De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Als innerlijke betrokkenheid ontbreekt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als innerlijke betrokkenheid ontbreekt

OOK AMBTSDRAGERS VERLATEN DE KERK

8 minuten leestijd

Was het vroeger kerkelijk altijd beter dan nu? Neem het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw, toen de kerk bezig was zich los te maken van overheid. Het kerkelijk leven stond in die tijd her en der op een zeer laag pitje. In de kop van Noord Holland trof ds. H. W. C. A. Visser, dominee in Warns en IJsbrechtum, volwassen leden van de kerk aan die, zegt hij, 'geduurende hun gansche leven dan een of twee maal ter Kerk waren geweest. Veel mensen hadden de kerk verlaten. Brabant kon het gebeuren, schrijft ds. C. H. Honders in zijn boek 'Barsten en breuken', dat 'de leraar in zijn kerk meer pilaren telde dan toehoorders'.

Ik ontleen het bovenstaande aan een artikeltje van Henk Lemckert in 'Kerk in den Haag' van september 2000, onder de titel Betrokkenheid. Genoemde ds. Visser (geboren in 1793) gaf een blad uit getiteld Magazijn voor den Openbare Godsdienst en deszelfs onderscheidene deelen. Daarin merkte hij verder op, dat 'leeraren, als ze maar een doordringende stem hebben' op aandacht kunnen rekenen, ook al spreken ze 'niets dan wartaal'. Aan het zingen deed het gros van de gemeenteleden vaak niet mee, omdat men er het nut niet van inzag. En als, voorafgaand aan de binnenkomst van de dominee, door de voorlezer uit het Woord Gods werd gelezen, bleven mannen in het portaal vaak wachten tot de dominee binnen kwam. We moeten ons dus ook niet te veel illusies maken over de innerlijke betrokkenheid en vroomheid van kerkgangers vroeger en ook niet van de kerkelijke meelevendheid.

Geen band meer

Het verschil tussen vroeger en nu is echter wel, dat vroeger mensen, ook als ze niet echt op de kerk betrokken waren, bleven en dat velen nu afhaken. De volkskerk als kerk van het volk is bezig op vele plaatsen teloor te gaan. Opnieuw werden we geconfronteerd met schokkende cijfers. In het jaar 2000 verloren de SoW-kerken 32.280 leden. Na 1960 heeft alleen al de Hervormde Kerk ongeveer anderhalf miljoen leden verloren. Dat er dan vandaag ook gemeenten zijn die groei vertonen (in 205 hervormde gemeenten en 170 gereformeerde kerken en 12 lutherse gemeenten) is verheugend. Maar het is een schrale troost, wanneer men daarnaast de grote kerkverlating in ogenschouw neemt, die nog steeds doorgaat. Velen krijgen met Demas de tegenwoordige wereld lief. Men moet vrezen dat ze nooit - om met het Doopformulier te spreken - de wereld hebben verlaten, hun eigen natuur hebben gedood en in een nieuw godzalig leven zijn gaan wandelen. Want, afval der heiligen, dat kan toch niet?

Velen trekken de consequentie uit het feit, dat ze (nog) slechts papieren lid zijn. Daarbij dient te worden aangemerkt, dat papieren leden zich niet alleen in de niet-meelevende rand van de gemeente bevinden. Want ooit-meelevenden schuiven naar die rand door. En zo is er een permanente, geruisloze afvloeiing van diegenen, die slechts op de papier maar nooit uit het hart betrokken bleken te zijn op de kerk. Ook belijdende leden blijken soms 'papieren' leden te zijn of te worden. Dat geldt vandaag voor de volle breedte van de kerk. Ook hervormd gereformeerde gemeenten delen in toenemende mate in het om zich heengrijpende verschijnsel van kerkverlating. De hervormde (streek)gemeente Sirjansland staat met een groei van 70 leden in de top-tien van bovengenoemde groeigemeenten. Maar onder de 'beste' prediking is in de steden de leegloop of de teruggang jaren geleden begonnen. De voorsteden volgden. Zo zijn de gevolgen van de secularisatie vandaag ook in de 'beste' hervormd gereformeerde gemeenten voelbaar.

Ambtsdragers

Nu kwam dezer dagen ook naar buiten, dat de uittocht geen halt houdt bij gemeenteleden. Er blijken ook 'papieren' oud-ambtsdragers te zijn. Recent toonde het intussen bekende Michsjol-onderzoek al aan, dat er predikanten waren, die de toga aan de wilgen zouden willen hangen. Men kan zich daarbij afvragen of er ook niet predikanten bij waren, die de kerk helemaal voor gezien zouden willen houden, als ze er niet qua functie mee verbonden waren. In ieder geval blijkt nu uit een onderzoek in Gelderland, waarop door 150 van de 265 hervormde gemeenten werd gereageerd (17 procent van het totaal aantal hervormde gemeenten in Nederland), dat gewezen ambtsdragers het soms 'ook wel geloven' en na hun ambtsperiode de kerk verlaten, althans het zondagse kerkbezoek er bij laten inschieten. In de onderzochte gemeenten zijn de afgelopen tien jaar gemiddeld meer dan vijf ambtsdragers afgehaakt. Doorvertaald naar de hele kerk zou dat betekenen, dat bij 2700 gewezen ambtsdragers de motivatie om naar de kerk te gaan sterk is afgenomen. Het probleem doet zich hoofdzakelijk in midden orthodoxe gemeenten voor, hoewel ook in vijf van de 51 'GB-gemeenten' die reageerden het probleem werd onderkend. Negatieve ervaringen, met name t.a.v. 'het klimaat' in kerkenraad waren de oorzaak.

