Gezalfde en gevolmachtigde getuigen
'En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zeide tot hen: Ontvangt den Heilige Geest. Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo gij iemands zo houdt, dien zijn zij gehouden.' Joh. 20 : 22, 23]
Toezegging
Een kostelijke zendingsavond hebben de discipelen gehad. Ze behoeven niet op hun eigen krachten en gaven terug te vallen. De opgestane Heere heeft hen uitgezonden. Hij heeft zo'n geweldige macht dat Hij de duivel, de wereld, de zonde en de dood overwonnen heeft. Hij zal achter hen blijven staan in het strijdperk van het leven. Dan zal het zendingswerk ook gaan! Bij het vervullen van hun zendingsopdracht zal de Heilige Geest echter onontbeerlijk zijn. En voor Zijn sterven heeft de Heere reeds de Heilige Geest toegezegd. Die zal de zaken van Gods Kerk op aarde behartigen. En ook nu belooft Hij Deze en bekrachtigt Hij de belofte ook nog door een tekenhandeling. De grote Zender stelt tijdens die ontmoeting met Zijn discipelen het ontvangen van de Heilige Geest aanschouwelijk voor. Hij profeteert daarmee wat Hij in de toekomst doen zal.
Beademing
Hij verricht namelijk een tekenhandeling. Hij blaast op de discipelen en spreekt daarbij de woorden uit: 'Ontvangt de Heilige Geest'. Wat een diepe symboliek. De bezieling zal van de opgestane en verhoogde Heere komen. Hij zal hen als het ware met Zijn Geest beademen. Ze zullen te zijner tijd aangegord worden met kracht uit de hoogte. Op de pinksterdag zal de Heilige Geest op hen uitgestort worden. Het door Christus gegeven teken is veelzeggend. Het herinnert ons allereerst aan de schepping van de mens. De HEERE God heeft de mens geformeerd uit het stof van de aarde en heeft in zijn neusgaten de adem van het leven geblazen. Op deze wijze is de mens tot een levende ziel, een levend wezen, geworden (Gen. 2:7). Het herinnert ons vervolgens ook aan de Ezechiël 37. De profeet ziet een vallei van dorre doodsbeenderen. Menselijkerwijs gesproken komt in zulke dorre beenderen geen leven meer. God draagt echter op om te profeteren en te zeggen dat de HEERE de geest in hen zal brengen en zij levend zullen worden. En dan moet Ezechiël profeteren tot de geest en zeggen: 'Zo zegt de Heere HEERE: Gij geest! Kom aan van de vier winden en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden' (Ez. 37 : 9b). En als de profeet dat doet, worden ze levend.
De levenwekkende en levensvernieuwende Geest wordt hier dus door Christus beloofd aan de discipelen. Zijn eerder gegeven belofte wordt nog eens met tekenen en woorden bekrachtigd. Ze mogen verwachten dat de kracht uit de hoogte over hen zal komen. Dit blazen zal aanzwellen tot een geluid als van een geweldig gedreven wind. Dan zal de Heilige Geest hen vervullen en zullen ze geheel en al door Hem beheerst worden. Wat hebben zij en wij dus vooral nodig bij de arbeid in de kerk en bij onze zending in de wereld? Het geloof in de almacht van het met de kracht van de Heilige Geest geladen scheppende, en dodenopwekkende en levenwekkende Woord van God. Zijn Woord hebben we te verkondigen. Doden zullen horen de stem van de Zoon van God en die ze gehoord hebben zullen leven! We moeten de zondigheid van de mens dus beslist niet onderschatten, want we liggen van nature midden in de dood. We moeten de vernieuwing van het leven van de gemeente ook maar niet zoeken in onze moderne communicatietechnieken. Door onze inspanningen tot het uiterste op te voeren zullen evenmin doden levend worden. En we zouden naar heel creatieve mensen kunnen zoeken, maar Christus heeft ook niet beloofd dat het door hen zal geschieden. Als we het van al deze dingen verwachten, worden we getroffen door moedeloosheid. Niet door kracht noch door geweld, maar door Zijn Geest zal het geschieden! En de Geest maakt gebruik van de levende verkondiging van het Woord. Deze Heilige Geest heeft Christus verworven, beloofd en na Zijn verhoging aan de rechterhand van God ook ontvangen en uitgestort. Daar kunnen en mogen we het mee doen! In die kracht kunnen we uitgaan!
