Uit de pers
Jeugdwerk en HGJB
Onlangs (31 mei jl.) nam Adri Terlouw afscheid van de HGJB. Vijfendertig jaar was hij actief bezig in het kerkelijk jeugdwerk als beroepskracht. We kwamen elkaar begin 70'er jaren tegen op Flakkee. Terlouw was als regionaal jeugdwerkleider werkzaam bij de Stichting Jeugdwerk Goeree-Overflakkee. Als ik me goed herinner werd ik al spoedig voorzitter van de Stichting en kreeg toen te maken met Terlouws vertrek naar Schoonhoven, met alle gevolgen van dien. In het HGJB-contactblad Dichtbij van juni 2001 heeft Herman van Wijngaarden een afscheidsgesprek met Terlouw. Uiteraard komt daarin het thema 'geloofsopvoeding' aan de orde, een zaak die Terlouw altijd heel erg heeft beziggehouden.
'In een collegiaal gesprek doen we nog een keer een HGJB-bloedproef. In hoofdlijnen natuurlijk, zoals die bijvoorbeeld worden markeerd door belangrijke beslissingen de HGJB in de ajgelopen 45 jaar heeft genomen. Adri Terlouw vindt er dan twee besluiten uitschieten: "Een belangrijk - en volgens mij ook goed - besluit was om in de jaren zeventig over te gaan tot de vorming van regionale centra. Zo kon de HGJB veel beter relaties opbouwen met de mensen in het werkveld. Ik hoop dan ook dat dit besluit in de toekomst niet teruggedraaid hoeft te word Ik noem nog iets anders: één van de best sluiten die de HGJB heeft genomen was om aandacht te gaan besteden aan geloofsopvoeding. Dat was in de jaren tachtig. Ik zie ons nog zitten, hier in de vergaderzaal. We hadden een studiedag rond het boekje 'Kinderen een erfdeel des Heren' en toen zeiden we tegen elkaar: 'Je kunt nóg zo'n goed jeugdwerk hebben, en nóg zo'n actieve jeugdbond..., maar als er in de gezinnen niks terecht komt, dan is het dweilen met de kraan open'. Vanaf dat moment zijn we ons op beperkte schaal ook gaan bezighouden met geloofsopvoeding. Een heel goed besluit was dat."
Jij bent daar zelf ook veel mee bezig geweest, en in je boekje 'Het halve werk...' schrijf je er meermalen over. Alles overziende: hoe optimistisch of pessimistisch ben je over de christelijke opvoeding van nu? 'Die vraag is ook aan de orde geweest in een interview dat ik vorig jaar voor het opvoedingsblad "Aan de Hand" had met professor W. ter Horst. Hij zei toen dat hij aan de kant tekenen van hoop op dit terrein zag. Her en der zijn er ouders die terug wille naar normen en waarden, en naar een bewuste omgang met de geloofsopvoeding. Daar komt nog bij, zo zei hij, dat we so wieso gouden tijden te wachten hebben als Jezus Christus terugkomt. Bij dit optimism sluit ik me graag aan.
Aan de andere kant ben ik - opnieuw met Ter Horst - uitermate pessimistisch als ik zie hoe er soms gerommeld wordt met de opvoeding, óók in christelijke gezinnen. We zitten met z'n allen in een soort cultureel circuit waarin we er nauwelijks nog aan toekomen om bewust aandacht te besteden aan opvoeding in het algemeen en geloofsopvoeding het bijzonder. Dat is misschien niet eens een kwestie van onwil, alswel van onmacht: we zijn druk, en televisie en internet nemen de opvoeding over. Een belangrijke vraag is bovendien of we als ouders nog wel wat te zeggen hebben. Heb je wat te zeggen als het gaat om geloven, geloofszekerheid en geloofsblijdschap? Als je het zo bekijkt, ben ik niet zo optimistisch over de hedendaagse loofsopvoeding.'
Ook in het Centraal Weekblad van 6 juli 2001 staat een gesprek met Terlouw te lezen. Daarin komt onder andere de jongerencultuur ter sprake.
