De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen Calvijnkerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen Calvijnkerk

HET CALVINISTISCH NEDERLAND

5 minuten leestijd

Op één punt heeft dr. G. J. Schutte het toch mis. Het is hem niet euvel te duiden, want ondanks de grote nauwgezetheid en kennis van feiten waarmee hij zijn historische studies presenteert, kan hij ook niet alles weten. Maar de 'Calvijnkerk', waarvan hij zegt, dat die in Nederland niet voorkomt, die bestaat toch wel. Ik preek er zo af en toe wel eens in, in Baarn. Hij heeft overigens wel weer volkomen gelijk als hij aangeeft dat het zeker niet in de geest van Calvijn is om een kerkgebouw naar de reformator van Genève te vernoemen. De kerk der Reformatie in de Nederlanden is geen 'calvinistische kerk' maar een 'gereformeerde kerk', die overigens - geheel in de geest van Calvijn! - zichzelf heeft verstaan in de continuïteit van het geloof van de kerk van alle eeuwen. Maar waar komt dan toch dat cliché vandaan, dat journalisten zo graag gebruiken, als ze het hebben over het 'Calvinistische Nederland'? Zij roepen daarmee direct het beeld op van een enghartig en benepen land, waar niets mag, somber en zondig. Gelukkig, zo vinden ze vervolgens, is dat niet meer het geval in onze van dit calvinisme 'bevrijde' samenleving. Maar ze vinden in hun 'journalistensociologie' natuurlijk nog genoeg resten van het verleden om met gretigheid de term 'calvinistisch' vrijwel altijd 'te onpas' aan te wenden. En niet alleen de 'opinionleaders' van onze postmoderne tijd doen zo, het is te vrezen dat de meeste klanten van een algemene boekhandel, als ze Schutte's boek zien liggen, op het eerste gezicht eenzelfde associatie zullen hebben. Daarom is het zo aardig dat de bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van het Nederlands protestantisme bij zijn zestigste verjaardag een boeket van eigen bloemen kreeg aangeboden, waar wij als lezers mee aan mogen ruiken. Het gaat om een bundeling van een tiental artikelen, waarvan de meeste reeds eerder zijn gepubliceerd, en waarin de vraagstelling van de 'mythe en werkelijkheid' van het 'Calvinistisch Nederland de rode draad is. Daarin komen o.a. de volgende onderwerpen aan de orde, die op levendige en boeiende wijze worden beschreven: o.a. de (kritische) gedachten over de slavenhandel, de positie van de gereformeerde kerk in de koloniale gebieden, de worsteling van de gereformeerden met de geest van de revolutie in kerk en staat, de afscheiding, Groen van Prinsterer, en Abraham Kuyper, vooral veel Kuyper. De negentiende eeuw krijgt daarbij veel accent. En belangrijk is ook dat

Schutte laat zien dat het (neo)calvinisme zeker geen beperkt Nederlands fenomeen is geweest, maar uitwaaiering heeft gehad in internationale betrekkingen, wereldwijd, Zuid-Afrika, Amerika, zelfs Korea, waar Kuypers honderdvijftigste geboortedag met verve is herdacht. Wie het Calvijninstituut in Seoul (Korea) bezoekt ziet geïllustreerd wat Schutte zo deskundig onderbouwt. In dit centriim, dat op naam van Calvijn staat, trekt een portret van Abraham Kuyper, martiaal afgeschilderd in zijn parlementair uniform, bij het binnentreden de eerste aandacht.

Calvinistisch cliché

In het slothoofdstuk van 'Het Calvinistisch Nederland' trekt Schutte de conclusie dat Nederland nooit zo calvinistisch is geweest als het populaire cliché wel wil. De invloed van de gereformeerden is ook nimmer zo sterk geweest dat ze hele samenleving en cultuur hebben kunnen 'calviniseren'. Het cliché verwoordt een oude beeldvorming die van twee kanten ten onrechte is gebezigd. Aan de ene kant was er de idealisering van het grootste verleden, toen Nederland nog niet door de geest van revolutie was aangetast, waar met een gloedvol heimwee naar werd teruggewezen. Diametraal daartegenover staat de postmoderne, geseculariseerde karikatuur, die evenzeer met onkunde inzake het verleden te maken heeft, dat we nu gelukkig verlost zijn van een dergelijk 'achterlijk' verleden. In zijn inaugurele rede (het eerste hoofdstuk van dit boek) besluit Schutte dat het tijd wordt om afscheid te nemen van het 'Calvinistisch Nederland'. Hij laat m.i. overtuigend zien dat het historisch gezien een misleidende mythe is. Schutte bepleit dit afscheid echter duidelijk niet om de betekenis van het gedachtegoed 'issue de Calvin' daarmee als verwaarloosbaar element voor onze Nederlandse geschiedenis af te schrijven. Integendeel, er is wel degelijk sprake van een krachtige invloed. Deze historicus schaamt zich er ook niet voor om in de wijze waarop hij de geschiedenis beschrijft te laten merken dat hij zelf verworteld is in de gereformeerde traditie. Dat neemt niet weg, dat hij als historicus zo verantwoord mogelijk bezig wil zijn om mythe van werkelijkheid te onderscheiden. Een kernachtige uitspraak is in dit verband het citeren waard: 'Wie met verouderde kennis genoegen blijft nemen, doet onrecht aan voorgaande generaties, blindeert het venster op het eigen verleden en blokkeert de weg tot verstaan van de historische processen en structuren waarin hij betrokken is'. Geen 'Calvijnkerk' dus, wel het 'calvijnse' accent op de eer van God in persoonlijk leven, in kerk en samenleving. Dat was er telkens weer in ons Nederlandse verleden. Het blijft de roeping, om daarvan te blijven getuigen. De persoonlijke relatie met God, het leven 'coram Deo', heeft de publieke lofbetuiging als complement. Schutte illustreert dat met het ontroerend voorbeeld van de ledeboeriaanse oefenaar Daniël Bakker, een tijdgenoot van Kuyper, van wie verhaald wordt dat als hij tot God wilde bidden, worstelend om licht naar boven ging en op zolder het hoofd door het open zolderraam naar buiten ophief naar de hemel. Vanuit een dergelijk leven voor het aangezicht Gods blijft het, ook in historisch perspectief, verantwoord en zelfs geroepen om in het 'Calvinistisch Nederland' te blijven spreken van 'de ere Gods in de moderne staat'.

M. A. VAN DEN BERG, ZOETERMEER

G. J. Schutte, Het Calvinistisch Ne Mythe en werkelijkheid, Hilversum, uitg. Verloren, 2000, 256pag. f 49, -.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 2001

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Geen Calvijnkerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 2001

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's