De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk schept onmogelijke mogelijkheden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerk schept onmogelijke mogelijkheden

HET HUWELIJK EN ANDERE LEVENSVERBINTENISSEN

10 minuten leestijd

Enkele jaren geleden maakten de SoW-kerken in het hartje van de vacantietijd het rapport 'Mensen en structuren' publiek. Het leek geruisloos te gaan passeren, mede doordat het vooral ging over de technische uitwerking van wat de nieuwe arbeidsorganisatie voor de SoW-kerken moest worden. Nochtans ontstond er veel commotie om dat rapport, zelf zo dat het SoW-proces er enige tijd door stagneerde. Dezer dagen is, eveneens op het moment dat mensen ook alom bezig zijn hun koffers voor de vacantie te pakken, een ingrijpend stuk publiek gemaakt, te weten over een aantal belangrijke momenten in de ordinanties, behorende bij de concept-kerkorde van de SoW-kerken.

Men mag niet aannemen, dat mensen dit rapport als vacantielectuur zullen meenemen. Ook nu zal de echte discussie erover pas na de vacantie losbarsten. Er is al wel een voorschot op gegeven. Daartoe dient ook het hiervolgende.

Waar het om gaat

De kerkorde voor de SoW-kerken is in tweede lezing vastgesteld, op het punt van de naam van de kerken na. De zogeheten ordinanties, de regelingen die bij de principiële artikelen van de kerkorde horen, zijn in 1997 in eerste lezing vastgesteld. Daarna konden classes, gemeenten en allerlei andere geledingen in de kerk er zich mee bezig houden, mede op grond van een uitgebreide toelichting, die op de 14 ordinantieartikelen, die in vele subartikelen zijn onderverdeeld, werd gegeven. Op de vergaderingen van de synode in november a.s. en in mei 2002 komen de ordinanties in tweede lezing aan de orde. Zouden deze worden aangenomen en wordt men het vervolgens ook nog eens over de naam van de te vormen kerk, dan is de kerkorde rond en is het wachten nog op een verenigingsbesluit, dat wat de Hervormde Kerk betreft met tweederde meerderheid van stemmen zal moeten worden genomen.

Laat ons op voorhand zeggen dat het te hopen is, dat de nu voorliggende voorstellen inzake de ordinanties opnieuw een fundamentele bezinning teweeg zullen brengen. Want wat ter tafel ligt moet gewoon niet kunnen, ten spijt de zorgvuldigheid van de raadpleging aan de basis van de kerk, die door dr. B. Plaisier in een toelichting meer dan overvloedig wordt geprezen.

In november a.s. komen aan de orde enkele aspecten inzake het belijden, de eredienst, de heilige doop en het heilig avondmaal. Op al deze punten zal de kritiek (opnieuw) loskomen, omdat het om heel fundamentele zaken gaat; deels om zaken, die al uitvoerig aan de orde zijn geweest, deels om zaken, die nu nieuw worden voorgesteld.

In het artikel over het belijden wordt nu specifiek aangegeven, dat de kerk geroepen is gestalte te geven aan haar verbondenheid met het volk Israël. Die uitgesproken verbondenheid mag op zich positief worden gewaardeerd. Het feit echter dat alle nadruk wordt gelegd op 'het volk' en in de toelichting (op zich terecht) wordt gezegd, dat de SoW-kerken geen verlengstuk willen zijn van welke politiek van 'de staat Israël' dan ook, doet vermoeden dat de SoW-kerken een forse stap terug doen op het rapport, dat de hervormde synode ooit aannam onder de titel Israël, volk, land en staat. Daarin wordt namelijk enerzijds de onlosmakelijke band tussen het volk en het land onderstreept en anderzijds de staat Israël als noodzakelijke afgeleide daarvan beschouwd.

Wat de heilige doop betreft, blijven onze bezwaren recht overeind ten opzichte van de afzwakking van het primaat van de kinderdoop. En wat het heilig avondmaal betreft: voor de viering van het avondmaal zonder het afleggen van belijdenis des geloofs (inclusief kindercommunie) ligt de beslissing en dus de mogelijkheid ertoe helaas in handen van de kerkenraad. De meeste kritiek zal echter nu loskomen bij de behandeling van de ordinantie over de eredienst (ord. 5), met name ten aanzien van wat daarin wordt voorgesteld over huwelijk en andere levensverbintenissen. Bijgaand staat de tekst van de voorstellen afgedrukt, zodat we de inhoud daarvan hier niet verder behoeven toe te lichten.

