De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Om blijvende eenheid en heelheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Om blijvende eenheid en heelheid

HERVORMDE SYNODE ERKENT DAT GEMEENTE NIET LOS KAN VOORTBESTAAN

15 minuten leestijd

Duidelijkheid over de vraag of je je als hervormde gemeente los kunt maken van de Nederlandse Hervormde Kerk en zelfstandig verder kunt, daar ging het om. Toen vrijdag 8 juni de hervormde synode met 46 van de 59 stemmen het rapport 'Om de eenheid en de heelheid van de kerk' aanvaardde, kwam er duidelijkheid in een discussie, waarin de aanvankelijk centraal staande vraag verbreed was.

Hoe die verbreding ontstond? In de eerste plaats doordat de synode in september 2000 de eerdere versie wat het kerkordelijke betreft unaniem aanvaardde, maar de nota daarbij onvoldoende pastoraal vond. De kerk moest de betrokkenheid bij alle gemeenten nog eens extra verwoorden. De toegevoegde hoofdstukken stonden nu garant voor veel tegenvoorstellen en moties. En toen moderamenlid drs. J. van Heijst op 24 april tijdens de jaarvergadering van de Confessionele Vereniging op persoonlijke titel pleitte voor een uniemodel, groeide de verwachting dat - mede vanwege de discussie binnen de Gereformeerde Kerken over het beheer - de synode wilde luisteren naar een hernieuwde roep om de fusie vooralsnog in te wisselen voor vormen van vergaande kerkelijke samenwerking. Amendementen van deze strekking kregen - helaas! - gemiddeld slechts twintig stemmen.

Synodepreses ds. A. W. van der Plas benadrukte allereerst dat het nu voorliggende rapport met name het grote goed van de eenheid van de kerk benadrukt. 'We moeten ons niet alleen afvragen 'Kunnen we afscheiden', maar ook 'Is daar reden toe, nu en in de toekomst? ' (...) 'We weten ons aan elkaar gegeven en we willen zo ook samen op weg gaan. Daarbij willen we niemand achterlaten.'

Dr. P. van den Heuvel, voorzitter van de commissie voor kerkordelijke aangelegenheden (KOA), gaf aan dat dit rapport geen beleidsnota voor Samen op Weg is, noch een ecclesiologie (kerkleer) voor de toekomstige kerk. Hij vatte de hoofdstukken samen: 'Hoofdstuk één benoemt het gemeenschappelijk hervormd zijn en beschrijft de verscheidenheid in de kerk. Hoofdstuk twee zegt dat, terwijl een gemeente zich niet los kan maken van de kerk, hier ook geen aanleiding toe is, gezien wat de synode al voor bezwaarden deed. Hoofdstuk drie geeft de verhouding tussen kerk en gemeenten, terwijl hoofdstuk vier ingaat op de vraag wat te doen als een breuk onvermijdelijk is. In het laatste hoofdstuk wordt de vraagstelling verbreed en wordt ingegaan op de oecumenische roeping van de kerk.'

Spanningsvol evenwicht

Verschillende keren werd aangehaakt bij de woorden die ds. D. C. Floor in september bij de bespreking van de eerste versie van dit rapport zei: 'Het blijkt heel moeilijk te zijn bij een presbyteriaal-synodale kerkstructuur het spanningsvolle evenwicht te bewaren tussen de relatieve zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente en het geheel van de kerk. Het evenwicht kan gauw verstoord worden als we naar macht streven.' Dr. Van den Heuvel zei dat de presbyteriaal-synodale opbouw vol te houden is, 'want in de vereniging wordt de Hervormde Kerk niet opgeheven. Bovenplaatselijk zijn ook hervormde elementen aanwezig.' Bezwaarden die bij de belijdenis van Dordt willen blijven, wees hij erop dat de kerk de bijzondere verbondenheid met de belijdenis uit de gereformeerde traditie erkent en respecteert.

Om de lezer breed te informeren over wat ter vergadering omging, proberen we in enkele zinnen de stemmen die klonken, samen te vatten, waarbij volledigheid niet realiseerbaar is. Dertien synodeleden deden een tegenvoorstel of dienden een motie in.

