Zo ik niet had geloofd... [3]
Uit het vorige artikel zal het duidelijk zijn geworden dat ik onder geloof het waarachtig zaligmakend geloof versta zoals ons dit in de Schrift alsmede in de belijdenisgeschriften voorgehouden wordt. Vanzelfsprekend stel ik de belijdenisgeschriften niet op één lijn met de Schrift. Als wij over de Schrift spreken, hebben wij het over het door de Heilige Geest geschonken Woord. Geïnspireerd en geschonken! De belijdenisgeschriften daarentegen staan onder het Woord. Hoe hoog ik de belijdenisgeschriften acht en hoezeer het nodig is om daarmee in leer en leven rekening te houden, toch staan zij niet naast het Woord, nog minder boven het Woord. Zij zijn een staf om te gaan, zoals iemand eens heeft gezegd. Zij zijn een afgeleide van het Woord. Zij zijn in overeenstemming met het Woord, doch zij zijn het Woord zelf niet. In het Woord staan 'leer en leven' volmaakt omschreven. Het is daarom niet verkeerd als ik nog eens schrijf hoe vaak er in de Bijbel wordt geschreven over 'geloof en 'geloven'. Zowel het Oude als het Nieuwe Testament is er vol van. En wanneer de apostelen een appèl laten horen, dan is het altijd een oproep tot geloof en bekering. Eerst geloof en dan bekering. Altijd in die volgorde! Zonder geloof geen bekering, maar ook geen geloof zonder bekering!
Zekerheid
Wanneer ik over geloof spreek, doe ik dit in navolging van de Schriften. Het geloof in de Schriften heeft altijd te maken met zekerheid! Laatstgenoemde behoort voor de volle honderd procent tot het wezen van het geloof. Misschien dat het onder ons niet meer zo vaak voorkomt dat er nog gesproken wordt over wezen en welwezen van het geloof. In de tijd van de Nadere Reformatie werd dit wel gedaan. Tot het welwezen van het geloof werd de omhelzing van Christus gerekend. Dat maakte dan óók de zekerheid uit. Het welwezen van het geloof werd daarom hoger geacht dan het wezen van het geloof. Wat het wezen van het geloof betreft kon men al heel veel hebben meegemaakt. De toezegging van de Borg kon men al bezitten. Men kon zelfs al veel van Jezus hebben gezien, met name Jezus in Zijn schoonheid en noodzakelijkheid, maar dat toch de omhelzing in het geloof nog niet had plaatsgevonden. Om die reden werd er wel gezegd: 'Zien is nog geen hebben'. Het 'zien' behoorde nog maar tot het wezen van het geloof, terwijl het hebben (= bezitten) tot het welwezen van het geloof werd gerekend.
Voorzichtig!
Hoewel ik het enigszins kan begrijpen, zou ik er toch voorzichtig mee willen zijn om de onderscheiding 'zien is nog geen hebben' te gebruiken. Want één blik op Jezus kan direct bewerken dat men in het geloof zegt: 'Ik zal mijn hand op Jezus leggen. Amen op Zijn offer zeggen.' Ik ben deze uitdrukking 'zien is nog geen hebben' wel in geschriften uit de Nadere Reformatie en later tegengekomen, maar niet in die van de Reformatie. Hoe pastoraal wellicht bedoeld, denk ik dat wij zo'n uitdrukking als 'zien is nog geen hebben' toch tot de zogenaamde classificatiemethode moeten rekenen. Zoals bekend is, werden door sommige predikers ten tijde van de Nadere Reformatie diverse onderscheidingen in de prediking naar voren gebracht. Ik zeg niet dat het altijd verkeerd bedoeld was! De voorgangers hebben daarmee hun hoorders willen laten horen wat zij op weg naar Jezus allemaal konden ondervinden. Er konden vele fasen (=gestalten) zich voordoen. Ook een gestalte waarin men Jezus zag, maar toch nog niet kon zeggen dat men Jezus in 't geloof bezat. De beste predikers ging het uiteindelijk hierom dat men alleen in het volbrachte werk van Christus zou rusten.
Toch blijft de gestalteprediking, ook wel classificiatie genoemd, een gevaarlijke prediking. Waarin het gevaar bestaat? Wel, dat men gaat denken: ik ben al zó ver gevorderd, 't zal niet zo lang meer duren of ik zal Jezus in het geloof omhelzen. Trouwens, er is nog een gevaarlijk element! Dat bestaat hierin dat men iets herkent van een of andere gestalte in eigen leven en men tengevolge daarvan gaat denken dat men er nog niet zo slecht voor staat. Blijkbaar werkt de Heere toch wel, want anders zou men dit niet meemaken. Wat gebeurt er als er zo gedacht wordt? Het werk van God wordt verduisterd. De genade is niet meer onvoorwaardelijk. Het kan zelfs zo zijn - hoewel het misschien niet zo bedoeld is - dat de gestalten een voorwaarde gaan vormen. Eerst dit en dan dat en vervolgens ook nog dat... en dan is men er. Zo wordt het geloof een rekensom. Een zaak van onszelf, doch zij heeft niet meer te maken met wat er staat geschreven in Efeze 2 dat het geloof is een gave Gods: 'niet uit u, maar het is Gods gave'. Wat heb ik met het bovenstaande willen zeggen? Niets meer en niets minder dan dat wij met allerlei onderscheidingen c.q. gestalten buitengewoon voorzichtig moeten zijn. De zekerheid van het geloof bestaat hierin dat wij ons laten zinken en zakken op de beloften Gods. En dat wij in 't bijzonder deze belofte omhelzen die Jezus Christus, gekruisigd en opgestaan, bevat. En verder moeten wij ons maar niet van de wijs laten brengen. De zekerheid van het geloof behoort tot het wezen van het geloof!