'In de afgelopen vijfendertig jaar zijn er volgens Terlouw vele ontwikkelingen geweest en binnen de jongerencultuur. "Sowieso is het hele cultuurpatroon veranderd. Dertig jaar geleden kwam ik mensen tegen die nog nooit in Rotterdam waren geweest. Dat is nu bijna ondenkbaar. Vroeger was de wereld veel geslotener. Daarnaast noemde ik al dat jongeren een stuk mondiger zijn geworden. En er zijn natuurlijk veel jongeren die afhaken van de kerken", beaamt Terlouw. "Maar die waren er vroeger ook. Alleen was het toen minder zichtbaar. Het maakt niet zoveel uit of je elke zondag in de kerk zit te slapen dat je niet meer komt. Ik denk dat veel jongeren wel bezig zijn met hogere dingen. Ik weet niet zeker of dat minder is dan vroeger. Wel weet ik dat we als ouderen de taak hebben om jongeren te begeleiden. Zij hebben de steun van volwassenen hard nodig. Zij hebben behoefte aan identificatiefiguren. Mensen die staan voor wat ze zeggen. Daar breekt het in deze maatschappij nog wel eens aan. Veel ouders hebben geen tijd meer voor hun kinderen en veel gemeenteleden zijn zo met hun eigen zaakjes bezig dat jongeren nogal eens in de kou komen te staan. Persoonlijke aandacht is erg belangrijk. En eerlijkheid. Je moet zelf als volwassene ook toegeven datje het soms niet weet. Als jij als volwassene te hoogmoedig bent om vragen te hebben, dan houdt het op."
Voetbal en God
"Wat me al die jaren is opgevallen is dat er met jongeren heel goed valt te communiceren, mits je weet waar je over praat en je de moeite hebt genomen om je een beetje in de wereld te verdiepen. Ik heb een predikant gekend die zo van een gesprek over voetbaljongeren overschakelde op een gesprek over God. Jongeren hebben daar geen moeite mee als je maar niet begint te preken en hen betuttelt.
Het idealisme onder jongeren is wel afgenomen. Maar dan is het weer aardig dat je vanuit het christen-zijn iets kunt meegeven: de verwachting van het koninkrijk van God."
Hoe ziet hij de toekomst van jongeren en kerk? Terlouw: "Erg dubbel. Aan de ene kant zou ik positief willen zijn. We hebben ten slotte een goede toekomst te verwachten als het koninkrijk van Christus komt. Volgens sommigen zijn er tekenen van hoop dat het met de communicatie tussen ouderen en jongeren de goede kant opgaat en dat ook kerken zich steeds meer inspannen om in contact te komen met de jeugd. Aan de andere kant ben ik er niet gerust op dat de trein van welvaart, individualisme en materialisme vanzelf zal stoppen".'
Het blijft een spannend gebeuren, wat we de overdracht van het geloof, van normen en waarden plegen te noemen. Er hangt ontzettend veel vanaf ook voor de toekomst van de gemeenten. Veel signalen wijzen erop dat het al minder lukt en dat daarom in veel gemeenten de geestelijke spankracht verdwijnt. Maar er zijn gelukkig ook signalen dat veel jongeren zelf gegrepen raken door het Evangelie en op hun eigen manier daar inhoud aan willen geven. Zo zijn ze soms een beschamend voorbeeld voor veel ouderen. Opmerkelijk is wel de groeiende behoefte in gemeenten om professioneel geholpen te worden bij de opvang en begeleiding van onze jongeren. Adri Terlouw heeft de gave om puntig en humoristisch bepaalde zaken aan de orde te stellen. Bij zijn afscheid werd een bundeling columns, doordenkertjes en herinneringen door de HGJB uitgegeven onder de titel Het halve werk. Daaruit citeer ik er één en u mag er wat mij betreft van denken wat u wilt, maar ik kan de mild-humoristische toon zeer waarderen.
Om maar met de deur in huis te vallen: Gereformeerde Bonders lijken op konijntjes! Hoe ik dat weet? Vele malen ben ik in duingebieden met vakantiegeweest: Ouddorp, Haamstede, Schoorl. Daar heb ik konijntjesgedrag bestudeerd en zo ben ik tot de slotsom gekomen dat Gereformeerde Bonders en konijntjes nogal wat gemeen hebben. Misschien wat ouderwets, maar ik wil stilstaan bij een drietal punten, om daarna met een toepasselijk woord tot onszelf in te keren.
