De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

10 minuten leestijd

Vrije markt

In de Kroniek van Kerk en Theologie (jaargang 52 no. april 2001) schrijft prof. dr. H. W. de Knijff een bijdrage waar wij de vrijege markt boven zet. In een vorige aflevering had hij  aandacht gevraagd voor de hedendaagse evenementenmarkt en had daarbij aangeknoopt bij een reeks artikelen in NRC/Handelsblad van de hand van H. J. A. Hofland. Nu gaat hij verder en dan met name 'ten aanzien van het principe van onze huidige economie: de vrije markt en het algemeen verbreide geloof daarin'.

De Knijff signaleert dat er in toenemende mate kritische stemmen te beluisteren zijn bij de gevolgen van de vrije markt 'vooral bij de geglobaliseerde hedendaagse variant ervan'. 'De markt is een bron van non- en onmoraal: veel geld doet sneller corrumperen, onmetelijk veel geld corrumpeert absoluut.' Enkele vaderlandse economen (De Knijff noemt: Heertje, Pen, Van Wolferen) worden niet moe de schaduwkanten van het moderne marktdenken te signaleren. Van Wolferen noemt het een en ander. Bureaucratie, bedrijfsbureaucratie die tot een neutralisering van de samenleving leidt waarin de mens niet veel meer is dan zijn relatie tot de organisatie. 'Wij worden - ook als maatschappij - in toenemende mate veranderd in objecten van opportune regelgeving, wij worden een functie in een objectief door geld geregeerd systeem.' Dit verschijnsel loopt parallel met de voortschrijdende commercialisering. De bureaucratie wordt daardoor venijniger: alles draait alleen maar meer om het materiële. Formalistische procedures nemen in het menselijk verkeer de plaats in van verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid, alle aansprakelijkheid verdwijnt zo uit onze samenleving waarbij een sluipende aantasting van de democratie optreedt, aldus Van Wolferen via de weergave van prof. De Knijff.

Laatstgenoemde concludeert: de situatie is alarmerend en schreeuwt om een principiële wijziging van het totale beleid. De Knijff noemt dan een aantal uitgangspunten waarbij hij begint bij wat heet de 'globalisering'. Deze heeft volledig gefaald bij de bestrijding van de armoede in de wereld.

'Vervolgens: onze nationale probleemgevallen: de zorg en het onderwijs. Het drama hoef ik niet te schilderen, het is iedereen bekend. Nergens komt het beginsel van onze nationale politiek "individuele rijkdom, collectieve armoede" navranter aan de dag dan hier. De staatsschuld en de hoge werkloosheid van de jaren tachtig leken dit beginsel als enige uitweg te bieden. De definitieve mislukking van het communisme gaf de vrijemarktgedachte nog eens extra wind in de zeilen. Met de ideologie raakte ook het politieke denken uit de mode: men meent, dat men thans onideologisch te werk kan gaan (maar ondertussen!). Nu, het succes bleef niet uit, wij kunnen ons op de borst slaan (en doen het ook), "het gaat Nederland goed". De individuele portemonnee vermag veel, van consumptie moeten we het hebben, en het werkeloosheidsprobleem is nagenoeg opgelost. Ook hier is de schade niet te overzien en hij treft uiteraard het sterkst de gemiddelde Nederlander, die uit deze portemonnee wel een hoop luxeartikelen en plezier kan kopen, maar geen zorg aan zijn bed en ook geen goed onderwijs (op beide gebieden bestaan peperdure voorzieningen voor de "happy few"!). Dat de privatisering goede, zelfs betere alternatieven zou bieden, is in veel gevallen een illusie gebleken. Hoe zal men ook kunnen verdienen aan zorg, aan schoolonderwijs, aan vele van die zaken die eerder met goede grond onder onze nationale voorzieningen vielen. Thans is er sprake van, dat men zelfs gevangenissen gaat privatiseren! Dit heeft iets walgelijks. Privatisering betekent: er moet verdiend worden door de aandeelhouders. Als gevolg hiervan dreigt gebrekkige, want kostenbesparende uitvoering van de opdracht (goed zichtbaar bij de spoorwegen). Men herinnert zich het oude marxistische grapje: op de vraag, of in een bepaalde fabriek schoenen gemaakt werden, was het laconieke antwoord: geen schoenen worden hier gemaakt, maar winst. Waar is het moreel gevoel, dat op zorg, onderwijs, rechtspleging en verdere zaken van algemeen burgerbelang niet op deze wijze ("slapend") verdiend mag worden?

