Samen zingen verbroedert
'De Bijbel is de uitdrukking van de tuil van God voor de mens. Het lied is de uitdrukking van dankbaarheid en lofprijzing van de mens aan God. De goede liederen aanbidden en proclameren de orthodoxe leer; de christelijke liederen stimuleren en verrijken de eredienst en versterken de broederschap van de kinderen van God; ze versterken ook de inzet voor het vervullen van de Grote Zending in de wereld.'
Deze woorden trof ik tijdens mijn vakantie aan in de inleiding op een uit Latijns-Amerika geimporteerd hymnenboek van een Spaanse baptistengemeente, die als een kleine minderheid leeft in een rooms katholieke omgeving. Daaraan vooraf gingen de woorden: 'Zoals ik de geïnspireerde psalmen zing, zo zing'ik ook, samen met alle heiligen, liederen tot lof van Hem, die de zijnen heeft vrijgekocht met zijn dierbaar bloed'.
De inleiding op dit liederenboek begint met het citeren van Psalm 96 vers 1 en 2: 'Zingt den Heere een nieuw lied; zingt den Heere, gij ganse aarde. Zingt den Heere, looft Zijn naam; boodschapt Zijn heil van dag tot dag.' Het is duidelijk dat in de zangtraditie bij de baptisten, evenals trouwens in de meeste andere christelijke stromingen in de wereld, meer liederen worden gezongen in de eredienst dan louter uit het psalmboek. Nochtans wordt gesproken over de expressie in het goede lied van de orthodoxe leer. Het is dus niet om het even wat men zingt. Wat mij in het bovenstaande echter vooral trof is, dat het lied van de christelijke gemeente, zeg van christenen samen, de broederschap versterkt en grenzen doorbreekt. In de wereld heet het dat sport verbroedert. In de kerk(en) verbroedert het samen zingen.
Antwoord
In dit artikel gaat het me om het zingen in het algemeen, dus ook buiten de eredienst. We kunnen de waarde van het samen zingen, zowel in de eredienst als daarbuiten, moeilijk hoog genoeg aanslaan. Luther zei al dat men met zingen de duivel uit het hart verdrijft. Dat is dan heel persoonlijk. Zelf dichtte hij menig lied. In het samen zingen ligt het persoonlijke ingebed in het gemeenschappelijke, daarin vindt inderdaad ook de gemeenschapsbeleving plaats. Dan kan het niet alleen om de melodie gaan, hoe meeslepend of hooggestemd die ook kan zijn. De melodie mag niet afleiden van de woorden die worden gezongen. Paulus zegt in 1 Korinthe 14, in het kader van zijn verhandeling over de gave der profetie en van de talen (tongentaal), dat hij wel met de geest zal bidden maar ook met het Derstand. Datzelfde zegt hij van het zingen: 'Ik zal wel met de geest zingen, maar ik zal ook met het verstand zingen' (vs. 15). De Kanttekenaren van de Statenvertaling spreken hier over het zingen 'van psalmen en geestelijke liedekens in de vergadering der gemeente'. Wat gezongen wordt moet getoetst worden, moet de bijbelse toets kunnen doorstaan. Daarbij mag dan ook mede als criterium worden gesteld dat de melodie de tekst ondersteunt, zodat het zingen op zich geen probleem oplevert en afleidt van de gezongen tekst. Dat geldt voor moeilijk zingbare psalmen, het geldt ook voor kerkliederen met een 'elitaire' melodie.
Ten diepste zijn gebed, geloofsbelijdenis en lied de enige vormen van expressie van de mens naar God toe. God richt Zich tot ons in Zijn Woord. In gebed, belijdenis en lied reageert de mens, antwoordt hij: vragend en smekend, dankend en lovend. Het is een bemoedigende ervaring te weten dat geslachten vóór ons zich zo tot God hebben gericht. Het is ook een bemoedigende ervaring om vandaag samen met alle heiligen, waar men die ter wereld ook ontmoet, te zingen. Ook wanneer de taal een barrière vormt om elkaar te verstaan, doorbreekt het zingen die barrière, omdat God de Zijnen in alle talen hoort en verstaat en de Naam van Christus op aller lippen is.
Cultuur
Omdat in het geestelijke lied een expresssie plaatsvindt van menselijke vragen en vreugden, van schuldbelijdenis en boetedoening, van lofzegging en dankzegging, zowel voor tijdelijke zegen als voor ontvangen verlossing, spreekt de cultuur, waarin gelovigen leven, een woordje mee. In de geestelijke liederen, die buiten het psalter in gebruik zijn, treft men enerzijds in allerlei landen een keur van liederen aan, die internationaal gemeenschappelijk zijn. Het gaat dan vaak om liederen uit de Engelstalige evangelicale traditie, die, inclusief de melodie, in vertaling zijn overgenomen.
Maar juist in het lied weerspiegelt zich anderzijds vaak ook de eigen cultuur, met een geheel eigen expressie in taal en muziek. Dan heeft ieder volk iets eigens. In het samen zingen van mensen uit verschillende culturen komt dan echter ook de broederschap in die verscheidenheid van talen en culturen door de Geest tot leven. Daarin schept de Geest zich ook eigen wegen tot gemeenschap. Dat kan ook in deze tijd van vakantie een rijke ervaring zijn.
