Uit de pers
Biografieën
Misschien bent u gewend in de koffer voor de vakantie een aantal boeken te steken. Je weet nooit of het ervan komt: lezen. Het valt bijna altijd tegen, maar goed. De laatste tijd zijn er nogal wat interessante biografieën verschenen. Het hangt uiteraard van uw belangstelling af. Prof. Cees Fasseur voltooide onlangs met het verschijnen van het tweede deel zijn levensbeschrijving van koningin Wilhelmina ('De jonge koningin' - deel 1 en 'Krijgshaftig in een vormeloze jas' - deel 2): twee prachtige boeken. Wie nog wat verder terug wil in de geschiedenis van het Huis van Oranje, die kan terecht in het boek van prof. Van Deursen over prins Maurits: 'Maurits van Nassau - De winnaar die faalde'. Hebben letterkundigen uw belangstelling, onlangs las ik zelf de mooie biografie van Herman de Man geschreven door Gé Vaartjes. U weet wel: de schrijver van o.a. Rijshout en rozen, Het wassende water, Een stoombootje in den mist, Heilig Pietje de Booy. Zoekt u het meer in de levensgeschiedenissen van bekende predikanten en voorgangers, dan is er ook genoeg van uw gading. Bezoekt u een reformatorische boekhandel: ze zullen u het nodige aan te bieden hebben. Ik vernam dat er ook een levensbeschrijving op stapel staat van de bekende oud-voorzitter van de Gereformeerde Bond ds. W. L. Tukker. Verder terug in de geschiedenis: pas verscheen van de hand van drs. J. Kooien een veelgeprezen boek over Johannes Fruytier (1659- 1731): 'Een strijdvaardig vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie'. Het lezen van biografieën zet ons soms met beide benen op de grond. Ik bedoel: wie dweept met een bepaald persoon, ontdekt al lezend in de geschiedenis van diens leven hoe menselijk en onvolkomen iemand was. Soms raak je al lezend zelfs vervreemd van de persoon die je eerst hoog inschatte. De schrijver Herman de Man kende vele onsympathieke kanten aan zijn karakter. Wie de dichter Adriaan Roland Holst hoog heeft om zijn gedichten, zal na het lezen van zijn onlangs verschenen biografie, geschreven door Jan van der Vegt, wellicht nauwelijk nog enige achting voor hem kunnen opbrengen: een befaamde rokkenjager tot op z'n oude dag. Een biografie is nu eenmaal geen hagiografie (= beschrijving van het leven van een heilige).
De redactie van In de Waagschaal (30 juni 2001) heeft elk jaar de gewoonte vlak voor de vakantietijd z'n lezers een 'boeknummer' aan te bieden, dit keer gewijd aan enkele recent verschenen biografieën. Ds. M. G. L. den Boer besteedt aandacht aan de biografie van Willem Walraven geschreven door Frank Okker: Dirksland tussen de doerians. Walraven (1887-1943) werd geboren in Dirksland en groeide er ook op. Als KNIL-militair kwam hij in 1915 in Nederlands-Indië terecht. Bekend geraakt is hij om wat hij schreef: reisreportages, boekbesprekingen en brieven. Hij was een overtuigd marxist en liet dat ook merken in wat hij schreef. Zijn relatie met Dirksland en vooral wat ds. Den Boer daarover schrijft maakt hem wellicht interessant voor deze rubriek.
'In Dirksland werd Willem Walraven geboren en met Dirksland en Flakkee bleef hij zich heel zijn leven verbonden voelen, ondanks zijn weerzin van de Dirkslandse en Flakkeese mentaliteit. Okkers titel van zijn biografie (ook verschenen als proefschrift Universiteit Leiden) is dan ook een vondst: Dirksland tussen de doerians. "De doerian is een stekelige tropische vrucht met een penetrante geur. Volgens de Indonesiërs houd van oj haatje hem. Er is geen tussenweg." Toch Dirksland, ook daar ver weg! In zijn brieven komt hij telkens terug op het leven in Dirksland, maar ook schreef hij over zijn jeugd op Flakkee in "Levenslijnen", een zestiendelige reeks die werd gepubliceerd van 10 november 1934 tot en met 19 januari 1935. In een biograjie zijn er naast de ene mens, d hoofdpersoon, vele andere mensen, maar zijn er plaatsen waar de beschrevene vertoefde; in het geval van Walraven Flakkee (zoals hij zelf altijd zei), Delft, Rotterdam, Canada, de Verenigde Staten en vana/1915 he toenmalige Nederlands-Indië. De mensen zijn de ouders, het gezin, de familie, de me sen van Dirksland, maar er komen steeds weer andere mensen bij.
