Globaal bekeken
Bij uitgeverij 'Blassekijn' te Bleskensgraaf verschijnt dezer dagen een boek van drs. M. den Admirant, getiteld 'Discipelen van Kohlbrugge - 'Figuren uit de begintijd van de Kohlbruggiaanse prediking'. Hier volgen twee fragmenten, t.w.: 'vijf twistpunten', genoemd in de Inleiding, en iets over ds. Gregorius Johan Gobius du Sart, die vanaf 1861 predikant te Arnemuiden was:
• Twistpunten
'(Verder) meende Kuyper de protesterende predikanten erop te moeten wijzen dat het lijnrecht indruist tegen Kohlbrugges geest en bedoelen, als "van Elberfelds gemeente een onschendbaar Sion en van zijn volgelingen een soort onaantastbare gezanten" worden gemaakt.
Nadien las Kuyper de vrienden van Kohlbrugge nog herhaaldelijk de les. In een artikel in De Heraut van 1 april 1883 duidde hij hen aan met de term "neo-kohlbruggianen". Jongeren zijn gekomen, aldus Kuyper, die door de verklaarbare liefde van de epigoon verleid, hun roeping hebben geacht, een "breuke" in het leven te roepen, die als God het niet verhoedt steeds dieper door moet scheuren; daardoor lopen de neo-kohlbruggianen het gevaar, in sectarische paden terecht te komen.
Over een vijftal punten bestaat volgens Kuyper verschil van opvatting. Het eerste betreft de vraag, of dr. Kohlbrugge als een buitengewoon gezant des Heren moet worden erkend en of zijn uitlegging van het Woord als bindend is te beschouwen; naar Kuypers oordeel bleef Kohlbrugge, hoe uitnemend ook, een feilbaar mens. Verschillend wordt er ook gedacht over de vleeswording van het Woord; nam de Persoon van de Zoon zondig of onzondig vlees aan? Een ander punt betreft de heiligmaking. Volgens de neo-kohlbruggianen verschilt de wedergeborene in niets van de verworpene dan alleen daarin, dat een voorwerpelijke heiligmaking voor hem, buiten hem, in Christus gereed ligt. Voorts beweren de aanhangers van Kohlbrugge - nog steeds volgens Kuyper - dat het Woord Gods, zoals het in de Heilige Schrift voor ons ligt, ook zonder bijkomende werking van de Heilige Geest een goddelijke kracht in zich draagt. De gereformeerde vaderen hebben dit echter bestreden. Als laatste verschilpunt noemt Kuyper dat de neo-kohlbruggianen staande houden dat er in Christus' kerk overheden kunnen zijn die men in de consciëntie gehouden is te gehoorzamen, zelfs als ze iets anders geldend maken dan het gezag van Gods Woord. Dit "legitimisme" werpt volgens Kuyper het grondbeginsel van het gereformeerd kerkrecht omver en doet noodzakelijkerwijs als revolutie brandmerken wat niets is dan betoon van gehoorzaamheid aan Koning Jezus.
In antwoord op het Heraut-artikel verscheen op 5 april 1883 een Open Brief, waarin Kuypers beweringen werden weerlegd. Wie deze brief opstelde, werd niet vermeld, maar het is zo goed als zeker dat mevrouw Maria Wilhelmina Gobius du Sart-Schorer, weduwe van ds. G.J. Gobius du Sart, de schrijfster was. Ten aanzien van de genoemde punten merkt zij het volgende op:
1. Dat Kohlbrugge een feilbaar mens was, is natuurlijk juist; daarvan was hijzelf wel het meest overtuigd. Toch is elk woord van Kohlbrugge voor zijn oprechte leerlingen dierbaar, zelfs onmisbaar. Onwaar is echter de bewering dat hij voor zich een gezag opeiste, zoals de profeten in Israël hadden.
2. Wat betreft het punt van de vleeswording van het Woord is op te merken dat de door Kuyper bestreden leringen van J. F. Bula niet aan de vrienden van Kohlbrugge mogen worden geweten.
3. Met betrekking tot de heiligmaking sprak Kohlbrugge nooit van een in de gelovigen "inwonende hebbelijkheid", maar wel van een blijmoedige hoop op Gods beloften, dat Hij het maken zal dat wij in Zijn geboden en inzettingen wandelen.
