De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Prof. dr. Fik Meijer, hoogleraar Oude Testament aan de Universiteit van Amsterdam, schreef een aardig boek, getiteld Oud Nieuws, waarin hij 'alledaagse verhalen over de klassieke Oudheid' schreef (uitgave Ambo, Amsterdam). De Olympische Spelen hebben oude papieren. De grondlegger ervan in de moderne tijd, de Franse baron Pierre de Coubertin (1863-1937) greep terug op de Olympische Spelen, die vanaf 776 voor Christus om de vier jaar werden gehouden, in Olympia in het noordwesten van de Griekse Peloponnesus. Hoe het toeging? Hier volgt 'de vierde dag':

'De vierde dag kregen de krachtpatsers de gelegenheid hun talenten te tonen bij het worstelen, boksen en pan kration, een mengeling van boksen, judo en worstelen. Deze vechtsporten waren zeer populair. Over de spelregels is niet al te veel bekend. Bij het worstelen was bijten en slaan verboden en stond op het breken van vingers uitsluiting van competitie. Bij het pankration moet het er zeer heet aan toe zijn gegaan. Met uitzondering van bijten en het uitsteken van de ogen was bijna alles toegestaan, ook het schoppen van de tegenstander. Het gevecht was pas afgelopen als een van de kemphanen, murw geslagen was of door het opsteken van een of twee vingers aangaf dat hij de strijd opgaf. Afbeeldingen van boksers en pankratisten laten gehavende neuzen en oren en stukgeslagen tanden zien. Satirische epigrammen vertellen ons dat boksers soms zo misvormd waren dat hun omgeving hen nauwelijks meer herkende. Een bokser verspeelde er zelfs zijn erfenis door. Zijn broer betwistte hem het recht daarop met het argument dat zijn echte broer neus, kin, oren, voorhoofd en oogleden had en dat de man die nu aanspraak maakte op een deel van de nalatenschap van zijn vader die niet meer had. De rechter stelde Hem in het gelijk.

De dag van de vechtsporten werd besloten met de hoplietenloop. Soldaten liepen met volle bewapening (speer, schild, borstpantser, beenplaten) enkele ronden in het stadion. Meestal kwam de overwinnaar uit Sparta, dat de best getrainde soldaten had.'

Uit het boekje St.-Gertrudiskerk Workum (red. dr. J. D. Th. Wassenaar, zie Aankondigingen in dit nummer) het volgende over 'de gildebaren' in Workum:

'Sinds jaar en dag herbergt de St.-Gertrudiskerk een voor Nederland unieke collectie gildebaren. Ze waren voor de smeden (1756), de apothekers en chirurgijns (1781), de timmerlieden (1791), edele landbouwers (+ 1726), de schippers (1805) en de grootschippers (1806); tevens had men de beschikking over twee kinderbaren (1693 en 1806). Verder is er een bakkersbaar (1666), in bruikleen ontvangen van de Hidde Nijland Stichting uit Hindeloopen. Al deze baren hebben teksten op de lange horizontale omlijstingen en aan weerskanten figuratieve voorstellingen op de rechthoekige vlakken. Op 26 maart 1968 richtte de kerkvoogdij de hervormde gemeente Workum een verzoek aan het college van Burgemeester en wethouders van het stadje om financiële steun te verlenen aan de voorgenomen restauratie van de gildebaren. Een soortgelijk verzoek zond men naar de Gedeputeerde Staten van Friesland en aan de minister uan Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. De drie reageerden positief, zodat het plan uitgevoerd kon worden. Dat gebeurde evenwel pas in 1975. De werkzaamheden werden verricht door N. van Bohemen uit Scheveningen.

In 1972 hadden de in Workum geboren en getogen prof. dr.J.Jansen uit Utrecht en zijn dochter mevrouw A. van Gastel-Jansen röntgenologisch onderzoek naar de voorstellingen op de baren gedaan. In het verslag is het volgende te lezen: "Het overgrote deel de thans zichtbare teksten op de omlijstingen en ook de opschriften jaartallen en afbeeldingen op de diverse schotten (doodshoofd met beenderen), blijken meestal twee maal (de laatste maal op de vorige maal) aangebracht te zijn(...) Meer dan eens werden resten van een oudere tekst gevonden."

Bij de restauratie stond men voor een dilemma. Moesten de taferelen bijgewerkt en geconserveerd worden? Of moest de oorspronkelijke beschildering worden hersteld? In het laatste geval zou de oppervlaktelaag verwjjderd moeten worden. Een experiment werd gedaan met panelen van een van de kinderbaren. Daar kwam aan het licht, dat de baar van het St.Josephgilde (van arbeiders in de bouwnijverheid) was geweest. Omdat de proef verder aan de verwachtingen beantwoordde, werd tot uitvoering van de eerste optie besloten. Enkele baren zijn uitgeleend geweest. Zo heeft de boerenbaar op een tentoonstelling in Deventer gestaan, de baar van de apothekers en van de chirurgijns op een expositie in Parijs. In 1975 wijdde Jansen een monografie aan de gildebaren: Rijkdom uit Workums verleden.

 In de tijd van de conflicten tussen Patriotten en Prinsgezinden had Klundert(van 1783-1789) een 'fanatieke Prinsgezinde' dominee: Cornelis Pantekoek. In de kerk in Klunderts kerkring (zie Aankondigingen) staat het volgende te lezen:

'Op de kopergravures die op het stadhuis hangen wordt hij zeer verschillend geportretteerd. De één is duidelijk een spotprent. Je ziet een man in toga met bef en op het hoofd een steek met een oranje strik. De gelaatsuitdrukking spreekt boekdelen. Zo ook de verkrampt klauwende hand die een bijbel omklemt. Dit is een norse boze man. Op het onderschrift is te lezen: 

CAROLUSPANNEKOEK
Predicant in Klundert de welke Preekte op Zondag den 10 januari 1785 onder anderen deese Woorden: - Wij danken God dat er in ons lans 7000 gevonden werden die hunne Kni'en buigen voor 't Oranje huis.

Dit is duidelijk een tekst uit de hoek van de patriotten. Zelfs met zijn naam werd de gek gehouden.

De andere gravure geeft een heel ander persoon te zien. Een man in toga. De vriendelijkheid straalt van een edel gezicht. De handgebaren zijn mooi en lerend. Leunend op de Schrift. Hier treffen we het volgende onderschrift

CAREL PANTEKOEK

Predikant in de Niervaert gezegd de KLUNDERT Anno Etat XXVIII. In 't uiterlijke Beeld van PANTEKOEK naar t'leven; Kon't fijne konst perfect 't inwendig schoon ons geven: Werd heilig ijvervuur en hart innemend preken; werd vaardigheid van geest en taal vol klem en kragt. Werd onbezweke trouw, in 't woeste stormgedruis. Voor God, voor 't Vaderland, en 't Vorstlijke huis. Door 's kanselnaars vernuft in 't sagt metaal gebragt.

Gewis had men in prent 's Mans gaven doen spreken. De opdrachtgevers voor het maken gravure kwamen duidelijk uit de Prinsgezin hoek.

v.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's