geesten heten, tot dienst uitgezonden! - zijn bewarend aanwezig geweest. Dat geldt voor de hele kerk in Oost-Europa.

Christus

Boven engelen uit rijst echter de gestalte van de Opgestane Christus, die Zijn weg ging door de nacht van lijden tot de heerlijkheid, die Hij bij de Vader had. Hij was het, die Zijn kerk bewaarde. Gedurende de tijd van het lijden werd in Oost-Europa vertroosting gevonden in Zijn wonden en werd het volk Gods op adelaarsvleugelen gedragen, om te spreken met de titel van een boek van ds. A. W. van der Plas, die zelf ook lange tijd bij het werk van de Stichting Hulp Oost-Europa betrokken was. In de lof aan Hem mogen we ook vandaag, nu we de zegen op het werk van de stichting gedenken, eindigen. De kerk in de verdrukking heeft geweten dat het waar is: houdt Christus Zijne Kerk in stand, laat dan de hel vrij woeden.

Met het oog op de levende Christus mag het werk, in de wederkerigheid van de gemeenschap der heiligen, worden voortgezet. We mogen bidden of we dan ook, vanuit onze kerkelijke verdeeldheid mogen opstijgen tot de hoogte van de eenheid, die het Lichaam van Christus naar de Schriften is. Ons werk is stukwerk maar mag worden ingebed in de gestalte van de ene, heilige, algemene christelijke kerk: kerk in Oost-Europa en in Nederland. Een onzichtbare gemeenschap, die echter, om met een woord van Calvijn te spreken, ook voortdurend in de zichtbaarheid treedt.

We wensen en bidden het bestuur en alle werkers van de Stichting Hulp Oost-Europa toe te mogen gaan in de weg van de Opgestane Christus, het Hoofd van Zijn gemeente, Kurios of Heere van de wereld. Lof zij U, Christus in eeuwigheid.

v.d.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

25 jaar Stichting Hulp Oost-Europa

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's