De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vijand van opgepot geld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vijand van opgepot geld

W. MEIJER (84) EN DE HERVORMDE GEMEENTE VAN OUD-BEIJERLAND

14 minuten leestijd

Ouddorp, Stellendam, Middelharnis, Oude Tonge: gedurende de eerste 37 jaar leuen trekt W. Meijer langs diverse plaatsen op het Zuidhollandse Goeree-Overflakkee. De watersnoodramp in 1953 brengt hem in Oud-Beijerl and, waar hij de jaren erna nauw betrokken raakt bij spanningen in het kerkelijk leuen die hetgeuolg waren uan de groei uan het dorp. Vele jaren na de totstandkoming van een buitengewone wijk meente uan confessionele signatuur heeft de gemeente zelf inmiddels een derde predikantsplaats. 'Er zijn onderling best uerschillen, maar die beuinden zich binnen kader van de Schrift, de belijdenis en onze heruormd-gereformeerde traditie.' En, hoe de gemeente rijk gezegend is, heel nuchter: 'Het is hier geen paradijs. Want in het paradijs zijn geen dominees nodig.'

Willem Meijer wordt in 1917 in Ouddorp in een kerkelijk meelevend gezin geboren. 'Ik kom uit een gezin van zes kinderen. Mijn moeder was een godvrezende vrouw. We leefden trouw mee, al heb ik aan de kerk in Ouddorp geen herinnering, wel aan de christelijke school, die streng was. Ik kreeg een keer straf, omdat de dokter langs kwam op de fiets en ik mijn pet niet afnam.Zo werkte dat toen.

Ik kan me één ding goed herinneren. Het vrouwenkiesrecht was toen verplicht, maar mijn moeder ging uit overtuiging beslist niet voor de politiek stemmen. De dominee had dat geadviseerd. Wie niet stemde, was wel strafbaar. Je moest een boete betalen, die moeder uit principe ook niet betaalde. We stonden als kinderen te huilen, toen de politie haar kwam halen en ze voor drie dagen de gevangenis in moest. Op het laatst heeft ze toch betaald.

Op mijn elfde verhuisden we naar Stellendam, waar de heer W. Bouman 33 jaar godsdienstonderwijzer geweest is. Het was een arm dorp, dat geen dominee kon betalen. Bouman kwam er in 1923 op een contract van twee jaar, maar is er tot zijn pensioen in 1956 gebleven. Hij was op Flakkee gezien. Als kind heb ik veel aan hem gehad. De zondagsschool, knapenvereniging en catechisaties stonden onder zijn leiding. Ik was kritisch ingesteld en vroeg hem van alles, alle vragen die je als jongen had. Ook vragen over het geloof: Hoe kom je daaraan? Wat moet je meemaken? En praktische vragen, zoals jongeren nu hebben: Mag je naar de televisie kijken? Mag je naar de film gaan? Later ging dat open gesprek moeilijker, want Bouman werd mijn aanstaande schoonvader. Toen voelde ik me niet meer zo vrij. Hij was een wijs man, al was hij geen theoloog van formaat.'

Groeiproces

'Mijn godsdienstig leven is een groeiproces geweest. Ik heb geen Paulusbekering gehad. In januari 1940 ben ik benoemd als monteur bij de Emgo in Middelharnis en moest ik in de kost. Ds. L. Blok stond toen in Middelharnis, met wie ik al gauw bevriend was. Ik ging naar de jongelingsvereniging en kwam in de jeugdcommissie. Onder zijn prediking is er een doorbraak in het geloof gekomen. Hij preekte wel verbondsmatig, maar nooit werd het deel hebben aan Christus een automatisme. Ik beleef de trouw van God door de geslachten nog steeds, ook als ik kijk naar mijn kinderen en kleinkinderen. Alle reden om dankbaar te zijn!

Ds. Blok heeft ons in december 1944, een donkere tijd, getrouwd. Na elf maanden werd onze Jaap geboren. Vijf weken later werd mijn vrouw ernstig ziek, een longontsteking. Op eerste kerstdag zei de dokter om zes uur 's ochtends: 'Ik zou de familie maar roepen, want ze kan nog een paar uur leven.' Toen de kerk om tien uur zou beginnen, liep een tante van ons de consistorie in, om ds. Blok te vertellen hoe ernstig het was. Om kwart over tien zegt mijn vrouw: 'Ik mag blijven leven.' Na de dienst staat ds. Blok aan de deur: 'Ze leeft nog, hè? Ik heb het gevoeld, toen ik voor haar in gebed was.' Toen ds. Blok 86 jaar was, hebben we hem nog ontmoet. Hij herinnerde zich de gebeurtenis ook. Deze dingen geven onderling een band, maar versterken je ook in het geloof. Er is geen gebedsgenezing, maar wel genezing op het gebed.

