De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Bijbelkennis

'Gemeente, de schriftlezing in deze dienst is te vinden in Nahum 2.' En je ziet velen bladeren in hun bijbeltje. Sommigen van voor naar achter en als er nog tijd voor is voor is wordt de index geraadpleegd. Echt niet alleen jongeren, maar ook vele ouderen. Hoe zit het met de bijbelkennis? IDEA, Gemeenteopbouwblad van de Evangelische Alliantie (22e jrg. nr. 3 - mei 2001) voerde een onderzoek onder jongeren uit: hoeveel weten jongeren van de Bijbel? U hebt er wellicht al over gelezen in de christelijke pers. Idea noemt het resultaat 'mager'. De tests werden afgenomen tijdens kerkelijke activiteiten: catechesegroepen en tienerclubs. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 15, 6 jaar. Op een enkeling na waren ze allen christelijk opgevoed. Bijna iedereen kwam nog in de kerk, de kerk waarin ze waren opgevoed en opgegroeid.

Opvallend blijkt de gebrekkige kennis van de bijbelse geschiedenis. De levensloop van Paulus, zelfs het leven van Jezus blijkt niet geheel bekend te zijn. Feiten en gebeurtenissen worden door elkaar gehaald. Ook valt op dat veel jongeren bekende bijbelgedeelten niet goed weten te plaatsen in de Bijbel. Voorbeeld: een derde deel plaatst de Bergrede in het Oude Testament en het onze vader in de Psalmen. De conclusie geformuleerd door Betty Heynis luidt: 'Op de tienerleeftijd staat het verlangen om kennis te vergaren vaak op een laag pitje. Jongeren worden door andere dingen in beslag genomen: volwassen worden, horen bij de groep, de zoektocht naar de eigen identiteit, seksualiteit en relatievorming, allerlei vragen rond beroepskeuze enzovoort. Terecht krijgen deze onderwerpen veel aandacht in christelijk jongerenwerk. Pas als jongeren komen tot een bewuste geloofskeuze, krijgen ze zelf het verlangen om hun bijbelkennis te vergroten.

De vraag rijst dan ook of we niet een bredere basis moeten leggen in de kindertijd. Daarbij gaat het niet alleen om het vertellen van de bijbelverhalen - dat gebeurt wel - maar ook om het overbrengen van het historische kader waarin die verhalen geplaatst moeten worden. De bijbelkennis van jongeren lijkt typisch postmodern te zijn: het zijn losse fragmenten en ze hebben moeite die in elkaar te passen. Om dit te ondervangen zouden we al bij het onderwijs in de basisschoolleeftijd aandacht moeten besteden aan het verloop van de heilsgeschiedenis en de juiste plaatsing van specifieke personen en gebeurtenissen. Als kinderen daarnaast ook leren waar dit alles in de Bijbel te vinden is, geeft dit hen een veel betere uitgangspositie om later zelf weg te vinden in het Woord van God.'

In 'De Wekker' van 1 juni 2001 reageerde prof. dr. J. W. Maris op de resultaten van dit onderzoek.

'In het blad van de Evangelische Alliantie, IDEA, van mei 2001 staan de resultaten van een onderzoek naar bijbelkennis bij een aantal kerkelijke jongeren. De uitkomst was niet best. De tieners hebben weinig inzicht in de volgorde van de gebeurtenissen in de bijbelse geschiedenis. Minder dan de helft van de ondervraagden wist dat de Bergrede in een van de Evangeliën staat. Bij 20-jarigen is de kennis groter dan bij jongeren, maar nog altijd is het erg mager. Kennis is vaak erg fragmentarisch. Er is moeite de fragmenten in een geheel te plaatsen. Hoe er sprake is van voortgang in de geschiedenis van het heil, van het Oude naar het Nieuwe Testament, ontgaat veel jongens en meisjes. Het onderzoek werd gedaan onder een wille keurige groep jongeren in de leeftijd tussen 12 en 20, uit elf verschillende protestantse kerkgemeenschappen. Het grootste aantal was christelijk gereformeerd. Hun score was niet het laagste, maar zeker niet hoog. Het was niet alles kommer en kwel, zoals men schrijft. In de leeftijdsgroep is er toch een toename in kennis opgemerkt, naarmate de jongeren ouder waren. De oudere jongeren wisten meer, en wisten alles beter een plaats te geven. Toch bleef het allemaal kennis op een laag pitje. De oorzaak? Die werd niet onderzocht, maar het zal niet zo moeilijk zijn naar het onderwijs te wijzen, en naar de kerk en de catechisatie.'

