De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

7 minuten leestijd

M. J. G. van der Velden, W. P. van der Aa, H.J. de Bie, Als wij samenkomen, Liturgie in de gereformeerde traditie. Uitgeverij Boekencentrum 2000, 207 blz.,

In onze tijd wordt in veel gemeenten het gesprek gevoerd over de liturgie in de samenkomst van de gemeente. Bestaande orden van dienst zijn onderwerp van discussie. Kan het ook anders? Moet het anders? Hoe moet het dan anders? Is de indeling van de kerkdienst, zoals deze er nu is, iets wat bewaard moet worden? Deze en andere vragen, die samenhangen met een veranderende cultuur zijn in veel gemeenten aan de orde van de dag.

Wat is het in zo'n situatie belangrijk goede voorlichting te ontvangen over de inhoud en vormgeving van de gereformeerde liturgie. Wat is haar identiteit?

Welnu, in het boek dat ik hier bespreek, vinden we deze goede voorlichting. Met wijsheid en deskundigheid wijden de auteurs ons stap voor stap in in het eigene en daarmee het prachtige van de gereformeerde liturgie.

Ik noem eerst de indeling van het boek, zonder er telkens bij te vermelden welke auteur welk hoofdstuk voor zijn rekening heeft genomen.

Na een Woord vooraf wordt in hoofdstuk 1 de gang van zaken in de kerkdienst besproken. Vanaf het begin (wanneer is het begin?) tot en met de zegen. Alle onderdelen worden helder en met verstand van zaken uitgelegd.

In hoofdstuk 2 komt de doopliturgie aan de orde. Daarin staat het klassiek gereformeerde doopformulier centraal. Zo wordt bijvoorbeeld uitgelegd wat het bekende woordje 'alhier' betekent in de derde doopvraag. Ik denk dat de betekenis van dit bekende woordje voor velen onbekend is. Ook wordt ingegaan op de doopgetuigen. In het volgende hoofdstuk staat de avondmaalsliturgie centraal. Een schitterend hoofdstuk. Duidelijk wordt dat het Avondmaalsformulier bedoeld is als een onderdeel van de liturgie. En daarom moet het niet in tweeën worden geknipt, zoals in heel veel gemeenten gebeurt. Eerlijk gezegd is dit voor mij een 'eyeopener'.

In hoofdstuk 4 komt de leerdienst aan de beurt. Waar komt deze vandaan en wat is het eigene van deze dienst? Ze mag in elk geval geen doublure van de morgendienst zijn. Dan is men bezig de grond onder deze dienst weg te halen. (p. 79) Laten - evenals in de Reformatie - de kinderen weer meer een functie in deze dienst krijgen. In het vijfde hoofdstuk gaat het over de liturgie rondom huwelijk en begrafenis. Vóór de Franse tijd bestond er geen burgerlijk huwelijk. Het huwelijk werd in de kerk voltrokken. Wanneer nu het huwelijk op het stad- of gemeentehuis wordt voltrokken, is de huwelijksdienst bedoeld als het om Gods zegen over het pas gesloten huwelijk. Laat dat weer in de samenkomst van de gemeente op zondag gebeuren. Begrafenissen zijn geen activiteiten van de kerk. De pastor is aanwezig als dienaar van het Woord. Aan het eind van dit hoofdstuk vinden we een proeve van een liturgie voor de inzegening van een huwelijk op zondagmorgen.

In hoofdstuk 6 en 7 komen respectievelijk het gebed (met voorbeeldgebeden) en het ambt aan de orde. Is het bedienen van het sacrament alleen aan het ambt van de predikant gebonden of kan ook een ouderling dat doen? Dan volgen twee hoofdstukken over het lied in de eredienst. Uitstekende voorlichting over het lied in de loop der eeuwen. Alsook over de gezangenkwestie. Het kerkgebouw en zijn indeling vindt in hoofdstuk 10 zijn plaats. In hoofdstuk II worden de historische achtergronden en het ontstaan van de gereformeerde liturgie besproken. Opnieuw: zeer leerzaam. Het boek eindigt met enkele aanzetten voor het gesprek over de liturgie vandaag. Als een rode draad loopt door heel het boek heen de gedachte, die op p. 201 wordt uitgesproken: Ze (nl. de vernieuwing van de liturgie in de Reformatie, W.V.) hield in het centraal stellen van de Dienst van het Woord in Schrift en prediking, de nadruk op de mondige gemeente die in staat is te antwoorden op het Woord van God, subject is van de liturgie, zelf zingend antwoordt en deelneemt aan de verkondiging van het Woord. De rol van de predikant wijzigde diepgaand. In plaats van de priester, van bidden wie de mensen voor hun heil afhankelijk zijn, wordt hij voorganger, één der onzen die vooropgaat.'

