Zo ik niet had geloofd... [10, slot]
In dit slotartikel zal nog een aantal vragen onder de loep worden genomen. Zij zijn de moeite waard om erop in te gaan. Voorlopig wil ik het wat dit onderwerp betreft, hierbij laten. Er zou nog veel meer te schrijven zijn, maar wellicht kan dit later vanuit een andere invalshoek. In de loop der jaren is mij duidelijk geworden dat een artikelenreeks niet al te lang moet worden.
Permanent
Een vraag die mij op de ledenvergadering van de Gereformeerde Bond in mei gesteld werd, luidde: 'Moeten wij het toe-eigenend werk van de Heilige Geest beperken tot één keer en tot één ogenblik? Of is de Heilige Geest daarmee voortdurend bezig? '
Het antwoord behoeft niet ingewikkeld te zijn en kan tevens kort zijn. Het toe-eigenend werk van de Heilige Geest in ons leven is een continue zaak. Dat werk gaat non-stop door.
Waarom eigenlijk? Wanneer wij in het geloof Jezus Christus hebben omhelsd als onze Zaligmaker, is dit toch voldoende? Toch niet! Maar waarom dan niet? Omdat wij ons gehele leven leerling blijven. Nooit ofte nimmer komen wij van de leerschool van de Heilige Geest. Nooit zijn wij volleerd of kunnen wij zeggen dat wij voldoende hebben geleerd.
Tot het einde van ons leven blijven wij leerlingen. Ons leven lang blijven wij afhankelijk van het toepassend werk van de Heilige Geest. Hij past het heil toe aan het begin van het geestelijk leven, ouer maar Hij doet dit ook daarna.
Zelfs doet Hij dit iedere dag. De Heilige Geest werkt in ons dat Jezus Christus steeds begeerlijke wordt. Hij laat het ook niet na om ons voor te houden dat wij Jezus Christus als Persoon doch ook in Zijn werken steeds meer nodig hebben. Kortom: Hij doet het ons in 't geloof beleven wat Johannes de Doper ooit gezegd heeft: 'Hij (Jezus Christus) moet wassen, ik minder worden'. Het permanente werk van de Heilige Geest werkt in ons dat wij steeds meer het heil zoeken in Jezus Christus.
Houdt dit werkelijk in dat de Heilige Geest nooit stopt met Zijn werk?
Neen, Hij houdt nooit op! Hij gaat almaar door! Eij dit alles maak ik wel de
aantekening dat wij de Heilige Geest en Zijn werk kunnen bedroeven. Zelfs is het mogelijk de Heilige Geest en Zijn werk tegen te staan. Toch laat de Geest Gods zich daardoor niet ontmoedigen. Hij werkt ononderbroken door! Wat van de Vader en de Zoon gezegd wordt, wordt eveneens van de Heilige Geest gezegd: Hij laat niet varen het werk van Zijn handen.
Een laatste opmerking in dit verband: dankzij het permanente werk van de Heilige Geest in ons is er een wassen (een opgroeien) in de genade en de kennis van onze Heere Jezus Christus. De Heilige Geest werkt het geloof! Hij versterkt het geloof! Hij onderhoudt het geloof! En dat doet Hij ons leven lang.
