De uitdaging aanvaard
Denktank
Een groep geleerden houdt zich op verzoek bezig met het zoeken naar oplossingen voor nieuwe problemen. Daar hebben we het (Engelse) woord 'denktank' voor bedacht. Vorig jaar november bestond de IZB 65 jaar. Op een symposium (6 december) werd het resultaat van de 'denktank' aangeboden onder de titel 'Uitgedaagd door de tijd - Christelijke zending in een postmoderne samenleving'. De samenstellers van het boek (drs. W. Dekker en dr. P. J. Visser) melden in een voorwoord dat het tot stand is gekomen langs de weg van een gezamenlijk leerproces en na schrijven en herschrijven. Het resultaat is dan ook niet een soort definitieve tekst in de zin van: dit zijn onze oplossingen voor het probleem van de communicatie van het Evangelie vandaag. Wat dat betreft hebben de schrijvers zich keurig gehouden aan de cultuur die ze beschrijven: zoeken en tasten én open blijven staan voor andere eventueel betere inzichten. Ze nodigen de lezers van hun boek ertoe uit om mee te denken en te reageren. Er zal ook een studiegroep worden gevormd waarin met name de praktische uitwerking voor het kerk-zijn vandaag aan de orde zal komen. Met nadruk wordt vermeld: dit boek vertolkt niet het standpunt van de IZB.
Ik heb begrepen dat de eerste druk inmiddels bijna is uitverkocht en dat een herdruk daarom gewenst is. Dat is dan niet gekomen door de vurige reclame vanuit ons blad, maar wel door de boeiende inhoud van het boek. Dat het even heeft geduurd eer ik aan het schrijven van deze recensie ben toegekomen heeft meerdere redenen, maar vooral toch de indruk die het boek op me heeft gemaakt.
Het roept het nodige denkwerk in je wakker. Het is niet als een vluchtig pamflet dat je brievenbus binnenwappert en waarvan je luchtig kennisneemt terwijl je de inhoud bij het slapen gaan alweer vergeten bent. Het houdt je bezig omdat het wegen wijst voor de communicatie van het Evangelie die soms verrassen of vragen oproepen. Kortom, de IZB is te feliciteren met het resultaat van haar 'denktank'.
Oriëntatie
Het boek kent drie onderdelen: a) oriëntatie in de tijd, b) oriëntatie in de christelijke traditie en c) tolk en getuige vandaag. Het is niet te doen alle bijdragen kort samen te vatten. Wat mij treft is de bescheiden toon in de analyse van de tijd die als 'postmodern' getypeerd wordt. Ik bedoel: er wordt niet uit de hoogte geoordeeld over een en ander. Er worden geen grimmige pijlen vanuit een bastion afgeschoten op alles en iedereen die het zo verkeerd ziet. Ds. G. J. van Beusekom schetst de postmoderne cultuur en zet het allemaal nog maar weer eens op een rij. Hij vindt datje het postmodernisme het beste kunt samenvatten met het woord pluraliteit. Let wel: dat is niet hetzelfde als pluriformiteit. Want dat veronderstelt toch nog zoiets als een eenheid van denken, een totaalvisie. Maar die bestaat niet meer in onze cultuur. Pluraliteit: alles moet mogelijk zijn, er staat niets vast, aan alles kleeft het toevallige.
Dat heeft uiteraard ingrijpende gevolgen voor het christelijk geloof. We bezetten nog slechts één kraampje op de veelkleurige markt van het postmoderne leven. Normen en waarden? Die moet iedereen maar zo'n beetje zelf uitvissen. Ieder creëert zijn eigen ethiek.
Het geloof in een persoonlijk God boven ons wordt verruild voor een leven met het grillig lot. De Bijbel is nog slechts één van de vele bronnen van geestelijk leven. Enzovoort, enzovoort. Van Beusekom zet een en ander goed leesbaar neer inclusief de ingrijpende gevolgen voor het christelijk geloof. Ik schreef al: de toon van de analyse is inlevend, geschreven door mensen die hun tijd niet alleen maar verstaan maar zelf ook mensen van deze tijd zijn. Ik denk dat het voor het welwillend lezen van dit boek belangrijk is open te staan voor wat er om ons heen gebeurt. Het gaat om de antenne die al dan niet uitstaat. Dat lijkt een open deur intrappen. Toch moet het wel gezegd zijn wil je al lezend gegrepen worden door wat aan de orde komt.