Overigens kunnen zich binnen één cultuur ook aparte zangculturen ontwikkelen, die soms ook barrières opwerpen voor het oefenen in broederschap door gemeenschappelijk zingen. Op zondagmorgen negen uur bijvoorbeeld, wanneer de NCRV de microfoon overneemt van de EO, stapt men van de ene zangcultuur in de andere, van de Urker mannenkoren en wat daarop lijkt naar de cantor en het ensemble. Ik spreek nu niet over kwaliteit en musikaal niveau maar wil slechts aangeven, dat de zang en muziekstijlen ter ondersteuning van geestelijk leven zeer uiteen kunnen lopen.
Gezindte
Het goede lied is expressie van de orthodoxe leer, luidt het in het Spaanse liederenboek. Het is met name binnen het orthodoxe deel van de kerken, zeg in de kerken en bewegingen van evangelikale en reformatorische signatuur, dat zich een nieuwe zangcultuur heeft onwikkeld: zangavonden in de Rotterdamse Doelen, zangavonden in kerken met koren van interkerkelijke samenstelling, psalmzangdagen of avonden in Katwijk of in Kampen, het zingen van Engelse hymnen met dr. P. de Vries in Vianen. De koorleider ofwel de dirigent mag er vandaag ook zijn in de dienst van het Koninkrijk. Op zulke bijeenkomsten blijken met name kerkelijke barrières weg te vallen.
In deze vakantietijd staat in menige gemeente of regio een zangavond geprogrammeerd. Daar is kennelijk een markt voor. Er is mindere vacantieontspanning te bedenken. En niet te vergeten: de ontmoetingen na gemeenschappelijke kerkdiensten in het buitenland. Het samen zingen vormt dan mede de aantrekkelijkheid van het samenzijn in de diensten van het Woord. Dan vallen veel 'grenzen' weg.
Enkele weken per jaar worden de grenzen - in de beleving van velen met dankbaarheid - verlegd, in het samen met anderen horen van het Woord, maar ook in het zingen van het lied. Of het durend de broederschap dient is de vraag. Maar wat men samen 'in de geest* en 'met het verstand' zingen kan, is niet minder dan wat men samen horen kan. Ook het lied is uitdrukking van de leer, van wat we geloven en belijden.
Gelegenheden
Dit brengt me op een laatste punt.
Niet ieder lied past bij elke gelegenheid. Er zijn gelegenheidsliederen; liederen voor droeve en blijde dagen en voor dagen die daartussen in liggen in het gewone, alledaagse even. Dat geldt ook voor de Psalmen. Van Calvijn is de uitdrukking dat we God het liefst Zijn eigen Woord toezingen. Daarmee bedoelde hij het Psalmboek. Juist in de Psalmen komen de 'tijden en gelegenheden' ten volle tot gelding: psalmen van verootmoediging, van dankbaarheid, van verdriet en vreugde. Maar als in het zingen de gemeente van Christus de mogelijkheid heeft om zelf het Woord of een reflexie daarvan op de lippen te nemen, om zo het hart naar God toe open te leggen, zou er dan één gelegenheid zijn, waar niet kan worden gezongen?
Er zijn gemeenten in ons land, waar bij begrafenissen niet wordt gezongen. Ik heb dat nooit kunnen begrijpen. In de rouwdienst blijft het doodstil. Dat zal zijn om de ernst van de dood te meer te onderstrepen, zodat de gedachten zich kunnen vermenigvuldigen. Welnu, dat laatste gebeurt, met name bij de intimi, toch al wel. Maar onze gedachten mogen ook overstegen worden. Mag juist dan ook niet op z'n minst gezamenlijk de klacht worden uitgezongen? Maar meer: mag juist dan ook niet de overwinning op de dood worden uitgezongen? En wanneer er een goed getuigenis mocht uitgaan van degene die heenging: mag dan ook niet de lof worden aangeheven op Gods daden van verlossing?
Het komt voor dat rondom het sterfbed door de omstanders, uit de familiekring, door kinderen en kleinkinderen, de lofzang wordt gezongen, met het uitzicht op de eeuwige heerlijkheid. Zou de gemeente dan ook niet samen het lied op de lippen mogen nemen wanneer in de dienst des Woords de klacht en de dank voor Gods aangezicht worden gebracht? Velen bewaren kostbare herinneringen aan wat op zulk een ultiem moment werd gezongen.
Nieuw
De gemeente Gods preludeert intussen op het nieuwe lied, dat nog uitstaat. 'En zij zongen een nieuw lied, zeggende: Gij zijt waardig dat boek te nemen, en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie' (Openb. 5:9). Dat mag een voluit orthodox lied heten, het lied van het Lam, het nieuwe gezang, dat niemand kon leren dan 'de vierenveertigduizend, die van de aarde gekocht zijn' (Openb. 14 : 3). Een lied dat hier soms met gebroken of krakende stem al gezongen is, met de geest én met het verstand.
Daar is de vreemdelingschap vergeten. Het nieuwe lied is daar expressie van eeuwige broederschap. Het Spaanse hymnenboek herinnerde er al aan, met verwijzing naar Psalm 96.
v.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2001
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2001
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's