Verkiezing
Op de reeds hierboven vermelde ledenvergadering van de Gereformeerde Bond werd mij een geheel andere vraag gesteld. De bezoeker van deze vergadering had met aandacht gelezen wat ik over verkiezing en verbond had geschreven. Hij kon zich wel vinden in de woorden van wijlen I. Kievit. Deze bekende dominee onder ons heeft eens gezegd dat de Heere Zijn verkiezing realiseert door middel van het Verbond. Anders gezegd: de verkiezing heeft zijn bedding in het Verbond. Op grond van het Verbond worden wij allen - zonder onderscheid - geroepen om tot de Heere te komen. Ook kan men in dit verband denken aan de woorden van Calvijn dat Christus de spiegel van de verkiezing is. Wil men weten Wie God is en of Hij een genadig God is, die moet maar zien op Jezus Christus. Door het geloof in Jezus Christus weet men met God verzoend te zijn en dat men een Vader in de hemel bezit. De broeder die met mij sprak was het hiermee roerend eens. Niettemin was hij van mening dat er toch ook sprake was van een andere kant van de medaille. Er was naar zijn zeggen een eeuwige verkiezing tot behoud. Daarmee wilde hij zeggen dat er jongeren en ouderen getrokken worden vanuit de duisternis tot Gods wonderbaar licht met als doel de Heere te loven en te prijzen. Maar er is - zo zei hij in alle vriendelijkheid - toch ook een eeuwige verwerping. Moet laatstgenoemde niet - zo nu en dan - gedoseerd naar voren gebracht worden? 'k Moet de vragensteller gelijk geven dat ik hierop in mijn artikelen niet ben ingegaan. Naar mijn mening was dat ook niet nodig, omdat het voor het onderwerp niet relevant (ter zake) was. •
Het onderwerp ging en gaat over het geloof in de breedste zin van het woord, 't Was mijn bedoeling om die mensen te helpen die als het ware vastlopen, wanneer zij over de verkiezing horen spreken. Van A. A. van Ru- Ier leerde ik dat juist zij niet in Gods keuken (de verkiezing) moeten kijken, daarmee ook niet moeten beginnen, maar dat zij moeten letten op het Woord waarin voor de kinderen van het Verbond staat geschreven dat de Heere niet wil dat enigen verloren zullen gaan, maar dat zij allen tot kennis der waarheid komen. Op grond van deze woorden en andere teksten uit de Schrift ben én blijf ik van mening dat het welmenend aanbod van genade niet serieus genoeg naar voren gebracht kan worden. Niet Gods verborgen wil, maar Gods geopenbaarde wil moet in de kerk gehoord worden. Let wel: dit geldt niet alleen voor de prediking, maar ook voor het pastoraat.
Ruim en gul, met liefde en in alle bewogenheid kan en mag Jezus Christus aan eenieder aangeboden worden. Dat geldt de crimineel in de Bijlmerbajes alsmede de kerkganger die met geen vinger na te wijzen is. Nu zeg ik niet dat het geen verschil maakt of wij in de gevangenis zitten of niet. Maar als het om de enige troost in leven en sterven gaat, staan wij gelijk. Zowel in het hart van de een als van de ander moet het geloof in Jezus Christus door de Heilige Geest gewerkt worden.
Eeuwige verwerping
Wil het bovenstaande zeggen dat ik niet erken dat er een eeuwige verwerping is? Ik ben van mening dat zij er is. Vanuit de Schrift zijn er plaatsen aan te wijzen die hierover spreken. Weliswaar niet op iedere bladzijde van de Schrift, maar toch wel zo hier en daar. Van het besluit Gods om mensen te verwerpen, zegt Calvijn dat het een 'horribile dictum' is, d.w.z. een 'huiveringwekkend besluit'. Dat is terecht door Calvijn opgemerkt. Wanneer er daarom op de kansel of in de huizen over gesproken wordt, zal dit altijd gedoseerd moeten gebeuren. Wat ik daaronder versta? Niets anders dan dat er met grote bewogenheid over gesproken wordt. Wanneer in de verkondiging of in het pastoraat hier iets over gezegd wordt, moet het gemeentelid horen en zien dat dit met huiver en bewogenheid wordt gezegd. Dus niet op 'bikkelharde manier', maar op een wijze dat men erbij huivert.
Nogmaals schrijf ik dat ambtsdragers hiermee voorzichtig zullen omgaan. Ook al zal dit 'horribile dictum' af en toe ter sprake komen, toch zijn wij als ambtsdragers niet geroepen om het 'huiveringwekkend besluit' aan de mensen te verkondigen. Wel zijn wij geroepen om het Evangelie te verkondigen. Het Evangelie van Jezus Christus, die niet in de wereld gekomen is om der mensen zielen te verderven, maar om die te behouden. Wij prediken een God Die geen lust heeft in onze dood, maar daarin dat wij ons bekeren en leven. Daarbij ontken ik niet de dubbele predestinatie, hoewel ik bij die van 'de eeuwige verwerping' blijf huiveren.
