Uitdagingen voor christelijke levensstijl vandaag [1]
In deze bijdrage wil ik enkele opmerkingen maken over christelijke levensstijl op de drempel van de 21e eeuw. Het gaat om niet meer dan enige bouwstenen voor verdere bezinning. Wanneer deze overwegingen aanleiding zijn tot reacties uit de lezerskring zou ik daar dankbaar voor zijn en er waar mogelijk ook op willen reageren. Het is to zo dat zich op het terrein van christelijke levensstijl een veelheid van vragen voordoet waarbij we het gebed om de leiding van de Heilige Geest, het geduldig en eerbiedig luisteren naar het Woord, de aftasting van de ontwikkelingen in de tijd waarin wij leven en het onderling beraad als gelovigen, voortdurend nodig hebben.
Toewijding aan God
Kenmerkend voor de christelijke levensstijl blijft het 'vacare Deo', het vrij zijn voor God. Dit krijgt gestalte in de zondagsviering met de erediensten als het hart daarvan, de stille tijd die dagelijks wordt gezocht, de gebeden en zo mogelijk de schriftlezing rond de maaltijden en bij opstaan en naar bed gaan. Hoe zal dit gaan in de 21e eeuw? Zal de vrije zondag niet voor steeds meer christenen onder zware druk komen te staan? Ik stel mij voor dat maatschappelijke ontwikkelingen er uiteindelijk toe zouden kunnen leiden dat christenen ondanks hun principieel protest en ondanks alle pogingen om alternatieven te vinden, zich tenslotte toch genoodzaakt zien op zondag van tijd tot tijd uit pure economische noodzaak arbeid te verrichten. Dat is iets wat zij zolang mogelijk zullen willen voorkomen en vermijden.
Maar het is denkbaar dat wij weer in dezelfde positie zullen komen als de eerste christenen die voor dag en dauw elkaar ontmoetten op de dag des Heeren om daarna hun dagelijks werk te gaan verrichten. Wanneer dit in de toekomst broeders en zusters overkomt, zullen ze ondersteund moeten worden door de gehele christelijke gemeente die metterdaad solidair is met haar leden die in gewetensnood zijn gekomen. De teloorgang van de vrije zondag zal een zwaar verlies zijn, maar het behoeft niet de nekslag te betekenen voor het geloofsleven, zo min als de noodzaak te arbeiden op zondag voor de eerste christenen hun geloofsleven onmogelijk maakte. Het zal een uitdaging zijn voor de christelijke gemeente om te midden van een voortgaande nivellering van zondag en doordeweekse dagen inventief naar mogelijkheden te zoeken om alle leden de gelegenheid te bieden voluit deel te nemen aan de eredienst, ook wanneer het sommigen (velen?) van hen niet meer mogelijk zal zijn dit regelmatig op zondag te doen.
Eigentijdse spiritualiteit
Verdient het in deze jachtige maatschappij voorts geen aanbeveling dat christenen een voorbeeld nemen aan de moslims die midden op de dag hun gebeden verrichten? Ik denk aan gebedsbijeenkomsten op de werkvloer, bij het begin van de werkdag, tijdens pauzes of als afsluiting van de werkweek. In de 21e eeuw zal de praxis piëtatis, de praktijk der godzaligheid, om nieuwe vormen vragen. Maar in die nieuwe vormen zullen de aloude waarden van toewijding aan God, verootmoediging voor Hem, lofprijzing en aanbidding van Hem, bewaard blijven: blijvend gehalte in wisselende gestalte. Ik zou er voor willen pleiten dat er werkgroepen worden gestart waarin creatief wordt nagedacht over de invulling van het leven coram Deo te midden van de veranderende levensomstandigheden in de 21e eeuw. Eigentijdse vormen van spiritualiteit moeten worden geëxploreerd om bijtijds toegerust te zijn voor christelijk leven in de maatschappij van de toekomst. De futurologen kunnen ons helpen om de trends onder ogen te zien waarmee we ons hebben te verhouden. Waarom zouden we in de bezinning op de christelijke levensstijl altijd achter de feiten aan moeten lopen?
