De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

V eertig jaar lang werkte A. J. (Bert) Klei bij dagblad Trouw. Op zijn ouwe dag zette hij zich nog weer eens aan een ontboezeming, zoals we die van hem gewend waren, waarvoor hij putte uit zijn bijdrage in een vriendenbundel Weg van Nederland (uitgave Balans). Ditmaal meldt hij dat een vorstelijke trouwerij - in dit geval van onze kroonprins met Maxima - bij hem altijd de herinnering losmaakt aan 'langvergeten regels uit de vaderlandse versjes'. De jonge generatie van vandaag wordt daarbij niet meer 'opgevoed'. Hier volgt een gedeelte, vooral ook weergegeven met het oog op het lied van Jan de Liefde aan het slot. 

'In mijn jonge jaren werd er van alles aan gedaan om te bevorderen dat we dol op Nederland zouden worden. Een belangrijk middel was de wekelijkse zangles; daar leerde je liederen aanheffen die luidruchtig lucht gaven aan vaderlandslievende gevoelens - ik weet er als vooroorlogse leerling van een dorpse School met den Bijbel alles van. In de vijfde klas zaten we bij meester Chris Middeldorp. In diens lokaal stond een harmonium. Meester Middeldorp was een muzikaal en vrolijk man, die ons een menigte vaderlandse liederen bijbracht. Achteraf vermoed ik dat dit niet zozeer was om de woorden als wel om de gemakkelijk aansprekende, marsachtige melodieën. Soms mochten we bij het begin van de zangles de bankenrijen tegen elkaar aanschuiven en ook de lessenaar van de meester verplaatsen, zodat langs de vier wanden van het lokaal een pad vrjjkwam. Zingend marcheerden we dan in 't rond, stevig stampend op de vloer, onder het zingen van: 't Is plicht dat ied're jongen aan d'onafhankelijkheid van zijn geliefde vaderland zijn beste krachten wijdt....

Een geliefd nummer was: Waar de blanke top der duinen schittert in de zonnegloed, en de Noordzee uriend'lijk bruisend, Neêrlands smalle kust begroet,

De voorkeur voor dit lied berustte niet op eigen waarneming van de smalle kust, de meesten van ons waren nog nooit aan zee geweest. Nee, maar je kon bij de herhaling van de laatste twee regels zo lekker uithalen: Jui-huich ik aan het vla-ha-hakke strand: 'k Heb u lief, mijn Ne-he-derland!

Argeloos brulden we een lied dat je nu niet meer ongestraft op de lippen zou kunnen nemen: Wie Neêrlands bloed door d'aderen vloeit/ van vreemde smetten vrij-

In verscheidene liederen, herinner ik me, werd onze vlag toegezongen. Zo bijvoorbeeld: Hollands vlag, je bent mijn glorie, Hollands vlag, je bent mijn lust... Kom daar tegenwoordig maar eens om, ik bedoel: om zulke lustgevoelens.

En  verder: O schitt'rende kleuren van Nederlands vlag, wat wappert gij fier langs de vloed- Gij zijt ons ten teken, 0 heilige vlag, Van trouw en  van vroomheid en moed.

Ik kan het zonder bronnenonderzoek stellen, al die vaderlandslievende verzen zitten nog muurvast in mijn hoofd. Alleen heb ik de oude spelling van die laaiende lofzangen niet meer paraat en dit komt doordat in 1934 de nieuwe spelling werd ingevoerd. Ik bezocht een christelijke school en daar werd ons voorgehouden dat de zaak niet bekeken was met ons aardse vaderland, hoezeer dat eigen land ook aanleiding gaf tot jubelzangen in marstempo. En Christenen, zo leerden we, hadden een beter vaderland en daarvan zongen we in een lied, dat 'Des Christens Vaderland' heette en was vervaardigd door de negentiendeeeuwse dominee, dichter en musicus Jan de Liefde. Hij richtte in Amsterdam de nog steeds bestaande en actieve vereniging 'Tot Heil des Volks' op. Voor het citeren van 'Des Christens Vaderland' durfde ik niet op mijn geheugen afgaan omdat ik de volgorde kwijt was van de in dit lied voorkomende aardrijkskundige namen. Daarom heb ik de tekst opgevraagd bij het bureau van Tot heil des Volks - en hier is het eerste couplet: Wat is des Christens Vaderland? Is 't Nederland? Is 't Frankenland? Is 't waar de Rijn of de Donau vloeit? Het koren golft? De wijnstok groeit? O neen! O neen! O neen! O neen! Naar beter land voert God mij heen. In de volgende coupletten wordt, eveneens met een vierwerf' O neen!' nog een aantal Europese landen afgewezen als 'Des Christens Vaderland' en in het laatste couplet krijgen we antwoord op de vraag wat het vaderland van de christen is: het 'hemelsch land', waar 'harpgetokkel klinkt en het Eng'lenkoor zijn Hallel zingt'. En de slotregels luiden: Dat zal het zijn! Dat zal het zijn! Dat eeuwig Vaderland is mijn! (...)'