1. Konijntjes gaan nooit ver van hun hol. Ze blijven daar altijd in de buurt en... bij het minste of geringste gevaar vliegen ze erin. Ze zijn om zo te zeggen holvast! Zijn Gereformeerde Bonders dat ook niet? Op zichzelf is dat niet zo erg, immers hoevelen in de onze dagen kunnen hun hol bijna niet meer vinden? Sterker nog: hebben nauwelijks een hol! Maar... je kunt ook teveel in de buurt van je oude vertrouwde nest blijven. Dan word je eenkennig... Hieraan nauw verbonden, wijs ik erop dat jonge konijntjes 's avonds veel in de weer zijn in groepsverband! Ze lijken te vergaderen... wederom is een vergelijking met het bondsvolk op zijn plaats.
2. Konijntjes maken een ongeruste indruk. Ze spitsen hun oren regelmatig. Nu eens gaat het linkeroor omhoog, dan weer het rechter... Al naar gelang van welke kant een gevaarlijk geluid komt. Is dat met Bonders niet net zo? Komt er een geluid van links (Samen op Weg, vrouw in het ambt, Liedboek), dan worden de linkeroren gespitst. Wordt ter rechterzijde gevaar vernomen (afscheiding van de Hervormde Kerk, overaccentuering van verkiezing, verinnerlijking), dan gaan de rechteroren de lucht in! Mag dat dan niet? Jazeker! Enige voorzichtigheid is wel geboden. Maar... moet je nou echt dag in dag uit met je oren flapperen"? Ben je dan niet overbezorgd? Heb je dan wel voldoende vertrouwen?
3. Konijntjes grimassen met hun neus. "Neuzen" noemen jagers dat. Dat heeft ook te maken met luchtjes die komen aanwaaien. Die snuiven ze op! Volgens "Brehm's Tierleben" gaat het hier niet alleen om gevaar, maar ook om voedselbronnen, weersomstandigheden, kortom om "studie" van alles wat er in de buurt te koop is. Doen Gereformeerde Bonders niet hetzelfde?
Studie maken van van alles en nog wat? Daar heeft nota bene de HGJB zijn wortels liggen, in die studiezin!
De mannen- en vrouwenverenigingen trouwens ook. Studeren! Kennisnemen van hele "Umwelt". Deden christenen in het algemeen dat maar wat meer. Dan zouden we beter de tijd verstaan waarin we leven, en alles wat er op ons afkomt beter kunnen plaatsen en doorgronden! Wel ervoor oppassen dat we aan de ene kant stevig met beide voeten op Schrift en belijdenis staan, maar aan de andere kant niet me onze beide benen in deze wereld waarin we toch door God gesteld zijn... (...) "Flauw hoor...", zegt iemand, "om de GB (officiële afkorting voor Gereformeerde Bond te kijk te zetten! U bent bezig uw eigen te bevuilen!" Ik antwoord u:
"Nee, beste opponent, want ten eerste heb ik tussen de regels door waarderend gesproken over de 'konijntjeshouding'. Vervolgens spreek ik 'inclusief'. Dat wil zeggen: ik sluit mezelf me er helemaal bij in. Ook ik behoor bij dat konijntjesvolk... Ook ik loop met m'n oren te flappen vanwege mogelijk kerkelijk onraad... En ik 'neus' ook om geuren van deze tijd op te snuiven... En...ik blijf graag een beetje in de buurt van nest mijn veilige hol! Daarom heb ik het zo lang bij de HGJB uitgehouden...'"
Ik dacht aan wat in Spreuken 30 : 26 staat: 'De konijnen zijn een machteloos volk, nochtans stellen zij hun huis in de rotssteen'. Wie niet sterk is, die moet slim zijn, zouden wij zeggen. Een gereformeerd mens heeft geleerd en is aan het leren dat hij niet sterk is. Maar hij mag ook weten van de Rots Die God voor Zijn volk wil zijn. We wensen br. Adri Terlouw nog vele gezonde jaren toe en als hij nog doordenkertjes in petto heeft, laat hij die dan niet voor zichzelf houden.
J. MAASLAND
P.S. HET HALVE WERK is te verkrijgen bij de HGJB, telt ong. 100 blz., kost voor leden ƒ 14, 90 en anders ƒ 18, 75, te'- °3°' 2285402.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2001
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2001
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's