Verdieping voor beide tot zegen
GEMEENTECONTACTEN MET OOST-EUROPA
Er zijn veel contacten tussen gemeenten in Nederland en Oost-Europa. Veelkleurige contacten, zoals ook de gemeenten in Nederland en Oost-Europa een veelkleurig beeld te zien geven. Ze ontstonden vaak vlak na de Wende, gestart door bevlogen en bewogen mensen. Maar wie nam eerst de moeite om zorgvuldig over zo'n gemeentecontact in Oost-Europa na te denken en er doelstellingen voor te formuleren? Vrijwel niemand. Men greep de mogelijkheden aan die de nieuwe situatie bood: gaan dus! Men zag de levensgrote nood, signaleerde gebrek aan bijna alles en koos voor directe materiële hulpverlening als de meest voor de hand liggende benadering.
De gelegde contacten op peil houden bleek vaak veel ingewikkelder te zijn. Of er ontstond al snel een zekere contactmoeheid, of contacten leidden tot niet verwachte, minder prettige situaties. Soms werden die contacten toch hernieuwd, soms liepen ze definitief op een teleurstelling uit Duurzame gemeentecontacten vereisen méér dan de bewogenheid van het moment. Ze moeten wortelen in het Woord, gebaseerd zijn op wederkerigheid, gestimuleerd worden door regelmatige terugkoppeling naar de Nederlandse gemeente en, als het om projecten gaat, gericht zijn op participatie in het evangelisatiewerk. Die 'nieuwe weg voor gemeentecontacten' hebben we ook in voorgaande artikelen al aangegeven. Elk contact heeft een eigen ontwikkeling, een eigen geschiedenis. In dit artikel komen twee werkgroepen aan het woord met elk verschillende ervaringen. Beide werkgroepen zijn die nieuwe weg van het gemeentecontact gegaan. Dat leverde verschillende ervaringen op, met leerpunten voor een verdiept contact. We waren in gesprek met Kees Deelen uit Streefkerk en Bernadette Smelt uit Stellendam.
Hoe zijn de contacten in Oost-Europa ontstaan? Kees: 'Onze contacten met Bata in Roemenië zijn ontstaan, nadat de werkgroep in januari 1991 inlichtingen vroeg aan stichting Hulp Oost-Europa over de manier waarop we met een gemeente in Roemenië in contact zouden kunnen komen en welke gemeente dat zou kunnen zijn. Een bestuurslid van de stichting adviseerde contact te leggen met de gemeente Bata via de plaatselijke predikant ds. Nagy Albert. Ons doel was geestelijk contact met een Oost-Europese gemeente. Eventuele materiële hulp stond niet op de eerste plaats en is nog steeds van secundair belang.'
Bernadette: 'Al diverse jaren waren mensen uit Stellendam actief betrokken bij transporten naar Roemenië. Twee jaar geleden kwam het verzoek uit Roemenië, via de decaan van de provincie Covasna, om een lopend project voor gemeenteopbouw over te nemen. De kerkenraad heeft toen een Roemeniëcomité opgericht dat niet alleen transporten naar Roemenië coördineert, maar ook het evangelisatiewerk dat door onze werkgroep in de gemeente Kökös gedaan wordt.'
Zijn de contacten sinds het begin veranderd? Kees: 'Er is niets veranderd in de doelstelling van de werkgroep. Het gaat ons nog steeds om die geestelijke band met elkaar. Intussen hebben we niet alleen contact met Bata, maar ook met predikanten uit omliggende gemeenten met wie we in de loop der jaren kennismaakten
Enkele jaren geleden hebben onze jongeren aangegeven wat te willen betekenen voor de bevolking van Bata. In overleg met de predikant uit Bata werd besloten dat vijftien jongelui hun vakantie in zijn gemeente zouden doorbrengen en zouden optrekken met jongeren uit Bata. Dat is heel goed gegaan. Zó goed zelfs, dat er een Vakantie Bijbel Club is opgericht, een jaarlijks hoogtepunt waar niet alleen kinderen van de Reformatus kerk maar ook van de Roemeens Orthodoxe kerk op afkomen. Zoiets gebeurt zelden in Transsylvanië, omdat beide kerken bepaald niet op één lijn liggen.' Bernadette: 'Het eerste contact van voor 1997, liep via kindertehuizen in Roemenië. Er gingen groepen naar Roemenië om te bouwen en te verven. Het is gebeurd dat, toen de bouwgroep vertrok, de douches die voor de kinderen in het kindertehuis waren aangebracht, door anderen weer werden verwijderd. Gelukkig kregen we, na een interne bezinning op ons Roemeniëwerk contact met de predikant van de gemeente in Kökös. Daar organiseren we nu al enkele jaren een vakantieprogramma voor kinderen. De reacties daarop binnen de Roemeense gemeente zijn erg positief. Het is heel bemoedigend te zien wat voor positieve uitwerking dit werk heeft op het ge-; meenteleven in Kökös.'
