De waardering van de Augsburgse Confessie [3]
Transsubstantiatie?
De transsubstantiatieleer wordt in de Augustana niet afgewezen, maar ook niet geleerd en evenmin gesuggereerd. Ze wordt ogenschijnlijk in het midden gelaten. Ik zeg: ogenschijnlijk. Want zou het toevallig zijn dat de Lateraanse, geijkte roomse formulering wordt weggelaten, dat brood en wijn wezenlijk in Christus' lichaam en bloed worden veranderd? Van deze toevoeging ontbreekt in de Augustana ieder spoor.
Van Christus' lichaam en bloed wordt gezegd, dat ze vere adsint et distribuantur (waarlijk aanwezig zijn en uitgedeeld worden). Ik herhaal dat dit artikel niet de toonhoogte haalt van Calvijns pneumatologische benadering, maar ook, dat de reformator van Genève uitdrukkingen bezigt die niet voor het Augustana-artikel onderdoen: Christus' lichaam wordt ons medegedeeld, zodat wij worden gevoed met Zijn eigen substantie (Petit traicté). Christus biedt ons niet slechts de weldaad van Zijn dood en opstanding aan, maar ook Zijn eigen lichaam. 'Bijgevolg wordt ons in het Avondmaal het lichaam van Christus realiter (werkelijk), dat betekent vere (waarachtig) gegeven, om een heilzame spijze te zijn voor onze ziel' (comm. 1 Kor. 11: 24). Deze typisch calvijnse (en lutherse) articulatie van Christus' waarachtige tegenwoordigheid in het Avondmaal is een notie die in de praktijk van onze huidige geloofsbeleving helaas dikwijls teloor is gegaan. De rechte avondmaalsviering stelt veel meer voor dan een innige herinnering aan Christus' offer. De gemeenschap aan Christus' lichaam en bloed, ja, aan Hem Zelf, wordt er ervaren! Door Geest en geloof. Ook deze geloofsnoodzaak wordt door Melanchthon nadrukkelijk beleden. En als men dan bedenkt dat dit geloof naar zijn overtuiging berust op de werking van de Geest, staat zijn conceptie veel dichter bij Genève dan bij Rome.
Artikel 24 zou men (anachronistisch) een stap in de richting van Calvijn kunnen noemen. Ook in dit artikel ligt het accent niet op het 'hoe' van Christus' presentie, maar op de troost voor het geloof: 'opdat het geloof zich voor de geest haalt welke weldaden het door Christus ontvangt en het bange geweten wordt vertroost'. 'Het Avondmaal verzekert ons, dat ons genade en vergeving is beloofd (!) in het eenmaal gebrachte offer van Christus'. Dit staat vlak bij Calvijns Institutie (IV, 17, 4): het sacrament verzegelt de heilsbelofte, en om dit te bewerken leidt het ons naar het kruis van Christus, waar die belofte is vervuld. In dezelfde geest getuigt de Heidelberger, dat we worden gevoed met Christus' gekruisigde lichaam. Over het 'hoe' van het mysterie van Christus' tegenwoordigheid kon men het ten tijde van de Reformatie helaas niet eens worden - de Augustana vult het zelfs niet in - , maar over de werkelijkheid en waarheid ervan bestond tussen Luther en Calvijn volledige eenstemmigheid. Het wil er bij mij dan ook niet in, als de brochure in dit verband de Augustana 'een bewust versluieren van het diepe verschil tussen Rome en Reformatie' toeschrijft. Deze kritiek zou hout snijden, wanneer Melanchthons avondmaalsopvatting stelde dat het sacrament automatisch een heilzame uitwerking zou hebben, ook buiten het geloof in de belofte om. Maar exact het tegendeel is het geval.
Wat ik evenmin kan meemaken, is dat de brochure laat volgen: 'Maar dit moet ons niet ontgaan: elke andere leer omtrent brood en wijn bij het Heilig Avondmaal wordt verworpen (damnare)! Zo vaag als de woorden gekozen zijn om Rome te sparen, zo scherp zijn de woorden waarmee afstand genomen wordt van de leer van mannen als Zwingli en Bucer in dezen. Dus ook die van de gereformeerde Reformatie...' Nog afgezien van het feit dat nu juist in dit artikel, in tegenstelling tot andere artikelen, dat woord damnare (vervloeken) niet valt en in de plaats daarvan het woord improbare (afkeuren, afwijzen) wordt gebruikt, gaat het Melanchthon naar mijn mening om de afwijzing van een zwingliaanse opvatting, waarbij het Avondmaal niet meer dan een gedachtenismaal zou zijn. Of hij Zwingli daarmee recht doet, is de vraag, maar in elk geval is het déze gedachte die hij - overigens zonder namen te noemen - onder kritiek stelt.
Evenmin kan ik me vinden in de stelling dat dit avondmaalsartikel 'voet geeft aan de gedachte dat aan het Heilig Avondmaal iedere deelnemer het lichaam en bloed van Christus waarlijk ontvangt'. De tekst spreekt alleen over 'waarlijk uitgedeeld en genomen' (het Latijn volstaat met distribuantur) en zegt niets over een (automatisch) heilzame ontvangst. Tegemoetkomend lijkt de zinswending die collega Van der Bas dan laat volgen: 'Wel moet gezegd dat in art 24 er een passage te vinden is, waar het over de betekenis van het Heilig Avondmaal gaat met het oog op de gelovigen. Maar nergens wordt de gedachte ontzenuwd dat elke avondmaalganger werkelijk het lichaam en bloed van Christus krijgf. Het eerste zinnetje is toegeeflijk, maar al te minimaal. In de Augustana staat letterlijk en met nadruk, dat het sacrament zonder geloof tevergeefs wordt gebruikt. Trouwens, niet alleen hier, maar even ondubbelzinnig in art. 13: voor het rechte gebruik van de sacramenten is onontbeerlijk het geloof in de beloften van het Evangelie, die door de sacramenten worden aangeboden en getoond. Wie de betekende zaak 'werkelijk krijgf, wordt door Melanchthon dus allerminst in het midden gelaten.
