De Heilige Geest: kerk
Eén lichaam is het, en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt tot één hoop uwer roeping [Efeze 4:4]
Heb je het over de Heilige Geest, dan heb je het ook over de kerk. Dat is het derde kernbegrip waarover wij willen mediteren in deze weken na Pinksteren. Daarover gaat ook de brief aan de Efeziërs. In het vierde hoofdstuk kom dan de toespitsing. Zevenmaal gebruikt de apostel het woord één: één lichaam, één Geest, één hoop, één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader. Zevenmaal één: de volmaakte eenheid. Maar juist die toespitsing wordt een en al toepassing op de praktijk. Helaas is daar de eenheid ver te zoeken. Daar weten we alles van. Daar lijden we ook aan. We hoeven het in het kerkelijk leven niet altijd en overal in alle dingen met elkaar eens te zijn. Als we maar één zijn in Christus. Als er maar de eenheid is van en door de Heilige Geest. Dan gaan we met elkaar om in ootmoedigheid, zachtmoedigheid en lankmoedigheid (vs. 2). Juist daar ontbreekt het ons vaak aan. Dan zijn we niet geloofwaardig. Daar worden we dan ook op afgerekend. Paulus begint dit hoofdstuk dan met een oproep: alsjeblieft (zo bid ik u dan), gedraag je. Pinksteren geeft de gemeente stijl. Als je het over het kerkelijk leven hebt, dan moet je het vooral over de Heilige Geest hebben. Het kerkelijk leven baart ons grote zorgen. Maar de situatie waarmee Paulus wordt geconfronteerd, is zo mogelijk nog problematischer. De verscheurdheid in de Klein-Aziatische gemeenten schijnt onoplosbaar. De christenen uit de joden (zij die nabij zijn) en de christenen uit de heidenen (zij die verre zijn) verdragen elkaar niet. Het zijn twee totaal verschillende culturen. Toch is er de eenheid van de Heilige Geest. Want Christus heeft de muur tussen God en de mens en daarom ook de muur die op het tempelplein de heidenen buiten het heiligdom houdt, afgebroken door Zichzelf te geven als een offer voor onze zonde. Hij is onze Vrede. Hij schenkt ons de eenheid van de Heilige Geest.
Een lichaam is het en een Geest. In dit zevenmaal herhaalde één horen wij de echo van de geloofsbelijdenis van Israël: Hoor, Israël, de HEERE is onze God; de HEERE is één (Deut. 6:4). Hij alleen is Gód, Hij is dat alléén. Hij is daarom de volkómen God. Paulus drukt dat uit door dat zevenmaal één. Die volkomenheid komt vooral uit in de genade die Hij bewijst, óók aan degenen die net als de tollenaar uit de gelijkenis nog van verre staan en niet eens hun ogen naar de hemel durven op te heffen (wat toch een gebruikelijke gebedshouding was). Laten we ons leiden door de Heilige Geest, dan zijn in principe de moeilijkste problemen opgelost. Dan vinden zelfs christenen uit de joden en christenen uit de heidenen elkaar in de Heere. Een lichaam is het. Dat is een wonder! Maar dat kan alleen omdat Hij het Hoofd is en de Heilige Geest ons maakt tot Zijn lidmaten. Dat staat van meet af aan centraal in deze brief: Christus is het Hoofd. En alles wat in de hemel en op de aarde is: bréngt God ook onder dat éne Hoofd (1:10). Zo overweldigend is dit perspectief dat de apostel daarover alleen kan schrijven in de vorm van een lofprijzing (1: 3-14). In de praktijk lijkt die eenheid ver te zoeken. Zo was het toen, zo is het nog steeds. Is het daarom wel reëel wat de apostel schrijft? Paulus hoort het ons al zeggen. Daarom levert hij nu het bewijs: gelijk gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping. Dat is dubbel op: geroepen en roeping. In het bijbels spraakgebruik is dat een extra bevestiging. De Heilige Geest verzegelt (1:13). De spanningen tussen de christenen uit de joden en de christenen uit de heidenen kunnen hoog oplopen en blijven ook daar in Efeze en omgeving latent aanwezig.
Maar nu stempelt de Heilige Geest dat kerkelijk leven met Zijn zegel. Daardoor is de gemeente gemerkt. Zij is de gemeente: van onze Heere Jezus Christus. Alleen Hij heeft het voor het zeggen. Zijn Woord geeft de doorslag. Hoor, Israël! Er is alleen wat te horen als er gespróken wordt. Dat gebeurt. Dat is de Tora (de 'Wet', de Vijfhoeken van Mozes, Genesis tot en met Deuteronomium, en dan ook héél het Woord van God). Tora betekent: je wordt persoonlijk geroepen: Israël! We kunnen daarom alleen gemeente zijn op grond van wat God ons heeft beloofd in Zijn Woord en dan ook doen wat Hij van ons vraagt in Zijn Woord. Ook in vers 1 is het dubbelop: wandelt waardig de roeping waarmee gij geroepen zijt. Laat zo ons persoonlijk leven zijn: gij geheel anders (vs. 20).
De roeping komt tot de gemeente in de verkondiging. Dat gaat aan het gemeente-zijn vooraf. Daardoor wordt het gemeente-zijn ook gedragen. Maar in die verkondiging wordt ook het perspectief geopend op de grote toekomst des Heeren. Paulus had daar al zo indrukwekkend over geschreven in zijn lofprijzing aan het begin van zijn brief.
Een hoop - voor christenen uit de joden én voor christenen uit de heidenen. De muur op het tempelplein houdt hen nog van elkaar gescheiden. Maar in de toekomst zal het worden een kudde en één Herder. Zo zegt de Heere Jezus het (Joh 10 : 16). Daar gaat het naar toe, daarom gaan we er nu al van uit, en daarin gaat het altijd weer om God. Hoor, Hij is één en Hij is drie-enig. Het is één Geest, één Heere, één God en Vader van allen Die daar is boven, door allen en in u allen. Straks één en dan nu niet?
Als je denkt aan de kerk zoals zij is en zoals wij daarin persoonlijk functioneren, dan kun je er wel om huilen. Toch kun je je daar ook oneindig gelukkig voelen: bij Woord en sacrament, in zoveel ontmoetingen en activiteiten. Je kunt er zelfs van zingen: Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten. Want als je het hebt over de kerk, dan heb je het over de Heilige Geest, en over de Heere Jezus, en over God, onze hemelse Vader. Tegen alle afbraak in word je dan opgebouwd in de liefde (vs. 16). Samen met allen die de verschijning van onze Heere Jezus Christus hebben liefgehad in onverderfelijkheid (6 : 24).
H. J. DE BIE, HUIZEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's