Ds. D. C. Floor, (classis) Ede, zei dat als tienduizenden trouwe gemeenteleden, onder wie ambtsdragers weggaan, Samen op Weg mislukt is en vond het zeer pijnlijk als we bij een scheuring wel de goederen, maar niet de leden kunnen houden. Ds. Floor noemde het uitermate gevaarlijk het geduld te verliezen. 'Moeten we niet zoeken naar een kerkstructuur die recht doet aan de hervormde en gereformeerde identiteit? ' Ds. K. Vogelaar, (classis) Rotterdam, wees op de stroming in de kerk die een strikte binding aan de belijdenis voorstaat, een groep die historisch gezien het recht heeft haar standpunt te propageren. Wanneer die binding voor heel de kerk zal gelden, gaat daar voor anderen iets bedreigends van uit. Daarom pleitte ds. Vogelaar voor een unie van kerken, zoals in Duitsland. 'Dat is niet kerkonwaardig.' Ds. R. van Kooten, Soest (classis Amersfoort) was zeer teleurgesteld over het rapport, omdat het kerkvergaderende werk van Christus (Antwoord 54, Heid. Cat.) niet langer de inzet was, zodat de garanties nu liggen bij de democratie van een kerkenraad in plaats van bij de Christocratie van het Woord. Hij zei rechtens te willen blijven staan op de bodem van de gereformeerde belijdenis. Ook vroeg ds. Van Kooten wie behalve de kerk zegt dat dit rapport klopt. 'Geen rechter heeft zich hierover uitgesproken.' Oud.-kerkvoogd B. Vellinga, Maartensdijk (classis Hilversum) pleitte voor vier synoden: een hervormde, gereformeerde, lutherse en quatrosynode. 'Dat is een andere route in plaats van een stap terug, waarmee de beoogde eenheid meer gediend is.'

Bijzondere voorzieningen

Ds. J. Blom, (classis) Katwijk, zei dat het de synode ook na deze vergadering om de ander moet blijven gaan en vond dat de triosynode na de aanvaarding van de motie De Visser/Van Heijst niet genoeg voor de bezwaarden gedaan heeft. Hij stelde dat voortgang op de ingeslagen weg onherroepelijk tot een breuk leidt. Ds. Blom wilde de conclusies van het rapport als onaanvaardbaar afwijzen en de weg van kerkelijke samenwerking opgaan, waarbij de drie kerken afzonderlijk blijven bestaan. Hij eindigde met een hartenkreet: Ook onze gemeente, 22.000 zielen, gaat in tweeën.

Ds. D. J. H. Wolse, Lelystad (classis Flevoland) noemde het rapport helder in lijn en conclusie. Hij wilde het gesprek met bezwaarden een meer verplichtend karakter geven. Ds. H. J. Ekker, Broek in Waterland (classis Edam) noemde het verlaten van de Hervormde Kerk een geringe stap: Je blijft immers een levend lid in eeuwigheid van de Una Sancta. Ds. H. de Jong, (classis) Zwolle vond dat het niet geheel gelukt was het rapport pastoraler te krijgen. Hij pleitte ervoor vast te leggen dat geen enkele gemeente zich bedreigd moet weten in haar identiteit.

Ds. R. de Reuver, Boskoop (classis Alphen aan den Rijn) vond het teleurstellend wat onder de eenheid van de kerk verstaan werd. Hij bepleitte een rapport waarin de contouren van het kerk-zijn in de 21e eeuw zichtbaar worden. Dit amendement werd later als besluit unaniem aanvaard. Ds. H. J. Jansen, Valthermond (classis Emmen) vroeg of de synode niet te ver ging in het bieden van ruimte voor gemeenten. 'Het gaat om het blijven bij de kerk die we sinds 1951 zijn.' Zijn voorgestelde besluit werd later in gewijzigde vorm unaniem aangenomen: de KOA te verzoeken uit te werken hoe bijzondere voorzieningen kunnen worden getroffen, zodanig dat de kerk betrokken wordt bij een gesprek met degenen die zich van de Nederlandse Hervormde Kerk losmaken. Ds. P. L. de Jong, (classis) Rotterdam vroeg of de kerk nu een duidelijk gereformeerde of een bleke protestantse identiteit kreeg. Gelukkig was hij het ermee eens dat de kerk niet pluraal is. Met 42 stemmen voor werd als overweging zijn amendement aanvaard dat de gewaarborgde identiteit voor de kerk verankerd ligt in artikel I-4 van de nieuwe kerkorde, die als oecumenisch, reformatorisch en voluit gereformeerd dient te worden beschouwd.

