De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

Dezer dagen kwamen we in het bezit van een serie fraaie Kamper Miniaturen, uitgaven van de 'Vereniging van Oud-Studenten van de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland' te Kampen. Hier volgen twee fragmenten uit de biografie van (de afgescheiden dominee) Simon van Velzen (1809-1896), één van de eerste vier docenten te Kampen, en van Gerrit Brillenburg Wurth (1898-1963), die vanaf 1946 hoogleraar Ethiek en Evangelistiek was in Kampen (uit de beschrijving van ds.J. B. Aalbers).

Van Velzen

'In de Almanak van het Studentencorps voor 1897 heeft "VULPES" - hoogstwaarschijnlijk ds. W. W. Smit (1869-1935), student van 1889 tot 1896 - een portret samengesteld van Van Velzen uit de laatste periode (tot in 1890); hij moet enkele zegslui hebben gehad die toen college hebben gelopen en 's zondagsavonds op bezoek gingen bij de oudste van de docenten, die in 1872 weduwnaar was geworden. KURTZ was het handboek voor de kerkgeschiedenis. (...) Hij droeg zijn grijsheid als een kroon. Frisch en groen was hij in zijn ouden dag. Altijd opgewekt en uaardig tot scherts... Van zijn oud-discipelen zouden velen een rijken anecdotenschat dienaangaande kunnen opdisschen. Niet dat hij er ernstigen arbeid om verzaakte, neen slechts als toespijs bracht hij gaarne een geestig kruidje aan. Als bijvoorbeeld de examentorture haar einde naderde... greep Vader van Velzen gewoonlijk de gelegenheid aan de gespannen gelaatstrekken eens gullachend los te plooien. Dan kwam hij met een sophistische vraag den examinandus nog eens even verasssen, om Hem... een schampschot te geven en de verwarring te genieten door zijn onschuldigen aanval verwerkt. (...) Zijn colleges waren van alle saaiheid gespeend. Behalve de doceerende magister, het jagend gekras der pennen, het zuchtend hijgen der wakkere borsten, werd ook wel het luide koorgezang der vroolijke Minervazonen gehoord en de joelende lach als tolk eener geestdriftige vreugde. Niemand behoefde te aarzelen het initiatief te nemen ter vroolijke onderbreking... Niet licht werd een gezellig interludium met een strenge fonkeling... Toch, uit dit feit distelleere men niet de boze conclusie dat de colleges... het weetgierig volk je niet verder brachten... Neen - meermalen slopen de broederen de collegezaal een klem om het harte - ontsnappen aan de critische toetse liet Prof. v. V. niemand. Vooral de ure aan Vader KURTZ gewijd, wist hij met vaardige hand 't dieplood uit te werpen en het kerkhistorischen peil der discipelen te meten. Den meest verscholen, en dus het minst gepraepareerden broeder, wist hij met zijn stereotiep "Kom eens hier, vriend" uit zijn struisvogelschuilplaats te lokken... En wee hem [die] dan stom bleef, bij den stortvloed van niet-te-ontduiken vragen.

Daarom was de collegekamer dan ook niet 't allerliefste plekje voor de studiosi. Dat vond men eerst in Vader van Velzen's groote huisvertrek. Daar zat men in volkomen gerustheid. En schuldigen daarom was die wijde, calvinistisch gemeubelde kamer, vooral de Zondagavonden, schier nimmer ledig. Geen spiertje gedwongenheid of angstvallige etiquette. Want als de oude penbak op tafel was gesjord en ieder zijn eigen gouwenaar... had uitgezocht en de gezellige wolkjes zich haastten een lampsverduistering te bewerken, dan zeilde het scheepken van humor ongestoord of dronk men de leerzame memoires van den grijsaard in. De professor zelve wakkerde door gulle ongedwongenheid de timiden gestraft. broeder tot gepaste vrijzinnig niet Maar toch werd nooit een ernstig gesprek in rhapsodisch gekwaak verdronken. Want mocht een der dartelsten soms derailleeren van het spoor der strikte welvoeglijkheid en den gastheer storen in de confessiones uit zijn woelig leven... werd zulk een vermetelheid niet zuinig gestraft. Met zijn hooge stem riep hij bij zo eenen den terminus technicus toe: "Ben je gek, vriend! Ga héén!" Met al zijn eigenaardigheden hadden hem de studenten waarlijk lief. Hij was een broeder met de broederen. En ieder was zich bewust dat hij aller heil beoogde.'

Wurth

'Over geen van onze hoogleraren deden zove grappen de ronde als over Wurth. Zijn manier van tentamineren bijvoorbeeld, of liever: de plaats waar en de tijd waarop. Bekend is dat hij de colleges best om zeven uur 's ochtends wilde laten beginnen: dan had je verder nog de hele of dag voor verdere studie etc. Iemand werd om half acht in de morgen aan de De la Sablonièrekade in Kampen, waar Wurth, met een mooi uitzicht op de IJssel, woonde, ontboden voor een tentamen. Aat Dekker deed tentamen op het militair vormingscentrum Beukbergen in Huis ter Heide tussen twee lezingen van Wurth door. Weer een ander kreeg een stationsrestauratie meest ergens in Nederland als locatie voor het tentamen aan. aangewezen. Gegniffeld werd er op college als hij opnieuw een boek aanprees: het zoveelste. "Met hemelvaartsdag, mijne Heren, las ik van Berkouwer Geloof en rechtvaardiging en op tweede Pinksterdag Geloof en heiliging, u moet...", en dan kwam een titel. Een varium in de Almanak van F.Q.I.  luidde: "Wurth, een omgevallen boekenkast en de lawine viel over je heen". Zijn collega Jan Bakker vertelt dat zij al snel door hadden dat, als je alles wat Wurth je aanbeval te gaan lezen ook echt ter hand nam, je aan je eigen werk nooit meer toekwam.

Hij opende vele deuren en liet zien hoe boeiend het was daar eens binnen te gaan. Dat was wel eens teveel van het goede maar het was wel buitengewoon geïnspireerd. Zijn verstrooidheid en de anekdotes waren spreekwoordelijk.

Wurth preekte ergens in Nederland. Kwam op zaterdagavond bij zijn gastheer aan en moest een met deze door de winkel, waar een hele rij keurig  geklede etalagepoppen was uitgestald. Wurth nam voor ieder galant zijn hoed af... - Wurth staat in de rij op het postkantoor. leest al wachtend een boek. Als hij aan de beurt is zegt hij: "O, dank u wel"; en gaat weer in de rij staan lezen. Wurth mist de laatste trein uit Amsterdam. Hij gaat naar de Valeriuskliniek van prof. O. van der Horst en krijgt daar een kamer. Een zuster die daar niet van weet draait van buiten automatisch de deur op slot. 's Ochtends kan hij er niet uit. Klopt. "Wacht maar", zegt een zuster en doet niets. Wurth klopt opnieuw enige malen en als een stem hem maant daarmee op te houden zegt hij: "Ik ben professor Wurth". Antwoord van buiten: 'ja, dat zeggen er hier wel meer". Uit een toespraak op een diner tijdens een Dies: "Als ik Dijk zie en hoor, denk ik aan beton; bij Wurth aan: Schokbeton" (je moet dan weten hoe stevig in de leer Dijk was en hoe beweeglijk Wurth was in zijn spreken en zijn loop).
Er werd ons over zijn onhandigheid en zijn verstrooidheid slechts met vertedering gesproken.

v.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 2001

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 2001

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's