De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Het Overleg Grote Steden, uitgaande van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, belegde afgelopen zaterdag de jaarlijkse ontmoetingsdag voor hervormd gereformeerde ambtsdragers in de grote steden in de Hillegondakerk te Rotterdam-Hillegersberg (wijkgemeente van ds. D. M. van der Linde). Ds. T. D. van Soest, emeritus predikant aldaar, hield een boeiende lezing over de geschiedenis van de kerk, gebouwd op een heuvel. De oudste papieren voor de naam van de kerk heeft Gravin Hildegard. Maar ook gaat het verhaal van Hillegonda. Ds. Van Soest:

'Dat is geen heilige of zo - maar een sagefiguur ontsproten aan de creatieve fantasie van de mensen hier. Ook zij zaten met die vreemde bobbel, dit bergje in hun maag. Waar kwam dat vandaan? Zo groeide op lange winteravonden de sage van Hillegonda, een reuzenmaagd, verdreven uit haar ouderlijk kasteel in de duinen. Met een schort vol duinzand als herinnering aan thuis vlucht zij hier de moerassen in. Zij raakt vast... haar schortband breekt en... de berg is gesticht. Ons Hillegersbergse volkslied zingt: Toen Hillegond een reuzenmaagd van Hollands duinenrand onschuldig werd van huis gejaagd nam zij een schoot vol zand. Zjj zocht een plaats voor 't souvenir van haren dierbren grond en 't lieve meisje stichtte hier den Berg van Hillegond. Maar treurend op de heuveltop Blonk in haar oog een traan... enz. enz. enz.'

En dan 'De moord op het kerkhof'. Een informatiebrief van de kerkvoogdij in Hillegersberg meldt: 'Is er vier eeuwen geleden iemand vermoord op het kerkhof rond de Hillegondakerk te Hillegersberg? Zijn er misschien bjj gevechten mensen gesneuveld? Een onlangs teruggevonden archiefstuk van de hervormde gemeente Hillegersberg doet het vermoeden.

Op de 12e juni 1565, een mooie zomerdag wellicht, kwam Johannes Knijff, bisschop uan Groningen en vicaris-generaal van de Utrechtse aartsbisschop Frederic van Tautenborch naar Hillegersberg. Hij moest de begraafplaats, door bloedvergieten geschonden, opnieuw wijden. Onderstaande vertaling van de oorspronkelijke Latijnse tekst getuigt daarvan. Het daarin gebruikte merkwaardige woord "poliandrum" betekent "plaats voor veel mensen" en doet denken aan een collectief graf.

'Wij Johannes Knijff door de genade van God en van de apostolische stoel bisschop van Groningen en door eenzelfde goedgunstigheid van (onze) vader in Christus en heer Frederic van Tautenburch, aartsbisschop van Utrecht aangesteld tot vicaris generaal voor wat in het algemeen en in het bijzonder de bisschop aangaat, maken bekend, dat daar de begraafplaats of poliandrum van de kerk van Hillegersberch door beschadiging en bloedvergieten geschonden, bezoedeld en ontwijd is, de Kerk zowel grote ergernis als nadeel ondergaat. Aangezien wij deze zaak dus in orde willen maken, opdat de Kerk geen ernstig nadeel ondervindt en de lichamen van de gelovigen geen onveilige rustplaats hebben, herstellen wij in het jaar duizend vijfhonderd vijfenzestig op de twaalfde dag van de maand juni de voornoemde begraafplaats of poliandrum opdat de lichamen van de gelovige zielen er in hun graven rusten en deze hier de laatste bazuinstoot van de voornaamste Aartsengel verwachten ter ere van de almachtige God, van de glorierijke maagd Maria, de heilige Bartholomeüs en alle heiligen en schenken wij het terug aan de heilige moeder Kerk. Wij herstellen en geven het terug door het ritueel, tot openbare bevestiging waarvan als bewijs ons zegel hieraan gehecht wordt. In het jaar, de maand en op de dag als boven.

Het bestaan van dit oude stuk was vaag in Hillegersberg bekend. Interessant is dat deze gezegelde oorkonde nu juist rondom de restauratie van de muur rond het kerkhof te voorschijn is gekomen. Bij de verhuizing van het archief van de landelijke Nederlandse Hervormde Kerk naar de Rijksarchieven kwam het voor de dag en is weer aan de hervormde kerk Hilligersberg ter hand gesteld. Deze heeft het, evenals al haar andere kostbare documenten, weer in bewaring gegeven aan het Archief uan de Stad Rotterdam.

Wat er in die zomer van 1565 precies is gebeurd weten wij niet. In elk geval waren het troebele tijden. De kerkelijke strijd tussen de rooms-katholieke Kerk en het opkomende protestantisme was in volle gang. De Tachtigjarige Oorlog zou spoedig in alle hevigheid losbarsten. Een jaar later begon in Vlaanderen de Beeldenstorm die ook in Hillegersberg een verwoestend spoor heeft achtergelaten, maar dat is een verhaal apart.'

***

Opnieuw gaf dr. Fred van Lieburg, docent geschiedenis aan de VU te Amsterdam en aan de Gaspar Karoli Universiteit te Boedapest een lezenswaardig boekje uit, nu over 'wonderverhalen in de geschiedenis van het protestantisme', onder de titel Merkwaardige voorzienigheden. Hier volgt een fragment uit een paragraafn'miraculeuze genezingen', ontleend aan de klassieke kerkgeschiedschrijver Socrates Scholasticus:

'Hij leefde in het begin van de vjjfde eeuw in Constantinopel en moet de navolgende gebeurtenis uit eigen informatie hebben vastgezet. Een zekere jood, die jarenlang ziek en vermoedelijk lam was, maar tevergeefs allerlei dokters raadpleegde en allerlei geneesmiddelen gebruikte, raakte uiteindelijk overtuigd door de doop bij de christenen de enige waarachtig medicijn was voor zijn ziel zowel als voor zijn lichaam. Met toestemming van Atticus, patriarch uan Constantinopel van 406 tot 425, werd hij als catechumeen aangenomen en tenslotte met bed en al naar de doopvont gebracht. Zodra de jood in Christus' naam was gedoopt, werd hij gezond. Het wonderverhaal verbreidde zich snel en vele heidenen kwam erdoor tot geloof en lieten zich ook dopen. De joden toonden echter alleen maar ergernis, hoewel zij, zo besloot Socrates, toch altijd om wondertekenen roepen. Van het werk van Socrates end. enkele andere kerkgeschiedschrijvers uit de oudheid verscheen al in 1588 een Nederlandse vertaling, inclusief het afzonderlijke stukje over deze jood.

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's