Uit de pers
Massatoerisme
We zitten weer midden in de tijd dat miljoenen onderweg zijn: de vakantietijd. De verschillende regio's zijn uitgezwermd naar ver weg of zijn gebleven in eigen land. In het laatst ver* schenen nummer van het Historisch Nieuwsblad (juli 2001) staat een interessant artikel te lezen over de Opkomst van het massatoerisme geschreven door Micha Kat. De oudere lezers zullen het wel herkennen: vroeger ging de doorsnee Nederlander een paar daagjes naar de Veluwe, Zandvoort of Zeeland. Maar nu kom je tijdens een bergwandeling in Zwitserland soms plotseling een plaatsgenoot tegen. Het massatoerisme kwam op in de vorige eeuw, in de jaren zestig en zeventig. Mensen gingen meer geld verdienen, velen kregen vakantiegeld, er kwam meer vrije tijd en het vervoer werd beter en makkelijker.
'In het begin van de jaren zestig had de middelde werknemer meer dan twee we vakantie. En de wederopbouw had gezor voor een infrastructuur - wagenpark, wegen, later vliegvelden - die klaar was voor het "massatoerisme" naar het buitenland, dat zich tien jaar later zou ontwikkelen. De auto droeg hier het meest aan bij. Paul Nouwen (67), van 1987 tot 1999 directeur van de ANWB: "In 1946 telde ons land 30.000 rij dende auto's. Nu zijn dat er 5, 5 miljoen. Van die 30.000 was meer dan de heljt een rijdend wrak van voor de oorlog. Daarom hebben we de Wegenwacht opgericht. D kon dankzij de Harley Davidson-motoren die waren overgebleven uit Canadese legerdepots. Het had ook iets weg van een militaire operatie: de wegenwachters op hun motorfietsen, gewapend met hun gereedschapskist, droegen militaire uniformen en sprongen voor elke auto die ze onderweg tegenkwamen in de houding. Die jaren zou je kunnen ve gelijken met het Oost-Europa van 1989, na de val van de Muur. Ook toen trokken Oost- Duitsers, Polen en Hongaren na een periode van duisternis de wijde wereld in met hun aftandse barrels. Pas medio jaren zeventig was ons wagenpark kwalitatief zover ontwikkeld datje er langere reizen mee kon ondernemen." De auto blijft tot op de dag van vandaag het meest populaire vervoermiddel: 58 procent van de Nederlanders gaat ermee op vakantie. Zowel Nouwen als Van Egmond herinnert zich nog goed de angst die het toerisme in die dagen in zijn greep had: de Nederlanders waren bang voor vies eten, voor pech langs de weg, voor enge buitenlanders en - het grootste schrikbeeld - ziekenhuizen met vieze naalden en incompetente artsen. Daarom introduceerde de ANWB in 19 5 5 de Reis- en Kredietbrief, die actuele hulp bood in vrijwel alle situaties en in noodgevallen repatriëring garandeerde. Nouwen: "Bij pech langs de weg werkte de ANWB samen met zusterorganisaties in andere landen. Het 'krediet' bestond uit coupons die door bijvoorbeeld garages werden geaccepteerd." Het gevoel veiligheid werd in de perioden daarna no vergroot door de opening van diverse "steunpunten": in 1965 in Zwitserland (Champex), in 1966 in Barcelona en in 1973 in Lyon.
Van Egmond: "Die angst voor het buitenland speelt nu ook nog. Een bomaanslag als in Israël of een verkrachting met moord, zoals in 1995 enkele Hollandse vrouwen overkwam in de Turkse badplaats Alanga, heeft enorme repercussies. Maar dat geldt weer niet voor dictaturen of misdadige regimes. Daar trekt de toerist zich niets van aan. geToen Spanje eindjaren zestig tot ontwikkekenling kwam als vakantiebestemming, werd gd duidelijk dat Franco de zogeheten 'wurgpaal' gebruikte voor executies, maar op de ontwikkeling van het toerisme had dit geen enkele invloed.'"
Intussen kiezen velen nog altijd voor een vakantie van zon, zee en zand. - Dan moetje in de meeste gevallen ver weg. Het klimaat in eigen land garandeert nu eenmaal geen optimaal aantal zon-dagen. Tijdens een topweekend at verstouwt Schiphol 125.000 toeristen per dag.