Geloof, huwelijk en gezin
De laatste vraag waarop ik wil ingaan werd niet mondeling gedaan, doch kreeg ik via een schrijven van een lezer uit het noorden van ons land. Hij vroeg mij of geloof, huwelijk en gezin iets met elkaar te maken hebben. Ik doe het niet, maar ik zou deze vraag met een enkele zin kunnen afdoen. Het geloof heeft alles met huwelijk en gezin te maken. Niet alleen dus met het gezin, maar ook met het huwelijk. Het geeft aan het huwelijk een bijzondere glans als man en vrouw de Heere vrezen. Ik zeg niet dat er in zo'n huwelijk nooit sprake is van wrijving en dat beiden, altijd in vrede met elkaar leven. Ook in het huwelijk van een man en vrouw die de Heere kennen kan het wel eens stormen. Ook kunnen de ramen wel eens rinkelen doordat de deuren te hard dichtgeslagen worden. Godvrezende partners kunnen soms behoorlijk last hebben van hun karakter. En denk erom dat er onder de mensen die de Heere vrezen knap lastige mensen zijn, al is het alleen maar vanwege hun karakter. Ongetwijfeld worden er karakters bekeerd. Wanneer God de mens bekeert, bekeert Hij de gehele mens. Dit wil echter niet zeggen dat lastige karakters dan altijd meegaand worden. De scherpe kanten kunnen eraf gaan, maar het is niet zo dat men de ander nooit meer tot last is. Er zou dienaangaande nog wel meer te zeggen zijn. Nu zeg ik dit er slechts van dat het om allerlei oorzaken soms behoorlijk kan 'knetteren' in het huwelijk van een man en een vrouw die de Heere vrezen. Maar let wel: ondanks alle moeite, zorg, narigheid, onenigheid en wat er nog meer mag zijn, weet men elkaar toch steeds opnieuw te vinden. Dat gebeurt niet omdat zij zulke goede mensen zijn. 't Gebeurt alleen omdat de Heere beiden op de knieën brengt. Het komt alleen voor, omdat de Heilige Geest weer bij elkaar brengt. De Geest des geloofs brengt en houdt bij elkaar. Echter... als de ene partner met heel het hart de Heere dient en de ander doet dit niet, wat dan? Is zo'n huwelijk dan een slecht huwelijk? Ik zou het niet graag zeggen. Zo'n huwelijk kan voor het oog zelfs beter gaan dan van twee godvrezende mensen. Wat wel noodzakelijk is, is dat er voor de partner zonder het geloof in de Heere Jezus Christus gesmeekt zal worden aan de troon der genade. Ja, dan zal de bede veelvuldig zijn of de Heere het allerhoogst en eeuwig goed ook aan hem of haar wil schenken.
En wat het gezin betreft: ook voor het gezin kan het geloof niet anders dan gevolgen hebben. De kinderen zullen het kunnen horen en zien of hun ouders de Heere vrezen. Het zal aan het omgaan met de kinderen en aan de sfeer in huis te merken zijn. Mag ik het zo samenvatten? Wanneer de ouders de Heere liefhebben, zullen zij die liefde graag op hun kinderen willen overdragen. Het geloof in Jezus Christus gunnen de ouders dan graag aan de kinderen. Het zal in alles uitkomen, in het gehele gezinsleven, omdat Jezus Christus het daarin voor het zeggen heeft, zowel in het doen als in het laten! Geloof en gezin! Van elkaar te onderscheiden, maar niet van elkaar te scheiden.
G. S. A. DE KNEGT, BARNEVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 2001
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 2001
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's