Hier wordt bewaarheid wat H. Berkhof al zei in de zeventiger jaren, namelijk dat kerkenraadsbanken van nu zijn gevuld met onkerkelijken van morgen. Is inderdaad afnemende motivatie om naar de kerk te gaan niet vaak de voorbode van het doorsnijden van de band met de kerk?

Betrokkenheid

In de zeventiger jaren waren er in de Hervormde Kerk scherpe discussies over het ambt. Tot een feitelijke vaststelling van wat het ambt inhield kwam het niet. Men kan zelfs zeggen, dat de Hervormde Kerk geen echte leer aangaande het ambt heeft, behalve dan wat in de belijdenis voorhanden is. Wel was er de toen veldwinnende opvatting, dat het ambt een functie is binnen de gemeente. Het besef van roeping van Godswege en het 'tegenover' van het ambt stond aan slijtage bloot. Feitelijk heeft zich deze grondhouding tegenover het ambt in allerlei gemeenten wel doorvertaald, in die zin, dat bij velen de 'hoogte' van het ambt weinig meer leeft en ambtsdragers zichzelf zien als een soort vrijwilliger, die een tijdlang een taak op zich neemt in de gemeente. Soms gingen ambtsdragers, voordat ze tot een ambt werden geroepen, zo leert het onderzoek, al nauwelijks naar de kerk (in de Achterhoek). Hun ambt ervaren ze als een tijdelijke functie. Na beëindiging ervan vervallen ze weer tot hun oorspronkelijk kerk-gedrag.

Ds. J. Stelwagen, voorzitter van het college van visitatoren-generaal, heeft in een commentaar op dit onderzoek aangegeven, dat het probleem in GB-gemeenten minder speelt omdat daar zwaarder aan het ambt wordt getild. Dat is ook zo. Hier zal teleurstelling bij ambtsdragers zich eerder uiten, zo leert de praktijk, in het feit dat men soms gaat meeleven met een andere gemeente dan in kerkverlating. Maar 'het probleem wordt herkend'.

Intussen mag niet worden onderschat, dat ambtsdragers ook in zekere zin. beschadigd kunnen worden door ervaringen in het ambt, zeker vanwege de mondigheid, de individualisering en de grote verschillen in verlangens en opvattingen bij leden van de gemeente, die zelf het ambt vaak niet op zijn bijbelse waarde schatten. De gemeente is, grote woorden over het ambt ten spijt, ook in hoge mate gedemocratiseerd. Direct voeg ik hier aan toe, dat ambtsdragers, juist wanneer ze een 'hoge' opvatting hebben van hun ambt, zelf ook schade kunnen toebrengen aan de gemeente en aan zichzelf, wanneer ze namelijk hun ambt en daarmee zichzelf gaan overschatten en de neiging krijgen tot heersen in plaats van dienen.

Innerlijk

Doorslaggevend is in de onderhavige problematiek echter of een ambtsdrager innerlijke betrokkenheid heeft op de gemeente als gemeente van Christus. Van een ambtsdrager mag worden verwacht dat hij geestelijk leven kent en in het ambt zijn Meester wil dienen. De vraag is of hij is wedergeboren tot een levende Hoop. Daarom wordt terecht van tijd tot tijd ook de onlosmakelijke band tussen ambt en avondmaal aan de orde gesteld. Dan kan het toch niet zo zijn, dat een ambtsdrager tijdens zijn ambtsperiode deel neemt aan de tafel des Heeren en vervolgens, als zijn ambtstermijn erop zit, de gemeente laat voor wat die is en hij zich gaat ontrekken aan de dienst des Woords, aan de gemeenschap met Christus en Zijn gemeente en aan de tafel, waar die gemeenschap het diepst tot uitdrukking komt? Ambtsdragers zijn geen functionarissen of vrije-tijds-werkers, die een bedrijf of een organisatie draaiende houden, ze zijn geroepenen tot dienst aan Christus en Zijn gemeente. Het moet dan ook een innerlijke tegenstrijdigheid heten wanneer leden van de gemeente een tijdlang geroepen zijn geweest om de gemeente te leiden en te weiden en vervolgens zelf wegen gaan, die ze bij leden der gemeente moesten laken.

Een bepaald (te respecteren) type ambtsdrager van vroeger voelde zich ambtsdrager voor het leven. Het kan slechter, zeker als we daar dan nu tegenover stellen de ambtsdrager, die het maar even is en de gemeente tenslotte ook best missen kan.

Malaise

Het verschijnsel van kerkverlating, zélfs door ambtsdragers, moet een teken van diep geestelijke malaise heten. Als dit aan het groene hout geschiedt, hoe zal het dan met het dorre hout wezen?

Het zou goed zijn als elke kerkenraad maar ook elke ambtsdrager voor zich in het bijzonder zich rekenschap zou geven van de vraag hoe men het ambt vandaag inhoudelijk ziet, hoe het geestelijk functioneert - voor ieder persoonlijk en gezamenlijk - en waar de knelpunten liggen die om doordenking vragen. Gedeelde zorg is halve zorg, gedeelde vreugde dubbele vreugde.

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2001

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Als innerlijke betrokkenheid ontbreekt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2001

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's