Machtiging
Deze gave ontvangen betekent ook een opgave. We mogen ons niet blijven verschuilen in onze opgetrokken bunkers. De deuren van de kamer waar de discipelen verblijven worden door Jezus opengeworpen. Hij zendt ze de wereld in onder de beademing van de Heilige Geest. Hij is Zelf dwars door de wereld heen gegaan en de Zijnen moeten er ook dwars doorheen. En in die wereld hebben ze te verkondigen dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken, hebben zij te prediken de bekering tot vergeving der zonden. Dat is de samenvatting van het hele Evangelie. Aan hen wordt de bediening der verzoening toevertrouwd. Wat horen we de Heere Christus immers tot Zijn discipelen zeggen? 'Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden.' Wie zou verwachten dat dit groepje angstige discipelen een schare gezalfde en gevolmachtigde getuigen wordt? Dat zal echter geschieden door de kracht van de Heilige Geest. Deze door Christus verleende volmacht mag echter niet tot een misverstand aanleiding geven, alsof de Kerk het heil in eigen beheer zou krijgen. Niemand is in staat het heil van de vergeving der zonden uit te delen. Ook niet door liturgische formuleringen en zelfs niet door de sacramenten. De vergeving ligt niet in de hand van de dienaar, maar in de hand van God. Gód bindt de vergeving echter wel aan de prediking van het Evangelie. Zij mag en kan daar niet van losgemaakt worden. Wat wij met de prediking van het Evangelie van Jezus Christus doen is beslissend. Het Woord van de gezalfde en gevolmachtigde getuigen hebben we te horen als Gods eigen Woord. Juist onder de verkondiging ervan vallen de beslissingen. God bidt erdoor om ons met Hem te laten verzoenen. Onder de bediening van dat Woord komen we in aanraking met de Rechter en de Redder. Daar vergadert, beschermt en onderhoudt de Zoon van God uit het gehele menselijk geslacht een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord. Wat de door Hem gezondenen op aarde verkondigen, wordt door Jezus Christus en Zijn Vader vanuit de hémel bevestigd.
We moeten in het openbaar en met alle kracht en in de volle rijkdom de beloften van het Evangelie uitstallen. We hebben u en jou in Christus' Naam te verkondigen dat eenieder die in de gekruiste Christus gelooft, niet verderven zal, maar vergeving der zonden en het eeuwige leven zal ontvangen. Als u uw zonden belijdt en bestrijdt, mag ik u in Jezus' Naam en met het Woord van God in de hand door middel van deze meditatie verkondigen dat Hij getrouw en rechtvaardig is om u de zonden te vergeven en u te reinigen van alle ongerechtigheid. 'Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven' (Joh. 3 : 36a). Degenen die dat Woord met een gelovig hart aannemen, worden ook metterdaad de zonden vergeven. Let echter op het woord 'worden'. Het is geen daad van de ambtsdragers, maar van God! In die weg belooft God het te zullen doen!
De andere kant is ook waar: 'Zo gij iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden.' Dit laatste mogen we geenszins verzwijgen. We mogen niet eenzijdig zijn. Jezus spreekt in dit verband niet zozeer over de uitsluiting uit de gemeente, zoals we lezen in Matth. 18. De ongelovigen, degenen die in de zonden leven en blijven leven, worden hier schuldig verklaard. Aan hen moet openlijk verkondigd worden dat hun zonden niet worden weggedaan, maar toegerekend blijven. We krijgen dan geen deel aan het verkondigde heil, aan de verkondigde vergeving der zonden. 'Die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem' (Joh. 3 : 36b). De bestaande toestand wordt voortgezet: we staan in de schuld bij God en blijven dat ook zonder bekering en geloof; we liggen onder de toorn van God en deze blijft op ons rusten. De zonden blijven in de hemel bewaard. We liggen dan voor eigen rekening. Eens komen we met de Rechter van hemel en aarde in aanraking en we zullen niet kunnen bestaan voor Hem.
Deze Rechter wil nu nog onze Redder zijn. Hij heeft geen lust in onze dood en ondergang, maar dat we ons zouden bekeren, zouden geloven in Hem en zouden leven! Wat een zegen als we als schuldige zondaren dit Woord ontvangen als Gods eigen Woord en het met heel ons hart geloven! Dan kunnen we zingen: 'Welzalig hij wiens zonden zijn vergeven'.
H. ROSEBOOM, BRUCHEM EN KERKWIJK-DELWIJNEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's