De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Brug en breuk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Brug en breuk

10 minuten leestijd

Adem

Het hoofdbestuur koos vorig jaar (29 augustus 2000) een passend thema voor het symposium dat het terugtreden van dr. ir. J. van der Graaf als algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond onder de aandacht wilde brengen: De kerk op adem - Hervormd-gereformeerden in een driestromenland. Onlangs verschenen de teksten van de toespraken van die dag in uitgebreide vorm, aangevuld met vier reportages van plaatselijke gemeenten (Asperen, Delft, Huizen en Lunteren) en een poging van de voorzitter, ds. G. D. Kamphuis, de voortgaande bezinning op het thema te stimuleren. Het thema ('De kerk op adem') zou door Van der Graaf bedacht kunnen zijn, sterk als hij altijd was en is in het bedenken van boektitels en oneliners. Het is ook een onderwerp dat geheel in lijn ligt met zijn jarenlange bezigzijn onder ons: aandacht vragen voor de tijd waarin wé leven, ontwikkelingen signaleren en duiden die van belang zijn voor ons kerkelijk leven. Terecht draagt deze publicatie daarom dan ook de speciale vermelding 'Een herinnering aan de jaren dat dr. ir. J. van der Graaf algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond was (1972-2000)'.

Veranderingen

De bekende godsdienstsocioloog prof. dr. G. Dekker verzorgde de hoofdlezing: de veranderende cultuur als uitdaging aan de kerken. Op Dekkers bijdrage werd gereageerd vanuit het driestromenland door dr. K. Blei (oecumenische stroom), door dr. W. J. Ouweneel (evangelische stroom) en door ds. A. Moerkerken (reformatorische stroom). Dr. W. Verboom ging als hervormd-gereformeerde in op alle vier de bijdragen. Dekker analyseert de cultuur van onze dagen, zoals we dat uit zijn publicaties al weten, en brengt twee centrale veranderingen ter sprake. De modernisering van de samenleving zorgt ervoor dat het leven in verschillende delen uiteenvalt. Het leven is niet langer één geheel, maar valt uiteen in allerlei delen. Elk onderdeel krijgt zijn eigen waarden en normen. Je bent gezinslid maar ook kerklid en ook nog eens bedrijfsgenoot. In elke rol gelden eigen regels die niet meer op elkaar aansluiten. De samenleving wordt als ingewikkeld ervaren. Het overzicht raakt zoek. Gevolg: mensen trekken zich terug in hun eigen privé-wereld. Privatisering noemen we dat. Voor het kerkelijk leven heeft dit belangrijke gevolgen: het geloof wordt iets van de huisen binnenkamer. Anders gezegd: de zondag raakt los van de maandag. De kerkdienst wordt een eiland in het leven. Het christelijk geloof verkerkelijkt. Het speelt nauwelijks nog een rol in het dagelijkse leven. Een tweede verschijnsel van onze cultuur is de individualisering. Daarmee wordt bedoeld: mensen maken zelf uit hoe ze leven. Ze laten zich dat steeds minder gezeggen door anderen. Mensen selecteren hun normen en waarden uit een breed aanbod van opvattingen. Voor het kerkelijk leven betekent dit: een toenemende verscheidenheid aan opvattingen. Mensen laten zich zomaar niet meer vanaf de kansel sturen in wat ze moeten geloven en praktiseren.

Geloof wordt een privé-aangelegenheid. Het raakt soms zelfs in de sfeer van een hobby. Het christelijk geloof raakt zo meer en meer beperkt in haar actieradius. Je kunt er nauwelijks nog iets mee in de wereld buiten de geloofsgemeenschap. Daar is de kloof te diep en te breed voor geworden.