Diaken H. Guichelaar, Ruinerivold (classis Meppel) wilde voor vrijzinnige gemeenten dezelfde verbondenheid met de vrijzinnige identiteit. Ds. G. de Fijter, (classis) Kampen dankte de synode dat ze kwam tot gewaarborgde identiteit voor de gemeenten binnen de verenigde kerk. Hij bepleitte geen extramuraal federatiemodel, wat niet meer kan, maar een intramuraal ontmoetingsmodel, waar de kerken elkaar in de ontmoeting nader leren kennen. Tevens wilde hij de verbondenheid met een bepaalde traditie nader stipuleren, zodat de continuïteit in belijden onderstreept wordt.

Herkenning, vertrouwen, verlangen

Vervolgens kregen synodeleden het woord die geen tegenvoorstel of motie indienden. Diaken J. Eits, Maartensdijk (classis Utrecht) begon met een persoonlijk woord, omdat hij na een ernstige operatie een ernstige boodschap gekregen had. 'Ik moet een heilig en rechtvaardig God gaan ontmoeten, waarbij het aankomt op Zondag 1 van de catechismus.' Aan zijn 'vrienden van de Gereformeerde Bond' wilde hij een aantal kritische opmerkingen meegeven. Eits zei bang te zijn dat de afgelopen tijd een grotere prioriteit aan het hervormde dan aan het gereformeerde gegeven was. Hij refereerde aan de doelstelling van de Gereformeerde Bond, die gerealiseerd dient te worden met vasthouding aan de Dordtse kerkorde van 1619.

Aan de KOA zei hij bij haar geen tranen gezien te hebben over de verwoestende gevolgen van dit rapport en tegen KOA en moderamen zei hij niet in een kerk te kunnen zijn die niet-huwelijkse relaties inzegent. Eits besloot met de woorden: 'De Heere gedenke u allen met ziel en lichaam, gedenke onze vaderlandse kerk.'

Oud. mevr. M. S. de Jonge, Cruquius (classis Hoofddorp) noemde de tweede versie van het rapport geen verbetering. Zij merkte op dat nooit gepeild is hoeveel lidmaten Samen op Weg wilden.

Ds. G. J. Otter, Nieuwe Pekela (classis Winschoten) had bewondering voor het rapport. Hij bepleitte spreken met bezwaarden vanuit bijbels-theologisch perspectief, met name 1 Korinthe 12.

Ds. P. van der Kraan, Bleskensgraaf(classis Alblasserdam) vond het jammer dat in dit rapport de kenmerken van de kerk niet terugkomen. Hij zei zich persoonlijk sinds het homodebat in de synode van juni 1989 niet meer los te kunnen maken van de schuld van de kerk en bepleitte het inwisselen van de fusie voor het zoeken naar een groeimodel.

Ds. J. Tadema, Ferwerd (classis Dokkum) zei mee te voelen met de tranen van diaken Eits. De eerste vraag in de oecumenische beweging dient de waarheidsvraag te zijn.

Diaken A. Guijt, Veenendaal (classis Doorn) vroeg of we elkaar in de kerk nog wel willen begrijpen. Hij vroeg te zoeken naar andere oplossingen voor bezwaarden.

Ouderling H. Reurink, 't Harde (classis Harderwijk) vroeg of de ruimte die een gemeente heeft voor haar verbondenheid met de gereformeerde identiteit in het beleidsplan vastgelegd kan worden.

Ds. H. E. G. Reefhuis, Santpoort (classis Haarlem) toonde grote waardering voor het genuanceerde rapport. Hij zei vooral gecharmeerd te zijn door het hoofdstuk dat de katholiciteit van de kerk belicht.

Ouderling A. A. Snijders, Monster (classis Delft) vond dat er tussen hervormden en gereformeerden nog geen sprake was van herkenning van, vertrouwen in en verlangen naar elkaar. Hij herhaalde dat de bezwaarden slechts continuïteit in het belijden willen. Hij vond het meer dan raadzaam een ontsnappingsclausule te formuleren.

