De eerste liefde
OPENINGSWOORD JAARVERGADERING GEREFORMEERDE BOND D.D. 30 MEI IN NIJKERK
De brieven aan de zeven gemeenten in Klein-Azië vormen een spiegel voor de kerk van alle eeuwen, voor de gemeenten in alle plaatsen. De Koning van de Kerk houdt door middel van deze brieven ook ons Zijn spiegel voor. Ik vraag vanmorgen uw aandacht voor drie gedachten uit de brief van Christus aan de gemeente te Efeze, namelijk: de kracht van de gemeente, de zwakte van de gemeente en het appèl op de gemeente
1. De kracht van de gemeente
Christus geeft van Zijn gemeente een ontroerend getuigenis. Hij spreekt over haar ijver: uw arbeid en uw werken. Zonder ophouden heeft men in Efeze voor de kerk gestreden en geleden. U hebt verdragen. Men legt het moede hoofd niet in de schoot. Men spaart kosten noch moeite voor de kerk. In Efeze zijn ze ervan doordrongen dat de kerk een heilige vergadering van ware christgelovigen is. Het gaat de gemeente om zuiverheid in leer en leven. Verder spreekt de Heere over haar volharding: uw lijdzaamheid. Haar inspanning is krachtig en concreet. Ze kan 'de kwaden' niet verdragen. Ze beproeft de geesten of ze uit God zijn: de geest van waarheid of de geest van dwaling. Efeze is ervan doordrongen dat de kerk van Christus een pilaar en een vastheid van de waarheid heeft te zijn. Daarom houdt men in Efeze onvermoeibaar de wacht bij het Woord van God. Ze toetst wat er op haar afkomt. Ze weegt zorgvuldig wat in haar midden wordt verkondigd en beweerd.
Haar kracht is de gave van het onderscheid. Zij kan de geest van dwaling, waar zij die ontdekt, niet verdragen. Dat is geen kleinzieligheid, geen letterknechterij. Het is haar verlangen naar de zuiverheid van de leer in de gemeente van Christus. Waarheid en onwaarachtigheid kunnen niet samen. De tafel van Christus en die van de afgoden hebben niets met elkaar. Allerlei wind van leer wordt in Efeze niet geduld. Een bijzonder getuigenis.
Het is een duidelijke spiegel die de Koning van de Kerk ons voorhoudt. Bij het kerk-zijn hoort deze strijd. De kerk kan niet anders. Ze is geen religieus gezelschap waarbinnen waarheid en leugen gelijke rechten hebben. Zij is niet de plaats waar we ons laten meezuigen door allerlei wind van leer. Het is niet de plaats waar telkens oude en nieuwe vragen bij de gehoorzaamheid aan de Schrift worden omarmd als brak nu ineens het licht door. Als was het een onschuldig spel. De heilige maatstaf van het woord van God is het richtsnoer in de kerk. Onderzoekt de geesten of ze uit God zijn, luidt het apostolisch vermaan.
Hoe vaak begint het niet klein, voorzichtig: een tamelijk onschuldige afwijking. Maar, deze 'kleine vossen' in de wijngaard van kerk en gemeente worden groot. En zo gebeurt het dat velen in de kerk zijn losgeslagen of losslaan van de ankers: de Schrift, de belijdenis, de zuiverheid van leer en leven.
De gemeente in Efeze waakt. Zij is verankerd in de leer haar overgeleverd. Zo is de gemeente gevormd. Het had ook de harten geraakt en in beslag genomen. De kracht van de gemeente, de kracht van de kerk ligt in haar betrokkenheid op, haar vasthouden aan de woorden van God, haar belijdenis. Ze kan geert uitgeholde, tot moraal verlaagde dienst aan God dulden. Omwille van Christus komt er dan iets van een heilige onverdraagzaamheid over haar. Wordt de kern van het Evangelie aangetast, het merg van het Evangelie geraakt, dan raakt de kerk haar vastheid kwijt.
