De troon der tronen
'De Heere heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd.' [Psalm 103 : 19a]
Hebt u wel eens gehoord van 'de berg der bergen'? Dat is een joodse wijze van zeggen. Men bedoelt ermee: de hoogste berg. Welke is dat? Voor ons is dat de Vaalserberg in Zuid-Limburg. Die mag echter met z'n 321 meter eigenlijk geen berg heten. De berg der bergen is natuurlijk de Mount Everest in Nepal, met een top van 8850 meter. Op hemelvaartsdag wijzen wij als de berg der bergen de Olijfberg aan, ten oosten van Jeruzalem. Met zijn 800 meter een dwerg vergeleken met de Alpenreuzen en het Himalayagebergte. Desondanks: de berg der bergen; niet direct omdat men hem in Israël zo noemt, maar vooral omdat Christus vandaar ten hemel voer en thuiskwam. We kunnen het ook verwoorden, zoals David profeteerde in een Psalm: 'De HEERE heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd.' Hemelvaartsfeest is het feest van de troonsbestijging. Christus is immers Koning, ja, de Koning der koningen. Dat maakt Zijn troon tot de troon der tronen. Hogere troon dan de Zijne is er niet.
Wat een dag moet dat geweest zijn aan het hemelhof, toen Christus binnentrad. Met ontroering - stel ik me voor - liep God de Vader toe op Zijn Zoon, viel Hem om de hals en kuste Hem. 'Ge hebt het werk van verlossing en verzoening volbracht, Mijn Kind! Zit aan Mijn rechterhand.' De engelen braken uit in luid gejubel. En al de verloste zielen, van Abraham, van Maria, van ...- zij hieven eveneens het loflied aan. Zullen wij Hem ook eren? Heel de geschiedenis door probeerden mensen de hoogste troon te bestijgen: Nebukadnezar en Nero, Napoleon en Hitler. Zij veroverden rijkdom, macht en glorie. Bijna heel de wereld lag aan hun voeten. En nóg waren ze niet tevreden. Waren ze ten diepste niet uit op de hemelmacht? Niet voor niets lieten sommigen zich als god vereren. Nog altijd doen stervelingen een gooi naar de macht. Met alle gevolgen van dien. - Ook in het klein poogt men tronen te bestijgen: ik d'r op, anderen eraf. Wat is dat toch in een mens dat hij als God wil zijn en Diens troon wil beklimmen? Zit dat ook niet in u en mij?
Uiteindelijk grijpt iedereen naast de (hemel) macht. Dat komt, omdat macht-op-zich iets van de boze is. De troon staat dan op pijlers van leugen en geweld. Dat kan ook niet anders. Want slechts Eén heeft alle macht, in hemel en op aarde. Slechts Eén weet macht juist te hanteren. Slechts Eén heeft een hemeltroon: onze Heere Jezus Christus.
Hoe kwam Hij daaraan? Wel, Hij veroverde de macht niet met list en geweld. Hij stichtte geen rijk van uiterlijke pracht en praal, maar streed met de overmacht van Zijn liefde. Zo greep, nee, zo kreeg Hij de macht en vestigde Zijn troon. Op een stevig fundament: van waarheid en gerechtigheid, van liefde en vergeving.
Christus' aardse leven leek allerminst op een troonsbestijging. Voerde Zijn weg niet via kribbe en kruis de diepte in? Zo geschiedde het wonder van de verzoening: met bebloede handen en op doorboorde voeten beklom Christus de troon. Terecht zingt David: 'De HEERE heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd.'
Ja, let daar goed op: in de hemelen. Dus niet op de aarde. Dat zouden we wel willen. Dan konden we zo naar de troon toe. Maar nee, in de hemelen. Waarom daar?
1. Omdat Christus daar thuishoort: Hij woonde en regeerde er al voor de schepping.
2. Opdat wij gelóven. Hoezeer onderstreepte Luther dat: God verbergt Zich, opdat wij gelóven. In het kerstfeest zit iets van verberging, en in Goede Vrijdag. Het zit ook in Hemelvaart. Niet zomaar schrijft Lukas: 'Een wolk onttrok Hem aan hun ogen.' Slechts het geloof houdt Christus vast. Stel je voor dat Hij Zijn troon daar niet bevestigd had! Ons geloof zou zinloos zijn, ook al was het honderd keer Goede Vrijdag en Pasen geweest. Alle perspectief zou uit ons bestaan verdwijnen. Maar nu, onze Koning heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd. Godzijdank!
Hij is daar - dat noemen we in ene adem - ons ten goede. Dat is het geheim van Hemelvaart. Christus heeft Zijn troon niet in de hemelen gevestigd om te rusten, maar om te pleiten; niet om Zijn gram te halen, maar om Zijn genade uit te delen. Hij zetelt er als Advocaat.
Wat een geluk! Er is immers veel in mijn leven, wat niet klopt: in de relatie tot mijn naaste, en vooral in de relatie tot God. 'k Verdoezel het wel, met vrome en goede dingen. De Heere maakt mij echter duidelijk dat dat alles niet deugt, dat ik niet deug, dat ik Zijn toorn verdien. Maar hoor hoe Christus pleit bij Zijn Vader. Voor wie? Voor gestrande mensen, voor wie van z'n leven een puinhoop heeft gemaakt, voor wie zichzelf tegenvalt. Hij kan niets beginnen met iemand, die 't met zichzelf getroffen heeft, die z'n eigen (geloofs)zaken kan opknappen. Maar weten wij ons gearresteerd? Beseffen we dat we voor Gods rechterstoel nooit vrijuit gaan? Christus voert een krachtig pleidooi voor veroordeelden. Hij bekleedt het advocatenambt voor gearresteerden. Hij neemt het op voor uitgeprate en uitgetelde mensen. Daarom, zullen we de verloren zaak van ons leven Hém in behandeling geven? Reken maar dat Christus ons vrij krijgt en in vrede laat heengaan. Houd daaraan vast! En als dat niet lukt? Als twijfel en ongeloof ons parten spelen? Als we zoveel hebben meegemaakt dat we denken: 'Is er wel een Advocaat in de hemel? Ja, is God Zelf er wel?' Die gedachten en twijfels hoeft u niet weg te stoppen. Weet nochtans dat Christus Zijn troon in de hemelen gevestigd heeft om vandaar ons Zijn Heilige Geest te zenden. Dat gedenken wij straks met Pinksteren. Die Geest leidt ons in alle waarheid. Die Geest doet ons op hoop tegen hoop geloven dat Christus in de hemel voor mij pleit. Jazeker, voor mij, arme zondaar, doodschuldig mens. Die Geest werkt zó krachtig in ons hart dat we steeds meer zoeken wat hierboven is, waar Christus is, en steeds minder wat op aarde is. Die Geest schenkt ook de zekerheid, waardoor we weten: als mijn Heere hierboven is, dan kom ik er ook. Want Hij bereidt een plaats voor mij.
Met zo'n Heere in de hemelen kunnen wij verder, het leven door. Verder met een hart vol vreugde, net als de discipelen. Verder vanaf de berg der bergen, waarop we een ogenblik vertoefden. Verder, totdat wij eenmaal zelf door de poort van de dood de hemelen binnengaan en onze Koning zien, met de Vader en de Geest, op de troon der tronen, die Hij er gevestigd heeft, ons ten goede.
H. J. LAM, NIEUWERKERK AAN DEN IJSSEL
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's