Herwonnen paradijs [4]
'En geen vervloeking zal er meer tegen iemand zijn; en de troon van God en van het Lam zal daarin zijn en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen en zullen Zijn Aangezicht zien en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn.' [Openbaring 22 : 3 en 4]
In deze vakantietijd wordt meerdere keren het woord recreatie gebruikt. In het laatste Bijbelboek is echt sprake van recreatie = herschepping. In het nieuwe Jeruzalem is de herschepping werkelijk van alles af te lezen. Om te beginnen zal er geen vervloeking, letterlijk geen vervloekt iets meer zijn tegen iemand. Geen mens, geen dier, niets in de nieuwe schepping zal er meer onder Gods oordeel zijn of vallen. Alles en allen heilig, volmaakt. Allen doen wat God wil hebben, wat Hem verheerlijkt. Niemand zal Hem meer kunnen of willen bedroeven. Geen listen en lagen van de boze meer. Geen slang meer en geen verleiding. Geen scheiding meer mogelijk tussen God en Zijn volk en schepping. Wat een troost. Wat een uitzicht en rust. De afval van God behoort definitief tot het verleden. Hier is alles nieuw geworden. Vandaar dat er in dit herwonnen paradijs geen sprake is van de boom van de kennis van goed en kwaad! Wat een vreugde voor de Heere Zelf. Eindelijk is alles zoals Hij het bedoeld heeft. Wat een zegen voor Zijn Kerk en kosmos. Herschapen in ware rechtvaardigheid en heiligheid om God recht te kennen, van harte lief te hebben en met hem in eeuwige zaligheid te leven om Hem te loven en te prijzen (H.C. Zondag 3). Waar zal dat beter kunnen dan voor Zijn troon? ! Daar zetelt de Heilige. Daar regeert Hij. Daar is Zijn heilsplan ontworpen en uitgevoerd. In het nieuwe Jeruzalem zullen allen op de Koning der ere geconcentreerd zijn en voor Hem knielen, Hem lof betuigen. Ieder zal zich door Zijn hand laten leiden, opdat Zijn wil geschiedt. Op de troon zetelt God de Vader en het Lam in eenheid en eeuwige liefde. Ook wanneer Hij alles overgegeven heeft aan de Vader, zal Deze eeuwig gekend worden en geliefd zijn door Christus en dankzij Zijn verzoenend handelen.
En omdat het Lam in de troon is zal Gods heerlijkheid getoond worden zonder dat iemand van Zijn kinderen er door verteerd wordt. In gemeenschap met het Lam zal God alleen maar lieflijkheid zijn. Geen wonder dat Zijn dienstknechten Hem zullen dienen. Dienen mag je vertalen door vereren. Het gaat hier om het dienen zoals priesters dat doen. In de Godsstad zijn mensen verlost van halfslachtigheid en gebrekkigheid, van alle egoïsme. Zij dienen HEM. Met al de liefde van hun hart, volmaakt en God toegewijd. Dag en nacht in Zijn tempel. Met volledige inzet zoals de wet dat vereist. Mijzelf tot een levend dankoffer Hem opofferen! Daarin zien wij het werk van de Geest schitteren. Hij heeft de gelovigen hiertoe bereid. Om de Vader en de Zoon te eren. Wat op aarde in de wedergeboorte begonnen is, krijgt in Gods toekomst zijn vervulling en voltooiing.