Positief
Opvallend is de grote solidariteit met het huidige levensgevoel die in de stukken doorklinkt. Ik heb in vroeger jaren wel publicaties gelezen afkomstig uit orthodoxe kring die ook 'de wereld en de tijd' aan de orde stelden, maar dat veel antithetischer deden. Het gebeurde veel meer in een zwarwitconceptie. In een uitgave van de IZB, toen deze 35 jaar bestond (Zending in Nederland), werd nog begonnen met een uitvoerige bijbelstudie
over het thema: Binnen en buiten-zijn in de Heilige Schrift. Op zich een onderwerp waar genoeg over te zeggen valt vanuit de Bijbel. En ik wil ook niet suggereren dat nu alles op één hoop wordt geveegd en er geen onderscheid meer gemaakt wordt tussen kerk en wereld. Maar wel is de bescheiden toon veel meer overheerstend. Dat heeft alles te maken met de cultuur van deze tijd. De christelijke gemeente is in de marge gedrukt. Het past ons onze toon daarbij aan te passen. Of om het met woorden van dr. J. J. Visser te zeggen in zijn bijdrage: 'De christelijke gemeente is nooit superieur, want zij is door God uitgekozen uit genade. (...) Dat betekent een diepe solidariteit met eenieder die op mijn pad komt'.
Als ds. N. M. Boot schrijft over christelijke zending in een multireligieuze samenleving, constateert ze: het is minder eenvoudig geworden. Het geloof in de uniciteit van Christus is een aangevochten geloof. Dan begrijp ik daaruit dat ze wil zeggen: zending kan alleen nog maar plaatsvinden in nederigheid. 'Het triomfantelijke, wereldveroverende, is weg bij ons.'
Benadering en toenadering
Deze werkwijze is uiteraard ook van invloed op de beantwoording van het hoofdthema van dit boek: hoe voltrekt zich zending in een postmoderne samenleving? Ds. Boot hoorden we al de • geduldige en bescheiden dialoog bepleiten waarbij overigens wel dé beslissende vraag aan de orde blijft komen van het al dan niet 'behouden worden'. Dr. J. van Eek kiest voor twee gedeelten uit de Handelingen (17 : 10- 34 en 28) en laat zien hoe zich daar de confrontatie voltrekt met de heidenwereld. Mij gaat het om dat hij, zijn eigen bijdrage evaluerend, opmerkt dat we lange tijd gewend zijn geweest de mens als object van evangelieverkondiging vooral als zondaar te benaderen. Dat gaf en geeft vaak toch iets geforceerds. We zouden hem misschien beter primair als schepsel kunnen benaderen vanuit de gedachte: God heeft gewild dat je er bent. En pas daarna als zondaar. Een en ander ontlokt hem de opmerking: het blijkt dan met de godsverduistering mee te vallen, wat al eerder de grondstelling was in zijn in 1990 verschenen boek 'Vonken van het Licht'. God blijft handelen onder mensen. Lukas laat in Handelingen zien dat de apostelen vertolken wat ze zo graag kwijt willen aan de mensen die ze ontmoeten. Ze haalden om zo te zeggen alles uit de kast om toch maar vooral hun hoorders te bereiken.
In een slothoofdstuk concluderen ds. W. Dekker en ds. D. Ph. C. Looijen terecht dat het opvallend is hoe in dit boek de cultuur waarin wij leven eenvoudig als uitgangspunt wordt gekozen. Cultuurpessimisme is aan niet één scribent besteed. De uitdagingen worden royaal en creatief opgepakt. Dat gebeurt uiteraard vooral in het laatste deel. Het meest ingrijpend schrijft dr. H. de Leede over 'schetsen voor missionair bezig-zijn in een postmoderne samenleving'. Naar zijn inzicht beleven we thans het einde van drie traditionele vormen van kerk-zijn.