Van zijn grootvader en moeder erfde hij de gave van het vertellen. Nog steeds zijn er op Flakkee vele goede vertellers. En vertellers kunnen daar rekenen op een gretig gehoor. Lange tijd is het eiland geïsoleerd geweest. Zelf heb ik nog meermalen als kind en jongeman de reis met de stoomboot van Rotterdam naar Middelharnis gemaakt. Die reis duurde drie uur. Je kon ook de boot nemen van Hellevoetsluis. Dan zat je een goed halfuur op de boot. Maar om in Hellevoetsluis te komen moest je met de stoomtram van de Boompjes in Rotterdam reizen en dat was ook een hele tocht. Als het hard stormde kon het trammetje er niet tegen op en bleef stilstaan. Dat heb ik nog kort na de oorlog meegemaakt.
Er werden zeker in Walravens jeugd op Flakkee vaste overtuigingen aangehangen. Rangen en standen waren door God (of het lo gewild, zwemmen in zee werd beschouwd als een onzedelijke handeling en voor het sociale vraagstuk was geen belangstelling. Je had nu eenmaal rijken en armen. Zelfs zijn krit sche grootvader zag armoe en gebrek als een "uitvloeisel van Gods wijsheid", dat tot grote teleurstelling van zijn kleinzoon die de gangbare opvattingen niet deelde en daartegen in opstand kwam.
Van het "wereldse" moest men niets hebben. En men werd algauw als werelds beschouwd. Dat ondervond ds. H. Snel, die als werelds werd beschouwd omdat hij een strohoed droeg en viool speelde. "Bovendien deed het gerucht de ronde dat hij met zijn vrouw een dansje gemaakt had in de vestibule van de pastorie, toen buiten een daaiorgel een wals liet horen." In november 1901 moest Snel vertrekken; hij werd vervangen door een "degelijker" predikant. In een noot vermeldt Okker dat aan het vertrek van Snel een conflict voorafging tussen de predikant en de kerkenraad en dat de jongere dorpsbewoners de de kant van de "vlotte" predikant kozen. Zij gooiden zelfs de ruiten in bij de leden van de kerkenraad. De burgemeester van Dirksland liet daarop in het weeshuis en Pension Brooshooft een detachement van 25 mariniers inkwartieren. Zij hoefden echter niet in actie te komen. Walraven was toen 14 jaar. We komen niet te weten of hij ook tot de stenenegooiende jongeren behoorde.'
Zijn relatie met het socialisme viel niet in goede aarde bij zijn ouders en ook niet in het dorp, ook al was hij in die dagen een van de weinige Oranjegezinde socialisten. Daarom was hij er n- ook niet meer welkom na zijn studie en zorgde zijn moeder ervoor dat hij solliciteerde bij het KNIL.
J. A. Wormser
Voor de echte liefhebber van het genre van de biografie is er in ons land de Werkgroep Biografie. Deze werkgroep geeft een Bulletin uit voor zijn leden -dat driemaal per jaar verschijnt. In het laatste nummer (2001/1) besteedt Hans Werkman aandacht aan het boek van Jan Peter Verhave: Afgescheiden en Wedergekeerd (Het leven van J. A. Wormser en zijn gezin) verschenen bij Groen in Heerenveen. U zult vast weieens van deze Amsterdamse deurwaarder hebben gehoord en anders hebt u hem horen citeren door uw predikant wellicht. Want hij schreef een bekend geraakt boek over de kinderdoop met daarin de uitspraak: leer de natie haar doop verstaan.
'Verhaves boek geeft vele fijnzinnige sfeer schrijvingen van Jansje het niet horen). Vader strompelde dagelijks met zijn podagravoeten naar de beurs en naar zijn deurwaarderskantoor. 's Avonds werkte hij aan tafel in het gezin aan zijn boeken (hij schreef onder andere een veelgebruikt boek over de kinderdoop), deed zijn correspondentie en werkte aan hulp voor de Afgescheidenen. Hij was luthers opgegroeid, maar koos in gewetensnood het kerkje van de vervolgden aan de Bloemgracht. Daar kwam hij in aanraking met de jonge Maurits van Hall, de advocaat van de Afgescheidenen en voorvader van de latere burgemee ter van Amsterdam (Gera Kraan-van den Burg schreef in 1935 over Maurits en Suze van Hall de historische roman Brandende harten). Veel beter leerde hij dominee Van Velzen kennen, die er niet zo best ajkomt in het boek. Er was veel ruzie onder de Afgescheidenen. Het is een wonder dat daar nog een stevige Gereformeerde kerk uit gegroeid is.