Bevinding
Ik sluit het niet uit dat iemand de vraag stelt of het bovenstaande wel zo bevindelijk is. Is dat toch niet al te voorwerpelijk, terwijl er toch ook een onderwerpelijke kant aan zit? Dit laatste zal ik zeker niet ontkennen. De onderwerpelijke kant ontbreekt in geen geval! Wanneer in het geloof Jezus Christus omhelsd wordt, is men daarmee persoonlijk goed op de hoogte. Want het is de Heilige Geest die ons in het geloof in Jezus alles doet vinden, zien en hebben. Het werk van de Heilige Geest in ons leven is altijd een bevindelijk werk. Dat bevinden, dat ondervinden wij! Maar let wel: dat bevindelijk werk van de Heilige Geest gaat nooit of te nimmer buiten het Woord om. De Heilige Geest maakt altijd gebruik van Zijn eigen werk, d.i. het Woord.
Bevinding buiten het Woord om is er niet. Wat er wordt ondervonden in het geloof, kan altijd herleid worden tot het Woord. Wat de Heere ons in de verborgen omgang met Hem schenkt, kan bijna altijd letterlijk herleid worden tot de Schriften. En wanneer dit misschien niet altijd letterlijk kan, dan toch in grote delen. Wat ik daarmee bedoel? Dat men de kern daarvan kan terugbrengen tot het Woord. Waar moeten wij bij bevinding aan denken? Nergens anders dan aan het werk Gods in ons via Woord en Geest. Ten overvloede schrijf ik dat het woord 'bevinding' in de betekenis van 'beproefdheid' alleen maar voorkomt in Romeinen 5. Ik citeer ter verduidelijking daarvan de verzen 3-5: 'En niet alleen dit, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende dat de verdrukking lijdzaamheid werkt; en de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop; en de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is'. Samengevat: de bevinding van het geloof houdt dit in, dat God altijd de Eerste is en dat wij respons geven op wat Hij tot ons zegt. Wat geen twijfel lijdt: 't heeft alles te maken met Woord en Geest.
Bevindelijkheid
Alle bevinding is geen bevinding van het geloof. Bepaalde bevindelijkheid heeft niets te maken met de bevinding van Romeinen 5. Het gebeurt soms dat er zich een bevindelijkheid voordoet die volstrekt niet correspondeert (in overeenstemming is) met de Schrift. Ik geef daarvan een aantal voorbeelden. Mensen kunnen zogenaamde 'invallende gedachten' hebben. Zij vallen buiten het Woord om 'zomaar' in hun hart. Deze invallende gedachten worden als een werk Gods in het hart beschouwd. Soms kunnen mensen er indringend en bevindelijk over spreken. Maar wat gebeurt er na verloop van tijd? Deze 'invallende gedachten' verdwijnen. Er is zelfs niets meer van te vinden. Waarom niet? Omdat deze zogenaamde woorden of gedachten niet waren te herleiden tot het Woord. Hetzelfde gebeurt bij het grijpen naar een aantal losse teksten waarin geen enkele orde aangetroffen wordt. Soms klinkt het erg bevindelijk als erover gesproken wordt. Niettemin schuilt er in al die teksten geen enkele kracht. Men doet er niets mee. Men kan er ook niets mee doen. Waarom dan niet? Omdat men hier en daar zelf een greep in de Schrift heeft gedaan. Echter... zo werkt het niet. Wanneer de Heere woorden voor ons heeft, dan krijgen wij die. Maar dan altijd in de situatie waarin wij ons bevinden. Daarin laat Hij ons Zijn woorden bevinden, hetzij tot vermaning, hetzij tot vertroosting. Hetzelfde geldt voor verschillende beloften! Er kan wel eens een belofte door ons op onszelf worden toegepast die volstrekt niet voor ons bestemd is. Met grote bevindelijkheid kan daarover gesproken worden. Doch na verloop van tijd komt men er wel achter dat men zelf deze belofte naar zich toegehaald heeft. Hoe komt men erachter? Op geen andere manier dan dat de Heere ons laat zien dat het helemaal niet voor ons bestemd is wat wij naar ons toehaalden. Wij moeten maar niet vergeten dat er een groot verschil is tussen een belofte van de Heere ontvangen en een belofte die wij naar onszelf toehalen. Een belofte die wij van de Heere ontvangen vraagt altijd om vervulling en geeft geloofswerkzaamheden, d.i. bevinding. Maar een belofte die wij naar ons toehalen geeft géén werkzaamheden, d.w.z. wij zullen de Heere er niet mee aanlopen als een waterstroom. Er zou over bevindelijkheid nog veel meer te zeggen zijn. Ik sluit dit onderwerp hiermee af door te stellen dat alle bevindelijkheid geen ware bevindelijkheid is, maar dat zij te maken heeft met een vorm van mystiek zoals wij die in de Schrift niet tegenkomen. Let wel: ik verzet mij niet tegen een bijbelse mystiek die met bevinding te maken heeft, maar wel tegen een valse mystiek die bevinding in zichzelf of bij zichzelf zoekt en de Schrift laat voor wat zij is. Bevinding - nogmaals - buiten het Woord om is een bevindelijkheid van laag allooi.
Gevoel
Ik kom nog even terug op de zekerheid van het geloof. Wat kan die zekerheid in de weg staan? Het gevoel! Dit kan een belemmering zijn voor de zekerheid van het geloof. Maar daar over een volgend keer. (Wordt vervolgd)
G. S. A. DE KNEGT, BARNEVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's