Je praatte als kind gemakkelijker met een vreemde dan met je vader en moeder. Op Flakkee was men gesloten voor elkaar. Er werd wel altijd uit de Bijbel gelezen. Je zou niet van tafel gaan, voordat er gelezen was, maar een vader bad niet hardop, dat bestond toen niet. Dat deed een dominee, maar geen gewone burger. In de kast stond 'De heilige oorlog' van John Bunyan, die ik wel drie keer gelezen heb. Als kind beleefde je het als een goede tijd. Je ging op vrijdagavond uit de bibliotheek van de jeugdvereniging een boek halen, datje op zaterdagavond las.'

Diakenen

'In Middelharnis was ik drie jaar voorzitter van de jongelingsvereniging. In de tijd van ds. H. Goedhart ben ik er vier jaar diaken geweest, ook een tijdje voorzitter van de mannenvereniging. Dat laatste lag me niet zo. Om de beurt was elk een jaar administrerend diaken. Dan zat je op zaterdag in de consistorie en kwam de één vijf gulden halen, de ander vier gulden, naar gelang iedereen nodig had. Er was nog bedeling, die jaren tussen 1946 en 1950. Ja, de diaconie van Middelharnis is heel rijk. Ik heb de oprichting van het verzorgingshuis 'De Goede Ree' meegemaakt, dat van de Flakkeese diaconieën is. Daarvoor moest je je eigendommen opgeven, op grond waarvan je voor een bepaald percentage verantwoordelijk was. De onvervreemdbare eigendommen - waarvan je eigenaar was, maar geen recht van verkoop had - telden niet mee en toch deed Middelharnis voor 27 procent mee, tegen bijvoorbeeld Herkingen een half procent.

Op een bepaalde zaterdag kwamen de boeren ieder jaar pacht betalen. En elke zomer huurde de diaconie een auto en gingen de diakenen in twee avonden de boeren langs die pachtten. Ik denk dat er in ons land nog steeds armoe is; geen honger, maar wel een gebrek aan dingen. Diakenen houden hun taak, al is die sterk gewijzigd, ook naar buiten de gemeenten uitgebreid. Door de bijstandswetten heeft de overheid veel naar zich toegetrokken. In Oud-Beijerland is de helft van de oogstcollecte op de dankdag voor de diaconie. De opbrengst wordt gelijk uitgedeeld. Ik was altijd een vijand van het oppotten van geld.'

Elektriciteit

In Oud-Beijerland raakte Meijer helemaal betrokken bij het kerkelijk leven. Zonder de watersnoodramp zou hij er waarschijnlijk niet terechtgekomen zijn. 'We woonden in 1953 in Oude Tonge. Ik had bij de bouw van 'De Goede Ree' de leiding over de aanleg van alle elektriciteit. Na de opening op 9 februari 1953 zou ik er blijven voor onderhoud en controle. Ruim een week eerder zijn wij naar mijn zwager in Oud-Beijerland geëvacueerd, waar de conservenfabriek van Koen Visser onder water gelopen was. Ik ging er helpen en men vroeg me te blijven. Ik had echter verplichtingen aan 'De Goede Ree'. In november 1954 ben ik opnieuw gaan praten met de fabriek en hebben we besloten er te gaan werken.

Van tijd tot tijd publiceren we in ons blad een vraaggesprek met iemand die gedurende een langere periode van betekenis mocht zijn voor een hervormd-ge reformeerde gemeente. Het motief hierbij is niet een mens centraal te stellen, maar het werk van God, zoals dat gestalte krijgt in het dagelijkse leven van de gemeente, te belichten. Vandaag deel 12: Na Aartje Boon uit Molenaarsgraaf, D. Dekker uitNunspeet, B. Marijs uit Arnemuiden, C. H. Sukkel uit Kesteren, H. Leonard uit Dor- n zijn drecht, L. Vlietstra uit Hollandscheveld, J. P. Teeuw uit Lekkerkerk, mevr. Wiesenekker-Moll uit Huizen, J. Wes-

dorp uit Sint-Annaland, A. Terlouw uit Middelharnis, J. Hartman uit Leerdam nu de heer W. Meijer uit Oud-Beijerland. Het gesprek vond aan het begin uan de zomer plaats, voordat gemeente - opgeschrikt werd door het overlijden uan uier gemeenteleden, op weg naar hun vakantiebestemming. Aan deze droevige gebeurtenis kon in het gesprek met de Heer Meijer dus nog geen t aandacht besteed worden.