'Henny de Rooij (51) vloog in september 1971 met haar verloofde naar Benidorm. Z hadden de reis gekozen uit de destijds bekende Fit-Gids. Het was, op schoolreisjes na, hun eerste buitenlandse reis. "Het kostte na r-tuurlijk ook wel wat. Voor twee weken met reis en appartement betaalde je toen al zo'n vierhonderd gulden. Dat was een maandsalaris." De charter van Martinair zat bomvol - "Mijn verloofde was wel heel zenuwac over het vliegen" - en Benidorm was een bouwput. De enorme witte flats met honderden appartementen werden in fors tempo uit de grond gestampt. De Rooij: "Maar wij trokken ons niets aan van die herrie en gingen gewoon naar het strand. Benidorm was al echt een toeristenplaats: de hamburgerketen Wimpy zat er; daar was ik wel blij mee.
Het dorp was ingericht op Zon, Zee en Zand. Het strand was elke dag bomvol, metzity'es, stoeltjes en windschermen. Maar er was meer ruimte dan nu in de zomer in Scheveningen, het was geen vierkantemetergekloot. En wij kwamen uit een klein dorp; we vonden alles prachtig. De zee zou azuurblauw zijn, en dat was hij ook. Voor het eerst de Middellandse Zee zien, dat was echt geweldig."
Toerismedeskundige Ton van Egmond maakt in het begin van de jaren zeventig met het vliegtuig twee "kersttrips": n Algarve van in Portugal en naar Mallorca. "Der- g gelijke charters waren toen een nieuw fen meen. Bij een geslaagde landing werd er geapplaudisseerd. In de Algarve hadden we een appartement. Boodschappen deden we in het dorp, maar daar was bijna niets te krijgen. Op de markt kochten we wat uien, een bloemkool en aardappelen. Ik weet nog dat we bij een slager op een gegeven moment één enkele kip in een vitrine zagen liggen. We zetten het op een sprinten en wisten er uiteindelijk de hand op te leggen. En dan te bedenken dat de Algarve toen al gold als een ontwikkeld toeristisch gebied."
Ministaatjes
'Van Egmond plaatst de eerste golf massatoeristen tussen 1970 en 1973: "Dat waren echte pioniers, die relatief weinig problem ondervonden, omdat het avontuurlijk ingestelde mensen waren. De groep van de 'volgers' die tussen 1973 en 1975 op gang kwam, was veel onzekerder en kwetsbaarder. In die periode zie je de verschillende natio liteiten in Spanje steun zoeken bij elkaar en eigen 'ministaatjes' creëren. Op Mallorca ging dit zeljs zover dat er een Duitse politieke partij ontstond die exclusief opkwam voor de belangen van de toeristen." De Spaanse costa's werden volgebouwd in de jaren zestig, de Algarve in de jaren zeventig e en Turkije in de jaren tachtig. Van Egmond: "In Spanje bestaat inmiddels een tweede generatie toeristenflats op plekken waar tot -voor kort oude, verpauperde bouwsels ston den die zijn gesloopt." De jaren negentig zagen de opkomst van enkele nieuwe mediterrane zonbestemmingen voor de massa (Cyprus, Tunesië, Israël), maar vooral ook die htig van de massabestemmingen buiten Europa: Bali, de Dominicaanse Republiek, Mexico (Cancun), Florida en India (Goa). En aan het begin van het nieuwe millennium dient zich voorzichtig een nieuwe trend aan: de elite van nu gaat helemaal niet meer met vakantie - te ordinair, maar blijft rustig zitten in de tuin in Wassenaar, met een goede, koele fles wijn.'
Dat laatste kan ook, al zie ik dat nog niet als een nieuwe trend. Trouwens, de massa woont ook niet in Wassenaar. Wellicht dat de aldaar verblijvende upper ten meer voelt voor wat wel een nieuwe trend lijkt: een peperdure ecotoeristische vakantie. Dat is in elk geval een vakantie met status.
Ecotoerisme
In Vrij Nederland (14 juli 2001) schrijft Rudie Kagie het omslagverhaal onder aar het de opschrift: Toerisme, de vergeefse zoek tocht naar het paradijs. De toeristenspe- o-cialisten zijn niet enthousiast over wat heet de 'ecovakantie'. Als je de natuur echt wilt sparen, zo wordt gezegd, dan kun je het beste de bus naar Benidorm nemen. 'De dolgedraaide toeristenindustrie is uitgegroeid tot een van de grootste vervuilers van planeet Aarde. De natuurliefhebber heeft de Galapagos Eilanden geruïneerd, de alpenweiden platgetrapt, maar de avontuurlijke reiziger blijft op zoek naar het ongerepte paradijs.'