EN VERBOND

'Er lopen te veel mensen in Nederland rond die zeggen: "Ik ken uit mijn opvoeding de Bijbel van voren naar achteren", en vervolgens de meest domme dingen over de Bijbel kunnen zeggen. Meestal zijn dat - pijnlijk genoeg - mensen die geloof en kerk vaarwel hebben gezegd. Maar hoe staat het binnen de kerk? Zou het zo gek zijn dezelfde vragen - ze staan in IDEA - eens aan de dertigers en de vijftigers in de kerk voor te leggen? Of de score van kerkenraden eens na te gaan... Nee, toch maar niet... Van het allergrootste belang zijn wel onze gezinnen. Wat hebben vaders en moeders beloofd bij de doop van hun kinderen? "Te onderwijzen en te doen onderwijzen." Hoe praktisch komt in de preek en op huisbezoek ter sprake hoe de Bijbel aanwezig is in het gezin? Hoe ziet het patroon van bijbellezen er in huis uit? Wat een kennis kunnen kinderen daar opdoen - lang voordat ze tieners zijn! Wat een gelegenheden ze te laten proeven hoe de ouders het Woord hebben liefgekregen! Is dat niet waar wij "ja" tegen hebben gezegd - toen, bij de doopvont?'

IDEA legde naar aanleiding van dit onderzoek de volgende vragen voor aan enkele mensen: is bijbelkennis belangrijk? Welke bijbelkennis dan? Prof. dr. A. Th. van Deursen reageerde onder het opschrift 'Bijbelkennis is een zaak van leven of dood' als volgt:

'Wie op zijn motorfiets wegrijdt zonder iets van de verkeersregels te weten is een gevaar voor zichzelf en anderen. Hij zal niemand goed doen, en de kans dat hij veilig zijn doel bereikt is praktisch uitgesloten. Zo belangrijk is het, eerst een boekje met de regels te lezen. Het is niets minder dan een kwestie van leven of dood. Precies daarom moet je Bijbel kennen. Nee, niet daarom alleen, het is nog veel meer: een kwestie van eeuwig leven of eeuwige dood. Het is roekeloze overmoed, de Bijbel dicht te laten. Wat staat er dan in dat boek? Dat is ooit heel aanschouwelijk voorgesteld door John Bunyan op de eerste bladzijde van zijn "Christenreis". Daar zien we een wanhopige man met een zwaar pak op zijn rug en een boek in de hand. Uit dat boek weet hij dat de stad waar hij woont tot de ondergang gedoemd is. Daaraan twijfelt hij niet, want het boek is geschreven door Eén die niet liegen kan. Als deze man de weg gewezen wordt om aan het verderf te ontkomen aarzelt hij geen ogenblik. Zonder om te kijken rent hij in de richting van de enge poort. Bunyan toont zich daarin een echt kind van de reformatie. In de tijd van Luther en Zwingli is de Bijbel niet opnieuw ontdekt Hij was bekend aan de universiteiten als voorwerp van theologische studie. Maar Luther en Zwingli hebben de Bijbel aan het kerkvolk gegeven. Nu konden de mensen zonder bemiddeling uan de geestelijkheid zelf lezen wat God tot hen te zeggen had. "In dit boek wordt uitgelegd, hoe ons heil is bewerkt door Jezus Christus." Dat staat op het titelblad van een Frans Nieuw Testament, dat in de reformatietijd is uitgegeven. Dat is wat de Bijbel je vertelt, en wat je nergens anders kunt horen. Welke bijbelkennis behoort dan tot de noodzakelijke basisuitrusting? Als ik op zo'n vraag echt moest antwoorden zou ik het liefst zeggen: Nahum en Zefanja. Wie namelijk niets van de Bijbel weet en dan deze twee boeken leest, begrijpt zelf dat hij meer nodig heeft dan een minimumselectie. We hebben de hele Bijbel. Waarom zouden we met weinig tevreden zijn? In de hele mensenwereld kan niets gevonden worden dat belangrijker is dan het Woord van God.'