Wormster, afkerig van ruziemakers en kampend met innerlijk heimwee naar het goede in de Hervormde kerk, werd door zijn medebroeders geschorst. Hij trok zieh met vrienden terug in huissamenkomsten. Uit de lampetkan van boekhandelaar Höveker werd gedoopt. En ook daar viel de politie menigmaal in, omdat er vaak meer dan twintig mensen bijeen waren. Maar in Baambrugge woonde een rijke, wat vreemde en humeurige afgescheiden weduwe, mevrouw Zeelt. Ze was de grote geldschieter van de Afgescheidenen en betaalde de boetes. Hoe stonden deze mensen in de cultuur van hun tijd? Ze leefden als vreemdelingen op aarde, hoewel de Wormsers wel een mooi schilderij lieten schilderen en af en toe samen op reis gingen. Maar hun vaderland was Hij God in de hemel. Jansje deelde dat innige, piëtistische geloof en deelt het als het ware uit in haar boek.
Wat de literatuur betreft: ze kenden Beets, zijn Camera Obscura werd gelezen. Toen de rechtzinnige Hasebroek van Waarheid i-en Droomen dominee van de Nieuwe Kerk in s- Amsterdam was geworden, gingen ze graag bij hem ter kerke. Uiteindelijk sloten ze zich zelfs weer aan bij deze Hervormde kerk. Ook de romans van Elise van Calcar waren bekend in het gezin. Zij schreef de sleutelroman De dertiende, over het leven van de Afgescheidenen, over dominee Bos (Scholte) en meurouw Van Zemelen (Zeelt). eid De merkwaardige mevrouw Zeelt krijgt in het boek van Verhave trouwens een eigen biografietje.
De Vriendenkring
Verhave heeft een hoofdstuk "Silhouetten van vader en zijn vrienden" toegevoegd, waarin hij Jansje laat vertellen over de "Vriendenkring" die vaak in huissamenkomsten bij elkaar kwam: de dichter Da Costa, het kamerlid Groen van Prinsterer, Heldring van de Veluwse inrichtingen, de uitgever Höveker, Jan de Liefde die de Vereniging tot Heil Volks stichtte, Carel Schwartz die de Franse Schouwburg aan de Erwtenmarkt bij de Amstel kocht voor de zending onder de joden en op zijn kansel door een joodse jongen (de Iatere professor Samuel Hirsch) werd neergestoken. Het boek wemelt van dergelijke informatie, door Jansje keurig over haar thematische hoofdstukken uitgesmeerd. Veel aandacht is er voor de Landverhuizers, die de knechting door de regering in het vaderland niet meer konden verdragen en naar Amerika gingen. Informatie vanuit Amsterdam werd per brief door moeder en dochter Wormser naar Amerika doorgegeven in som pittige bewoordingen. Bij de dood van de rechtzinnige, saaie dominee Kortenhoeff Smit: "Zijn nagedachtenis betekent niet veel. Hij had de reputatie van een veelvraat en nu op zijn sterfbed teerde hij op zijn vet. Hij laat een vermogen na van zes ton. (...) De ton boeken worden van de week verkocht, maar daar is niet veel bijzonders bij en vçl eel romans".
Naar Nijverdal
Er waren ook logeerpartijen bij oom Hendrik, directeur uan de Nederlandse Handelsmaatschappij te Nijverdal, lerend ouderling in de kleine gereformeerde kerk van Hellendoorn en beschermer van de uitgezogen fabrieksarbeiders. En dan komen we toch in buurt van de twintigste-eeuwse Nederlandse literatuur, want oom Hendrik Wormser was de grootvader van Willem de Merode. Jansje kan des aan deze dichter nog net een woordje wijden; hij heeft kort voor haar dood zijn twee eerste bundels gepubliceerd. Maar ze schrijft hem aan de verkeerde vader toe; die had Jan in plaats van Piet Keuning moeten heten, dat had Verhave haar beter moeten influisteren.
Intussen is het duidelijk dat de poëzie van Merode er zonder de cultuur van deze voorouders heel anders had uitgezien. Zijn moeder, Elisabeth Wormser uit Nijverdal, droeg de geest van het piëtistische en literaire Reveil in zich, de geest van haar Amsterdamse nicht Jansje. In het huis van De Mérodes grootmoeder in Nijverdal werden op lange winteravonden de romans van Bosboom-Toussaint uoorgelezen.
U ziet maar weer: al lezend schuif je aan bij een lange traditie. En graag herhaal ik nog weer eens de woorden van Ida Gerhardt via haar gedicht 'Onvervreemdbaar':
Dit wordt ons niet ontnomen: lezen, en ademloos het blad omslaan, ver van de dagelijksheid vandaan. Die lezen mogen eenzaam wezen.
Zij waren het van kind af aan.
Hen wenkt een wereld waar de groten, de tijdlozen, voortbestaan. Tot wie wij kleinen mogen gaan; de enigen die ons nooit verstoten.
J. MAASLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's