Bij uitgeverij Den Hertog in Houten verscheen een boek, geschreven in 1921 door  een Frans predikant en kerkhistoricus, Mare Frangois Gonin, die iets wilde vertellen over Idelette de Bure, die na het overlijden van haar eerste man, van 1540 tot 1549 met Calvijn gehuwd is geweest. Hij liet Idelette aan het woord aan de hand van een gefingeerd dagboek, maar gebaseerd op de echte gebeurtenissen uit die tijd. Hier volgen twee fragmenten uit de Nederlandse vertaling van de hand van de Christelijke Gereformeerde emeritus predikant ds. K. Boersma, onder de titel De Drie Spiegels - Het leven van Idel de Bure. 'Wij zijn te eten gevraagd bij doctor prediker Capito in de Rue Barbara. De goede mevrouw Capito omhelst me hartelijk. "Wij zijn ervoor geschapen elkaar te begrijpen, ik heb zelf ook meegemaakt wat het is om weduwe te zijn en ik zat diep in de zorgen. Maar ik heb het leven gedeeld met bijzondere mannen, want mijn eerste man, lieverd, was de lustere Oecolampadius, de reformator van Bazel. Daar heeft die beste Martin mij leren kennen en na de dood van mijn man heeft hij mij aan Capito gekoppeld. Jij en ik, we zijn duidelijk uoor deze tere zaak gemaakt (...)".

Het spijt Fagius, dat het aan joden nog steeds verboden is om in Straatsburg wonen. Men ziet ze alleen op doortocht. Toch zouden ze zeer nuttig zijn voor de studie, want die kan niet buiten hun taal. Bucer en Capito zijn meer terughoudend. Capito zegt: "M jjn droom zou zijn dat de joden naar Palestina zouden kunnen terugkeren; daar is hun vaderland, hun toekomst, en het zou echt een teken zijn, dat de profetieën vervuld worden. Een rabbijn heeft mij gevraagd om steun bij Luther om de joden te verdedigen, dat ze niet uit Saksen worden verdreven. Ik heb deze brief geschreven en Bucer heeft hem ondertekend.'" • 'Wij horen dat Maarten Luther gestorven is, 62 jaar oud. Wat was dat een geloofsheld en wat heeft God hem gebruikt om de reformatie van Zijn kerk te beginnen; wat een geleerde man ook en wat heeft hij veel geschreven! "Een groot wonder van God", zegt meester Calvijn, "dat Luther en zijn medewerkers ' langzamerhand uit die afgrond van onwetendheid opgekomen zijn. Ze hebben niet alles in één keer gezien. Dat is niet zo vreemd. 's Morgens vroeg zie je de zon nog niet zo stralen als midden op de dag. Laten we niet te bedroefd zijn over de voortgang van het Koninkrijk van God. Alleen heeft hij de Fransen nooit goed begrepen. Hij dacht, dat wij net zo waren als de Zwitsers uit Zürich en Bazel, die tegenover hem stonden op het punt van het Avondmaal. Er zijn tussen hen veel harde woorden gevallen. Ik had hem graag persoonlijk willen kennen, want ik had veel respect voor hem. Kritische figuren storen zich aan de meningsverschillen tussen de hervormers. Daar stoten zij zich aan, maar we hebben nu eenmaal niet met engelen te maken maar met mensen. Tegelijk laten ze de grote meesters van de Sorbonne me hun ketterijen maar begaan.Je merkt ook, dat veel mensen zichzelf voor kleine Luthertjes houden. O, wat een eindeloze discussies om maar gelijk te kunnen hebben. (...)".'

v.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's