Boekbespreking
Henk P. Medema, £én geloof. \ Uitgave Medema, 102 blz., ƒ 14, 95. v,
Opnieuw verscheen er een boekje van 'F^. Medema, dit keer een boekje waarin hijgen bijbelsnkkhswijmert vapMÜ: eenheid vaip\ Hij détéf ditlafn de hand van cWVoorden ïiSBfiafiig.) 'Eén lichaam, één Geest, één hoop, éen Heere, één geloof, één doop, één God en Vader', welke woorden hij per hoofdstuk becommentarieert. De hoofdlijn is dat wij elkaar, bij alle verschillen die er (kunnen) zijn, mogen en moeten aanvaarden als broeders en zusters in Jezus Christus. Ik deel dat. De vraag is altijd: wat is hoofdzaak en wat bijzaak? Medema vindt dat wij elkaar daar, als dat nodig is, indringend op moeten bevragen en antwoorden. 'Een forse scheut nederigheid zal ons nog eens extra helpen om van elkaar te leren en onze onvolmaaktheden door elkaar te laten aanvullen, want zo heeft God de geestelijke eenheid bedoeld' (blz. 77). Duidelijk is dat de eenheid alleen kan liggen in het geloof in Jezus Christus. Eenheid begint bij onszelf, bij onze integriteit en oprechtheid. Medema steekt de hand in eigen boezem als hij schrijft: 'Met name wij als evangelische mensen hebben dikwijls niet zo'n goed besef van onze historische wortels' (22) en, als het gaat over de belijdenisgeschriften van de kerk: 'Het is een schande dat wij ons zo weinig bewust zijn van onze historische verworteling in de geschiedenis van Gods volk' (75). Als we elkaar toch mogen bevragen: ik blijf mijn bezwaren hebben tegen wat Medema schrijft over de doop. In mijn bespreking van zijn boekje 'Eén doop; de weg van discipelschap' heb ik dat ook opgemerkt. De doop is naar mijn overtuiging geen belijdenis van de dopeling of van zijn ouders, maar teken en zegel van Gods verbond. Dat maakt de rijkdom en ernst van de doop uit.
Medema moet niets hebben van 'shoppen' in allerlei kerken en kringen, of van 'church-hoppen': zoals je van het ene vervoermiddel in het andere springt, zo maak je in volle vaart de overstap naar een andere kerk. Dat is, zegt hij, geen eenheid, maar losheid.
Tussen de hoofdstukken door heeft het boekje steeds een gefingeerde dialoog tussen de beide Emmaüsgangers, waarvan de niet-bij-name-genoemde volgens Medema de vrouw van Kleopas is. Ik waag dat te betwijfelen. We komen dat bij mijn weten ook niet in de vroege kerkgeschiedenis tegen (historisch denken!). Ik vind zoiets ook altijd een beetje gewaagd, omdat zulke verhalen een eigen leven kunnen gaan leiden en ten slotte door de een of ander voor waar kunnen worden aangenomen. Was het niet Richard Baxter die zei: 'In de noodzakelijke dingen eenheid, in de twijfelachtige dingen vrijheid, in alles de liefde'? In die geest heb ik dit boekje gelezen.
H. VELDHUIZEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's