Onmogelijk

Al jarenlang is de kwestie van het huwelijk en 'andere levensverbintenissen', zoals dat wordt aangeduid, een omstreden en uiterst gevoelige zaak in de bezinning op de kerkorde. In de hervormde kerkorde van 1951 wordt het huwelijk een inzetting Gods genoemd, die heilig dient te worden gehouden. Zulk een formulering bleek tot heden in de kerkorde voor de SoWkerken niet meer mogelijk. Over het huwelijk zou - naar de opvattingen in een déél van de kerken - nog slechts een formulering moeten worden opgenomen, wanneer tegelijk ook een formulering over andere levensverbintenissen, zeg een relatie van twee personen van gelijk geslacht een plaats zou krijgen. Er is nu een knoop doorgehakt. De commissie voor de kerkorde van de SoW-kerken heeft nu het voorstel gedaan voor twee bepaling in één verband: één voor het huwelijk, één voor de 'andere levensverbintenis'. Formeel wordt onderscheid aangebracht tussen die twee relaties, waarbij voor het huwelijk het woord in-zegening en voor de andere levensverbintenis het woord zegening wordt gebruikt. Dit onderscheid is echter louter formeel, want de wand tussen wat echt een huwelijk is en wat met 'andere levensverbintenis' wordt aangeduid, is flinterdun geworden. In de praktijk zal dit onderscheid ook snel vervaagd zijn, temeer omdat de woorden zegening en in-zegening dicht bij elkaar liggen en in de praktijk dooreen worden gebruikt. Hier wordt een mistgordijn gespannen. Na alles wat in de loop der jaren over deze kwestie is gezegd en na alle principiële argumenten, die uit het Woord van God tegen de kerkelijke legitimering van een seksuele relatie van mensen van hetzelfde geslacht zijn aangevoerd, moet worden gezegd dat de kerk hier een onmogelijke mogelijkheid schept.

Onze conclusie moet hier heel duidelijk zijn, namelijk dat het niet kan, dat een kerk zegent wat God in Zijn Woord verbiedt.

Vrijheid

Maar, zo wordt beargumenteerd, praktisering van het zegenen van de andere levensverbintenis wordt overgelaten aan de vrijheid van de kerkenraad. De beoogde vrijheid betekent hier echter vrijblijvendheid van de kerk ten aanzien van een ethische kwestie, waarin het Woord van God duidelijk is. Dat de kerk ook in deze heeft te maken met de gebrokenheid van het bestaan, met de ontwrichting van het leven vanwege de zonde, die het menselijke leven op alle terreinen doortrekt, en daarmee pastoraal ook heeft te rekenen, is nog wat anders dan dat de kerk het in de vrijheid van de kerkenraden overlaat om wat inzetting Gods is èn wat uit het hart van de mens opkomt en bovendien vandaag sterk wordt gestimuleerd vanuit de moderne cultuur, op één lijn te stellen. Hoever gaat bovendien die vrijheid? Het opschrift boven de ordinantie spreekt van 'een andere levensverbintenis', de tekst spreekt van 'andere levensverbintenissen' (meervoud). Aan welke verbintenissen wordt verder nog gedacht? Vandaag wordt op dit gebied immers maatschappelijk gezien nog veel meer gepraktiseerd? !

Maar bovendien, de beoogde 'vrijheid' staat onder grote druk, zowel maatschappelijk als kerkelijk. In de maatschappij bleek al direct na de invoering van het homohuwelijk dat de 'vrijheid' ver te zoeken is, gegeven de fanate opstelling van het COC en de daarmee samenhangende intolerantie van gemeenten jegens gewetensbezwaarde ambtenaren. Leeuwarden is een schoolvoorbeeld van die intolerantie. Maar bij werving van ambtenaren blijken gemeentebesturen de huig alom al helemaal naar de intolerante maatschappelijke wind te laten hangen.

Ook in de kerken wordt nu reeds de stem gehoord, dat de kerk in deze voorstellen ten onrechte (nog) onderscheid maakt tussen huwelijk en alternatieve relatie(s). Een Anglicaans geestelijke ging zelfs al zover, dat hij homoseksualiteit als inzetting Gods typeerde; waar dan overigens tegenover staat dat legitimering ervan door de kerk enkele jaren geleden door zijn bekende collega John Stott als aantasting van de fundamenten der kerk werd aangemerkt.

Gegeven het feit, dat ook de gemeente moet worden gekend in de zegening van de andere levensverbintenis, moet rekening worden gehouden met het feit, dat in bepaalde situaties kerkenraden onder zware druk kunnen komen te staan.