Dan het milieu, de goederen der aarde, grond, water en lucht. Ook dat probleem hoef ik niet nader te schilderen. Het debacle van de klimaatconferentie ligt net achter ons. Thans, enige maanden later, is als vrijwel zeker komen vast te staan, dat de verslechtering van het klimaat voor een fors deel te wijten is aan de activiteiten van de mens in de laatste eeuw. Politici en "wetenschappers" wilden er tot voor kort maar met moeite aan en er zullen ook thans nog steeds mensen zijn, die op de paar procent onzekerheid wijzen om de stelling onbewezen te achten en op de oude voet door te gaan. Bestudeert men de toezeggingen van onze overheid, in de officiële stukken gedaan (bijv. t.a.v. de reductie van CO2)., dan blijkt, dat zij keer op keer niet vervuld worden, zelfs verre van dat: men zou, als men de rapporten niet kende, nauwelijks vermoeden, dat er ooit zulk een toezegging geweest is! Ons politieke systeem is op de nabije toekomstgericht: het verkeersprobleem oplossen, wijken aanleggen, regels maken en geld verdelen. Een politiek, die zich op de verder afgelegen toekomst richt (en waarvan de noodzaak ook zonder dure en ingewikkelde studies rapporten in het oog springt), lijkt niet te realiseren en men hoort ook van politici niet, dat er behoefte aan bestaat. Er schijnt bij de ministeries ook heel wat in de laden te liggen, dat - jammer voor de opstellers - als voorlopig niet bruikbaar wordt beschouwd. In plaats daarvan produceert men om de zoveel jaar een nieuwe (meestal geheel gewijzigde) planologische studie. Het vrijemarktbeginsel laat uiteraard ook ons dagelijks leven niet onberoerd. Ik heb hier het oog op onze tijdsbeleving. De economie verlangt maximale productie; een werkuur moet maximaal worden benut. Dat heeft geleid tot nauwkeurige werkanalyse, waarin de kleinste "niches" van ongebruikte tijd worden opgespoord en ingevuld (vgl. buitenbrievenbussen bij de post, maar ook in de zorgsector weet men ervan mee te praten). Daardoor is het element ontspanning in en door het werk verdwenen en daarmee ook veel van de arbeidsvreugde. Het is een verontrustend feit, in hoeveel beroepsgroepen zich het "taedium" van de desillusie heeft genesteld: de ene groep na de andere meldt: er is niets meer aan (tot de dokters, dominees en hoogleraren toe!). De werkprestatie per uur ligt in Nederland van alle landen het hoogst, maar wij hebben tegelijkertijd het hoogste aantal WAO'ers. Depressie, stress, burnout zijn aan de orde uan de dag. Dit alles betekent eenvoudigweg: wij hebben ons werk zo georganiseerd, dat het een maximum aan geld oplevert, ongeacht de persoonlijke gevolgen. Hier lijkt sprake te zijn van een beëindiging van het menselijk werk als antropologische categorie. Hoe lang houden wij dat nog vol?'

De Knijff bepleit een regulering van de markteconomie. Hij bedoelt: deze moet gemeten worden aan zijn humane effecten en beschermd tegen de ingebouwde neiging tot grensoverschrijdend handelen. 'Er zou toch al heel wat gewonnen zijn, als wij onze zelfverzekerdheid en grootspraak opgaven en onze menselijke grenzen erkenden.'

Puritanisme

Onlangs verscheen in ons taalgebied een standaardwerk over Het Puritanisme: geschiedenis, theologie en invloed (Boekencentrum). Prof. De Knijff bespreekt dit werk uitermate lovend in het Centraal Weekblad van 11 mei 2001. Hij zet boven zijn bijdrage veelzeggend, gelet ook op wat hij in de Kroniek van Kerk en Theologie schrijft: Puriteins leven siert ons allen. Hoort het puritanisme niet thuis op de schroothoop van de geschiedenis, zouden sommigen kunnen denken, aldus De Knijff. 'Het levensideaal van vandaag is meer bourgondisch dan puriteins.' De Knijff merkt op hoe in de vorige eeuw Oepke Noordmans het in zijn werken sterk opgenomen heeft voor de puriteinen. 'Noordmans beschouwt u het calvinisme in zijn puriteinse vorm als een voortgang in de geschiedenis van het christelijk geloof die niet meer teruggedraaid mag worden en die tot op vandaag zijn betekenis behoudt.'