4. Ten onrechte wordt beweerd dat volgens de leerlingen van Kohlbrugge het Woord Gods ook zonder bijkomende werking van de Heilige Geest een goddelijke kracht in zich draagt. De goddelijke ingeving van de Heilige Schrift staat bij hen als een paal boven water. Zonder de Heilige Geest is het volgens hen onmogelijk uit de heilfonteinen troost te putten.
5. Onwaar is ook de bewering dat de volgelingen van Kohlbrugge de soevereiniteit van Koning Jezus niet handhaven. Van ganser harte onderschrijven zij de gereformeerde confessie, maar Kuypers ijveren voor de belijdenis slaan zij met enig wantrouwen gade.
• Ds. G.J. Gobius du Sart
'Gedurende zijn verblijf in Arnemuiden ontving ds. Gobius du Sart tal van beroepen waarvoor hij bedankte: in december 1864 en januari 1865 bijvoorbeeld voor Nijkerk o/d Veluwe, Harderwijk, Oldebroek, Scheveningen en Bleskensgraaf. "Hij schijnt aan dat Arnemuiden vastgenageld te zitten", schreef L. Bernhardi in het begin van 1865 aan een vriend in St.- Jansga.
Toen volgde in april 1865 een beroep van Oud- Beijerland, welke gemeente vacant was geworden door het vertrek van ds. H. W. A. Verhoeff naar Scheveningen. Voor dit beroep kon ds. Gobius du Sart niet bedanken; kort nadat het was uitgebracht, nam hij het aan.
De gemeente van Oud-Beijerland zou hij echter nimmer dienen. Maandag 29 mei 1865 overleed ds. Gregorius Johan Gobius du Sart, nog geen 33 jaar oud, een weduwe met vier jonge kinderen achterlatend. Op de zondagen 14 en 21 mei had hij nog gepreekt over Matth. 18 : 1- 6, resp. Lukas 12 : 54-59. Ook op donderdag 25 mei, Hemelvaartsdag, besteeg hij nog de kansel, hoewel toen al ernstig ziek. In een brief aan J. L. Bernhardi heeft mevrouw Gobius du Sart-Schorer na de dood van haar man iets over diens levenseinde medegedeeld. Reeds de gehele winter had zijn gesteldheid te wensen overgelaten, zulks alsgevolg van vele bezoeken aan personen die aan een toen heersende keelziekte leden. In mei 1865 braken ook de pokken uit. "Men had de onmenselijkheid de arme Gobius bij een meisje te ontbieden, dat aan pokken leed. Hij ging en dronk al biddende aan dat ziekbed het gif in, dat hem ten grave sleepte. Ik had hem gesmeekt te blijven, maar kon hem niet tegenhouden. Ik zag hem, hoewel nog gaande en staande, langzamerhand wegsterven...".
Zondag 28 mei verergerde zijn toestand in zulke een mate dat de volgende morgen het einde kwam.'
***
Uit een reeks uitgaven voor managers (citaten van schrijvers uit de oudheid, zoals Seneca, Plato, Socrates e.a.), uitgegeven bij Lannoo (Tielt), volgen hier enkele puntige uitspraken:
• Seneca
'Geloof mij: ware vreugde is een ernstige zaak.'
'Zeldzaam zijn zij die zichzelf en hun zaken met overleg organiseren. De anderen vergaat het zoals de spullen die op de rivieren drijven, zij bepalen niet zelf hun koers, maar laten zich meevoeren.'
'Elke dag sterven wij. Elke dag immers wordt ons een stukje leven ontstolen, en zelfs wanneer wij nog groeien/slinkt ons leven weg.'
• Anderen
'Vermijd de vraag-al want hij is ook een verklik-al.' Horatius
'Een ereteken en de galg worden vaak op dezelfde manier verdiend.' Juvenalis
'Wat baat de blinde een bril?' naar Stobaeus
'Klein huis, grote rust; groot huis, kleine rust.' Phaedrus
'Wie ervoor gewerkt heeft, houdt meer van zijn have en goed dan wie ze geërfd heeft.' Aristoteles
'Inbeelding is de achteruitgang van de vooruitgang.' Heraditus 'Verstop je bij tegenslag zodat je tegenstanders daaraan geen plezier kunnen beleven.' Periander
'Alle slechte precedenten beginnen als verantwoorde maatregelen.' Sallustius
'Er is een reukje aan de man die altijd goed ruikt.' Martialis
V.D.Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's