Geheel gelijkgezind weet ik me overigens met de brochure wanneer daarin met dankbaarheid wordt onderstreept, dat in art. 24 een fundamenteel inhoudelijk punt, namelijk het offerkarakter van het Avondmaal, ronduit wordt weersproken.
Bisschoppelijk gezag
Ofschoon collega Van der Bas enerzijds schrijft dat naar Melanchthons inzicht de bisschop geen hoger ambt heeft dan de pastor, tekent hij even later anderzijds aan dat Melanchthon de mogelijkheid openlaat om de bisschop op te vatten in roomse* zin, namelijk als een figuur die in een zekere autonomie over anderen heerst. Voor zover ik echter kan zien, is dit in strijd met de tekst. De taak van de bisschop staat onder het mandatum Dei (de opdracht van God), en bestaat uit de prediking van het Evangelie en de bediening van de sacramenten. Hij is horig aan hétzelfde bevel als de apostelen, tot wie Christus zei: 'Gelijk de Vader Mij zond, zend Ik ook u'. In één en hetzelfde (lange) artikel wordt dit keer op keer herhaald. De bisschop heeft zich te houden aan de Schrift alleen. 'Petrus verbiedt (in zijn brief) de bisschoppen dat zij de gemeenten zullen overheersen en dwingen'! De bisschop moet weliswaar de leer toetsen. Deze toetsing behelst evenwel geen eigenmachtige beoordeling, maar de verwerping van elke leer die met het Evangelie strijdig is (sola scriptura!).
Ik pleit niet voor de bisschopsfiguur, maar wijs er wél op, dat Melanchthons bisschop een dienaar is, die zijn gezag ontleent aan het Evangelie en die dit gezag uitoefent mét het Evangelie, zonder dominantie en dwang.
De paus
Het pausdom wordt in de Augustana niet expliciet vermeld en verworpen. Toch gebeurt dat naar mijn mening impliciet wél. Wie beseft dat paus en kerk voor Rome onafscheidelijk zijn, kan de omschrijving die de Augustana geeft van de kerk niet anders zien dan als buskruit onder het toenmalig pauselijk instituut. De brochure signaleert dat de paus niet wordt genoemd. Ik ook. Maar mijn conclusie is precies omgekeerd. Het loutere feit dat het pausschap in de Augustaanse ecclesiologie ontbreekt en eenvoudig wordt genegeerd, vind ik veelzeggend. De kerk is voor Melanchthon de verzameling van alle gelovigen, onder wie het Evangelie zuiver wordt gepredikt en de sacramenten naar luid van het Evangelie worden bediend. 'En dit is genoeg tot ware eenheid van de christelijke kerk'. Naar roomse maatstaf is dit helemaal niet genoeg, omdat deze omschrijving op het cruciale punt van het pauselijk gezag verstek liet gaan. Ik geef toe, men kan de negatie van het pauselijk instituut aan Melanchthons voorzichtigheid toeschrijven. Op grond van het hele tekstverband komt mij dit echter niet aannemelijk voor. Hier komt nog de overweging bij, dat Melanchthons invulling van de bisschopsfiguur een pertinente ondermijning impliceert van de pauselijke machtsaanspraken.
Tot slot
Ik rond af. Collega Van der Bas vindt dat in de Augustana de grote en eigenlijke tegenstellingen met de roomse kerk zoveel mogelijk worden verdoezeld. Het zal duidelijk zijn dat ik deze inschatting ongegrond acht. Eensgezind zijn we over de vraag wat de eigenlijke kernen van de Reformatie zijn. Die bestaan uit het beslissende gezag van de Schrift, uit de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen en uit de exclusiviteit en gratuïteit van de genade, alle drie geschaard rond de gemeenschap aan Christus. Naar mijn - in het voorgaande onderbouwde - overtuiging laat de Augustana op deze vitale punten een helder geluid horen. Ik betreur het diep dat mijn collega deze overtuiging niet kan delen. Dat doet me pijn, omdat ik me zijn broeder weet. Daarom doet het me evenzeer verdriet, om in de slotconclusie van de brochure te lezen, dat de Augustana een verandering in de grondslag van de kerk zou teweegbrengen, die voor God en het geweten niet te verantwoorden is. Ik kan niet anders dan deze zienswijze weerspreken, om de eenvoudige reden dat de Augustana naar mijn besef op dezelfde reformatorische grondslag staat.
Ten slotte. Wat mij in de Augustana zo weldadig aandoet, is het troostmotief dat er allerwegen in opklinkt. Permanent is met de handen te tasten en met het hart te bespeuren, dat voor Melanchthon het Evangelie een boodschap is die bange, aangevochten gewetens bevrijdt uit de omknelling van zonde en oordeel, en hen stelt in de ruimte van de genade die in Christus is. Dit grondpatroon is de reden waarom de Augustana - al is ze incompleet - mij zo compleet lief is.
A. DE REUVER
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's