De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christelijke politiek en politieke polarisatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christelijke politiek en politieke polarisatie

N.A.V. WILLEM BREEDVELD IN TROUW

7 minuten leestijd

'We moeten nuchterheid betrachten. Expansie behoort bij de samenleving die we samen vormen. Daarvan profiteren wij in dankbaarheid. Er is ruimte nodig voor nieuwe industrieterreinen, natuur. Ik wil geen hek rond de dorpen, want we hoeven niet alles perse te houden zoals het was. Deze realiteitszin neemt niet weg dat wij in de besluitvorming over ruimtelijke ordening meer aandacht bepleiten uoor de noodzaak gemeenschappen zoveel mogelijk te behouden'.

Aan het woord is ir. B. J. van der Vlies, de politieke voorman van de SGP, geportretteerd in dagblad Trouu; in zijn woon- en leefomgeving Maartensdijk. Maartensdijk kent geen bioscopen, geen podia voor culturele voorstellingen en geen zwembad: 'Mooi, zo'n zwembad, maar het moet tegenwoordig al gauw op zondag open'. Niet dat de tand des tijds ook niet aan Maartensdijk knaagt. De moderniteit (van buiten) plaatst ook de kerkenraad ter plaatse 'voor lastige keuzes'. Maar dat Maartensdijk z'n 'eenvoudige karakter' heeft weten te behouden is te danken aan het feit, dat het vlak bij Utrecht ligt. Wie cultuur, ontspanning of vermaak zoekt, kan daar terecht. Dat betekent dus het verleggen van een probleem. Van der Vlies zelf beseft dat de politiek, die in Maartensdijk wordt bedreven, niet zomaar landelijk kan worden doorgetrokken. In Maartensdijk gaat het om behoud van wat eigenlijk een eigensoortige leefgemeenschap, zeg een reservaat is. In de landelijke politiek overheerst de moderniteit.

Breedveld

Nu zou ik dit portret in Trouw hier niet hebben opgevoerd, ware het niet dat Trouw's politiek commentator Willem Breedveld - altijd doordacht en de moeite van het lezen waard - op dit interview een dag later is gaan voortborduren. Na te hebben betoogd dat het verhaal hem 'met een wonderlijke weemoed' vervulde, omdat het nog bestaat: 'een gemeenschap overeind te

houden in de geest der vaderen, wars van iedere vorm van modernisme', gooit hij het over een andere boeg. Het is niet uitgesloten zegt hij, dat deze partij binnen tien of twintig jaar officieel wordt verboden. Niet dat Breedveld dit zelf wil. Hij refereert echter aan een uitspraak van het Europese Hof voor de rechten van de Mens, waarbij werd bepaald dat de Turkse Welvaartspartij terecht door de Turkse regering werd ontbonden, omdat die partij 'een theocratische staat nastreeft' en dit een bedreiging vormt voor de Turkse 'seculiere staat 1 . Alles wat het Hof hier als verwerpelijk veroordeelt is, zegt Breedveld, ook op de SGP van toepassing. 'Deze partij streeft een theocratie na, beschouwt de overheid als Gods dienaresse op aarde' en vormt 'een centrum van activiteiten tegen de secularisatie.' De SGP op die grond, namelijk het nastreven van een theocratische staat, verbieden noemt Breedveld 'belachelijk'. Maar, voegt hij toe, wanneer die partij de meerderheid zou hebben, zou het openbare leven op zondag worden lamgelegd en er zou sprake zijn van een regelrechte discriminatie van vrouwen en homo's. De SGP, zo luidt zijn conclusie, kan alleen (voortbestaan als folklore, maar 'in essentie is de SGP een verboden partij'.

Doorpraten

Ik zou met Breedveld willen doorpraten op wat hij hier (analytisch) aan de orde stelt. Ik doe dat los van een par-tij-politiek kader. Ik richt me op de kern van christelijke politiek in het algemeen en gebruik daarbij zijn reactie op Van der Vlies als kapstok. Allereerst is het een kleine maar nochtans wezenlijke verschuiving wanneer Breedveld zegt, dat de SGP de overheid beschouwt als Gods dienaresse. Wie dat in de christelijke politiek als hoog criterium aanmerkt, doet namelijk niet anders dan de Heilige Schrift naspreken. De overheid is Gods dienaresse, zegt Paulus (Rom. 13 : 4). Theocratie is geen politiek program, wel een belijdenis met politieke consequenties. Als zodanig moet elke partij, die de Bijbel als richtsnoer neemt, dit adagium beamen. De toevoeging 'u ten goede' maakt overigens duidelijk, dat er van christelijke dictatuur geen sprake kan zijn. Geloof kan niet met dwang worden opgelegd. Christelijke politiek mag ook niet discriminerend zijn. Paulus sluit de passage over de overheid in Rom. 13 ook af met de algemene oproep om belasting te betalen en de overheid de verschuldigde eer te bewijzen (in de concretisering overigens spannend genoeg).

