ZENDING: DAAR EN HIER...
In oktober 2000 werden door de GZB, vanuit de hervormde Marewijkgemeente te Leiden, Gert-Jan en Rianne Segers met hun beide kinderen uitgezonden naar Egypte. Gert-Jan assisteert bij het opzetten van een toerustingsinstituut voor predikanten en andere leidinggevenden in Cairo. Hieronder beschrijft hij een ervaring op een willekeurige dag, een dag in de wereld van de islam.
EEN ENORM CONTRAST
Als iets hier het leven van alledag bepaalt, dan is het de islam. En ik kan niet zeggen dat ik daar elke dag nou zo vrolijk van word. Het begint 's morgens vroeg al om half vijf. Achter onze flat staat een kleine moskee met een enorme geluidsversterker. En iedere ochtend om half vijf horen we daaruit dat God groot is. De muezzin-schreeuwt het uit, alsof Gods grootheid afhangt van zijn volume. Hij schijnt daar nog aan toe te voegen dat het beter is te bidden dan te slapen. Alsof we na zijn geschreeuw überhaupt nog zouden kunnen slapen. De oproep tot gebed doet trouwens denken aan het alarm zoals dat tot voor kort in Nederland op de eerste maandag van de maand klonk. Met dit verschil dan dat dat één keer per maand was en dit vijf keer per dag.
Overdag lopen hier de mannen mét baarden en een schaafwondje op hun voorhoofd. Dat schaafwondje is het zichtbare bewijs dat hun voorhoofd vaak de grond heeft geraakt bij het bidden en dat ze dus vrome moslims zijn. Sommige vrouwen lopen tot op hun neus gesluierd. Het ziet er voor een westerling als ik allemaal niet zo geëmancipeerd uit. Taxi's zijn hier vergeven van koranteksten en bij sommigen ligt de koran op het dashboard. Waarschijnlijk meer om ongelukken te voorkomen dan om er in te lezen. Hoe dan ook, het is geen wonder dat Cairo de stad van 1000 minaretten wordt genoemd. En die 1000 is volgens mij nog een voorzichtige schatting. Afgelopen vrijdag liep ik naar de kiosk bij ons een straat verderop, om een Engelstalige Al-Ahram te kopen. Niets vermoedend stapte ik de hoek om en juist op dat moment knielden zo'n 200 mannen in mijn richting. Ik begreep al snel dat het niet persoonlijk bedoeld was, ik kwam blijkbaar uit de richting van Mekka lopen. Ik kocht snel mijn krantje en ging weer naar huis. En net om de hoek klonk op dat moment vanuit een kledingzaak 'knock, knock, knocking on heavens door'. En ik bedacht dat al die religieuze uitingen in dit land, een grote klop op de deur van de hemel is. Het is de grote vraag hier of God de deur ook opendoet, want God is groot.
Het contrast met Nederland is enorm. Zo nadrukkelijk als de islam hier zijn stempel op deze samenleving zet, zo seculier is het in Nederland. Zoveel als hier over God wordt gesproken, zo stil is het vaak in Nederland. De enige vergelijking die ik kan maken, is die tussen mij in Egypte en een heiden in een gemiddeld kerkelijk dorp in Nederland. Allebei horen we preken, maar begrijpen we er niet veel van. Allebei zien we dat de godsdienst van invloed is op de wijze waarop mensen zich gedragen en er uitzien. En allebei denken we dat de godsdienst mensen in een keurslijf perst. En zo vellen we allebei een oppervlakkig oordeel, want we weten niet wat er werkelijk achter de sluier schuilgaat.
Deze vreemde wereld van de islam nodigt mij uit haar volgelingen beter te leren kennen en te begrijpen. En ik heb het me ook voorgenomen. Ondertussen bid ik dat de deur van de hemel opengaat en het licht op aarde valt.
B. STOLK, SECRETARIS MISSIONAIRE VORMING - GZB
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's