De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zo ik niet had geloofd... [9]

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zo ik niet had geloofd... [9]

9 minuten leestijd

Een vorig keer heb ik uitvoerig stilgestaan bij de liefde tot de kerk en de gemeente. Het zal duidelijk zijn dat ik nu daarop niet meer inga. Dit keer vraag ik aandacht voor de onderlinge liefde. Wij zullen wel op de hoogte zijn dat er van de eerste christelijke gemeente gezegd werd: 'ziet, hoe lief zij elkaar hebben'. De gelovigen keken naar elkaar om. Zij hadden zorg voor elkaar. Leed één van hen gebrek, een ander stond direct klaar om te helpen. Ook verkocht men z'n bezit. Ik denk onder meer aan Barnabas (een zoon der vertroosting). Hij verkocht z'n akker en legde het geld in de handen van de apostelen. Niet met de bedoeling dat zij dit geld voor zichzelf zouden houden, maar dat dit geld verdeeld zou worden onder de weduwen. De gelovigen hadden gemeenschap met elkaar! Het geloof in Christus gaf veel liefde tot elkaar. Het kon niet anders of zij hadden veel voor elkaar over.

Hoe is dit nu?

De eerlijkheid gebiedt te schrijven dat de gemeente in onze tijd soms heel ver afstaat van die eerste christelijke gemeente. Het gebeurt wel dat men elkaar niet eens ziet, omdat de één zich meer voelt dan de ander. Om allerlei redenen wil men niet met elkaar omgaan. Het gebeurt zelfs dat men niet aan een en dezelfde avondmaalstafel wil zitten. Ik vraag mij af: hoe is dit mogelijk? Want als op één plaats de gemeenschap openbaar moet komen, dan is dit toch wel aan de dis van het Nieuwe Verbond. Aan die tafel behoort er geen onderscheid te zijn tussen rijk en arm. Wij zijn aan 's Heeren Tafel allen even arm. Wij leven van wat wij ontvangen! Om met Luther te zeggen : wij leven er van het 'gegeef, d.i. van wat de Heere aan bedelaars aanreikt.

Standen en rangen zijn een contrabande aan de avondmaalstafel. De Heere heeft het Avondmaal voor alle gelovigen tezamen ingesteld. De rijke zit er naast de arme; de interieurverzorgster naast de burgemeester; de timmerman naast de professor. Zoals ik schreef zijn ze allen even arm, want zij houden hun hand op om genadebrood te ontvangen. Ook bidden zij allen: 'O God, wees mij, de zondaar genadig'. De gelovigen hebben daarentegen ook één en dezelfde rijkdom, nl. dat zij Christus kennen als hun enige troost in leven en in sterven. Naar Christus strekt zich al hun lust en liefde heen! Met Jezus Christus hebben zij met name aan de tafel een hechte band. Maar dan kan het niet anders of zij hebben ook aan en met elkaar een hechte band. Een vraag: mankeert er soms het een en ander aan die hechte band met Christus als de onderling gemeenschap aan de tafel minimaal of soms helemaal niet aanwezig is? 't Kan toch niet goed zijn als men zegt Jezus Christus lief te hebben en in Hem alles gevonden te hebben, terwijl men aan de tafel niet eens naast een bepaalde broeder of zuster wil zitten. Ik denk dat het nodig is dat men zich dan afvraagt of men wel op een rechte, d.i. juiste manier Avondmaal viert. Wil men op een juiste manier Avondmaal vieren en versterkt in het geloof van de tafel gaan, zo moet er niet alleen een band met God zijn, maar niet minder met elkaar. Duidelijk houdt de Zaligmaker ons voor: liefde tot God én tot de naaste! God en de naaste worden door Jezus Christus dichtbij elkaar gehouden. om die reden horen wij de apostel der liefde in één van zijn zendbrieven zeggen: 'Die zegt dat hij in het licht is en^zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe' (I Johannes 2:9)-

Ik heb met dit alles willen zeggen dat het nodig is dat wij veel meer oog hebben voor elkaar. Zeker nu het zo kil en koud is geworden in de samenleving, moeten wij ons warmen aan het Woord, zodat wij warmte aan elkaar geven. Dan zal de wereld van de gemeente zeggen: 'ziet, hoe lief zij elkaar hebben'. Samenvattend: Laat de kilte in de gemeente verdreven worden door de liefde tot God én voor elkaar.

Vergeten?

Wordt er onder ons wel voldoende aandacht besteed aan de heiliging van het leven? Het omzien naar elkaar? Doorgaans valt alle nadruk op de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof, om niet. Hoeveel aandacht krijgt de heiliging? En dan bedoel ik niet alleen in de prediking, maar vooral ook in het dagelijkse leven. Het viel mij een dezer dagen weer op bij Calvijn, hoe hij met twee woorden spreekt. Hij heeft het niet alleen over • de rechtvaardigmaking, maar evenzeer over de heiligmaking. In z'n Institutie besteedt hij alle aandacht én aan de rechtvaardiging én aan de heiliging. Let wel: de heiliging op alle terreinen van het leven.

Wij zeggen wel eens dat wij Calvijn volgen, 't Moet dan niet een 'halve' Calvijn wezen, doch een 'gehele' Calvijn. Het gaat de reformator er niet alleen om dat door het geloof Jezus Christus gestalte in ons krijgt, maar ook hoe wij tot eer van God zullen leven. Dat dit laatste alles te maken heeft met het onderhouden van Gods geboden, behoef ik niet verder uiteen te zetten.