Breedveld concludeert intussen dat theocratische politiek leidt tot lamlegging van het openbare leven op zondag. Al te gemakkelijk leidt deze duiding tot een caricatuur. Overigens zou bevordering van meer rust en stilte op de dag, die als heiligdom in de tijd is bedoeld (joden weten daar nog van), een sociale weldaad voor de samenleving zijn. Maar de kernvraag, die ik aan Breedveld zou willen stellen, is wat nog te tolereren christelijke politiek is, wanneer men daarbij uit wil gaan van een normering van Boven, met de Bijbel, het Evangelie of hoe men dat ook wil aanduiden, als uitgangspunt. Wat dan te denken van het recente brede verzet in de christelijke politiek tegen het homo'huwelijk' en de euthanasiewetgeving? Hier werd kennelijk ook vanuit andere normen gedacht dan die worden gehanteerd door par-tijen zonder christelijke grondslag. Mag dat nog? Mag men proberen hier de waarden van het Evangelie, verankerd in het gebod Gods, de mens ten goede, tot gelding te brengen en die dan als geldend voor de hele samenleving te beogen? Bij een meerderheid van de christelijke partijen zou dat bij genoemde wetgeving zijn gebeurd. Gaat het dan ook om 'verboden' politiek? Wat is dan echter de identiteit van christelijke politiek nog (waard)? Nu worden besluiten genomen bij de gratie van niet-christelijke politiek, waarbij de wil van niet-christenen aan de samenleving wordt opgelegd.

Nieuw debat?

Daar komt nog iets bij. Breedveld schreef dezer dagen ook een paginagroot artikel over Kok als premier. Kok heeft zijn tijd gehad. Het tijdperk- Kok was 'de belichaming van het a-politieke denken, van'cle algehele afwezigheid van het politieke debat", zegt hij. Kok was er een meester in 'om rust te creƫren aan het politieke fronf. Zelfs op de burelen van De Telegraaf, waar alles wat 'rood' is verketterd wordt, zal men het aanblijven van Kok toejuichen, al was het maar omdat de WD, 'ook al zo'n oude vijand van de PvdA', er geen enkele moeite mee heeft Kok is populair 'bij de gratie van politieke onbepaaldheid, de afwezigheid van iedere vorm van politiek debaf. Met het vertrek van Bolkestein heeft het politieke debat 'geen enkele intellectuele impuls' meer gekregen. Onder het bewind van Kok is 'de zwevende kiezer' dan ook veruit de grootste partij geworden. Hij heeft bewezen dat er ook zonder het CDA te regeren valt en intussen werd de politiek 'dood verklaard'. In de Paarse polder is het politieke debat 'tot het absolute nulpunt gekomen'. De a-politieke denkers konden in de Paarse polder jarenlang doorsukkelen.

Maar het wordt anders, voorzegt Breedveld. Met het afscheid van Kok komt er een keerpunt. Als oppositie-

partij is het CDA nu nog 'een piepend en steunend orgel', heen en weer geslingerd tussen 'links' en 'rechts'. Maar dat wordt anders: Na de verkiezingen worden de registers open getrokken en als de WD in de oppositie komt wordt het ook (weer) 'van dik hout zaagt men planken'.

Identiteit

Dit is best forse taal van Breedveld. Een vraag, die hier allereerst te stellen valt, is of rondom ethische kwesties het politieke debat de laatste jaren toch niet tot op de bodem is gevoerd? Waarom dat niet genoemd? Maar, wat wezenlijker is: Breedveld geeft nergens aan waar dan de snijlijnen van een nieuwe politieke polarisatie zichtbaar zullen of moeten worden. En waar dan de identiteit van christelijke politiek in een geseculariseerde samenleving nog tot uitdrukking komt. Speelt dan christelijke ethiek een wezenlijke rol? Sociale ethiek? Jawel. Maar ook ethiek in de medische en zorgsector, bij het onderwijs? En ook ten aanzien van de zondag, waar persoonlijke ethiek en sociale ethiek in elkaar grijpen? En ten aanzien van wat op het 'culturele' vlak tolerabel en als zodanig subsidiabel is? En ten aanzien van de mediapolitiek? Ik noem maar wat terreinen. Hier blijft Breedveld onbestemd, terwijl hij kennelijk verlangt naar een nieuw politiek debat, naar een nieuwe politieke polarisatie.

Kort en goed

Kort en goed: wat zal (te tolereren) christelijke politieke identiteit nog zijn in de toekomst? Identiteit, die gericht is op welzijn van het hele volk, vanuit christelijke, zeg bijbelse normen en waarden. Breedveld zou zijn lezers een dienst kunnen bewijzen wanneer hij, zoals hij de politiek van Van der Vlies c.s. op de ontleedtafel heeft gelegd, hij dat ook zou doen ten aanzien van christelijke politiek in het algemeen, tegenover de politiek van de a-christelijke partijen. Zijn aardige uitspraak over 'het piepende en steunende orgel' vraagt erom.

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Christelijke politiek en politieke polarisatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's