Het hellend vlak
PASTORAAT [3]
Wij weten allemaal hoe heerlijk je van een helling naar beneden kunt zoeven. Het gaat als vanzelf. Als het percentage van de afdaling maar niet te groot is, zodat je sterk moet remmen en stevig moet sturen, geeft het je een vrij en blij gevoel. Met de wind door je haren en de zon op je huid.
Toch heeft dat hellend vlak een negatieve klank. Het lijkt wel, alsof vele vaste zeden, normen en waarden van vroeger nu niet meer gelden. Nu is het vaak heel moeilijk om een zede bijbels te onderbouwen. Neem bijvoorbeeld de zondagheiliging. Velen zijn opgevoed met de zede, dat de fiets - later ook de auto op zondag in de schuur of de garage bleef, en dat je op zondag geen 'vreemde' bezoeken aflegde. Je kwam bij de familie, vaak via een strak ritueel; vader en moeder, opa en oma hebben de voorrang. Je had een vriend of een vriendin, die je ook op zondag zag. Vaak om en om werd er een boterham gegeten. Maar verder werd de zondagsviering naast kerkgang gestempeld door rust, door een ander patroon dan doordeweeks. In vele gezinnen en gemeenten is op het terrein van de zondagsviering een wijziging gekomen. Niet meer zo 'wettisch' als vroeger, zegt men. Veel meer vanuit een persoonlijke verantwoordelijkheid. Staande in de christelijke vrijheid. Nu zal niemand het 'raak niet en smaak niet en roer niet aan' als leidraad voor zijn doen en laten willen nemen. Maar toch bemerken wij, dat het loslaten van een gezamenlijke levensstijl vaak inhoudt, dat de persoonlijke verantwoordelijkheid wordt ingevuld op een individuele, eigentijdse en wereldse wijze. Hoezeer wij moeten oppassen, dat wij niet negatief en angstig leven bij de 'leer van het hellend vlak', toch is het van belang om ons te realiseren dat iedere verandering geen verbetering is, maar zijn waarde moet bewijzen vanuit de consequenties, de gevolgen. Bijvoorbeeld: veel perforatie, het verlaten van eigen gemeente om het naburig te zoeken, zou onmogelijk zijn, wanneer er een wat striktere zondagsheiliging werd gehanteerd. Het verdient aanbeveling om eens na te denken of perforeren in bepaalde gevallen ook niet de kenmerken van het hellend vlak vertoont. U weet: des te langer men op de helling verkeert, des te harder gaat het. En dan kun je weieens ontsporen. Ik hoorde eens in mijn jonge jaren: koeien die aan de andere kant van het hek de lekkerste hapjes proberen te bemachtigen, zijn in de herfst, wanneer zij weer op stal moeten, het magerst.
Soms zie je bij de ander, een broeder of zuster in de gemeente, maar ook in de gezins- of familiekring, dat er een gevaarlijke ontwikkeling is. Een hellend vlak. Het kan sluipend, als een nieuw patroon binnenkomen. Het kan ook met bravoure worden gebracht. Zoveel vrijheid putten wij uit ons geloof. Het eigentijdse standpunt is: dat moet hij/zij zelf weten! Zo mag het in de gemeente van Christus niet zijn. Vermaant elkaar, bouwt elkaar op. Laten wij als gemeente ons eens afvragen of wij niet alleen op het gebied van de leer, maar ook van het leven een hechte, warme gemeenschap vormen. Waarin de heilzaamheid van een gezamenlijke levensstijl, het samen leven onder Gods beloften en geboden wordt ervaren. En dan gaat het niet om starre gedragscodes waarop je afgerekend wordt. Ook niet om het doemdenken van het hellend vlak. Maar wel om de liefde, die het welzijn van de ander zoekt, ook in de matiging van eigen ideeën. Mijn vrijheid mag de ander niet laten ontsporen.
J. L. W. KOPPENHOL, HUIZEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's