Reacties

Dr. K. Blei vindt dat de kerk de cultuur dicht moet volgen. Niet dat de kerk zich aan de cultuur moet aanpassen. Maar wel dat ze moet inhaken op ontwikkelingen die zich aandienen. Je staat als kerk nu eenmaal niet buiten die cultuur. Je bent er veelmeer een onderdeel van. Om de cultuur te kunnen vormen moet je de cultuur volgen. De trends van de tijd niet meteen of bij voorbaat veroordelen, maar ze juist zo positief mogelijk oppakken en er zoveel mogelijk in meegaan, om juist zó ook je eigen vragen te kunnen stellen en je eigen geluid te kunnen laten horen. Dr. W. J. Ouweneel (h)erkent wat Dekker zegt: privatisering en daardoor verkerkelijking van het christelijk geloof. Zelf noemt hij dat liever de secularisering van het christendom. Hij bedoelt: het rijk van God wordt naar de rand van het individuele mensenleven én van de samenleving gedrongen, terwijl het rijk van de duivel op beide terreinen de overhand krijgt. Ouweneel constateert dat juist de kringen voor wie de opvattingen van de Nadere Reformatie doorslaggevend zijn via de weg van wereldmijding déze secularisatie alleen maar bevorderd hebben. Het heeft het dualisme in streng-orthodoxe kring juist aangewakkerd: zaken zijn zaken en geloven doe je in de kerk. Juist het zich niet willen inlaten met de cultuur omdat deze te gevaarlijk zou zijn, heeft het doen voorkomen alsof het geloof alleen maar iets van de 'ziel' is.

Toch vindt Ouweneel tegelijkertijd dat de grootste bedreiging vandaag niet is wat Dekker typeert met de woorden privatisering en individualisering als zodanig. Immers, zo zegt hij, iedere tijd heeft zijn eigen problemen om het persoonlijk geloofsleven te integreren in het leven van alledag. Dé vraag is veelmeer: wat houdt onder veel christenen de geloofsrelatie met de Heere nog in? Is er wel een lévend geloof? Dat betreft de traditionalistische ouderen evenzeer als de vaak meer individualistische jongeren.

Ds. A. Moerkerken zet zijn reactie zwaar in als hij schrijft onder het opschrift: 'Als schapen in het midden der wolven'. Dan weet je eigenlijk direct als lezer al genoeg. Hij verdedigt het ontstaan van de reformatorische zuil: overmacht en zorg voor de gevaren van de tijd lieten geen andere keus. Hij erkent de schaduwzijden: je bevordert eenkennigheid, je wakkert het wij-gevoel aan tegenover de rest wat een farizeese houding kweekt, het prijsgeven min of meer van de wereld en de cultuur. Moerkerken erkent de analyse van Dekker, maar vindt dat het eigenlijk allemaal nog veel erger is. Zijn toon vind ik soms wat zielig. Wij bevindelijk-gereformeerden worden zo vaak misverstaan en onze jongeren, vooral de meisjes, worden om hun kleding zo vaak uitgelachen en als wij onze kinderen niet laten vaccineren worden we daarin niet begrepen. Ik ben het met Ouweneel eens als hij schrijft: wanneer geven we eindelijk eens toe dat het daar ook helemaal niet over gaat in de bijbelse verkondiging. Het gaat niet over rokken en hoeden en zwarte pakken. En als een kind een dominee zo ziet lopen over straat en vraagt: mamma, is dat de paus en mamma reageert: nee, dat is een priester. Dan heeft dat niets te maken met 'wolven' die het toch zo op de bevindelijke 'schapen' hebben gemunt. Dan werken we zelf geheel onnodig die vervreemding in de hand. Onze groepscodes beletten de communicatie naar de ander.

Brug en breuk

Dr. W. Verboom ten slotte gaat in op de positie van de hervormd-gereformeerden in het hier gesignaleerde driestromenland. Hij kiest ter verduidelijking van zijn positie voor twee centrale bijbelse figuren. Abraham acht hij hét voorbeeld te zijn voor wie positief in de cultuur wil staan om daar Gods roeping in geloof te volbrengen (brug). Mozes vindt hij veelmeer het prototype van de gelovige die ook weet heeft van de distantie tot de cultuur (breuk). Hij vindt bij Blei teveel brug en te weinig breuk. En bij Moerkerken te veel breuk en te weinig brug. Bij Ouweneel mist hij beiden te veel: Abraham en Mozes. Voor de eigen positie van de hervormd-gereformeerden opteert hij voor het klassieke sola fide: het persoonlijk geloof, het leven van de gemeente en het staan in de maatschappij.

Reportages

De reportages uit de vier gemeenten die P. J. Vergunst samenstelde laten zien hoe het staan van hervormd-gereformeerde gemeenten zich in deze tijd concreet afspeelt. De verscheidenheid binnen deze gemeenten is groter dan naar buiten soms lijkt. Gelukkig wordt deze onderkend en gehonoreerd, al zijn er helaas ook gemeenten onder ons waar dat allemaal veel moeizamer verloopt en soms ook op brokken uitdraait. Het grootste probleem is niet de cultuur waarin wij leven, maar ik meen dat onder ons het gevaar meer van interne aard is. Wat Ouweneel onderstreept: hoe zit het met de verticale relatie tussen de Heere en ons? Wat is de inhoud van ons belijden? Wat stelt het inhoudelijk allemaal nog voor? 