Ons vijfde kind - dat later predikant geworden is - was op komst, en ik zei na ons vertrek naar de Hoekse Waard tegen mijn vrouw: 'Ik wil nu eens rust in het kerkelijk leven.' Mijn vrouw stond altijd alleen voor de kinderen, al steunde ze mij helemaal in de arbeid voor de kerk. Twee maanden woonden we hier, toen iemand vroeg of ik de knapenvereniging wilde gaan leiden. Twee dagen later kwam er iemand van de zondagsschool: 'Kun je ons niet helpen? ' Mijn vrouw vond dat ik niet tegen beide nee kon zeggen; het werd twee keer ja. Toen ik in 1957 tot ouderling werd verkozen, heb ik de zondagsschool aan mijn dochter overgedaan. Met hart en ziel heb ik het ambt aanvaard.'

Buitengewone wijkgemeente

'In het pastorale werk maakte ik een moeilijke tijd mee, want de nieuwbouwwijk Kronenburg viel onder mijn verantwoordelijkheid. Er was veel import. Ooit lukte het me pas op het 21e adres een afspraak voor een huisbezoek te maken, hoewel ook die man onkerkelijk was. Toen we hier kwamen, had Oud-Beijerland 7200 inwoners, nu 23.000. Later is de wijk Zoomwijck gebouwd. Wie geen godsdienst had, kreeg in die jaren op het gemeentehuis 'NH' achter de naam. Iemand zei ooit tijdens het bezoek: 'Vrouw, ben ik eigenlijk wel gedoopt? ' Men wist het niet eens. Ik heb dit pastoraat toch met liefde gedaan.

Oud-Beijerland kende toen twee predikantsplaatsen. Slechts een keer in de twee jaar, wanneer er dubbeltallen gesteld moesten worden, kwam de wijkkerkenraad bijeen. Verder was het vergaderwerk gezamenlijk. Beide wijken hadden eerst vier en later zes ouderlingen. We vergaderden dus met een man of twintig. Jarenlang was ik scriba. Vanwege de vele randkerkelijken en gemeenteleden die uit een midden-orthodoxe gemeente kwamen en die een heel ander kerkelijk leven gewend waren, was het beleidsmatig vaak moeilijk. Ook van de autochtone leden vroegen sommigen om ritmisch zingen, een andere vertaling of berijming. Er kwam een groep van bezwaarden, met wie wij besprekingen hadden en met wie de visitatie zich bemoeide. Ds. W. L. Tukker zat toen in de Generale Visitatie, een man aan wie wij veel steun hadden. Het gevolg is dat er een buitengewone wijkgemeente gekomen is. Ds. Tukker was daar niet voor. Ik heb zelf ooit op de kerkenraad het voorstel geopperd een derde predikantsplaats te stichten en een rechts-confessionele dominee te beroepen, om de bezwaarden zo de wind uit de zeilen te nemen. Ik werd zelf voor 'een lichte' uitgescholden, hoewel ik ds. C. van den Bergh, een van onze dominees toen, erin mee had, evenals ds. Tukker. Mijn voorstel heeft het niet gehaald, want daarmee zou je de band uit de gemeente halen. Ik voelde er natuurlijk ook een zeker gevaar in zitten, maar de gemeente zou één blijven. Eerst beriep men een confessionele predikant, maar inmiddels behoort de gemeente tot de midden-orthodoxie. Nu is ze Samen op Weg met de gereformeerden.'

Hervormde Kerk

'Toen de buitengewone wijkgemeente gevormd was, kregen wij een periode van rust, ook in het pastorale werk. Het waren moeilijke beslissingen, als mensen die nooit in de kerk kwamen, hun kind wilden laten dopen. Je maakte teleurstellende dingen mee. Een man vroeg me ooit zelfs: 'Hoe laat is zondag bij die doopdienst de kerk uit? Want om twee uur moet ik in het stadion zijn.' Toch kun je bij randkerkelijken het Woord soms ongedacht wel kwijt.

Op een zeker moment werd ik in Gods Woord erbij bepaald dat velen zeiden datjezus' leer hard was. Hij antwoordde toen: 'Wilt gij ook niet weggaan? ', waarop Petrus zei: 'Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.' De selectie die hierdoor ontstaat, moeten we maar overgeven. Daarin was ds. Van den Bergh ook vrij radicaal. We leven in een kerk, waarin er veel getolereerd wordt. De Hervormde Kerk is me desondanks erg lief. Mijn schoonvader zei tegen ons op zijn sterfbed onder meer: 'Zullen jullie nooit uit de Hervormde Kerk gaan, of je moet eruit gejaagd worden? ' Die houding leeft ook bij mij.

1973 was mijn laatste jaar in de kerkenraad. Ik had toen last van m'n hart, zodat de dokter zei: 'Ik zou me na zestien jaar maar niet meer herkiesbaar stellen.' Daar kwam bij dat ik in de fabriek hoofd van de technische dienst geworden was. Mijn dochter zei, toen ik eens een avond thuis was: 'Pa, bent u ziek? ' Dan gaat er toch een lampje branden. Ik heb dikwijls het gevoel gehad dat ik door het kerkenwerk mijn gezin verwaarloosd heb. Daarom heb ik veel bewondering voor mijn vrouw, die alles opving.'