Het laatste wat we hierover te berde willen brengen is, dat de kerk bovendien wel heel selectiefis als het gaat om de vrijheid van de plaatselijke gemeente. Zodra het over andere kerkordelijke zaken gaat, is er van vrijheid geen sprake meer, maar is er sprake van twee-eenheid van kerk en plaatselijke gemeente. Een beroep op vrijheid, wanneer gebondenheid aan het Woord in het geding is, steekt daar schril bij af. Het begrip vrijheid lijkt nu zelfs te worden opgevoerd als een gedoogbegrip ter wille van gemeenten die 'zo ver' nog niet zijn.

Onze conclusie moet zijn, dat de kerk hier een vrijheidsbeginsel voorstaat, dat ver af staat van bijbels genormeerde vrijheid.

Voorbeeldfunctie

In de politieke beslissing inzake het homohuwelijk kwam ook een politieke tweedeling aan het licht, namelijk tussen confessionele en niet-confessionele partijen. We realiseren ons zeer wel, dat diezelfde tweedeling zich binnen de kerken voordoet. Niet ieder binnen de kerken, zeker niet in de 'grote' kerken, kiest voor confessionele politiek. Velen in de kerken zijn verwant met of lid van partijen, die voor de invoering van het homohuwelijk verantwoordelijk zijn en zijn dus zelf ook medeverantwoordelijk voor die beslissingen. Wanneer echter de kerk een zo kerkelijk on-mogelijke zaak als het zegenen van andere levensverbintenissen overlaat aan de vrijheid van kerkenraden, geeft ze haar voorbeeldfunctie, laat staan haar profetische roeping volkomen prijs. Ze laat bovendien diegenen, die bijbels-genormeerde politiek kiezen, volledig in de kou staan. Onze samenleving ontkerstent meer en meer. Moderne heidendom, dat geen normen van Boven duldt, heeft het vandaag in dit land voor het zeggen en de kerk geeft aan die ontwikkeling voet. Zij geeft daarbij ook het slechtst denkbare voorbeeld aan de schapen, die aan haar hoede zijn toevertrouwd. De kerk bevordert met de voorstellen, die nu voorliggen, ook voor haar eigen leden - en daarvan behoeft geen kring uitgezonderd te worden - de gewenning en de uiteindelijke acceptatie van de degeneratie van het huwelijk.

Onze conclusie is, dat een kerk die op een punt als het onderhavige breekt met de op het Woord gebaseerde traditie van de kerk der eeuwen, ook op andere punten haar recht van spreken ondermijnt.

SoW

Het is te gemakkelijk gezegd als we deze onmogelijke voorstellen louter op rekening van 'SoW' schrijven. Homohuwelijken zijn al gesloten binnen elk van de drie SoW-kerken. Behalve een gereformeerd predikant is ook, naar ons bekend is, een hervormd predikant een homohuwelijk' aangegaan.

Dat geschiedt kennelijk al zonder dat een kerkorde met ordinanties op dit punt is vastgesteld en zonder dat de kerk hem daarover lastig valt. Wel is het uiterst pijnlijk te moeten constateren, dat de Hervormde Kerk ook ten aanzien van deze zaak 'tot op het bot' is verdeeld, terwijl de tegenstand binnen de Gereformeerde Kerken nog slechts marginaal is. Van de hervormde classes verklaarden 26 van de 75 classes zich tegen de (in-)zegening van andere dan huwelijkse relaties, bij de Gereformeerde Kerken slechts 40 van de ongeveer 700 gemeenten. Over bezwaren bij de Lutheranen wordt in het persbericht dat uitging helemaal niet gerept. Opnieuw moeten we constateren dat er grote verschillen aan de dag treden tussen de afzonderlijke SoW-kerken als het gaat om standpunten met betrekking tot de ontwikkelingen in de cultuur; nu dus inzake aansluiting bij of afwijzing van decadente ontwikkelingen in de cultuur. Daarmee blijft onverlet, dat het kwaad in deze ook diep in de Hervormde Kerk is genesteld. Maar uit het feit dat de hervormde commissie voor kerkordelijke aangelegenheden (KOA) veel minder vergaande, hoewel ook aanvechtbare voorstellen heeft gedaan, die echter door de SoW-kerkordecommissie niet zijn overgenomen, mag de vraag rijzen onder welke dominantie dan de kerkordecommissie staat. Wie maakt de dienst uit, en hoe gaat hervormd KOA daarmee om?

Onze uiteindelijke conclusie moet zijn, dat het te hopen is, dat de synode deze voorstellen radicaal zal verwerpen. Ze zijn on-mogelijk en brengen, bij acceptatie, een element aan in de kerkorde, die een breuk inhoudt met de kerk der eeuwen als het gaat om de ethische consequenties van haar belijden; een breuk ook met de eigen traditie van de kerken, die bij SoW zijn betrokken.

v.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De kerk schept onmogelijke mogelijkheden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's