Herwonnen paradijs [3]
'In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde van de rivier was de boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijn vrucht; en de bladeren van de boom waren tot genezing van de heidenen.' [Openbaring 22:2]
In het laatste visioen van de Bijbel is de verwijzing naar het eerste paradijs opmerkelijk. Zo ook in dit gedeelte. Wat stond in het midden van het paradijs? De boom des levens (Gen. 2 : 9). Johannes ziet in het nieuwe Jeruzalem in het midden van haar straat - je mag vertalen: midden op het plein rond de troon van God en van het Lam - en overal langs de rivier van het water des levens, op beide oevers, de boom des levens terug. Nauwkeuriger weergegeven: het geboomte des levens. De boom des levens is hier in veelvoud aanwezig. Eeuwen tevoren had Ezechiël dit al mogen aankondigen: 'Als ik weerkeerde, ziet, zo was er aan de beek zeer veel geboomte, aan deze en aan gene zijde' (Ez. 47 : 7).
Wat een wonder van genade alleen! Want u weet dat het voor Adam en Eva na het eten van de verboden vrucht onmogelijk werd gemaakt om alsnog te eten van de boom des levens. God sprak: 'Nu dan, dat hij zijn hand niet uitstrekke en neme ook van de boom des levens en ete en leve in eeuwigheid' (Gen. 3 : 22).
Gevallen mensen zullen nooit zomaar hun handen kunnen uitstrekken naar de boom van het leven en voor zichzelf het eeuwige leven kunnen bemachtigen los van de relatie met God. Die pogingen, eeuwenlang ondernomen, blijken tot mislukken gedoemd. Hebt u het ook al ontdekt door de Geest? Uit u geen vrucht in der eeuwigheid...! Ach, waar dan heen? Tot U alleen. Verrassend en onbegrijpelijk genoeg heeft de Heere er namelijk voor gezorgd dat al Zijn kinderen langs een andere weg het leven deelachtig worden.
In het nieuwe paradijs heeft Hij overal bomen geplant, te beginnen rondom Zijn troon en langs de oevers van de rivier. Let wel, deze bomen zijn geplant aan een stroom. Zij zuigen het water des levens op, dat wil zeggen; zij worden gevoed door de Geest uit Christus. Alleen op deze wijze kunnen en zullen zij vrucht dragen.
In het nieuwe paradijs is er dus alleen leven van en door het Lam! Alleen wie het Lam gevolgd is in de wedergeboorte, mag van al die bomen vrij eten. Johannes ziet hiermee in vervulling gaan de belofte van Christus: 'Die overwint, Ik zal hem geven te eten van de boom des levens die in het midden van het paradijs van God is' (Openb. 2 : 7).
Dit nu wel mogen eten van de boom des levens is een geschenk van de Vader aan de Zoon ten behoeve van Zijn Kerk. Deze heerlijke en heilige spijs is verdiend met de prijs van het leven van de Middelaar. Zijn kruis is de poort naar het paradijs. Hij heeft alzo de vervloeking van ons riend op Zich geladen, opdat Hij ons met Zijn zegening vervullen zou (Avondmaalsformulier). Is dat voor u ook werkelijkheid geworden? Heeft de Geest u daarin laten meedelen? Wat een goedertierenheid! Dat geluk kunt u nooit op. Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke Gave en gaven! En Christus Jezus is zo vruchtbaar, zo zegenrijk. In Hem is geen gebrek. Nooit van Zijn leven! Daar kom je in de omgang met de Heere steeds meer achter. Maar er wacht nog veel meer. Zie maar: geboomte des levens, overal, dat zonder ophouden vrucht voortbrengt.
Ook het getal twaalf wijst ons daarop. Volheid. Er is geen dorre tijd meer, geen onvruchtbare periode. O, wat lijden de gelovigen daar dikwijls aan en onder, zolang zij nog op doorreis zijn naar het beloofde land. In Gods Rijk in heerlijkheid groeien en rijpen echter zonder onderbreking de vruchten dankzij het water des levens. Voor iedere bewoner van het nieuwe Jeruzalem is er volop leven, is er constante overvloed.
Het leven daar wordt in Gods gemeenschap voortdurend onderhouden. Wat de gelovigen onderweg aan het Avondmaal is betekend en verzegeld, wordt voluit waar bevonden in het Vaderhuis: gevoed en gelaafd tot in het eeuwige leven.
De gemeenschap met de Heere kent dus geen verstoring meer, geen onderbreking, waar Gods kinderen zoveel last en verdriet van hebben zolang zij nog in hun 'aardse huis' zijn. Er is in het nieuwe Jeruzalem alleen maar genieten, proeven en smaken dat de Heere goed is. Er is de beleving, de verrukking van het verzadigd worden. Er wordt zelfs een grotere heerlijkheid aan Gods Gemeente geschonken en door haar gekend dan in den beginne. Hier weidt mijn ziel met een verwonderend oog.
Er zijn niet alleen vruchten, maar ook bladeren: 'En de bladeren van het geboomte waren tot genezing van de heidenen'. Misschien klinkt u dit vreemd in de oren. Bladeren tot genezing. Zijn er dan ziekten in het nieuwe Jeruzalem? En bestaan er nog heidenen in de toekomst des Heeren?
Gelukkig niet. Opnieuw wordt ons in beeldspraak een en ander duidelijk gemaakt inzake de nieuwe hemel en aarde. Met heidenen zijn hier bedoeld de volken die met Israël mee mogen delen in het heil. En met bladeren tot genezing is aangegeven, dat geen inwoner van het nieuwe Jeruzalem meer zal zeggen: ik ben ziek, want het volk dat daarin woont heeft vergeving van de. ongerechtigheid (Jes. 33). Zie met Johannes mee, dat en hoe het Evangelie van Gods genade in Christus door de Geest werkelijk een heilzame uitwerking heeft! Alles wat schaden of hinderen kan, is voorgoed weg uit de Godsstad en zal er nooit meer in kunnen dringen. Geen onheil zal de stad verstoren. Alle ellende, moeite en pijn behoort tot het verleden. Het ellendig volk is daar en dan uit lijden door Zijn arm gerukt en dat voorgoed. Alle leed, alle lidtekens zijn weg. Volkomen genezing. Er zal ook geen heidendom meer zijn dat infecteert, verleidt en verderft zoals vroeger zo vaak en zoveel in Jeruzalem en onder Israël. Ons eertijds is verzoend, vergeven en vergeten. Gesaneerd.
Ezechiëls profetie is vervuld: allerlei spijsgeboomte... in zijn maanden zal het nieuwe vruchten voortbrengen, want zijn wateren vlieten uit het heiligdom, en zijn vrucht zal zijn tot spijze en zijn blad tot heling (genezing) (hst. 47 : 12). Hoe bestaat het? Omdat de Naam van de Koning van de stad met recht en reden luidt: Ik, de HEERE, ben uw Heelmeester!
Wat wij mogen zien en moeten onthouden is, dat bomen, vruchten, bladeren met de inwoners van de stad alles te danken hebben aan het levende water d.i. aan Gods welbehagen in Christus. Nooit is het eigen prestatie en eigen bezit.
De Heilige Geest leert Gods kinderen in alle eeuwigheid een afhankelijk leven te leiden.
Er is alleen maar leven voortkomend uit de troon van God en van het Lam. Wie daar door de Geest weet van heeft, of weet van krijgt, kan niet anders en wil niets liever dan God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest bewonderen, aanbidden en prijzen met al wat in hem/haar is. Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in eeuwigheid.
P. KOEMAN, BARNEVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2001
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2001
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's