Uiteraard zijn er kanttekeningen bij bepaalde gedachten en uitspraken in dit boek te maken. Dat is ook helemaal niet in strijd met de intentie van dit boek. Ik zou er een pleidooi voor willen houden dat dit boek in 'onze' gemeenten gelezen, besproken en bestudeerd wordt. Het kan echt verder helpen om een verantwoorde weg te zoeken tussen vernieuwingsdrang en verstarringszucht. De liturgie wordt een levende zaak van de gemeente, waaraan de kerkenraad leiding geeft. Dank aan de auteurs.

W. VERBOOM, WADDINXVEEN

Robert Lemm, De kruisgang van het christendom. Uitg. Aspekt, Soesterberg 2000, 158 blz., ƒ34, 95-

Bestond er een Comité tot Behoud van de Rooms-Katholieke Kerk, dan zou de schrijver van dit 'op pamfletachtige toon geschreven essay' er zeker lid van zijn. Hij betoont zich nl. roomser dan de paus. Lemm, die eerder bekendheid verwierf als vertaler en biograaf, schreef voorjaar 1999 een artikel 'Over de fabel van de vooruitgang' in het behoudende Katholiek Nieuwsblad. Dat artikel deed nogal wat stof opwaaien, en vandaar dat hij nu komt met een nadere toelichting. Daarin betoogt hij dat de wes- _ terse cultuurgeschiedenis sinds de Middeleeuwen niet gekenmerkt wordt door vooruitgang, maar juist door een neergang, nl. de 'kruisgang' van het christendom. Hoe langer hoe meer moet de kerk het onderspit delven ten gunste van de democratisch georganiseerde staat. In vogelvlucht worden de verschillende fasen van dit proces geschetst, waarbij Lemm goed thuis blijkt in de geschiedenis van m.n. de politieke filosofie. Erasmus, Hugo de Groot, Voltaire, Rousseau en vele anderen passeren de revue, waarbij ieders aandeel in het vervalproces met enkele pennenstreken wordt geschetst. Tegenover hen staan behalve Pascal minder beroemd geworden figuren als Vico, Swedenborg en Burke, die tevergeefs probeerden het tij te keren.

Intussen neemt Lemm niet alleen allerlei culturele veranderingen van de laatste eeuwen op de korrel, maar hekelt hij ook de wijze waarop de kerk van Rome daar - steeds een stapje achteraan lopend - op reageerde. Zo verwijt hij kardinaal Ratzinger, toch niet bepaald een toonbeeld van veranderingsgezindheid, dat die ten onrechte de democratie en de idee van de mensenrechten in bescherming neemt en van een christelijke grondslag probeert te voorzien. Volgens Lemm zijn beide - de democratie en de Rechten van de mens - als producten van de Franse revolutie afkomstig van de vijanden van de kerk en moeten ze daarom afgewezen worden. De rechten van de mens noemt hij een 'humanistisch sprookje'; tegenover God hebben we helemaal geen rechten, alleen plichten. En die worden massaal vergeten. Net zo goed als men binnen en buiten de kerk massaal vergeten lijkt dat wij mensen vooral zondaren zijn en niet slachtoffers; dat het christelijk geloof primair verticaal van aard is, gericht op het behoud van onze eeuwige zielen; en dat christen-zijn nu eenmaal lijden met zich meebrengt.

Dat zijn stuk voor stuk opmerkingen die tot nadenken stemmen en om verdere doordenking vragen. In het algemeen doet Lemm trouwens menige rake observatie, die je als protestant alleen maar kunt onderschrijven. Het meest opmerkelijk is misschien nog wel zijn opvatting dat 'de kwaliteit van de kerk wordt bepaald door de graad van verstaan van het Woord' (156). Toch overtuigt Lemms boek als geheel niet. Allereerst is het met zoveel vaart geschreven, dat het betoog springerig is en de onderbouwing op beslissende punten ontbreekt. In de tweede plaats draaft de schrijver hier en daar door, bijv. als hij de door de paus gemaakte verontschuldigingen over de rol van de kerk in de kruistochten, de Inquisitie etc. afdoet als 'eigentijdse slapheid'. Dat riekt toch echt naar kritiekloze verheerlijking van het rooms-katholieke verleden. In de derde plaats is de overtuiging dat het juiste verstaan van het Woord beslissend is bij Lemm meer een zwerfsteen dan een grondgegeven dat consequent wordt uitgewerkt. Niet de Schrift, maar de periode van de Middeleeuwen, waarin de macht en glorie van de kerk nog onaangetast waren, blijkt voor hem maatgevend. En daarin kunnen protestanten hem toch echt niet volgen.

G. V.D. BRINK, BILTHOVEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's