Ds. J. M. Goedhart, hervormd predikant en voorzitter van de stichting Alpha-cursus Nederland stelt: je verdrinkt in de Bijbel als je de grote lijn niet ziet en zegt verder:

'"De Bijbel is als een brede rivier, waarin lammeren spartelen in het ondiepe en olifanten tevreden rondzwemmen", zei paus Gregorius lang geleden. Gods Woord is toegankeIijk zowel voor beginners als voor gevorderde lezers. Je hoeft niet gestudeerd te hebben om de Bijbel te kunnen lezen. Theologen spreken vanouds over de "perspicuitas" van de Schrift - de doorzichtigheid of duidelijkheid van de Bijbel. Toch is de ervaring van steeds ook meer de mensen, dat zij het moeilijk vinden om de Bijbel te lezen. Dat heeft vaak te maken met een gebrek aan bijbelkennis. In de Alpha-cursus gaan wij met niet- en jonggelovigen op weg om samen met hen gaandeweg de hoofdlijnen van het christelijk geloof te ontdekken. Daarbij gaat de Bijbel veelvuldig open. We ontdekken dan al gauw dat er een groot verschil is tussen hen die vertrouwd zijn met de Bijbel en hen voor wie dat niet geldt. Hoewel het geloof op dat moment voor beide groepen niet echt leeft, heeft de eerste groep wel een referentiekader - een beeld van het grotere geheel, waarbinnen ze de verschillende bijbelgedeelten die worden gelezen kunnen plaatsen. Waar de ene groep dan voorzichtig de eerste slagen kan zwemmen in die brede rivier van de Bijbel, heeft de andere groep het gevoel te verdrinken of blijft veiligheidshalve geheel op het droge. Bijbelkennis is belangrijk voor wie wil groeien in geloof. Daarbij gaat het niet in de eerste plaats om een gedetailleerde kennis van persoonsnamen, plaatsnamen, historische feiten enz. Natuurlijk is ook dat alles gemakkelijk en waardevol. Belangrijker echter is inzicht in de grote lijn van Oude en Nieuwe Testament. De weg die God vanaf het begin met zijn schepping en in het bijzonder met Israël gegaan is. De komst van Jezus Christus in deze wereld, zijn onderwijs en leven, zijn lijden, sterven en opstaan. Het ontstaan, de groei en de opdracht van de gemeente.

Anders gezegd: gezonde bijbelkennis is niet alleen losse-feiten-kennis, maar functionele kennis die structuur biedt aan de werkelijkheid van het geloof, het leven met God. Voor veel jongeren en jonge gelovigen is de Bijbel een boek van losse teksten en verhalen. Om de Bijbel verantwoord te kunnen lezen is het belangrijk dat zij een beeld krijgen van de samenhang en de eenheid van Gods Woord. Het is een grote uitdaging voor de kerk van nu om met alle creativiteit en middelen die we in huis hebben een functionele kennis van de Bijbel over te dragen op een nieuwe generatie christenen.'

Verderop in dezelfde aflevering van IDEA plaatst scheidend EA-voorzitter ds. Teun van der Leer enkele kanttekeningen bij de a.s. nieuwe bijbelvertaling (NBV).

'Wordt de Nieuwe Bijbel Vertaling (NBV) dé Bijbel die "alle" Nederlanders straks lezen? Ik geloof er niet in, maar eerlijk gezegd kan het me ook niet zoveel schelen. Ik ben meer geïnteresseerd in de vraag óf mensen de Bijbel wel lezen, dan in welke vertaling ze dat doen. Wat dat betreft lost de NBV vooral een luxeprobleem op - niet het wezenlijke probleem.

