Zo ik niet had geloofd... [7]
Het zal ons uit de vorige artikelen duidelijk zijn geworden dat wij ons leven lang afhankelijk zijn van het werk van de Heilige Geest, 't Is goed om dit nog eens te onderstrepen, 't Gebeurt in het pastoraat dat gemeenteleden van mening zijn dat de Heilige Geest klaar is met Zijn werk als Hij ze Christus in het geloof heeft laten omhelzen. Voor de duidelijkheid schrijf ik nog eens: de Heilige Geest past niet slechts één keer het heil toe; Hij doet dit ons gehele leven. En Hij doet dit iedere dag. Wij zijn immers elke dag van Zijn werk afhankelijk. Steeds opnieuw blijft correctie nodig. Want steeds opnieuw gaan wij wegen die niet in overeenstemming zijn met Gods wil. Om die oorzaak leert de Heilige Geest ons dat wij niet één keer vergeving van zonden nodig hebben, maar dat dit steeds weer nodig is. Het werk van de Heilige Geest is en blijft evenzeer nodig voor de vernieuwing van het leven. Wanneer wij het eigendom zijn van Jezus Christus houdt dit in dat wij rechtvaardig voor God zijn. Jezus Christus is onze gerechtigheid! Echter... dit wil niet zeggen dat wij dan aan het beeld van Christus gelijkvormig zijn. Wij worden het gemaakt! Met dat doel werkt de Heilige Geest in ons! Hij werkt almaar door! Hij houdt nooit op. Hij staakt 'de vernieuwing van het leven' nooit. Wat houdt de vernieuwing van het leven in? Wij kunnen denken aan wat Johannes de Doper zegt: 'Hij (Jezus Christus) moet wassen; ik minder worden'. Ik kan het ook zo omschrijven: 'In het geloof gaan wij steeds meer in Jezus Christus zien en hebben. Met de bruid uit het Hooglied zeggen wij: 'Alles wat aan Hem is, is gans begeerlijk'. Vernieuwing van het leven houdt in dat de zekerheid van het geloof toeneemt ten gevolge waarvan er met meer vastheid wordt beleden: 'Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij'.
Ook naar buiten
Uit het bovenstaande zou men de indruk krijgen dat het geloof slechts een zaak is voor het hart. Ik legde nogal nadruk op het innerlijk. Let wel: het geloof is een zaak van het hart, maar het ligt daarin niet opgesloten zoals een juweel in een kluis. Terecht horen wij Jacobus zeggen dat het geloof zonder de werken dood is. Geloof en werken horen bij elkaar! Geloof zonder de werken bestaat niet, maar het omgekeerde bestaat evenmin. Er is een tijd geweest waarin alle nadruk werd gelegd op de werken. Het was - zo werd er gezegd - veel belangrijker om de handen uit de mouwen te steken dan om de knieën te buigen en te bidden.
Van een tegenstelling echter is geen sprake. Geloof en werken, werken en geloof behoren bij elkaar. Laten wij ze niet tegenover elkaar uitspelen! De werken die worden verricht, komen op uit het geloof. Zoals het geloof gewerkt wordt door de Heilige Geest, kan dit ook gezegd worden van de werken. In het geloof schenkt de Heilige Geest de werken die van eeuwigheid af aan zijn voorbereid. Weten wij altijd direct dat de werken die gedaan worden van de Heilige Geest zijn? Ik zou dit niet durven zeggen. Het is eigenlijk precies als met het gebed. Er wordt onder ons wel gezegd dat een echt gebed van de Heilige Geest is. Ik zal dit zeer zeker niet ontkennen. Meestentijds echter komt men er achteraf achter dat het gebed een gebed van de Heilige Geest was. Zo is het ook met de werken. Doorgaans bemerken wij pas later dat onze werken van de Heilige Geest waren. Wel voeg ik eraan toe om misverstanden te voorkomen dat wij niet altijd weten of onze werken van de Heilige Geest zijn. 't Geldt ook voor het gebed. Dat wil niet zeggen dat wij dan de werken of het bidden na moeten laten. Wat de werken en het bidden betreft moeten wij dan doen wat onze plicht is. De gehoorzaamheid is van uitermate groot belang!
