Kerkelijke bladen en hun namen
'DE WAARHEIDSVRIEND'
'Jongeren: Gereformeerde Bond stoffig', kopte het Nederlands Dagblad na het verslag, dat twee jongeren in de Waarheidsvriend d.d. 16 augustus gaven van een gesprek enkele leden uan het hoofdbestuur. De schrijvers van het artikel in de Waarheidsvriend reageerden in het ND direct daarna met een ingezonden stuk. Daarin zeiden ze: 'Uit he verslag in de Waarheidsvriend kan hooguit worden opgemaakt dat er onder de aanwezigen enkele jongeren waren die deze mening waren toegedaan.' Ze betreurden het dat in het N.D. wel uitgebreid werd melding gemaakt uan enkele kritische opmerkingen, die deels te maken hadden met de onbekendheid van het orgaan uan de GB, en dat geen positieue punten waren genoemd. Ze herinnerde aan een zin in het verslag waarin ze hadden gezegd: 'Een kerkbode is uaak ook niet zo Jlitsend maar die lees je toch ook? '
Intussen had de kop in het ND ook breder aandacht gekregen. Op grond van een artikeltje in het Friesch Dagblad met ongeveer dezelfde kop kregen we een reactie van ds. L. H. Westra in Lollum, die met name inging op de pretentieuze naam van ons orgaan: de Waarheidsvriend. Daarbij hadden de jongeren ook zo hun vragen: alsof' wij de waarheid hebben en verder zit iedereen ernaast'. Het had het echter voor de dominee uit Lollum nog erger gemaakt dat 'een van de bestuursleden' (bedoeld is drs. P. J. Vergunst) ter toelichting van de naam verwezen had naar Joh. 4 : 16.: 'Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven'. Die tekst staat echter al sinds jaar en dag in de kop van het blad.
De pastor uit Lollum tekent aan, dat het niet zozeer of niet alleen het woord 'waarheid' in de naam van het orgaan is, dat bij hem zo arrogant overkomt maar vooral het lidwoord de: de Waarheidsvriend. Daaraan koppelt hij, in verband met de verwijzing naar Joh. 4 : 16, de suggestie dat 'alleen de lezers van dit blad zich vrienden van Jezus Christus mogen noemen'? We moeten - zegt hij - maar eens nadenken over een andere naam. Hij suggereert - kennelijk niet zonder gevoel understatement - Waarheid in Liefde, met verwijzing naar Joh. 14 : 6 en 1 Joh. 4 : 8. Ik kan de pastor uit Lollum op dit punt enigszins gerust stellen. Want nagedacht wordt hierover in ieder geval.
Vanaf1909
De Waarheidsvriend heeft zijn naam al vanaf 3 december 1909, toen het eerste nummer van de eerste jaargang verscheen. De volledige naam van de Gereformeerde Bond werd onder de titel afgedrukt: Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid (hoofdletter, v.d.G.) in de Nederlandsch Hervormde (Gereformeerde) Kerk.
Nadat artikel 4 van de statuten, waarin over 'verbreiding en verdediging van de gereformeerde waarheid (kleine letter, v.d.G.) wordt gesproken, vet is afgedrukt, volgt een voorpaginagrote verantwoording van de hand van de hoofdredacteur ds. M. van Grieken vanwege de verschijning van 'weer een nieuw blad'. De naam wordt overigens niet verantwoord. De Gereformeerde Bond, zegt hij, had een jaar lang op proef inwoning gehad bij het Gereformeerd Weekblad. Maar dat was een particulier orgaan en de bond had behoefte aan een eigen bondsorgaan, dat als een banier der Waarheid alle 'Gereformeerdgezinde Hervormden in den lande' zou samenbinden. Die 'banier der Waarheid' moest worden opgeworpen 'voor de ogen van velen'. Dat is alles wat over de naam wordt gezegd.
Er ligt in de gekozen naam historisch gezien dan ook bepaald niet die pretentie, die er nu door de dominee van Lollum in wordt gelegd. Waarheid staat wel met een hoofdletter. Daarom is later de tekst uit Joh. 14 : 6 toegevoegd. En het lidwoord 'de' werd later klein afgedrukt. Maar al zou het lidwoord in de officiƫle naam ontbreken, dan ontkomt men er bij het noemen van de naam toch niet aan.
Pretentie
Een naam als de Waarheidsvriend was met in de tijd van de start geen buitenbeentje. Alle titels van kerkelijke of christe- t lijke bladen hadden een hoge pretentie en dat is lange tijd zo gebleven. Ze waren meestal ook voorzien van het (absolute) lidwoord 'de'. Kuyper had De Heraut en De Standaard, alsof er geen andere heraut en geen andere standaard was dan de 'zijne'. Het verhaal gaat overigens dat Kuyper voor zijn Standaard aanvankelijk ook de naam 'De Waarheidsvriend' in petto had. Kerkbladen van toen of later hadden of kregen namen met ook pretentieuze titels, waarbij altijd vragen te stellen zijn, zoals De Saambinder (hoe samenbindend? ), De Wekker (wat wekker? ), De Reformatie (de ware vertegenwoordiger van het erfgoed van de zestiende eeuw? ), De Wachter Sions (wordt alleen daar de wacht betrokken? ), Het Profetische Woord (de profetie geclaimed? ), het Gekrookte Riet (hoe gekrookt? ), Standvastig (waarin? ), en om een dagblad te noemen Trouw (hoe trouw en waaraan trouw? ).