Een pastor

Op een andere wijze bleef Meijer meeleven. 'In het bejaardenhuis Sabina, waarin de kerkelijke gemeenten uit de omgeving participeren en op het terrein waarvan ik nu ook woon, heb ik veel weeksluitingen gehouden. Toen de andere wijk vacant was, zei ds. Van den Bergh tegen me: 'Joh, dat kun jij best doen.' Ik heb het graag gedaan. Als je ouder wordt, krijg je meer betrekking op oudere mensen, hoewel ik veel belangstelling voor het werk van de jeugd houd.

Naast ds. Van den Bergh heeft ds. E. J. Schimmel een stempel op mij gezet. Dat was een pastor! Hij heeft heel wat mensen door zijn pastoraat teruggebracht naar de kerk. Het is erg als de dominees niet met elkaar overweg kunnen; dan zit je daar als scriba zeker tussen. Dankbaar zijn we voor de wijze waarop ds. Groenenberg, die hier nu vijftien jaar staat, ds. Maas, die vorig jaar weggegaan is, en ds. Russcher de afgelopen jaren met elkaar omgingen. Ieder heeft eigen accenten, maar wel binnen het kader van de belijdenis en onze hervormd-gereformeerde traditie. Het was geweldig te zien hoe die met elkaar omtrokken. Dat was ook zo tussen ds. Schimmel en ds. W. H. van Kooten. Als je de een belde en de telefoon was bezet, wist je dat de lijn bij de ander ook bezet was. Binnen de drie wijkkerkenraden zit best enige nuancering. We hebben een mannenvereniging die zes keer per jaar een spreker uit de kring van het Gekrookte Riet laat komen. De voorzitter daarvan is een ouderling van wijk Centrum. Het mooie ervan vind ik dat iedereen zondags ter plaatse kerkt. En vrijwel niemand loopt de predikant na. Het lezen van de hertaling van het doopformulier door ds. Russcher gaf wel wat problemen, al vond ik het persoonlijk mooi. Met verschillen in dit opzicht kan ik goed leven. Het is hier geen paradijs, maar in het paradijs had je geen dominees nodig. Toch ben ik erg dankbaar voor hoe het hier gaat. Ook onder de jongeren merk ik weinig van begeerte naar nieuwe dingen, zon G h o o v m z b m v e m d g i m m e I d i z n d A o p d g als het Liedboek. Dat is hier niet aan de orde. Nieuw-Beijerland neigt eerder die kant op. Een verklaring hiervoor zie ik in het gegeven dat bij ons vijf, zes gezinnen naar de christelijke gereformeerde kerk gegaan zijn, omdat ze daar wel gezangen zingen en uit de Nieuwe Vertaling lezen. Dan is er een uitwijkmogelijkheid, die er op een klein dorp niet is.'

Getuigenis

'In de wijk Poortwijk gaat de gemeente een tweede kerk bouwen, waarna de aula van de scholengemeenschap in Zoomwijck afgestoten wordt. Dat gaat gelukkig met grote eenparigheid. De gemeente is behoorlijk rijk. Elke laatste zondag van de maand is er een extra collecte voor de kerkbouw, die zo'n 5000 gulden opbrengt. Men heeft echt nog veel voor de kerk over.

Geestelijk leven vind je hier ook, al is het moeilijk over het innerlijk leven te oordelen. Ik vraag het wel eens aan oudere mensen: 'Hoe staat het er nu voor, voor de eeuwigheid? ' Dan haalt men soms de schouders op, is er geen zekerheid. Dat vind ik verdrietig. Ik ben dankbaar voor het getuigenis dat mijn vrouw anderhalfjaar geleden voor haar sterven gaf. En ik ben blij als er jongeren naar het avondmaal komen, die er ook over spreken. Onder de ouderen mis ik wel eens het verlangen naar de toekomst bij Christus. Het is een geweldige belevenis als men met drie generaties het Heilig Avondmaal mag vieren. Dat maakt je klein en dankbaar.

Ik heb hier veel contact met de oude ds. H. van der Linden - ooit predikant in onder andere Hoornaar, Scherpenzeel en Amsterdam, red. - een heel fijne man, die deze ervaring met mij deelt. Hij bedient in Sabina het Heilig Avondmaal, als het in de Dorpskerk ook plaatsheeft. Als we weer een derde predikant hebben, is het de bedoeling dat die dat overneemt. Het gaat hier goed, we worden hier rijk gezegend.'

P. J. VERGUNST, APELDOORN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vijand van opgepot geld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's