Hoe het ook zij: een gelovige is een leesbare brief van Christus. Soms is hij de enige Bijbel in een omgeving waar de Bijbel als Gods Woord totaal onbekend is, omdat men deze niet in zijn bezit heeft. Ook komt het wel voor dat de werken aan het Woord voorafgaan. Wat bedoel ik daarmee? Wij werken niet allen in een christelijke omgeving. Men kan zijn werk hebben op een kantoor of op een fabriek waar de Naam des Heeren meer misbruikt wordt dan gebruikt.
Ook zijn er die samenwerken met mensen die van God noch gebod weten. De invalshoek om ze te bereiken kunnen de werken zijn. Werken die opkomen uit het geloof en in overeenstemming zijn met het Woord en leiden naar het Woord. Woorden wekken, voorbeelden strekken. Zoals ik schreef: in sommige omstandigheden gaat de daad aan het Woord vooraf. Getuigenis en dienstbetoon zijn twee componenten. Zij zijn wel verwisselbaar, doch niet inwisselbaar.
Hoet het ook zij: het geloof heeft een binnen- en een buitenkant. Beide kanten vindt men terug in de Schrift. Ook moeten wij maar niet vergeten dat wij naar onze werken geoordeeld zullen worden. Vanzelfsprekend wil ik hiermee niet zeggen dat het geloof om die reden van geen waarde zou zijn, maar dat behoef ik niet verder uit te leggen.
Liefde tot de kerk
Wie zegt de Heere Jezus lief te hebben, heeft ook lief allen die bij de Heere Jezus behoren. Groenewegen dichtte: 'Zoete banden die mij binden aan het lieve volk van God', 'k Moet zeggen dat er soms op dat 'lieve volk' wel eens valt af te dingen. Zij zijn niet altijd zo lief. Soms kunnen zij knap lastig zijn voor elkaar en voor anderen. Ook voor de Heere zijn ze bepaald niet altijd zo lief, want wat kunnen zij ver bij Hem afdwalen. Als er van het 'lieve volk' gesproken kan worden, kan dit eigenlijk allèen maar, omdat de Heere Zijn volk liefheeft. Hij heeft liefde voor Zijn volk, reeds van eeuwigheid af aan. Zij zijn bij God geliefd, omdat zij geliefde zijn in de Zoon van Gods eeuwige liefde.
Hiermee zeg ik niet dat er geen momenten zijn dat de woorden van Groenewegen zoals hierboven geciteerd niet door de gelovige worden overgenomen. Dit zal echter alleen het geval zijn als men op de school van Jezus eigen krachten leert verachten. Alleen dan zullen zoete banden aan elkaar binden.
Toch bedoel ik met liefde tot de kerk nog iets anders. Ik denk ook aan de kerk als instituut. Het door God ingestelde instituut, Men mag ook zeggen: het lichaam van Christus dat allerlei gestalten en vormen kent. Helaas wordt er niet altijd zo vriendelijk over de kerk als instituut gesproken. Het komt wel voor dat men niets liever doet dan kritiek oefenen op de kerk. Nooit of te nimmer doet zij het goed. Nu eens laat zij te veel toe, dan weer is zij te bekrompen. Er wordt veel over de kerk gesproken zowel binnen als buiten de kerk, maar niet altijd in positieve zin. Eigenlijk doet de kerk het nooit goed. Zij vaart een koers die velen niet zint. Ik zou hier iets tegenover willen zetten! Er kan in de kerk veel zijn wat ons verdriet doet. Niet altijd wordt geweerd wat tegen het belijden van de kerk ingaat. Van een volmaakte kerk is geen sprake. Zij zal er trouwens in deze bedeling (de tijd op aarde) nooit komen. Maar hebben wij er wel eens aan gedacht dat de kerk een wonder is? Waarom een wonder? Omdat zij bij de Heilige Geest behoort. Wij moeten nooit vergeten dat de Heilige Geest er zorg voor heeft gedragen dat er 'in onze lagen landen' een kerk is gekomen. Een kerk met daarin de bediening der verzoening. Of is het geen wonder dat zondag na zondag het Evangelie gepredikt wordt en de sacramenten bediend worden? Is het geen wonder dat er ambtsdragers zijn die de Heere voor de uitbreiding van Zijn Koninkrijk wil gebruiken? Laten wij het goede dat er toch altijd nog in de kerk is niet vergeten.