Want het is toch pure luxe dat we in ons land letterlijk miljoenen (!) kunnen investeren in een nieuwe bijbelvertaling, terwijl tal van bevolkingsgroepen in de wereld nog helemaal niets of slechts een deel van de Bijbel in hun eigen taal bezitten? ! Het is met het geestelijk brood niet veel anders gesteld dan met het dagelijks brood: als je aan "deze" kant van de wereld geboren wordt, dan "zwem" je erin, maar word je elders geboren dan kom je chronisch tekort. In de tweede plaats acht ik het een illusie in deze postmoderne individualistische "zap-cultuur" te verwachten dat er ooit nog eens een bijbelvertaling zal verschijnen die door "allen" gelezen wordt. Als ik op zondagmorgen uit de Bijbel voorlees ben ik allang blij dát sommigen meelezen, maar het aantal gebruikte vertalingen is ook nu al zeer gevarieerd: een enkele Statenvertaling, veel Nieuwe Vertaling '51, wat "Willibrords", Groot Nieuws en Het Boek. Ik verwacht dat de NBV daar straks bij zal komen, maar niet dat deze alle andere gaat vervangen.'

RELATIVEREN

'Ik schrijf dit niet om me tegen de NBV af te zetten, want ik ben er voor dat die er komt. Maar ik heb dit perspectief wel nodig om de zaak enigszins te relativeren. Ik heb inmiddels een Ia vol met artikelen over en reacties op de NBV. De vertaling van de Godsnaam haalde alle kranten en tal van theologen en publicisten maken zich er druk om. Maar we denken toch niet dat er een jongere in ons land is die er echt wakker van ligt of er HEER, o fHERE, of HEERE, of Eeuwige, of Aanwezige gebruikt zal worden? En ik hoop dat er geen dominee is die het tot z'n belangrijkste taak rekent om jongeren uit te leggen waarom ze vóór het een en tegen het ander zouden moeten zijn. Waar we ons hopelijk an vooral druk om zullen maken is dat zij gaan ontdekken dat "de eeuwig aanwezige Here God" ook in hun leven een rol wil spelen en dat Hij hen daartoe zijn Woord gegeven heeft als bron van (levens)vreugde en (levens) wijsheid.

De vraag die mij voortdurend bezighoudt hoe ik jongeren aan het lezen van de Bijbel kan krijgen. Tegenwoordig ben ik al blij als dat Het Boek blijkt te zijn. Ik geloof in de kracht van Gods Woord en in de belofte dat gaan het "niet ledig tot Hem weer zal keren" Jes. 55 : 11). En bovenal hoop en bid ik dat jongeren als ze bezig gaan met de Bijbel diezelfde ontdekking zullen doen als die eenvoudige vrouw op een Afrikaanse markt, waar dr. Hans Ruedi Weber over schreef: "Een vrouw in Oost-Afrika liep altijd rond met een grote Bijbel. Op een dag knielde zij te midden van allen die om haar lachten en zei, terwijl ze de Bijbel hoog boven haar hoofd hield: '"Natuurlijk, er zijn zoveel boeken die ik zou kunnen lezen. Maar dit is het enige boek dat mij leest. Dit boek leest mij!"'

Ja, dit boek leest mij. Zover komt het als de Geest ons hart opent voor de inhoud van de Bijbel. Na Pinksteren volhardden de gelovigen in de leer, in de verkondiging van de apostelen. Volharden. Geen tekst of fragment hier en daar. Maar biddend onderzoek en studie van de heilige schriften. Gefundeerd raken we zo in de woorden van God. Een onderzoek als het in IDEA gepubliceerde houdt ons wakker en bepaalt ons bij de vragen waar het werkelijk op aankomt, ook in onze gemeenten. Een ouderling zei het me eens op een van onze ambtsdragersvergaderingen dat het hem elke winter meer verontrusting gaf omdat hij merkte hoe weinig de Bijbel nog werkelijk openging in de meeste gezinnen waar hij huisbezoek bracht.

J. MAASLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 juni 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 juni 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's