Toewending naar de wereld
Naast de toewijding aan God is er de toewending naar de wereld. Vanuit de toewijding aan God wordt de vreemdelingschap gevoed, maar dan kan vervolgens in de toewending naar de wereld het rentmeesterschap worden beoefend. Je vraagt je wel eens af of oprechte christenen in de voortgang van de 21e eeuw nog wel in allerlei maatschappelijke verbanden zullen kunnen participeren, of dat ze meer en meer in een isolement zullen worden gedrongen vanwege hun overtuiging. Dr. B. Loonstra geeft in zijn laatste boek, Zo goed en zo kwaad, ten aanzien van enkele concrete voorbeelden als abortus provocatus en euthanasie aan hoe de identiteit van de gemeente haar tot een duidelijke stellingname brengt. Ik ben het daar van harte mee eens. Het is verheugend dat meer dan tienduizend christenen uit verschillende kerken elkaar gevonden hebben in de Stille Tocht tegen de euthanasiewetgeving. Zoals het diep treurig is dat 100 predikanten, tegen het spreken van de moderamina van de kerken in, een pro-euthanasie standpunt hebben uitgedragen! Toch heeft de terechte verontrusting een bedenkelijke keerzijde. Ik signaleer het gevaar dat christenjongeren de verpleging en heel de medische wereld links laten liggen omdat je daar als principieel mens steeds minder uit de voeten kunt. Je zult maar als christen gynaecoloog zijn of je zult maar als christenverpleegkundige moeten meewerken aan euthanasie! Ook in reformatorische kringen is een houding van wereldmijding niet onbekend. De volle nadruk wordt dan gelegd op het in stand houden en versterken van de eigen zuil. Deze wordt gekenmerkt door allerlei uiterlijke zaken die als schibbolets fungeren naar binnen toe en naar buiten toe extra drempels aanbrengen. Er is weinig verwachting van een positieve inbreng en heilzame uitstraling in de samenleving. Men is veelmeer beducht voor de besmetting vanuit de wereld, dan bedacht op positieve beïnvloeding van buitenstaanders door de gemeente als zoutend zout en lichtend licht. De tijden zijn donker, de Geest heeft zich teruggetrokken, de oprechte kinderen Gods zijn schaars geworden. Het hopen is op een nieuwe opwekking, maar in bepaalde extreme groepen wordt ook wel verkondigd dat bijna alle uitverkorenen al zijn toegebracht en er dus nauwelijks enige hoop rest voor de huidige generaties en voor hun nageslacht.
Onvruchtbare reactie
Hoe begrijpelijk deze terughoudendheid ook is, ze brengt ons op een dwaalspoor wanneer ze leidt tot een zelfgezocht isolement. Christus roept ons midden in deze wereld om Zijn getuigen te zijn. Ons terugtrekken op 'nog' veilige terreinen is een onvruchtbare reactie, ja, het is zelfs een gestalte van ongehoorzaamheid aan de roeping een lichtend licht en een zoutend zout te zijn. Er is een tendens dat steeds meer beroepen en steeds meer terreinen van de moderne samenleving voor christenen ontoegankelijk dreigen te worden. Waar we dit gevaar, ja deze realiteit signaleren, is het van de grootste betekenis binnen de christelijke gemeente het besef levendig te houden dat we vanuit gehoorzaamheid aan Koning Jezus overal waar dat maar enigszins mogelijk is op onze post hebben te blijven: in het ziekenhuis en het laboratorium, in kaderfuncties binnen het bedrijfsleven of de bankwereld, in militaire functies, op wetenschappelijk terrein, in de kunst, in de politiek enzovoorts. De triomfantelijkheid van het neocalvinisme is wel achterhaald, maar we kunnen toch altijd nog wel wat leren van de nadruk die in het voetspoor van A. Kuyper op de cultuuropdracht werd gelegd. Er is geen vierkante meter grond waarop Christus de Koning niet Zijn claim legt. Ook in de 21e eeuw blijft de wereld, de geschapen werkelijkheid in alle facetten, de plek waar ik door mijn Schepper geroepen ben om met de mij geschonken gaven te arbeiden tot Zijn eer. Het geheiligde leven speelt zich niet af in een kloosterlijke situatie van afzondering, maar midden in het rijk geschakeerde wereldlijke leven met al zijn mogelijkheden en uitdagingen, verleidingen en bedreigingen.
Gevaren en kansen
Wat zal de 21e eeuw aan nieuwe gevaren en aan morele dilemma's brengen? Dat zullen we niet moeten onderschatten! Ik denk aan de aids-problematiek en de kindersterfte in de derde wereld, aan de ontwikkelingen in het erfelijkheidsonderzoek en de gentechnologie, aan de uitdaging om het christelijk huwelijk hoog te houden in een cultuur waarin een seksuele moraal is ingeburgerd die in veel opzichten haaks staat op de christelijke zede, aan de doorgeslagen individualisering en daarmee de aantasting van traditionele samenlevingsverbanden, verder aan de aantasting van het milieu, de stijging van de temperatuur op planeet aarde, de proliferatie van kernwapens, de gewelddadigheid van fundamentalistische bewegingen, enzovoorts. Even zovele beklemmende verschijnselen en ontwikkelingen! Maar ook: welke nieuwe kansen biedt de nieuwe eeuw voor heilzame christelijke presentie! Laten we ervoor openstaan om die nieuwe kansen te ontdekken. In deze boze, Gode vijandige wereld is het kruis van Christus geplant. Omwille van het kruis van Golgotha mag de wereld niet afgeschreven worden, maar zal in onbaatzuchtige dienst, diakonia, het waarachtig goede voor de naaste worden gezocht. Het is onze 'missie' als christenen ons om mensen te bekommeren. Mensen die God zoveel waard zijn dat Hij ondanks alles Zijn Zoon voor hen heeft gegeven (Joh. 3 : 16). In de 21e eeuw kon de manipulatie van mensen, in een steeds onpersoonlijker wordende maatschap-pij, wel eens nog onrustbarender vormen gaan aannemen dan nu al vaak het geval is. Christelijke levensstijl zal dan uitkomen in oprechte aandacht voor de naaste in nood, hoeder van de broeder die verdoold is in de woestijn van massale eenzaamheid en geregistreerde anonimiteit.
J. HOEK, VEENENDAAL
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's