Wat zijn uoor jullie belangrijke punten uoor een goede terugkoppeling? Bernadette: 'We proberen tot een goede terugkoppeling te komen door twee keer per jaar een gemeenteavond te houden waarin we met dia's, video en een verhaal vertellen over ons werk. Bovendien delen we jaarlijks een informatiebrief uit aan de gemeenteleden. Verder houden we de gemeente regelmatig op hoogte via ons kerkblad. Met Pasen en Kerstmis organiseren we een kaartenactie; de gemeenteleden van Stellendam kunnen dan een kaart sturen aan een gezin in Kökös. Ook houden we diverse acties om geld in te zamelen voor ons werk; daar betrekken we gemeenteleden bij. Het is heel mooi om te zien hoeveel ideeën voor spontane acties er binnen de gemeente leven. De betrokkenheid van de gemeente blijkt hieruit.' Kees: 'Het contact met Bata leeft in de breedte van de gemeente Streefkerk. Dat is niet vanzelf gekomen, maar door de gemeente optimaal te informeren over onze activiteiten. Dat doen we op verschillende manieren. Regelmatig sturen we als bijlage in de Kerkbode een rondzendbrief, die gretig gelezen wordt. We vertellen over alles wat we doen en beleggen gemeenteavonden.'
Wat aduiseren jullie gemeenten die een contact willen? Kees: 'Gemeentecontacten moeten beginnen op geestelijk terrein. Daar waar een geestelijke band ontstaat, groeit ook een hecht contact. Een geestelijke band is en blijft een goede basis, ook voor alle activiteiten die uit de contacten voortvloeien. Het is de liefde van God die ons als mensen samenbindt. Als we die liefde mogen ervaren, dan merken we dat we zelf verrijkt worden in onze contacten met Roemenië.' Bernadette: 'Wat je veel ziet wanneer het werk in Roemenië doodloopt, is dat men geen doel voor ogen heeft gehad. Ik raad elke gemeente aan een stappenplan te maken, gestructureerd werken in de richting van het doel. Stap voor stap op je uiteindelijke doel af. Voor het evangelisatiewerk zou dat doel bijvoorbeeld kunnen zijn ernaar te streven dat de Roemeense gemeente na zes jaar zelfstandig verder kan. Dat kan soms wel betekenen dat je je als Nederlandse contactgemeente wat moet terugtrekken. Dat zien wij nu in Kökös. Wij moeten ons langzaam terugtrekken, zodat de gemeente initiatieven leert nemen en verantwoordelijkheid gaat dragen.'
Bovenstaande ervaringen bevatten genoeg aanknopingspunten om bestaande contacten eens onder de loep te nemen. Elk contact heeft sterke en zwakke punten, hoogte- en dieptepunten. Het verdiepen van een bestaand, meer materieel gericht contact is vaak moeilijker dan starten vanuit een geestelijke basis. Dat komt omdat met materiële contacten vaak bepaalde ver-" wachtingspatronen, en soms zelfs afhankelijkheid gecreëerd worden. De conclusie: een gemeentecontact in Oost-Europa is alleszins de moeite waard. Het kan tot grote zegen zijn voor gemeenten daar, maar zeker niet minder voor gemeenten in Nederland.
A. LICHTENDONK
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's