Ds. J. H. Schrijver, (classis) Woerden vond dat het rapport hout snijdt, maar noemde de reden voor het rapport droevig: het gaat aan op een breuk. Hij noemde het het probleem van de Hervormde Kerk in historisch perspectief dat ze als gereformeerde kerk ruimte gaf aan niet-gereformeerde elementen. Wat krijgen we straks? Een kerk met ambtelijke en niet-ambtelijke lichamen. Hij pleitte voor een kerk die als geheel gereformeerd is.

Ds. P. Vermeer, Epe (classis Hattem) had vrede met het rapport, als de kerk bleef wie ze was. In de nieuwe kerk komen de consequenties hard aan bij hen die Samen op Weg niet begeerden. Hij zei dat velen van hen de kerk liefhebben, in de lijn van een gelovig voorgeslacht staan en haar dienen met gaven van hoofd en hart. Hij herinnerde eraan dat eerder beloofd was dat zij konden blijven vallen onder de hervormde kerkorde en pleitte voor federatie of een unie van kerken.

Ds. W. L. Smelt, Stellendam (classis Brielle) riep de synode op hervormd te blijven. Ouderling P. uan de Breeuaart, Hendrik Ido Ambacht (classis Dordrecht) zei dat het kerkelijk besef diep was weggezakt, ook bij hen die in de gereformeerde traditie staan. Ook predikanten die vooral het belang van de eigen gemeente benadrukken, zijn volgens hem beïnvloed door een postmoderne ik-gerichtheid. Hij bepleitte een moratorium (rustpauze) van tien jaar.

Ouderling-kerkvoogd P. A. de Lange, Mijn heerenland (classis Barendrecht) vond de regels in juridische zin duidelijk, maar miste een visie op het kerk-zijn.

Ouderling-kerkvoogd W. van Groningen, (classis) Goes noemde het eerste hoofdstuk een spiegel: we zijn het kerkelijk gesprek verleerd. Hij riep het moderamen op naar de argumenten van bezwaarden te blijven luisteren.

Lege huls

Hierna spraken twee adviseurs, visitator-generaal ds. J. Stelwagen en kerkelijk hoogleraar prof. dr. F. G. Immink. Ds. Stelwagen noemde de synodezitting een illustratie van de verhouding tussen calvinisme en oecumene. Prof. Immink zei dat hij onder de hervormde katholiciteit iets anders verstaat dan hij tijdens veel toespraken hoorde. Hij wilde de hoge woorden van zowel de KOA als de bezwaarden temperen. Wanneer de KOA zegt dat Christus de kerk vergadert, moet ook gekeken worden naar haar feitelijke gestalte. Tegen bezwaarden zei hij dat ons spreken over de belijdenis een lege huls kan worden en dat hij versmalde reconstructies van de Hervormde Kerk gehoord had. Daarom deed hij het appèl de gemeenschap van de kerk te zoeken. 'Laten we elkaar aanspreken op de gereformeerde traditie, beginnend bij de internationale Synode van Dordrecht.' Binnen die traditie kunnen bezwaarden alleen gedijen, terwijl in SoW-verband aan de inbreng van de bevindelijke stroming behoefte is.

In zijn antwoord namens de KOA haakte prof. dr. G. G. de Kruijf aan bij de woorden die ds. Floor in september sprak. Het blijkt nodig te zoeken naar een voor deze tijd relevante kerkstructuur. Hij vroeg de synode, die zégt met de presbyteriaal-synode kerkstructuur in te stemmen, of ze het ook doét. Twintig jaar lang is in organisatorisch verband nagedacht over het toekomstige kerkmodel, wetend dat er congregationalistische, episcopale en centralistische tendensen zijn. 'Toch heeft de werkgroep kerkorde uit volle overtuiging vastgehouden aan de genoemde structuur, waartegen niemand in de synode ooit bezwaar uitte.'

Ds. J. Blom: 'Hier protesteer ik tegen.'

Prof. De Kruijf zei vervolgens dat men oog in oog met problemen om een ecclesiologie van onderen roept.

Dr. B. Plaisier vond dat rond dit rapport moeilijk heel de Samen op Wegproblematiek weer aan de orde gesteld kon worden. Hij was van mening dat de synode schrok van de duidelijkheid van de kerkorde en herinnerde eraan dat de kerk al veertig jaar nadenkt over hereniging en besluiten kerkordelijk heeft vastgelegd. Hij zei blij te zijn met het appèl van synodeleden op bezwaarden en gaf aan getroffen te zijn door een verslag van een lezing van ds. H. Zweistra in het Reformatorisch Dagblad, waarin deze aan studenten vroeg of er werkelijk een verlangen naar eenheid bestaat en dat geestelijke eenheid ook organisatorisch vertaald moet worden.