'Al in 1912 stelde Louis Couperus (in Uit blanke steden onder blauwe lucht) vast dat toerisme op tegenstrijdigheid berust: als iederéén het ongerepte en het authentie en achterna reist, wil op het laatst nergens gras meer groeien. Bij een bezoek aan zijn geliefde Venetië sloeg Couperus op de vlucht voor "de vreselijke horden van Duitsche, Oostenrijksche en Hongaarsche toeristen" die allemaal na- op de thee wilden bij het Lido. Bijna negentig jaar later constateert de Amsterdamse hoogleraar milieukunde Lucas Reijnders in zijn, boek Reislust dat de dolgedraaide toeristenindustrie is uitgegroeid tot een van de grootste vervuilers van planeet Aarde. To vallig onderbouwt de auteur zijn stelling met een voorbeeld dat Couperus in herinnering roept. "Neem Venetië", schrijft Reijnders, ontwetend van zijn rol als echoput. "'Horden toeristen' lopen Venetië 'in het -hoogseizoen dermate onder de voet' d stad dan 'onleefbaar' wordt. Zeljs de getrainde duiven op het San Marcoplein hebben in de zomer moeite om op te stijgen." De eensluidende verzuchting van Couperus en Reijnders illustreert hoe weinig nieuws zich onder de vakantiezon aandient. Jammerklachten over het verwoestende effect va "horden toeristen" zijn van alle tijden, maar daarom niet minder waar. Het schilderachtige Begijnhof in de Amsterdamse binnenstad werd vorig jaar tot verboden zone groepstoerisme verklaard: de bejaarde bew ners werden hoorndol van de globetrotters
die ongegeneerd door hun uensters stonde gluren. Zoals de zwarte dominees uan Harlem hun ergernis uitspraken ouer drommen blanke nieuwsgierigen die op zondagochtend naar onvervalste gospel komen luisteren, maar zodra de preek aanvangt, stroomt de kerk leeg. In Frankrijk hadden de fameuze grotten uan Lascaux zoveel te lijden onder tweehonderdduizend bezoekers per jaar, dat er een replica gebouwd moest worden. Hekwerken beschermen tegenwoordig de eeuw oude mozaïektegels in de vloer van de N Dame tegen de 110 bezoekers per minuu de kathedraal op topdagen betreden. De naïviteit van één verdwaalde toerist k heel ontwapenend ouerkomen, de lokale beuolking wijst hem graag de weg. Maar "horden toeristen" zijn een gruwel. Is een sociaal verantwoorde, milieubewuste en p tiek-correcte uakantie nog mogelijk? Zo ja, dan allen daarheen! Op naar de Galapagos bijuoorbeeld, hoewel de CCh-uitstoot uan zo'n Boeing niet zo jofel schijnt te zijn en ho zit het eigenlijk met de mensenrechten in Ecuador? '
Ze stonden weer aangekondigd: de kerkdiensten in het buitenland. Er wordt druk gebruik van gemaakt kennelijk. Er is in ieder geval vraag naar. Jaren geleden stroomde op zondagavond de kerk van Interlaken vol met Nederlandse toeristen toen ds. Remijn daar wekelijks voorging. Als we voor een paar weken in het buitenland zijn, zijn we minder kerkistisch dan in eigen land. De genoemde voorganger legde zijn gehoor menig gezang of lied op de lippen en mij is het nooit opgevallen dat er veel aanwezigen hun mond dicht hielden. Wij hebben kennelijk typisch Hollandse kwesties die buiten de grenzen minder zwaar wegen. Al vele jaren is Frankrijk een geliefd oord voor vele landgenoten. Je hoeft het bijna niet meer te vragen als mensen je vertellen een paar weken naar het buitenland te gaan.
'Bijna een kwart uan de uakantiebestemmingen ligt in het veruit Jauoriet beuonden Frankrijk. Spanje scoort tien procent minder Nederlandse vakantiegangers, daarna uolgen Duitsland en België. Bijna niemand blijft thuis, zodat het jaarrapport "Continu Vakantie Onderzoek" concludeert dat "Nederlanders een uan de meest reislustige volkeren uan de wereld zijn". Bumper aan bumper tuffen de files een collectieve droom ach richting tijdelijk paradijs. Zoals bij rituelen uateer uoorkomt, berust een deel uan de n glamour te op illusie. So what? Iedereen wéét dat de in Jolders aangeprezen "pure" en "au thentieke cultuur" folklore is die uitsluitend omwille uan het toerisme standhoudt. Het aan uakantiepret gekoppelde "contact met andere mensen" blijft meestal beperkt tot terraspraat met landgenoten die het óók zul de lekker weer vinden.