De wet is heilig en goed! Zij is Gods geopenbaarde wil. Evenals het geloof behoort de wet niet in een safe (kluis), maar heeft God haar gegeven om ze in de praktijk te brengen. Nu is het bij mij niet onbekend dat dit altijd in beginsel gedaan wordt. Wij zijn geen perfectionisten; wij zullen het op aarde ook nooit worden, 't Blijft staan voor iedere gelovige wat de apostel Paulus zegt: 'Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde'. Toch... zal er in het hart een verlangen gevonden worden om Gods wet te doen. Wat schuilt daarachter? Is het om er zelf beter van te worden? Is het met dit doel dat God ons zal belonen om wat wij doen? Volstrekt niet. Wanneer wij in het geloof de wet des Heeren onderhouden is dit uit dankbaarheid. Wij zijn God dankbaar dat Hij ons getrokken heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Wij doen Zijn wet uit dankbaarheid... En als God het onderhouden van Zijn geboden beloont, is het altijd uit genade en nooit uit verdienste. Ik wil hierbij nog één opmerking maken. De wet van God is niet te vergelijken met allerlei 'wetjes' die door ons zijn gemaakt. Het gebeurt wel dat mensen worden afgeschreven als zij zich niet houden aan wetten die door mensen zijn opgesteld. Zij behoren - zo wordt wel gezegd - er dan niet meer bij. Soms wordt aan die menselijke wetten en wetjes afgemeten of men een waarachtig gelovige is. Laten wij daarmee zeer voorzichtig zijn. Er is slechts één maatstaf. Dat zijn niet allerlei wetten en wetjes van ons, maar het geloof in Christus. Ik citeer wat er in Johannes 3 staat: 'Die in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven' (Johannes 3 : 36a). Letwel: dat geloof geeft liefde tot Gods wet, zoals ook Jezus Christus ons daarin is voorgegaan. Samenvattend: de heiliging moet in de prediking een plaats ontvangen, doch niet minder in het leven van iedere dag. Daarmee zeg ik niet dat wij dit kunnen zonder genade en kracht van de Heere daarvoor te ontvangen. Wanneer wij een heilig leven leiden, f£al dit altijd in Christus zijn, gewerkt door de Heilige Geest vanuit het Woord. Niettemin blijft staan voor ieder kind van God: 'Weest heilig, want Ik ben heilig'. Uit dit alles blijkt dat de Heere een afgezonderd volk heeft. Afgezonderd om Zijn deugden te verkondigen. Afgezonderd om Zijn Naam groot te maken in deze wereld. Want naast alles wat ik genoemd heb, heeft de heiliging ook een missionaire spits, d.w.z. zij is gericht op Gods eer, maar niet minder op het winnen van mensen voor het heerlijk Koninkrijk van God (Von Zinsendorf).

Activisme

Ik meen dat het niet onjuist is dat ik in het bovenstaande aandacht gevraagd heb voor de heiliging van het leven. Temeer omdat de heiliging niet altijd die aandacht krijgt die nodig is, terwijl zij ons in de Schrift klip en klaar, d.i. duidelijk voorgehouden wordt. Toch wil ik in dit verband een waarschuwing laten uitgaan. Een gevaar dat wij moeten trachten te omzeilen! Wat is het gevaar? Niets meer en niets minder dan dat wij alle aandacht vragen voor de heiliging van het leven. Werd dit eerder min of meer gedaan voor de rechtvaardiging, nu vindt het omgekeerde plaats! Voor alles en nog wat steekt men de handen uit de mouwen. Vanzelfsprekend behoeft dit niet verkeerd te zijn. Er zijn veel mensen die in nood verkeren. Laten zij maar geholpen worden. Dat kan nooit verkeerd zijn! Maar... het moet wel uit de goede Bron voortkomen. Het moet geen heilsactivisme worden. Wat ik daarmee bedoel? Niets anders dan dat men meent op grond van al die activiteiten het heil te kunnen verwerven en beërven. Zalig worden, behouden worden, God de eer geven, dat ontvangen wij niet omdat wij ons zo inspannen, maar dat krijgen wij alleen uit genade. Slechts één verdienste geldt en telt in het leven van een zondaar: niet wat hij doet, maar wat Jezus Christus gedaan heeft op Golgotha's kruis. Daarom heeft de heiliging van het leven niets van doen met wat wij doen, doch met wat Christus voor ons gedaan heeft. Nogmaals zet ik een dikke streep onder de heiliging van het leven, maar daarbij betrek ik direct de rechtvaardiging. Ik kan ook zeggen: het geloof, omdat het zonder geloof onmogelijk is Gode te behagen.

Dat wij actief zijn in het geloof in gemeente, kerk en wereld is een bijbelse opdracht. Nergens wordt er daarentegen in de Schrift over activisme en nog minder over heilsactivisme gesproken. Laten wij ons hiervan verre houden! Is deze waarschuwing nodig? Voorzover men uit dit activisme heil voor zichzelf verwacht is deze waarschuwing niet overbodig. Zonder de verborgen omgang en de vreze des Heeren staan wij nog altijd voor rekening van onszelf. Als laatste hierover nog dit: heilsactivisme is niet alleen een gevaar dat ons in onze tijd bedreigt, maar het bestaat reeds vele, vele eeuwen. De Schrift, maar ook de geschiedenis van de kerk zij ons daarom tot waarschuwing! Wij zijn bijbels en gaan bijbels te werk als wij rechtvaardiging en heiliging bij elkaar houden. De stukken zijn niet aan elkaar gelijk, maar zij passen wonderlijk wel bij elkaar. God heeft ze gegeven. Hij heeft ze samengevoegd. Wat Hij heeft samengevoegd, zullen wij niet scheiden! (Wordt vervolgd).

G. S. A. DE Knegt, BARNEVELD

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2001

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Zo ik niet had geloofd... [9]

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2001

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's