Boekbespreking
Ignace Verhack, De mens en zijn onrust. Over het 'raadsel van de beweging*, Uitg. Acco, Leuven/Leusden 2000, 458 blz.,
Deze diepgravende wijsgerige studie zoekt in gesprek met filosofen als Martin Heidegger en Emmanuel Levinas een antwoord op de vraag wat ons mensen toch in beweging houdt. De ondertitel spreekt treffend over het 'raadsel' van de menselijke beweging, en dat woord 'beweging' wordt in de titel nog sterker aangeduid als: onrust. Daarmee verwijst Verhack bewust naar de bekende uitspraak uit het begin van Augustinus' Belijdenissen: 'Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in u o God'. God is volgens het klassiek-christelijke denken degene tot Wie al ons menselijk streven en verlangen uiteindelijk gericht is. 'Want Gij hebt ons gemaakt tot U', vult Augustinus dan ook aan. Dat de zonde onze strevingen en verlangens drastisch omgebogen heeft Het probleem is echter, dat in de moderne filosofie sinds Nietzsche deze menselijke gerichtheid op God nu juist ontkend wordt, aangezien men geen werkelijkheid achter onze zichtbare wereld meer erkent. Daarmee komt het raadsel van het menselijk bestaan echter weer levensgroot voor ons te staan! Want waarom zouden wij mensen zo druk in de weer zijn met van alles en nog wat, wanneer we niet geloven dat ons bezig-zijn een hoger doel dient? Dat is, teruggebracht tot z'n meest eenvoudige kern, de vraag die Verhack - hoogleraar metafysica en godsdienstfilosofie in Leuven - zich stelt. En hij is niet de enige, want de wijsgerige antropologie, d.w.z. de filosofische bezinning op ons mens-zijn, is in het geheel van de na-oorlogse Europese filosofie een belangrijk aandachtsveld geworden. Heidegger zocht het antwoord op het 'raadsel van de beweging' in de mens zelf, die op zoek is naar wat hij aanduidde als diens 'eigenlijke' bestaan. Verhack zoekt het antwoord in navolging van Levinas veelmeer in de richting van de ander, van het zich geven aan de medemens.
In het jargon van Verhack: de goedheid van het zijn breekt pas door in het loslaten van iedere poging tot louter egoïstische genieting ervan (440). Pas wanneer we er zijn voor de ander heeft ons bestaan en ons inbeweging-zijn zin. Dat is voor ons echter altijd maar ten dele mogelijk. Het kwaad bestaat immers ook, in ons en buiten ons. En het is geen kleinigheid waarvan we onszelf wel kunnen bevrijden. Heel wezenlijk behoren immers ook onze eindigheid en sterfelijkheid tot ons bestaan. Evenals bij Heidegger vinden we bij Verhack veel bezinning op dit gegeven. Voor de laatste betekent het, dat een bestaan voor de ander uiteindelijk alleen maar vervulling kan geven wanneer het uitmondt in een oneindige God. En daarmee zijn we dan na een lange route weer terug bij Augustinus! Wel haast Verhack zich om zijn Godsbeeld nadrukkelijk te onderscheiden van het klassiek-christelijke, of misschien moet ik zeggen: van dat van de God van de filosofen. Hij beroept zich nl. op Paulus voor zijn stelling dat we over God niet in 'objectieve zijnstermen' moeten denken, niet als 'klaarliggend antwoord op de kritische vragen van ons verstand' (448). Dat lijken me eerlijk gezegd nog weer twee verschillende dingen (het tweede lijkt me erger dan het eerste), maar door Verhack worden ze nauw aan elkaar gekoppeld en beide afgewezen. Liever spreekt hij over God als de Oorsprong en Gever van het zijn, die zichzelf (met een in zijn kringen geliefde, op Plato teruggaande uitdrukking) 'aan gene zijde van het Zijn' bevindt. Aan deze Gevende God mogen we ons bestaan teruggeven in de overgave van het geloof. Daarmee blijft Verhack als ik het goed zie uiteindelijk veel dichter bij de klassiek-christelijke traditie dan vele van zijn continentale collegafilosofen. Wel kenmerkt zijn aanpak zich typisch rooms-katholiek door een denken naar God toe in plaats van een denken van God uit.
De voornaamste reden waarom we dit boek, ook al dwingt het grote bewondering af, toch niet bij lezers van de Waarheidsvriend kunnen aanbevelen, is intussen gelegen in het feit dat de auteur de twijfelachtige kunst verstaat om de dingen zo moeilijk mogelijk te zeggen. Zijn stijl is doorspekt van lange en gecompliceerde zinnen in een metafysisch jargon, waarvan ik maar hoop dat er niet al te veel in deze recensie is blijven hangen.
G. v. D. BRINK, BILTHOVEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's