In die rij heeft ook de Waarheidsvriend zijn plaats. Altijd weer duikt hier de pretentiekwestie op. Wanneer mensen meenden dat 'de waarheid' geweld werd aangedaan in berichtgeving of commentaar, werd steevast aan de naam gerefereerd. Of ook wanneer de hoogte van De Waarheid niet werd gehaald bij verschillende inzichten: echt een vriend van de Waarheid? 'Ach mijnheer, bent u zelf een waarheidsvriend? ' vroeg me ooit relativerend ds. J. T. Doornenbal, toen ik hem om een bijdrage vroeg. En naamgrapjes waren de jaren door niet van de lucht. Of er werd gerefereerd aan de naam van het blad van de communisten hier te lande, die nog een stapje verder gingen: De Waarheid.
Maar met een pretentieuze naam moet men die ook waar maken en moet men ook tegen eeri stootje kunnen als het om kritische vragen gaat.
Pretentieloos
In de naamgeving van kerkbladen of bladen van organisaties trad in de naoorlogse jaren een duidelijke verschuiving op. Het hele cultuurbeeld veranderde. Stelligheid maakte plaats voor voorzichtigheid of terughoudendheid. Zo kwamen er namen als In de Waagschaal (hoewel daar nog de 'durf in ligt van het in de waagschaal werpen van de zekerheden), Ter Herkenning, Terzake, Voorlopig, Koers, Op Weg (al of niet met 'de ander'), Tijding, Leiding, Opbouw, Credo, Woord en Dienst, Visie. Of er werd gekozen voor een neutrale aanduiding of een aanduiding, die alleen betrekking had op de organisatie, waarvan het blad uitging: Nederlands Dagblad, Centraal Weekblad, Confessioneel (vroeger Hervormd Weekblad 'De Gereformeerde Kerk', later Hervormd Weekblad), Kerkinformatie. In de naam Reformatorisch Dagblad is nog wel duidelijk de (beoogde) identiteit verwoord. Voorzover mij bekend is nog nergen een blad verrezen met de naam Twijfel, Onzekerheid, Aanvechting of Vraagteken. Dat zou in deze postmoderne tijd, waarin achter alles een vraagteken wordt gezet, ook nog mogelijk zijn. Vandaag zou een naam als Padvinder al te pretentieus zijn; Spoorzoeker zou worden geprefereerd. Men kan er echter zeker van zijn, dat wanneer de Waarheidsvriend in de tiger jaren zou zijn ontstaan, niet voor deze naam zou zijn gekozen.
Verandering
Met naamsveranderingen is men in het algemeen voorzichtig, ook al dekt de vlag de lading niet meer. Toen de V.P.R.O. geen vrijzinnige omroep meer was, liet men de naam bestaan maar ontdeed men deze van de punten tussen de beginletters: VPRO. Bij Hervormd Nederland deed men hetzelfde. Nadat de naam ooit was veranderd van De Hervormde Kerk in Hervormd Nederland, werd het op den duur een algemeen magazine, dat nog nauwelijks raakvlakken had met de Hervormde Kerk. Uiteindelijk volstond men met de initialen, zonder puntjes: HN. Er zijn organisaties en daaraan ver-
bonden organen, die al lang van kleur zijn verschoten en toch hun naam zijn blijven behouden; bijvoorbeeld met de C erin, terwijl het christelijk karakter, zo nog aanwezig, geheel verwaterd is. Bij een naamsverandering rijst namelijk onontkoombaar de vraag of men dan niet meer staat voor wat aanvankelijk in de naam lag opgesloten. In de naam ligt het wezen. Toen de Confessionele Vereniging ooit besloot de toevoeging 'De Gereformeerde Kerk' bij Hervormd Weekblad weg te laten, werd in de Waarheidsvriend de vraag gesteld of dat niet een teken aan de wand was: wil men niet meer gereformeerd wezen?
Zouden we vandaag de naam van de Waarheidsvriend veranderen, dan is de vraag te verwachten of we dan geen vriend van 'de Waarheid' meer willen wezen.
Nochtans
Nochtans bezinnen we ons binnen de redactie en de kring van het hoofdbestuur van tijd tot tijd op de vraag of er niet een betere naam te bedenken valt dan die ons blad nu voert.
Wat de lay-out betreft, daarin heeft de redactie altijd een keuze gemaakt: het moet geen magazine worden. De oud- Trouwjournalist Bert Klei zei ooit: 'een kerkblad moet grauw zijn'. Het mag een zekere soberheid uitstralen, niet te uitbundig en te triomfantelijk, zeker niet een kleur-rijk blad zoals er zovele zijn. De inhoud moet het doen. Dan moet de lay-out daarmee uiteraard wel corresponderen. De re-styling die we hebben doorgevoerd, heeft tot onze vreugde veel waardering ontmoet, al blijft er te wensen over. En wat de naam betreft: wie het weet mag het zeggen.
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's