Het is waar dat de uerrassing uan het onbekende onweerstaanbare aantrekkingskracht en- op de mens uitoefent, maar té onbekend otre maakt onbemind. Karei Werdler, een ueter- t aan die uit het reisvak en tegenwoordig als p jectmanager uerbonden aan de opleiding an urijetijdsmanagement uan de Hogeschool Holland, herinnert zich de angst voor het dl te buitenissige. "Tijdens een reis door Irian- Jaya werd klanten de mogelijkheid geboden oli- om in een echte inheemse Papoea-hut te ouernachten. Dat leek de hele groep wel wat. Toen bleek dat er geen sanitair aanwezig zou zijn, haakte de helft uan de deelnemers af. e Toen bouendien naar uoren kwam dat bij de Papoea's mannen en urouwen in aparte hutten slapen, dicht op elkaar uanwege de koude nachten in het hoogland, ging het/eest helemaal niet door." Het vakantieadres moet een uertrouwd gevoel opwekken, een aanknopingspunt tot identificatie, iets dat aan thuis herinnert, anders waant de toerist zich een dolende in de woestijn.'
Intussen blijkt het 'ecotoerisme' wisselende reacties op te roepen. Voor iemand die uit de overtuiging leeft dat de Schepper ons Zijn aarde in bruikleen heeft gegeven, liggen hier wel vragen die de aandacht verdienen.
'Zijne heiligheid de paus riep onlangs op "een nieuwe ethiek uan het toerisme", die behalue de mens ook het milieu centraal stelt. De Verenigde Naties proclameerden 2002 tot het Jaar uan het Ecotoerisme. Kolfje naar de hand uan de Nijmeegse consultant Frans de Man, die in Ecuador, Costa Rica, Tsjechië, Curafao, Bonaire, Bali en de Achterhoek onderzocht hoe de lokale beuolking tegen toerisme aankijkt. Persoonlijk draagt De Man zowel het ecotoerisme als het duurzame toerisme een warm hart toe. Logisch, hij komt uit de alternatieue hoek en was twintig jaar geleden al actiefin de derdewereldbeweging. Nu heeft hij de handen vol aan voorbereidingen uan dat VN-jaar voor het ecotoerisme. Dat gaat nog spannend worden. Aangeuoerd door meurouw terna, Nina Rao uit India lieten dertig organisaties uit ontwikkelingslanden weten dat ze niet op een ecotoeristisch jaar zitten te wachten.
Waarom zouden ze tot in lengte uan dagen - kleine groepjes buitenlanders per busje langs kreken, rautjnen en wildparken blijven ver voeren? Economische vooruitgang door toe- •risme, daar horen witgepleisterde wolkenkrabbers bij, discotheken, casino's, grote k luchthavens - kortom, alles waar de natu minnende, cultureel geïnteresseerde, rustzoe kende, bovenmodaal verdiendende vakantieganger voor op de vlucht slaat.
"Voor de consument is vakantie gekoppeld aan romantiek, palmenstranden en zonson- ro- dergangen. Voor de mensen in die landen betekent toerisme gewoon werkgelegenheid, een baan waar ze buitengewoon nuchter tegenaan kijken", ontdekte De Man. Op het ecologische modelparadijs Bonaire signaleerde hij dat ook een hoogst verantwoorde, kleinschalige vakantieindustrie negatieuegeuolgen uoor een samenleving heeft. "Op dat eiland met vijftienduizend inwoners was een beddenfabriekje dat voor de lokale markt pr ceerde. Toen de stroom uan honderdduizend toeristen per jaar op gang kwam, moesten de hotels bedden gaan importeren. Binnen een mum uan tijd was de eigen bedden/abriek uan Bonaire Jailliet."
Wat ecotoerisme wordt genoemd, hoeft niet per definitie hetzelfde als duurzaam toeri te zijn. Naar Zuid-Afrika vliegen om aldaa de big five (neushoorn, olifant, luipaard, leeuw en buffel) in zijn habitat te bespioneren, geniet meer status, maar is absoluut niet milieuuriendelijker dan met de bus naar Benidorm.
"Erover praten gaat me makkelijk af", z De Man. "Een standpunt innemen, uind ik ueel moeilijker. Wij wereldverbeteraars b uen zo snel steken in onze eigen ideeën ouer wat uakantie zou moeten zijn. Met mensen in tot het Westen die begaan zijn met de derde wereld ualt nauwelijks te praten ouer wat zij massatoerisme noemen. Dat uinden ze uerwerpelijk, maar voor de bevolking in de b trokken landen ligt het anders. Het uersch tussen de ecotoerist, cultuurtoerist, massatoerist of rugzaktoerist interesseert ze geen bal. Iedereen is welkom. Als het maargeld oplevert.'"
Mij schiet het opschrift boven het verhaal in Vrij Nederland weer in de gedachten: Toerisme, de vergeefse zoektocht naar het paradijs. Dat zet aan het denken, midden in de roes van de vakantie.
J. MAASLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 2001
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 2001
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's