De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

8 minuten leestijd

  

Onze trouwe persschouwer, ds. J. Maasland, laat elke veertien dagen in deze kolommen anderen aan het woord. Hier laten we hem nu zelf aan het woord, in een interview in Centraal Weekblad onder de titel 'Vragen van mensen totaal veranderd'. Hier volgen drie fragmenten:

'Zelf was ik vroeger ook sterk bezig met die persoonlijke heilsvraag. Totdat - ik kan niet verklaren hoe en waardoor dat gekomen is - ik mij op een gegeven moment met andere vragen bezig ging houden. Ik ben eigenlijk altijd wel een zoeker geweest, ik bleef vragen stellen bij de voor ons vertrouwde traditie. Maar vragen stelde ik ook door het contact met andersdenkenden en naar aanleiding van de Schriften. Voortdurend was ik met de vraag bezig of er niet meer over te zeggen was dan wat wij erover te zeggen hadden. Ik heb respect voor die collega's en gemeenteleden voor wie het een afgerond geheel is, die het daarmee kunnen doen en daar hun sterkte in vinden. Zelf kan ik dat niet.'

'Al prekend heb ik menig keer iets gemerkt of gevoeld dat God bij datgene wat ik de gemeente met verve voorhield als het ware door mij heen sprak. Dat Hij de dienst der verkondiging gebruikt om mensen ervan te overtuigen dat Hij leeft, dat Zijn bestaan realiteit is. Voor mij was het op dat moment ook zo.'

'Preken is vaak een spreken tegen jezelf. Het is niet een lesje naar anderen toe. Dat klinkt misschien gek voor een buitenstaander, maar je wordt - door de manier waarop je preekt - ook zelf menig keer bemoedigd. Als gemeente heb je die wekelijkse ontmoeting met elkaar nodig om het spirituele van het leven vast te houden. Anders droogt het op, er komen immers zoveel dingen op je af. Wanneer je heel intensief leeft in deze wereld en alles wat er om je heen gebeurt naar je toe laat komen, dan zal het spirituele vrij snel opdrogen. Door iedere keer weer met de gemeente de Schriften te openen en in de stroom van de Geest de getuigenis van de apostelen en de profeten door je heen laten gaan, gebeurt dat niet.'

***

In Kerk en Theologie schrijft prof. Dr. J. A. B. Jongeneel in zijn 'Kroniek' over stages en studieverloven van 'godgelleerde studenten en predikanten'. Hieruit het volgende fragment:

'Het aantal predikanten dat het studieverlof in het buitenland doorbrengt, is zeer gering. Ik weet alleen van predikanten die zich opgegeven hebben voor een van de door de zending georganiseerde reizen naar zusterkerken overzee. Ook weet ik van een predikant die wekenlang met een fiets door Engeland getrokken is om zich van het kerkelijke leven aldaar op de hoogte te stellen. Ik wil bepleiten dat er meer studieverloven in het buitenland doorgebracht worden. Uiteraard heb ik niets tegen thuis studeren, in ons land trainingen volgen en/of stages lopen, maar wel geloof ik dat het voor het geheel der kerk goed is, wanneer er meer variatie is en er ook predikanten zijn die hun studieverlof benutten om kennis te nemen van, en te participeren in het kerkelijke leven in nabuurlanden met wie wij in Europees verband samenleven, in Noord-Amerika met de nadruk op church growth, alsmede in Oost-Europa en/of in de niet-westerse wereld. Het mooiste is om dit op basis van wederkerigheid te realiseren: zelf een à twee maanden in een gemeente buiten Nederland meedoen en aansluitend de predikant van die gemeente uitnodigen voor een tegenbezoek van een ongeveer even lange duur in het jaar daarna (voor predikanten uit Oost- Europa en de niet-westerse wereld zal hiervoor dan wel ten onzent geld gegenereerd moeten worden!).

Dit brengt mij er ten slotte toe om de vraag te stellen of de naam "studieverlof" wel adequaat is. Deze suggereert vooral het lezen en bestuderen van nieuwe boeken. Het volgen van pastoraal-klinische trainingen kan er eventueel ook nog wel onder gebracht worden, maar het lopen van een soort stage in kerken over de grenzen van ons land heen eigenlijk niet. "Heroriëntatieverlof" is wellicht een betere naam. Immers voor zichzelf en voor de kerk verwerven predikanten nieuwe inzichten niet alleen door studie, maar ook door verbreding van de horizon, door nieuwe ervaring e.d. Evenals een vakantie in het buitenland doorgaans verfrissend is, kan ook een over de landsgrenzen doorgebracht "sabbatsverlof (sabbatical)" leiden tot nieuw elan in de pastorie. Samenvattend, hoe gevarieerder stages, studieverloven en trainingen zijn, hoe beter. Als men predikant en/of theoloog voor het leven wil zijn, zal men ook levenslang moeten bijtanken nu eens zus, dan weer zo, en wel afwisselend in binnen- en buitenland.'

