De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zo ik niet had geloofd... [4]

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zo ik niet had geloofd... [4]

9 minuten leestijd

In Hebreeën 11 : 1 wordt het geloof als volgt omschreven: 'Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men ziet'. Met stelligheid wordt hier gesproken over de zekerheid van het geloof. Er is géén sprake van enige twijfel. Ook wordt het woord 'misschien' volstrekt niet gebruikt. Het valt ons op dat de zekerheid van het geloof voor de apostelen geen vraag is. Zij schrijven erover als een vaststaand gegeven. De oorzaak? Zij hebben uit het geloof geleefd! Ongetwijfeld zullen zij last gehad hebben van kleingeloof. Ook zal hun geloof wel eens aangevochten zijn geweest. Zij zullen ermee op de hoogte zijn geweest dat het geloof niet altijd even sterk is. Niettemin hebben zij toch altijd het oog gericht op Christus. Zij leefden uit het geloof! Zij hebben het geloof gepredikt! Hun prediking is prediking van het geloof geweest! Een vorig keer vermeldde ik hoe de prediking van het geloof in de zeventiende eeuw veranderde in een kenmerkenprediking. Ik ga hier nu niet op in, omdat dit een vorig keer uitvoerig aan de orde is geweest. Wat ik nog wil zeggen is dat de prediking van de apostelen zo niet is geweest. Zij hadden slechts één kenmerk. Dat ene kenmerk in hun prediking was Jezus Christus en die gekruisigd.

Hetzelfde kan gezegd worden van de prediking in de tijd van de Reformatie. Het was prediking van het geloof wat de klok sloeg. Het oog van de hoorder werd in de prediking op Jezus Christus gericht. Let wel: zonder enige voorwaarde! Het is de rijkdom van de Schrift, een rijkdom die door de reformatoren herontdekt is, dat zonder enige voorwaarde Jezus Christus in de prediking aan de voeten van eenieder mag worden neergelegd. Ook legden zij er de nadruk op dat het geloof zonder voorwaarden als gave van God is te verkrijgen. Daarom horen wij Luther zeggen dat het geloof gemakkelijk is te verkrijgen. Hij zegt: 'Wij laten het de Heere maar aan ons geven, zoals wij zijn. Wij behoeven er niets voor te doen'.

Buiten ons

Wat is de oorzaak dat de zekerheid van het geloof niet wordt gevonden? Waarom leven velen niet uit de zekerheid van het geloof? Zou dit niet de oorzaak zijn dat men meer zoekt in wat in ons gevonden wordt dan dat men zoekt wat buiten ons is?

Ons avondmaalsformulier zegt terecht dat wij de gerechtigheid niet in onszelf zoeken, maar dat wij dat doen buiten onszelf in Jezus Christus. Wat vindt men in zichzelf? Ik kan kort zijn. Wij vinden in onszelf niets wat voor God kan bestaan. Geen enkele gerechtigheid! Zij zal ook nooit door ons bewerkt kunnen worden. Maar God zij dank behoeft er in ons ook niets gevonden te worden wat voor God kan bestaan. Alles waarmee wij voor God kunnen bestaan, wordt buiten ons gevonden. In Wie? In niemand anders dan in Jezus Christus. Op het kruis heeft Hij gerechtigheid verworven. Hij heeft er de last van de toorn Gods tegen de zonden weggedragen. In Hem is het leven, zelfs het eeuwige leven. In Hem ziet God ons aan als hadden wij nooit enige zonde gekend of gedaan (Zondag 23). Ook Lodenstein wist van het heil buiten hem. Ik denk aan het bekende versje:

't Oog omhoog; het hart naar boven.
Hier beneden is het niet.
't Ware leven, lieven, loven

is daar waar men Jezus ziet. Met deze woorden heeft Lodenstein niet willen zeggen dat onze plaats in de wereld niet van belang is. Een christen weet maar al te zeer dat hij zich goed van z'n taak moet kwijten die hij in deze wereld heeft. Wat Lodenstein wel bedoelde was dat alle gerechtigheid in Christus buiten ons gevonden wordt. Van een gemoedelijk christendom moest hij niet zoveel hebben. Het geloofde leeft niet van invallende gedachten of van voorkomende woorden, maar het leeft van het Woord en met name van het vleesgeworden Woord. Kortom: het geloof leeft van Jezus Christus en alles wat Hij verworven heeft. Maar Iet wel: daarvan wordt niets in ons gevonden, doch het ligt alles buiten ons. In dat verband wil ik ook zeggen dat het ons tot vreugde moet zijn dat wij in het geloof alles buiten onszelf vinden! Zou het in ons gevonden worden, 't zou zo weer verdwenen zijn. Wij hebben niets, maar ook: wij houden niets vast! De Heere schenkt alles en Hij houdt vast. Wat een troost, en dat in leven en in sterven.

Gevoel

De meeste mensen beschikken over gevoel. 't Moet gezegd worden dat de één meer gevoel heeft dan de ander. Ook in de maat daarvan heeft de Heere de hand. Wat zéker is: wanneer wij een mens met veel gevoel zijn, kunnen wij doorgaans goed met een ander meeleven. Dat zal zeker het geval zijn als emotionele omstandigheden zich voordoen. Het doet weldadig aan als er in die situaties mensen zijn die ons begrijpen. Hoe sterker het gevoel is ontwikkeld, vaak des te meer begrip en meeleven.