De Kerk is geroepen haar Heere en Zaligmaker ondubbelzinning te belijden. Ze kan niet leven van kleurloze compromissen. In Efeze zeiden ze 'Nee'. En ze stonden er ook voor. De kerk is geroepen tot een heldere en zuivere belijdenis in haar grondslag, maar evenzeer in haar spreken en in haar verkondiging. Niet om de leer zelf, als doel in zichzelf, maar om de belijdenis van haar Heere. Daarom is ze geroepen aan geen uitgeholde boodschap ruimte te geven. Het begint onschuldig, maar eindigt funest. Wanneer in de kerk het subjectivisme hoogtij viert dan loopt dat uit op de ontbinding van de kerk.
Dat geldt ook van de theologiebeoefening. De theologie, die zich buiten of boven de confessie stelt, verliest haar dienend karakter en wordt voor de kerk onvruchtbaar. Haar kracht zit niet in alles wat nieuw, maar wat in de kerk der eeuwen beproefd is geweest. Ook eendagsvlinders zijn schitterend, maar ze leven maar één dag.
Onder ons moeten we waken. Christus houdt ook hervormd-gereformeerde gemeenten en haar ambtsdragers Zijn spiegel voor. Hij houdt u en mij Zijn spiegel voor. 'Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid, en dat gij de kwaden niet kunt dragen; en dat gij beproefd hebt...'. Laten we ons de woorden van God niet laten ontfutselen. De duivel is er met zijn boze raadslagen op uit ons van God en Zijn Woord los te weken. Laten we ons in gehoorzaamheid aan Hem en Zijn Woord gewonnen geven. Waarheid en dwaling, leven of dood in de kerk is niet alleen kerk-juridisch van aard; ze is vooral een kwestie van gehoorzaamheid en van gebed, van ziekte en van genezing. Nog steeds is de kerk geroepen om de sleutelmacht van de verkondiging van het Woord te hanteren. In de verkondiging komen de vragen van licht en duisternis, leven en dood aan de orde. Dat is kenmerkend voorde gereformeerde prediking. Het is een bron van voortdurende zorg dat dit onder ons de grondlijn blijft.
2. De zwakte van de gemeente
In deze bloeiende en waarheidsgetrouwe gemeente in Efeze is toch een groot probleem. Christus wandelt doorZijn gemeente in deze provinciestad en Hij ontdekt in Zijn gemeente een groot gemis. Het is een bittere kwaal, een hartskwaal. Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten. Dat is een schokkend woord uit Christus' mond. 'Ik heb tegen u...'. Wie dat hoort wordt wakker geroepen. Christus Die wat tegen Zijn gemeente heeft! En wat is dat dan? Ze heeft haar eerste liefde verlaten. Het is erbij ingeschoten. De zuiverheid van de leer weegt de gemeente zo zwaar dat het vuur van de liefde verflauwt. Ze gaat in het oude en beproefde spoor verder. Ze verdedigt dat met verve. Ze doet geen water bij de wijn. Maar, ... het vuur van de eerste liefde is gedoofd. Wat een gemis. Dat kan blijkbaar...
'Ik heb tegen u', zegt Christus. Hoe is dat in de kerk(en) in Nederland? Hoe is dat in uw leven? Met de eerste liefde, de tere liefde van de omgang met God. De tere liefde voor God, voor Christus, voor de Geest van God, omdat God ons heeft liefgehad. Worden wij doorgloeid van de eerste liefde? De heilige en vurige liefde tot God. Het is kil geworden in de kerk. En we delen allemaal in de bittere vruchten van deze kilte. Daar ligt de zwakte van de kerk, van de gemeente, van onze beweging. Het gaat ons in onze beweging om de waarheid van God! Maar, Gods waarheid kunnen we alleen betrachten in de liefde! De kern van onze beweging is de eerbeid en het ontzag voor God, de omgang met God in vroomheid, gebed en in afhankelijkheid. Een heilige concentratie op God, op Christus, door de Geest van God: verborgen omgang. Wij staan voor de belijdenis omdat we de religie van de belijdenis in ons hart dragen en uitdragen. Anders hebben we de eerste liefde verlaten, en heeft de sleur toegeslagen. Volstrekt onvruchtbaar. Het is een grote zorg in de kerk. Dan besturen we alleen nog maar in ambtelijke vergaderingen. Dan is de heilige zorg van de kerk als moeder voor wat haar kinderen belijden en voor hoe ze leven, verdwenen. Dan is de liefde, die de ander zoekt, verdwenen.