***

In Nederlands Theologisch Tijdschrift schrijft Jan J. Boersma, universitair docent milieukunde aan de Universiteit Leiden, over de middeleeuwse Franciscus van Assisi, die in de zeventigerjaren als 'schutspatroon der ecologen' werd aangemerkt; ten onrechte, zegt de schrijver, omdat de moderne biologen/ecologen de natuur, in tegenstelling tot Franciscus, als 'a-moreel' zien. Boersma laat nog eens de drie meest bekende legenden van Franciscus de revue passeren:

'De vogelpreek kennen we in een paar varianten, soms vermengd met het verhaal van de "stilling of the birds" waarin Franciscus niet expliciet voor de vogels preekt maar ze verzoekt te zwijgen tijdens zijn preek voor een menselijk gehoor. In de versie van Celano zoekt Franciscus de vogels, duiven, (bonte) kraaien en kauwtjes, zelf op als hij in de buurt van Bevagna is. De dieren vliegen niet weg, wat ze normaal wel doen en daarom verzoekt Franciscus hun naar hem te luisteren. De heilige houdt vervolgens een preek die hij grotendeels ontleent aan Mattheüs 6 en de vogels luisteren aandachtig met gestrekte nek en open bekjes, waarna Franciscus hen zegent en zich geroerd afvraagt waarom hij niet eerder voor ze gepreekt heeft. En zo kwam het, vertel Celano, dat hij vanaf die dag niet alleen alle vogels maar ook reptielen en andere dieren en zelfs schepselen zonder gevoel, ernstig vermaande om hun schepper te loven en te prijzen.'

'Het verhaal van Celano over het varken is beknopt maar bevat een saillant detail: een vervloeking. Het zou zich hebben afgespeeld in het klooster van St. Verecundus. Een gemene zeug had een pasgeboren lammetje met haar wrede klauw gedood en toen Franciscus van het dode lam hoorde, deed hem dit denken aan het Lam Gods en was hij zeer bewogen. Al treurend bij het dode lam sprak hij: "0 broeder lam, onschuldig dier, jij vertegenwoordiger van hetgeen bruikbaar is voor de mensheid, vervloekt zij het boze beest dat jou gedood heeft. Moge mens noch dier het eten". De zeug werd aanstonds ziek en toen ze na enkele dagen stierf, diende het kadaver aan geen enkel hongerig schepsel tot voedsel.'

'De legende over de wolf van Gubbio maakt deel uit van een omvangrijke cluster van "wolfverhalen", waarin de wolf bijna zonder uitzondering als symbool van kwaad en woestheid figureert, doorgaans tegenover de onschuld die vertegenwoordigd wordt door lam en kind. Het verhaal is een onvervalste bekeringsgeschiedenis over een wolf die het gehele gebied rond Gubbio onveilig maakte. Als Franciscus de wolf buiten de stadsmuren tegenkomt, nadert het dier hem met opengesperde kaken, gereed om aan te vallen. Franciscus maakt het kruisteken en gebiedt de wolf in de naam van Christus om voortaan niemand meer te verwonden. Zodra Franciscus het kruisteken maakte, sloot de wolf zijn muil, boog zijn kop en legde zich neer aan de voeten van de heilige. Vervolgens ontspint zich een discussie tussen Franciscus en de wolf over het gedrag van de wolf in de toekomst. Voor de verschrikkelijke misdaden die je hebt begaan verdien je in feite de doodstraf, stelt Franciscus vast en de wolf maakt hem duidelijk dat hij het daarmee eens is. Franciscus stuurt echter aan op een vredespact met het roofdier. Hij vertelt aan de wolf dat de burgers van de stad bereid zijn hem levenslang van voedsel te voorzien mits deze plechtig belooft nooit meer enig leed te berokkenen, noch aan dieren, noch aan mensen. De wolf maakt door een buiging met zijn kop kenbaar dat hij met dit voorstel akkoord gaat, maar Franciscus wil dat het dier dit voor de burgers van Gubbio herhaalt. Aldus geschiedt, de wolf doet openlijk boete op het marktplein van de stad en bekeert zich in de aanwezigheid van de gehele bevolking. De wolf leeft nog twee jaar en gaat van deur tot deur om zijn voedsel te verwerven. De angst is verdwenen, nooit blaft een hond als hij door de stad trekt en na zijn dood wordt de wolf van Gubbio in gewijde grond begraven. Zijn geduld en vredelievendheid vormden een permanente herinnering voor de burgers aan de heiligheid van Franciscus. De berichten over Franciscus bevat ten meerdere bekeringen, elders lezen we over drie rovers, een sultan en uiteraard ook een hoer, maar die van de wolf van Gubbio maakte de meeste indruk.'

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's