Wat zit er achter de gevel van vaak degelijk ogende gemeenten met gevulde kerken? Lukt het ons eigenlijk wel om de kernen van ons geloof over te dragen? Dat moet de Geest doen, zeggen we dan. Zeker, maar blokkeren we Hem soms niet door conservatisme en traditionalisme? Het maakt uiteraard verschil of je in Delft hervormd-gereformeerd probeert te zijn of in Lunteren. Maar als het om overleven in onze huidige cultuur gaat, dan redden we het niet lang meer 'als we ons menen te kunnen verschuilen achter de veilige muren van de overgeleverde vormen, de onwrikbare tradities, de scholastische denktrant' (Ouweneel). Want het is absoluut waar: de reformatorische traditie is rijk en is in staat zich steeds weer te vernieuwen, maar het reformatorisch traditionalisme is arm en betekent onherroepelijk uiteindelijk de dood in de pot.

Gesprek met de cultuur

Nogal eens wordt in dit boek gezegd dat wij het gesprek met de cultuur niet uit de weg mogen gaan. Zeker, maar wat bedoelen we daar dan mee? Soms wat dr. Blei aangeeft: bereid zijn om met het pek van de tijd om te gaan en er zo nodig ook vuile handen van te krijgen? Niet maar cultuurkritisch maar ook cultuurvolgend. Bedoelen we dat dan? Of wat ds. Moerkerken in feite doet: klagen over de verschrikkingen van de cultuur, haar het oordeel aanzeggen en je zo in feite isoleren. Ik denk dat we dat allebei niet bedoelen. Maar wat blijft er dan nog over? Ik vermoed dat een werkelijk gesprek met de cultuur veel te hoog gegrepen is voor ons die vinden dat de Schrift te allen tijde normerend en beslissend is. Dat kunnen we niet aan en dat willen we in feite helemaal niet. Dekker en Blei gaven het aan op het symposium: jullie zijn in wezen alleen maar bezig met je eigen positie maar niet met de cultuur. Als voorbeeld werd daarbij de visie op het huwelijk genoemd. Wij achten dat de enig bijbels verantwoorde samenlevingsvorm, tussen man en vrouw dan wel te verstaan, terwijl de cultuur van onze tijd zich daar niets meer bij kan voorstellen. In het gesprek met de cultuur zouden nog meer zaken aan de orde komen als bijvoorbeeld de positie van de vrouw in kerk en samenleving, visie op homofilie etc. Wie ziet hoe vandaag het liberale denken botst op het belijdend opkomen voor bijbelse normen en waarden, die vergaat alle lust om er zelfs maar aan te beginnen. Ik denk dat er een heel andere weg is waarin we wellicht vruchtbaar kunnen zijn in onze cultuur: als we levende gemeenten zijn waar kracht van uitgaat die zichtbaar wordt in onderlinge liefde, in verdraagzaamheid en gastvrijheid. En laten we daarom onder ons eerst maar eens in eigen huis en gemeenten werkelijk leiding geven aan onze veelal pluriforme gemeenten. Als onze hervormd-gereformeerde gemeenten geen levende gemeenten zijn maar verstrakte en introverte eilandjes, zou dan de Geest niet geblust worden en zouden juist daarom ook onder ons velen afhaken, omdat ze zich niet werkelijk voelen aangesproken en begrepen? De kloof wordt ook onder ons steeds groter tussen de zondag en de maandag. Het is de moeite waard om kennis te nemen van de publicatie hier besproken. Predikanten en kerkenraadsleden voorop, al was het alleen maar om te lezen hoe ze het in Asperen, Delft, Huizen en Lunteren doen. Het is een eerlijke analyse van de realiteit en een gelovig pogen in te haken op de mogelijkheden die God ons ook vandaag nog geeft binnen onze gemeenten. Juist in de erkenning van de verscheidenheid blijft er ruimte voor de verkondiging van het Evangelie.

J. MAASLAND

N.a.v. drs. P. J. Vergunst (red.): De kerk op adem - Hervormd-gereformeerden in een driestromenland, uitg. Groen, Heerenveen, 179 blz., ƒ 24, 95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2001

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Brug en breuk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2001

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's