Kerken namen altijd de gestalte aan herkenbaar voor de culturele context waarbinnen ze zich bevonden. Dat gold de Rooms-Katholieke Kerk, de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland. Maar, aldus De Leede, hun manieren van kerk-zijn hebben hun tijd gehad. Wij zijn allen andere mensen aan het worden. En dat vraagt om een andere gestaltegeving van het kerk-zijn. Daar vraagt de missionaire situatie van onze tijd om. Mag dat dan? Kan dat dan? Hij kiest voor Noordmans' stelling dat de kerk allereerst apostolisch is. De missionaire beweging van God in deze werkelijkheid met het oog op het Rijk is het eigenlijke. De kerkordening volgt de missionaire praktijk. We moeten niet langer het heil beperken tot binnen de muren van de kerk. God heeft met heel de werkelijkheid te maken. De kerk staat niet langer tussen God en de werkelijkheid in. Dat is te veel eer. Haar eer dient het te zijn om dienst te doen in Gods toewending naar de wereld. De lijnen tussen kerk en wereld zijn zo veel minder scherp en strak.
Religie
Ik kom tot een voorlopig afsluitende beoordeling van een en ander. Niet elke bijdrage heb ik hier genoemd, dat kan ook niet. Mij heeft het meest aangesproken wat ds. C. M. van Loon boven zijn bijdrage schrijft: van pretentie naar presentie. Die houding en mentaliteit worden als antwoord gegeven op de vraag naar de verkondiging in deze tijd. Hartstocht om mensen van vandaag te bereiken bepalen de wegen en methoden. Doorleefde solidariteit met mensen om ons heen.
Wars van oordelen en veroordelen waar we als christenen eeuwenlang zo in gespecialiseerd waren geraakt. Er blijven wel vragen over. Wordt er niet te optimistisch gedacht hier en daar over wat dan vandaag zo vaak wordt gezegd: religie mag weer? Is dat werkelijk zo? Welke religie dan? New age of iets soortgelijks? Moeten we daar blij om zijn? Kan dat niet een valkuil zijn van onze tijd? En verder: kunnen we het er bij laten dat onze postmoderne cultuur openingen zou bieden voor de evangelieverkondiging? En is dat echt wel waar? Ik ben daar toch veel somberder over. Komt er toch niet een moment dat we uitgeluisterd zijn naar onze medemens? Dat het meevoelen en meedragen van de lasten van het leven ophoudt. En dat er dan een boodschap verkondigd wordt waar we zelf eerst en dan ook anderen helemaal voor ingewonnen moeten worden. Omdat er niemand op zo'n boodschap zit te wachten. Als Paulus op de Areopagus alle mogelijke invalshoeken heeft beproefd, maar dan over de opstanding begint, lopen velen lachend en spottend weg. Slechts enkelen blijven hangen. Om die enkelen zal het ons dan gaan, zeker weten.
Ook nog dit: is de kerk, zijn onze hervormd-gereformeerde gemeenten niet dermate innerlijk uitgehold geraakt onder de gestage drup van het eigentijdse levensgevoel, dat we het ergste hebben te vrezen voor de toekomst? Of is dat een te sombere constatering? Ik waardeer het van de scribenten zeer dat ze de uitdaging hebben opgepakt en ons een boeiende studie hebben gegeven. De postmoderne cultuur wordt aanvaard als een gegeven. We hebben ook nauwelijks een andere keus. Wat De Leede schrijft is waar: er zit in het postmoderne levensgevoel een eigensoortige weerstand tegen het Evangelie. Toch zijn er ook vandaag nog kansen en mogelijkheden. Om die op het spoor te komen biedt dit boek talloze voorbeelden.
J. MAASLAND
N.a.v.: W. Dekker en P. J. Visser (red.), UIT- GEDAAGD DOOR DE TIJD - CHRISTELIJKE ZENDING IN EEN POSTMODERNE SAMENLEVING. Uitgave Boekencentrum, 273 pag., ƒ 39, 50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's