Hoe meer geloof, des te meer liefde tot de kerk! Hoe minder geloof, des te meer zal er kritiek zijn op de kerk als lichaam van Christus. Naar de mate van het geloof is er de liefde tot de kerk. Maar ook dit is waar: wanneer er veel geloof en liefde is tot de kerk, des te meer zal er gebed voor haar zijn. Ik ben er diep van overtuigd dat men niet kan zeggen een gelovige te zijn en dat men dan tegen de kerk loopt te schoppen. Als wij het maar willen zien en geloven dat de kerk ons meer geeft dan wij aan haar kunnen geven, des te groter zal onze liefde voor haar zijn. Ook zullen allen die leiding aan haar hebben te geven een plaats krijgen in ons gebed, 't Is niet moeilijk om te zeggen hoe het niet moet, maar hoe het dan wel moet is meer een gebedszaak dan dat wij er eindeloos over discussiëren. Kort samengevat: wie God liefheeft, heeft de kerk lief! Daarbij moeten wij niet vergeten dat als wij in de kerk teleurgesteld worden wij zelf er de oorzaak van zijn. Want was de rechte liefde en het gebed er altijd? Ik meen dat het Nel Benschop was die aan het eind van een van haar gedichten zegt: 'De kerk, dat zijn wij'. Met de dichter van Psalm 26 zegt de gelovige: 'Wat blijdschap smaakt mijn ziel, wanneer ik voor U kniel. In het huis (d.i. de kerk) dat Gij U hebt gesticht'.
Ik herinner mij van de colleges van A. A. van Ruler dat hij bijna lyrisch werd als hij over de kerk sprak. Nu behoeft men van mij niet lyrisch te worden als er maar wel liefde tot het geheel van de kerk is. En... veel gebed!
Liefde tot de gemeente
De gemeente waarvan wij deel uitmaken behoort tot het geheel van de kerk. Zij neemt in het geheel van de kerk een plaats in. Met alle gemeenten tezamen vormt zij de Nederlandse Hervormde Kerk. De gemeente waartoe wij behoren staat niet op zichzelf. Zou dit wel het geval zijn, dan zou zij congregationalistisch van aard zijn. Echter... dat kan niet van één van onze gemeenten gezegd. Zij maken deel uit van het geheel. Dat wil niet zeggen dat de gemeente minder zou zijn dan de kerk. Neen, ook van de gemeente moet gezegd worden dat zij een gestalte is van het lichaam des Heeren. Wat een liefde kan er voor haar zijn als de Heere ons veel in de gemeente heeft geschonken, 't Is geen kleinigheid als wij van zondag tot zondag ons mogen zetten onder de zuivere bediening van het Woord en van de sacramenten. Wat hebben wij middellijkerwijs veel aan de gemeente te danken als wij er de Heere hebben gevonden. Zouden wij als gelovige en lid van de gemeente elkaar dan niet liefhebben. Ook niet wat voor elkaar overhebben? In onze tijd spreken wij over de individualisering van de samenleving. Is het proces van individualisering ook al niet vele jaren op gang in het midden van de gemeente. Wij moeten eerlijk zijn, doch wij zijn niet altijd zo vriendelijk en aardig voor elkaar. Soms wassen wij liever elkaar de oren dan de voeten. Een volgende keer geef ik een paar voorbeelden.
G. S. A. DE KNEGT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's