Ds. Van der Plas riep op de tegenvoorstellen inzake federatie terug te nemen, omdat het nu ging om de identiteit van de kerk. We moeten vaststellen wat we in de loop der eeuwen ontvangen hebben en ons afvragen hoe we daarmee voor elkaar en anderen tot zegen kunnen zijn.

Aanvaard werd met 41 van de 59 stemmen voor de motie van ds. D. C. Floor, die we geheel overnemen: 'Aan het moderamen van de hervormde synode wordt opgedragen om in gesprek te blijven met vertegenwoordigers van de 'bezwaarden' met het doel om elkaar beter te verstaan en vooral elkaar vast te houden en dat er samen een weg gezocht wordt naar een goede oplossing, waarbij een breuk in de Nederlandse Hervormde Kerk kan worden voorkomen.'

Met dertien stemmen tegen werd de nota 'Om de eenheid en de heelheid van de kerk' aanvaard, waarbij de voorstellen van ds. H. J. Jansen en ds. R. de Reuver in de besluiten werden opgenomen. Dit rapport verwoordt, aldus de synode, de visie van de Hervormde Kerk op haar niet te verbreken eenheid en haar inspanning om deze eenheid te bewaren.

Tot slot

Puntsgewijs stip ik ter afronding van deze synode-impressie een aantal zaken aan.

- Voor wie nog in twijfel verkeerde, is de presbyteriaal-synodale kerkstructuur, die onze kerk sinds een halve eeuw kent, opnieuw vastgesteld. Dat betekent inderdaad dat geen gemeente zich uit het landelijke verband kan losmaken. Ondertussen is het onze vurige hoop dat nu en in de toekomst door de besluiten van de meerdere ambtelijke vergaderingen de gemeenten plaatselijk worden gebouwd op het enige fundament, Jezus Christus. 

- De afgetekende meerderheid voor de motie van ds. D. C. Floor (meer dan tweederde stemde voor) betekent dat het gesprek met bezwaarden door het moderamen blijvend gevoerd moet worden, waarbij vrijblijvendheid, zo die er ooit geweest is, voorbij is. Laat het besef dat de gemeente aan Christus toebehoort en dat een breuk daarbij een scheuren van Zijn lichaam is, uitgangspunt moge zijn.

- In zijn motie zal ds. Floor bewust hebben opgenomen dat 'samen gezocht wordt naar een goede oplossing'. Alleen als we de ander echt zoeken te verstaan, samen luisterend naar de Schrift, de belijdenis en stemmen uit onze traditie, is er hoop.

- In een niet-aanvaarde motie heeft ds. R. van Kooten, zij het in de context van een unie, gesproken over een advies aan het moderamen bezwaarden te vragen hun principiële randvoorwaarden minimaal te formuleren. Dit advies kan in de besprekingen meegaan.

- In het aanvaarde rapport staat dat 'de hervormde kerk wil staan in een oecumenische reformatorische traditie, waarin ernst gemaakt wordt met het helen van de breuken die in het verleden geslagen zijn.' Is het dan niet bovenal zaak nieuwe breuken in onze kerk te voorkomen?

- We mogen niet verhelen dat de idee aan een breuk reëler wordt. Unaniem besloot de synode de KOA te verzoeken uit te werken hoe bijzondere voorzieningen kunnen worden getroffen zodanig dat de kerk betrokken wordt bij een gesprek met degenen die zich van de Hervormde Kerk losmaken. Dat kan getuigen van realiteitszin, dat kan pastoraal (bedoeld) zijn, maar blijft het geen onwerkelijke werkelijkheid, die afgewend moet worden? Daarom: Laat er onder ons gevonden worden het voortdurende gebed tot de God van het verbond, de God van ons voorgeslacht, voor de kerk, voor de voortgang van de Evangeliebediening onder ons, voor de schare die ronddoolt zonder herder, voor elkaar.

P. J. VERGUNST, APELDOORN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 juni 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Om blijvende eenheid en heelheid

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 juni 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's