In Noordmans' visie wordt grote nadruk gelegd op het feit, dat bij de puriteinen de kerkelijke eredienst naar het gezin, naar de huiskamertafel, verplaatst wordt. Hier krijgen wij een kijkje achter het gordijn van onze vooroordelen! Hoewel er inderdaad veel in het puritanisme tijdsbepaald is, wijst Noordmans' beoordeling ons op een juist voor onze tijd uiterst actueel punt. Dat punt is, dat het Evangelie moet ingaan in het geschapen leven en dat moet heiligen. Dat is eigenlijk een omvattende definitie van christelijke ethiek. En hoewel deze definitie nogal "dogmatisch" klinkt, is zij in hoge mate relevant voor het moderne leven van alledag. Ik denk, om een voorbeeld te noemen, aan de morele situatie, waarin het milieuprobleem ons heeft gebracht. Het milieuprobleem - overigens in nauwe samenhang met het probleem van de wereldarmoede - confronteert ons met de vraag van het gebruik van de aarde. Het heeft er de schijn van, dat het een technisch probleem is van een beetje uit de hand gelopen, en door ingewikkelde politieke maatregelen op te lossen, vraagstukken. Maar in werkelijkheid is het een probleem van ons mens-zijn in zijn volle omvang: op welk aandeel van de aarde hebben wij als geschapen wezens recht? Dat betreft in feite onze gehele levensinrichting. Nu is het ons niet onbekend, dat wij als westerse mensen een fors part opeisen, voor ons gebruik en voor ons genot. Genot speelt vandaag de dag een grote rol. Is daar iets mis mee? Nee, genieting behoort wezenlijk bij de schepping. Toch is er heel veel reden om van genietingen af te zien. Want wij pakken een veel te groot stuk van die aarde voor onszelf; wij "amuseren" ons "ten dode" (Postman), terwijl vele medeaardbewoners niet te eten hebben.'

Hoogstandjes

Is ascese de oplossing; moeten wij zeggen: genot deugt niet? Dat lijkt geen christelijke gedachte. Veeleer moeten wij zeggen: wij mogen Gods schepping gebruiken en genieten, maar op een zeer bepaalde wijze. Namelijk naar de maat van het ons toekomende deel. Dat betekent: wij moeten leren genieten binnen grenzen. Door dit inzicht worden we verwezen naar de elementaire dingen van het leven. Het gaat in het christelijk leven niet om hoogstandjes, maar om de "eenvoud des levens", waarin de aarde wordt geheiligd. De lezer zal misschien zeggen: "Is dat puritanisme? Ik ken dat verschijnsel als een eindeloze tobberij over onze stand en staat voor Gods aangezicht. Wat hier gezegd wordt, gaat allemaal over uiterlijke dingen". Dat is echter schijn. Wij worden in onze moderne maatschappij, door de uiterlijke (politieke, maatschappelijke, economische) problemen, door haar niets ontziende gelds- en machtsdrift, hardhandig geconfronteerd met de vraag, hoe wij innerlijk leven. "Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn" (Matt. 6: 21). Ik wijs hierbij slechts op het voor puriteinen zo belangrijke en veel besproken (zie het boek) gegeven van de zondagsviering. Daarin worden wij geconfronteerd met de vraag naar onze tijdsbesteding. En dat gaat weer over alles, en over hetzelfde: wat is ons deel in het leven? (Pred. 9 : 9). Het puritanisme, hoe zeventiende-eeuws het ook moge zijn, herinnert ons eraan, dat wij leven voor Gods aangezicht en het roept ons op, daarmee, tot heil van allen, ernst te maken.'

Genieten is bijbels omdat het omgang betekent in het geloof met wat God in Zijn schepping geeft. Genieten is echter wat anders dan het in eigen beheer nemen van Gods gaven. Zou het er niet mee te maken hebben dat God in het het hele leven niet meer voorkomt? God liefhebben boven allen en alles uit, zorgt er voor dat ook de naaste niet tekort komt.

J. MAASLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's