Wat een gelukzaligheid: 'en zij zullen Zijn Aangezicht zien'. In het aardse heiligdom mochten priesters voor Gods Aangezicht naderen. Maar zien kon en mocht niet. Zelfs Mozes is het niet vergund. Het zien van God d.w.z. de onmiddellijke gemeenschap met God is in deze oude bedeling onmogelijk. Het meeste is ons te zien gegeven in Christus Jezus, Die het Afschijnsel is van Gods heerlijkheid. Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Het geloof kent en ziet Gods heerlijkheid in Christus, een heerlijkheid vol van genade en waarheid. Maar dat kennen is nog ten dele. Wij wandelen nog niet door aanschouwen. Dat roept heimwee op. Wanneer zal ik ingaan en voor Uw Aangezicht verschijnen? Nu nog zoveel bestreden. Veel vijanden die het zicht ontnemen Tijden dat God Zich verbergt. Wat bitter. En toch vol verwachting uitzien, gedragen door Christus belofte: de reinen van hart zullen God zien. Wij weten immers met Johannes dat als Christus geopenbaard zal zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is (1 Joh. 3). Visio tota merces - de aanschouwing is het gehele loon (Augustinus). Dat wacht evenwel voor allen die Christus verschijning op aarde hebben lief gekregen. Vast en zeker. Zij zullen God zien! Wanneer het volmaakte zal gekomen zijn dan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht. Nee, niet nieuwsgierig zien. Maar met liefde en bewondering als kinderen zien naar de Vader, Die na zoveel omzwervingen eindelijk terecht en Thuis gebracht heeft. Nu het lieflijk licht van Gods vertroostend Aangezicht in gunst tot al de Zijnen gewend, zien met eigen ogen. Op kosten en voorspraak van Christus mogelijk en werkelijk geworden. Dat is verrukkelijk: 'maar ik zal Uw Aangezicht in gerechtigheid aanschouwen, ik zal verzadigd worden met Uw Beeld, als ik zal opwaken' (Ps. 17)- Is dat ook uw blij vooruitzicht? Wie het beaamt, is een vriend geworden van Christus. Die wordt genodigd: Komt, nadert voor Zijn Aangezicht. Wie niet verlangt naar Zijn komst moet weten, dat vijanden voor Zijn Aangezicht worden weggedaan met alle rampzalige gevolgen van dien. Nog wekt en dringt u daarom Gods Zoon: Komt tot Mij, hoort en uw ziel zal leven. Wie aan Zijn voeten valt en bege-
nadigd wordt, is best af. Want de aanschouwing van het Aangezicht van de verzoende God is voor de godvruchtigen zoeter dan het leven (D.L.V, 13). En kijk eens. In het licht van Gods Aangezicht wordt op het voorhoofd van Zijn vereerders iets zichtbaar. Wat? Zijn NAAM. U ziet hier het beeld van God hersteld. Gods kinderen zijn gemerkt als Zijn eigendom. Overduidelijk blijkt, dat zij in Christus aangenomen zijn als Gods lieve kinderen en erfgenamen. Ieder kan en mag het zien. Het herinnert aan de gouden plaat op het voorhoofd van de hogepriester met de NAAM daarop. De belofte van Jezus is zichtbaar gemaakt: Ik zal op hem schrijven de Naam van Mijn God... (Openb. 3 : 12). De heerlijkheid en heiligheid van God weerspiegelt zich op hun voorhoofden. Die beheerst, zo wordt verduidelijkt, hun denken en hun doen. Hoe eert hier de Vader allen die Zijn Zoon dienen en volgen (Joh. 12 : 26). Wat een wereld van verschil met allen die het merkteken van het beest aan hun voorhoofd dragen. Die gaan roemloos ten onder. Wie daarentegen van Christus is, heeft het beste deel. Hebbende de Naam van Zijn Vader aan hun voorhoofden geschreven (hfst. 14 : I). In het nieuwe Jeruzalem wordt ten volle onze Doop verstaan en gehonoreerd! De Naam van de Drie-enige zal met ere gedragen worden. Heel het le-
ven van Gods onderdanen zal de weerglans van hun Koning zijn. Hun totale bestaan en dienst zal ook profetisch wezen: Zijn Naam belijden. Zijn deugden en daden uitroepen. Zonder dat ook maar iets die belijdenis verduistert. Recreatie! Is dat ook uw lust en leven? In het nieuw Jeruzalem geldt: Soli Deo gloria!
P. KOEMAN, BARNEVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 2001
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 2001
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's