Toch kan dit gevoel óók gevaarlijk zijn. Wanneer zal dit het geval zijn? Het gebeurt als wij niet zozeer leven bij het geloof als wel bij ons gevoel en alles wat wij menen in onszelf te vinden. Echter... wat leeft bij het Woord? Niet het gevoel leeft bij wat de Schriften ons voorhouden, maar het geloof. Het geloof leeft bij de beloften Gods. Daarin vindt het geloof z'n vastheid. Wij mogen ook zeggen: z'n zekerheid. Want wat staat er van de beloften Gods geschreven? Wij lezen dat zij in Christus Jezus ja en amen zijn Gode tot heerlijkheid door ons.

Het gevoel is onderhevig aan allerlei stemmingen. De ene dag is het gevoel 'himmelhoch jauchzend' en de volgende dag is het 'zum Tode betrübt'. Deze woorden zijn in een ander verband eens door Goethe aangehaald. Wanneer ik het op het gevoel toepas, schrijf ik: de ene dag loopt men - om zo te zeggen - de gehele dag te juichen, men plukt de sterren van de hemel. De andere dag daarentegen zit men diep in de put. Wat men de vorige dag meende te hebben, is men nu allemaal kwijt.

Hoe mooi het gevoel is, ik kom er nog wel op terug, maar dit moet ons duidelijk zijn: het geloof rust niet op het gevoel. Het geloof rust op de beloften Gods. Van de beloften Gods kunnen wij zeggen dat zij zeer betrouwbaar zijn. Terecht wordt er door ons gezongen: 'Wat uit Zijn mond uitgaat, blijft vast en ongebroken'.

Een zeer hechte relatie

Zoals ik eerder stelde in navolging van Zondag 7, is het geloof een zeker weten en een vast vertrouwen. Geloven bestaat in kennis en vertrouwen! Het geloof is op iemand gericht. Het is op God gericht. Wat ik nu schrijf, daarmee kan men alle kanten uitgaan. Maar ik bedoel zeker niet dat men daarmee de verkeerde kant zal uitgaan. Toch ontkom ik er niet aan om te zeggen dat het geloof relationeel is. Wij hebben een relatie! Allereerst hebben wij die met God, maar direct daaropvolgend met eenieder die God ons op onze weg zet. Kortom: een relatie met God en mens. Voor de duidelijkheid schrijf ik nog eens dat niet wij deze relatie zijn aangegaan, maar dat de Heere deze met ons is aangegaan. Krachtens Zijn Verbond heeft Hij ons opgezocht en ons - en nu druk ik mij kinderlijk uit - gevraagd: 'Wilt u Mijn bruid zijn?' Er is bij 'het vragen' wel meer aan te pas gekomen, o.a. dat wij overreed moesten worden, maar dat laat ik nu maar schieten. Het gaat mij erom dat tussen God en ons een relatie is. Een relatie die er kan zijn en door God met ons kan aangegaan worden dankzij het kruis op Golgotha. Nooit of te nimmer zou er sprake zijn van enige relatie tussen God en ons als er op deze aarde niet een kruis zou hebben gestaan. Maar... er heeft op een heuvel een vloekhout gestaan. Er heeft er Eén gehangen die alle relaties in een stikdonkere nacht heeft moeten missen. Zó heeft Hij de mogelijkheid geschonken dat er herstel in relatie zou kunnen plaatsvinden tussen God en mens. Wanneer deze relatie (relatie in het geloof) er tussen God en ons is, is zij hechter dan een relatie tussen man en vrouw.

De relatie tussen God en ons wordt nooit of te nimmer verbroken. Soms maak ik in het pastoraat wel mee dat man en vrouw elkaar loslaten, d.w.z. dat zij hun huwelijksrelatie verbreken. Om een of andere reden gaat het niet meer. 'k Moet zeggen: het grijpt mij altijd weer aan als ik ermee geconfronteerd word. Men is immers niet bij elkaar gekomen en bij elkaar gebracht om via een scheiding weer uiteen te gaan? Helaas... wij leven in een gebroken wereld, waarin dit wel gebeurt. Gelukkig is er in vele gevallen geen enkele reden aanwezig dat mensen uit elkaar gaan. Het komt wel voor dat mensen vijftig of zestig jaar getrouwd zijn, soms heel gelukkig. Dat is te horen en te zien. Toch komt er ook aan dit huwelijksgeluk van vele jaren een einde. Hoe gelukkig wij met elkaar zijn, doch er komt een moment dat wij gaan sterven ten gevolge waarvan de huwelijksrelatie verbroken wordt. Hoe innig, maar hecht is zij niet. Hoe geheel anders is relatie in het geloof met God. Zij is veel hechter dan die tussen man en vrouw. Men moet zelfs spreken van een relatie die de eeuwigheid verduurt. Nooit of te nimmer wordt zij verbroken. Maar is er dan geen reden voor dat God en mens uit elkaar gaan, de relatie verbroken wordt? Onze ontrouw in de relatie met God zou er de oorzaak van kunnen zijn dat de Heere zou zeggen: 'U zoekt het zelf maar uit. Ik laat u in de steek. Ik maak Mij vanwege uw trouweloosheid van u los'. Maar zo spreekt de Heere niet. Zo heeft Hij nooit gesproken tot Israël, het volk van het Verbond. Maar zo zal Hij ook nooit spreken tot Zijn gelovigen die Hem meer dan eens verlaten om zich af te geven met andere goden. Wanneer Hij met ons een relatie aangegaan is, zal die nooit verbroken worden. Hij laat niet varen het werk van Zijn handen. Een relatie in eeuwigheid voorgenomen en in de tijd aangegaan, zal tot in der eeuwen bestaan. Zijn trouw is groot. Zij zal nooit vergaan. Wat een troost en bemoediging vooral als van onze kant de relatie niet meer zo sterk is vanwege onze zonden. Vergeet het niet: Hij blijft getrouw.

(Wordt vervolgd)

G. S. A. DE KNEGT

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Zo ik niet had geloofd... [4]

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's