Er dreigt een vreemde kilte binnen te komen in de kerk, in de gemeenten. Ik vrees dat wij als kerk der vaderen, als hervormd-gereformeerde gemeenten, als hervormd-gereformeerde beweging Christus' toets van de liefde niet kunnen doorstaan! De tere, heilige liefde tot Christus, tot Zijn gemeente. Er is bitterheid. Dat is de innerlijke zwakte, de innerlijke ziekte van kerk en gemeente. Een vreemde kilte waardoor sommigen ondertussen er op voorhand van uitgaan dat de kerk zal breken. Laat de kerk er alles aan doen om de eenheid en de heelheid van de kerk te bewaren. Laat de kerk inventief en bewogen naar uiterste mogelijkheden zoeken om kerk en gemeenten één en heel te houden. Het is juist de kracht van de liefde om lankmoedig te zijn, om de ander te zoeken, om weerbarstige delen van de kerk niet af te schrijven maar vast te houden, in grote inventiviteit. Anderzijds, laten ook wij het niet op amputatie laten aankomen. Door onze woorden, door onze daden genezen we de kerk niet. Dat is alleen door aanhoudend gebed. En als alle grond om te staan onder de voeten ons wegvalt dan is er ten laatste nog het appèl op God, op Christus. 'Op uw rechterstoel, Heere Jezus Christus, beroep ik mij', zei de Franse christen-denker Pascal. De Heere God geve ons dat bitterheid en verkilling, vertraging en verslapping ons niet ver-lammen. Maar dat het vuur van Gods Geest ons in vlam zet.
3. Het appèl op de gemeente
Nadat Christus Zijn gemeente heeft aangesproken op dit intens tekort appelleert Hij aan Zijn gemeente: 'Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt en bekeer u...'. Dan volgt dat woord over het wegnemen van de kandelaar. Een intens en ingrijpend vermaan. Het gaat Christus hier niet om het oude, om de vorm en om de gewoonte. Maar om vurige, heilige liefde van het begin, om volkomen toewijding, om kinderlijk ontzag. En die terugkeer naar het leven met God, het leven in de liefde, begint met 'gedenken'. Ik zal gedenken hoe de Heere voor dezen ons heeft gunst bewezen, ik zal de wonderen gadeslaan die Gij hebt van ouds gedaan.
Bij de eerste liefde gaat het om de intimiteit van de verborgen omgang met de Heere. Dat straalt door kerk en gemeente heen. Waar staat de Gereformeerde Bond in de huidige kerkelijke situatie? Al uwen mijn pogingen om voor de kerk iets te betekenen zijn gedoemd te mislukken als ze niet wortelen in deze omgang met de Heere. Als we niet wandelen voor Gods aangezicht, als we de Heere niet kinderlijk en vol liefde vrezen. We zoeken Gods waarheid te verbreiden, te verdedigen. We willen dat hartstochtelijk doen! Maar zonder het vuur van liefde en bekering is het vruchteloos. Er is een dringende behoefte aan herleving van Christus' kerk in ons land. Daarmee bedoel ik dat als de Heilige Geest niet over onze kerk vaardig wordt en diep en breed werkt in Zijn vernieuwende kracht, al onze pogingen tot reformatie bij voorbaat tot mislukken zijn gedoemd. Zonder de krachtige werking van Gods Heilige Geest zullen we ons niet van oppervlakkigheid en halfslachtigheid, die in ons kerkelijk leven zo verlammend werken, bekeren. Op weg naar Pinksteren bidden we om de vernieuwende kracht van Gods Heilige Geest. Christus wandelt in Zijn gemeente, in Zijn kerk. Van Hem is onze hoop, onze verwachting. Hij is verhoogd en zit aan de rechterhand van de Vader.
De eerste liefde! Het heilig vuur van intense liefde voor de Heere en voor Zijn kerk. Wilt u de diepste kern daarvan?
Onze Vader, Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd, Uw koninkrijk kome, Uw wil geschiede
G. D. KAMPHUIS, AMSTELVEEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's